Het wijd verspreide idee dat de Bijbel een verouderd wereldbeeld laat zien, is onjuist, betoogt prof. dr. M. J. Paul. De Bijbel gebruikt vooral de taal van de waarneming.

houtsnede_Flammarion.wikipedia

“Iedereen die zich bezighoudt met de voorstelling van de kosmos in het Oude Testament, komt afbeeldingen tegen van een platte aarde op pilaren in het water. Bovenin is een koepel met hemellichamen. Vandaag wil ik bij dit onderwerp stilstaan ter gelegenheid van de opening van het Logos Instituut.”

Iedereen die zich bezighoudt met de voorstelling van de kosmos in het Oude Testament, komt afbeeldingen tegen van een platte aarde op pilaren in het water. Bovenin is een koepel met hemellichamen. Vandaag wil ik bij dit onderwerp stilstaan ter gelegenheid van de opening van het Logos Instituut.

Dit instituut beschouwt de Bijbel als bron van kennis over ons verleden. Het stelt vragen aan de orde over geloof en wetenschap. Een fundamentele kwestie is daarbij: spreekt de Bijbel alleen op betrouwbare wijze over geloofszaken, of ook over zaken als geschiedenis en wereldbeeld? Betreft het gezag van Gods Woord de gehele Bijbel, of moeten we onderscheid maken tussen een goede kernboodschap en een minder goede verpakking?

Het voorbeeld van de platte aarde en een harde hemelkoepel komt vaak naar voren in discussies over schepping en evolutie. Men wil ermee aangeven dat de Bijbelse beschrijvingen niet bedoeld zijn om kennis over te dragen die van belang is voor onze wetenschapsbeoefening.

Een voorbeeld hiervan is een Duitstalige afbeelding van Alexandra Schober uit 1960. Onder de bovenste hemel is de hemeloceaan met zes schatkamers (hagel, wolken, wind, regen, nevel, sneeuw). Onder de hemeloceaan bevinden zich de zon, de maan en de sterren op gelijke afstand van de aarde. Aan de zijkanten staan de zuilen waarop de hemel rust. De onderwereld is uiteraard onder de aarde, en daaronder bevindt zich de Tehom, de oervloed. De zuilen waarop de aarde rust, zijn goed zichtbaar. Waarop de zuilen zelf rusten, is onduidelijk.

Metaforen

zonsondergang.pixabay

“Dergelijke tekeningen worden vanaf eind negentiende eeuw gemaakt. Critici geven echter aan dat zulke tekeningen berusten op uit hun verband gehaalde metaforen van Hebreeuwse dichters, waarbij beeldspraak te letterlijk opgevat wordt. Het was de Israëlieten uiteraard bekend dat de zon ’s morgens in het oosten opkomt en ’s avonds in het westen ondergaat.”

Dergelijke tekeningen worden vanaf eind negentiende eeuw gemaakt. Critici geven echter aan dat zulke tekeningen berusten op uit hun verband gehaalde metaforen van Hebreeuwse dichters, waarbij beeldspraak te letterlijk opgevat wordt. Het was de Israëlieten uiteraard bekend dat de zon ’s morgens in het oosten opkomt en ’s avonds in het westen ondergaat. Hoe kan dat? Hoe kan de maan een cyclus van vier weken doorlopen? Omdat de Israëlieten wisten dat de zon en de maan met andere snelheden bewogen dan de sterren, zijn er maanden, seizoenen en jaren (vgl. Gen. 1:14). Bevinden de winden zich echt boven de sterren?

De Israëlieten wisten dat het water in de Dode Zee niet te drinken was. De tekeningen verbinden al het water met elkaar, alsof het niet uitmaakt of het water zoet of zout is. Het is wonderlijk dat de geleerden onderling losstaande teksten verbinden tot een gereconstrueerd wereldbeeld, zonder rekening te houden met alledaagse waarnemingen.

Babyloniërs

Aan het eind van de 19e eeuw waren er veel kritische geleerden die veronderstelden dat de Israëlieten allerlei ideeën van de Babyloniërs overgenomen hadden. Dit heeft ook te maken met een late datering van het boek Genesis, in de tijd van de ballingschap. Die overtuiging duurde voort in de twintigste eeuw, maar langzamerhand kwam er oog voor de vele verschillen. In de vertaling van het Babylonische geschrift ”Enuma Elish” in 1890 staat dat de hemel bestaat uit een harde koepel. Vanaf 1975 is deze onjuiste vertaling losgelaten, omdat blijkt dat de Babyloniërs allerlei verschillende opvattingen over de kosmos hadden.

De Grieken en Romeinen beschouwden de aarde als een ronde bol. Op een munt staat de zoon van keizer Domitianus afgebeeld als een Jupiter gezeten op een globe, met zijn handen opgeheven naar de zeven sterren van de Grote Beer.

De gedachte aan een platte aarde is opgekomen in de negentiende eeuw. Washington Irving beschreef dat de kerkelijke autoriteiten in de vijftiende eeuw in een platte aarde geloofden. Zij zouden Columbus gewaarschuwd hebben dat zijn schip van de aarde af kon vallen, omdat de aarde plat is. Dergelijke voorstellingen zijn echter aantoonbaar onjuist, en moeten bewust geïntroduceerd zijn. De hoogtijdagen van de mythe dat de kerk in een platte aarde geloofde, waren tussen 1870 en 1920, toen darwinisten deze voorstelling gebruikten in hun strijd tegen de kerk over de evolutietheorie.

Uitspansel

Hoe moeten we de Bijbelse uitspraken dan uitleggen? Het woord ”raqia”, dat ”firmament” of ”uitspansel” betekent, is afgeleid van een werkwoord dat ”uitspreiden” betekent. Het is niet nodig om daarbij aan een vaste koepel te denken. In Genesis 1:6 is de functie van het uitspansel de wateren te scheiden. Dit kan goed opgevat worden als de scheiding tussen het water op aarde en het water in de wolken. Het uitspansel is de plaats waar de hemellichamen zichtbaar zijn en de vogels vliegen (vs. 20). De beschrijving is vanuit het gezichtspunt van de waarnemer op aarde. In vers 8 worden het uitspansel en de hemelen gelijkgesteld.

vliegende_reiger.pixabay

“Het uitspansel is de plaats waar de hemellichamen zichtbaar zijn en de vogels vliegen (vs. 20). De beschrijving is vanuit het gezichtspunt van de waarnemer op aarde.”

De genoemde tekeningen hebben water onder de aarde. Dit berust op het verbod om beelden te maken van wat boven in de hemel, beneden op de aarde of in de wateren onder de aarde is (Ex. 20:4). De uitdrukking ”onder de aarde”, kan opgevat worden als dat er onder de aarde een zee is. Het verband geeft echter aan dat de Israëlieten die kunnen zien. Zij mogen geen afbeeldingen maken van vogels in de lucht, of van een dier of voorwerp op de aarde, en ook niet van een dier of voorwerp in het water. De Israëlieten konden geen vis zien die onder de aarde zwom, maar wel een vis in de zee en de rivieren (zie ook Deut. 4:16-18).

Aangezien de wateren in Egypte en in het Sinaïgebied zich op een lager niveau bevinden dan het land, liggen ze ‘onder’ de aarde, in de zin van: onder het niveau van het landoppervlak. Dat kan leiden tot een vertaling als ”de wateren onder aan het land” of ”de wateren die lager liggen dan het land”. Iets eerder wordt hetzelfde voorzetsel gebruikt voor de Israëlieten bij de berg. Daar past alleen de vertaling ”onder aan de berg” en niet ”onder de berg” (Deut. 4:11).

Te statisch

Aan de tekeningen van het Israëlitische wereldbeeld liggen diverse onjuiste overtuigingen ten grondslag. Zoals de veronderstelling van de invloed van een Babylonisch wereldbeeld, een late datering van het boek Genesis en de onjuiste aanname dat de volken in de oudheid tot de middeleeuwen toe dachten dat de aarde plat was. Ook strijden de gemaakte tekeningen met alledaagse waarnemingen. De voorstellingen zijn te statisch en doen geen recht aan beeldspraak.

Uit de bespreking van de argumenten blijkt dat de Bijbel geen verouderd wereldbeeld heeft, maar vooral de taal van de waarneming gebruikt. De Bijbel is niet geschreven in onze wetenschappelijke taal, maar wel van belang voor onze wetenschapsbeoefening.

Dit artikel is een samenvatting van zijn lezing zaterdag 13 februari 2016 bij de opening van het Logos Instituut. Het artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Refomatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Paul, M.J., 2016, Aarde is niet plat in de Bijbel, Reformatorisch Dagblad Puntkomma 45 (266): 14-15.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Mart-Jan Paul

Written by

Dr. M.J. Paul is docent aan de Academie Theologie van de CHE te Ede en hoogleraar Oude Testament aan de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven. Verder is hij auteur van een groot aantal publicaties op theologisch gebied en redactielid van de twaalfdelige Studiebijbel Oude Testament, die wordt uitgegeven door het Centrum voor Bijbelonderzoek.

27 Comments

Richtje Emmens

Beste Mart-Jan,

Ik vraag me in dit verband (bijbels wereldbeeld) af of Jakobus 1:17 niet verkeerd wordt vertaald: ‘geen schaduw van omkeer’ zou ook kunnen zijn: ‘geen verduistering door omwenteling’. Deze versie staat in de oude Willibrord vertaling en geeft een totaal ander beeld.

Met vriendelijke groet,

Richtje van der Wolf – Emmens

Reply
Bart Klink

De Babylonische wereldbeelden waren inderdaad meer divers en het Bijbelse wereldbeeld is minder eenduidig en statisch dan vaak wordt voorgesteld, maar het blijft een primitief beeld dat geschetst wordt. Alles wijst op een geocentrisch wereldbeeld waarin de aarde min of meer wordt voorgesteld als een platte schijf. De hemel staat daar als een koepel overheen om de wateren te scheiden. Het water onder de aarde is de chaotische oerzee, de ‘tehom’ die later (Gen. 1:9-10) plaatsmaakt voor land, waardoor de wereld leefbaar wordt voor landdieren. Deze situatie wordt weer omgekeerd in het zondvloedverhaal. Voor dit beeld zijn vele tekstuele en grammaticale gronden te geven. Zie ook mijn eigen vertaling van en commentaar op Gen. 1: http://www.deatheist.nl/downloads/Genesis1BartKlink.pdf

Op de tegenwerpingen van prof. Paul valt een hoop af te dingen. Ik beperkt me hier tot het voorbeeld van de hemelkoepel. De gezaghebbende “Hebrew and Aramaic Lexicon of the Old Testament” geeft als betekenis van ‘raqia’: “the gigantic heavenly dome”. Een ander gezaghebbend woordenboek (Brown, Driver, Briggs) geeft als betekenis “extended surface, (solid) expanse”. Het werkwoord waarvan het afgeleid is (raqa), kan naast ‘uitspreiden’ ook ‘uithameren’ betekenen. Zie ook Job 37:18: “Kun jij met Hem uithameren de hemel, sterk als een gegoten spiegel? ” Het idee van een koepel komt ook beter overeen met de scheidende functie ervan (wateren boven en eronder, Gen 1.6).

Reply
Douwe Tiemersma

Dag Bart,

De manier waarop je bepaalde teksten interpreteert, is sterk afhankelijk van de bril waardoor je kijkt. Ga je ervan uit dat de Bijbel in een primitieve tijd is geschreven, dan kun je allerlei morfologische zinsneden uitleggen als een primitief wereldbeeld. Wanneer je er echter vanuit gaat dat de Bijbel een historisch ooggetuigenverslag bevat, dan kun je dezelfde morfologische manier van spreken uitleggen op de manier zoals wij dat nu nog steeds doen: wij hebben het over “een ondergaande zon”, “het groene hart van Nederland”, “De maan schijnt vannacht helder”, etc.
Wat Mart-Jan Paul hierboven heeft uiteengezet, is het feit dat in deze teksten pas rond de 19e eeuw een primitief wereldbeeld werd gelezen. In de tijd daarvóór had niemand moeite de beeldspraak te combineren met de werkelijkheid; we kennen dan ook eigenlijk maar zeer weinig schrijvers uit die tijd die geloofden in een platte aarde.
Dus: de opvatting dat in de Bijbel valt te lezen dat de aarde plat is, werd pas in de 19e eeuw populair.

Herma

(…) Mijnheer Klink er staat heel duidelijk over een aardbol in bijv Jesaja. Verder van wanneer is dat lexicon? Je kunt in een lexicon van alles zetten, maar het gaat erom wat blijkt uit de context. Dan heeft dhr Paul gelijk als hij stelt [dat] je geen afbeelding [kunt] maken van iets wat je niet hebt gezien. Adam gaf de dieren een naam hij was de wijste man die er ooit op aarde geleefd heeft en zou die echt gedacht hebben dat de zon ergens in een kuil zou vallen om aan de andere kant weer omhoog te komen? (…)

Reply
Bart Klink

Hoi Douwe,

Het is inderdaad een mythe dat geleerden in de Middeleeuwen nog geloofden dat de aarde plat was (het gewone, ongeletterde volk was waarschijnlijk een ander verhaal, maar dat terzijde). De Middeleeuwen zijn echter ruim 1000 jaar later dan de betreffende Bijbelteksten. Deze tegenwerping gaat dus niet op. Het (eerst nog speculatieve) idee van een bolvormige aarde vinden we als eerste terug bij Grieken uit de 6e eeuw v.C. Pas eeuwen later werd het gemeengoed onder geleerden. Er is geen enkele Bijbelse passage die duidt op een bolvormige aarde, maar vele die duiden op een platte aarde. Dit beeld zie je ook terug bij omliggende volkeren, dus het is niet vreemd dat de Bijbelschrijvers dit beeld deelden.

De het-licht-aan-je-bril-tactiek is echt onhoudbaar voor wie naar de complete evidentie kijkt (Bijbelpassages, grammatica, antropologie, archeologie). Er is simpelweg geen enkele tekstuele ondersteuning voor een ronde aarde, maar heel veel verzen die wijzen op een platte aarde, en ten minste een deel daarvan is zeker geen beeldspraak. Waarom zou God in het verhaal over Babel bang zijn dat mensen in de hemel komen met een toren en daalt Hij af van de hemel naar de aarde? Denk aan het water onder de aarde waarover vaak gesproken wordt. Denk aan passages als Ps. 24:2, waarin staat over de aarde door God gegrond is op de zeeën. Denk aan het beeld waarin de hemel wordt voorgesteld als een tent die over de aarde staat (o.a. Jes. 40:22). Denk aan Dan. 4:10-11 en Mat. 4:8 waarin staat dat je vanaf één hoog punt de hele wereld kunt zien of andersom. Al deze verzen en beelden zijn bizar bij een ronde aarde, maar passen goed bij een platte aarde. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de consensus onder Bijbelwetenschappers is dat de Bijbel blijk geeft van een platte aarde.

Reply
Douwe Tiemersma

Dag Bart,

Beseffen dat je de werkelijkheid ziet door een bril die gekleurd is door eigen vooronderstellingen is geen tactiek, maar een gegeven. Alleen als je je hiervan bewust bent, kun je je proberen te verplaatsen in het standpunt van een ander, door een andere bril op te zetten.
Inderdaad zijn de bijbelteksten een stuk ouder dan de middeleeuwen, toch is het van belang op te merken dat wij nauwelijks bijbeluitleggers kennen die geloofden in een platte aarde: bijna unaniem geloofden ze in een ronde aarde zonder tegenstrijdigheden in de Bijbel te zien. Wat betreft de “heel veel” verzen die zouden duiden op een platte aarde: deze lees ik heel anders, en kennelijk deed de meerderheid van de bijbeluitleggers dat vóór de 19e eeuw dat ook. Zou het kunnen zijn dat het wereldbeeld dat rond de 19e eeuw opkwam, ons de teksten ineens anders laat begrijpen? Wat zou een andere reden kunnen zijn voor het feit dat het “platte wereldbeeld” vóór die tijd niet in de Bijbel werd gelezen?

Wat betreft de teksten die je als voorbeeld noemt, over het algemeen genomen moet ik zeggen dat je de teksten met een westerse bril uitlegt. Det teksten zijn naar mijn idee niet bedoeld om een precieze kosmologie te beschrijven en vooral beeldend bedoeld. Hieronder behandel ik ze kort:

  • Toren van Babel: (1) Nergens in dit verhaal staat dat God bang is “dat mensen in de hemel komen met een toren”. (2) Dat God “afdaalt” is een duidelijk antropomorfisme, en daarmee is het beeldspraak en wordt in de meeste commentaren ook zo behandeld.
  • Water onder de aarde: Hetzelfde woord voor onder wordt ook gebruikt in zinnen waarbij aan de voet van (de berg) bedoeld en vertaald wordt (Gen.35:8, Ex.24:4, etc). Onder geeft de relatieve hoogte aan: het water ligt lager dan de aarde.
  • Psalm 24: (1) Dit is een Psalm. Psalmen staan bekend om hun beeldspraak. Moeten we vers 4, 7 en 9 ook letterlijk opvatten? (2) Er blijkt uit andere teksten dat niet bedoeld is dat de aarde op het water ligt: Job 26:7 zegt dat de aarde “aan niets is opgehangen”
  • Jes.40:22: Ook hier is de beeldspraak overduidelijk: iets verderop wordt over prinsen gesproken die worden gezaaid, geplant en als onkruid vergaan. Moeten we geloven dat de schrijver dacht dat mensen worden gezaaid?
  • Daniel 4: het gaat hier om een visioen van Daniël, uit beelden uit visioenen kun je moeilijk een wereldbeeld vaststellen.
  • Mat.4:8: De duivel neemt Jezus mee naar een hoge berg en toont hem alle koninkrijken. (1) Hieruit blijkt niet direct dat al deze koninkrijken vanaf deze berg te zien zijn, logischer is wanneer de duivel dit in visioenen heeft getoond. (2) Ook deze tekst is niet bedoeld om iets over de kosmologie te zeggen.
Bart Klink

Beste Herma,

Waar staat in Jesaja dat de aarde bolvormig is? In 40:22? Daar hebben de statenvertalers het Hebreeuwse woord ‘chug’ vertaald met ‘kloot’, maar het betekent gewoon ‘cirkel’ (zoals ook andere vertalingen, waaronder de King James, vertalen). De HALOT geeft hierbij expliciet aan “the earth conceived as a disc”. Dit pas ook beter bij de rest van het vers, waarin de hemel wordt voorgesteld als een tent (hoe zet je een tent over een bolvormige aarde?). Deze passage duidt dus niet op een bolvormige aarde, integendeel!

De HALOT is uit 1994 en is hét lexicon Hebreeuws-Engels. Je kunt daar niet “van alles in zetten”, dit is het vakwerk van hebraïci. Daarnaast zijn er nog de vele Bijbelcommentaren, ook het werk van vakmensen (die meestal christenen zijn!), die het beeld van de hemel als een koepel uitleggen.

Reply
Mart-Jan Paul

Beste Bart,

De genoemde woordenboeken gaan uit van de gangbare veronderstellingen en het verbaast dus niet hoe zij ‘raqia’ opvatten. Voor flinke kritiek op de gangbare tekeningen en voorstellingen van het wereldbeeld, zie C. Houtman, “De hemel in het Oude Testament. Een onderzoek naar de voorstellingen van het oude Israël omtrent de kosmos.” Diss. VU. Franeker: Wever, 1974, of de latere Duitstalige publicatie in 1993. Ik heb ook Othmar Keel geciteerd met zijn grondige kritiek. Er is in de wetenschappelijke wereld heel wat discussie over deze zaken.

Ik heb niet beweerd dat iedere Israëliet wist dat de aarde rond was, wel dat er ervaringskennis was van bijvoorbeeld zeevaarders en sterrenkundigen die in tegenspraak is met de gangbare tekeningen van het wereldbeeld van de Israëlieten. T.a.v. ‘de wateren onder de aarde’ (Ex. 20:4) heb ik in mijn lezing aangegeven dat die vertaling onwaarschijnlijk is. Bedoeld zijn de wateren waarin vissen e.d. zwemmen en die nagemaakt zouden kunnen worden.

Reply
Bart Klink

Beste prof. Paul

De woordenboeken baseren zich ook op grammaticale gronden en vergelijkbare woorden in andere talen. De werkwoordsvorm (raqa) heeft de betekenis van uithameren/stampen (o.a. Ex 39:3, Num. 17:3, Jer. 10:9), zoals heel duidelijk uit Job 37:18 blijkt, waar de hemel wordt uitgestampt tot “hard als een gegoten spiegel”. In de Septuaginta wordt ‘stereoma’ gebruikt, wat volgens de Liddell-Scott betekent “a solid body”. Het Latijnse ‘firmamentum’ uit de Vulgaat heeft eveneens deze solide betekenis. Een solide koepel past ook bij de functie ervan: het scheiden van de wateren. Dit beeld van een solide hemelkoepel past daarnaast goed in het antropologische kader van die regio in die tijd. Ik zie dus meerdere argumenten voor, maar heb nog geen argument tegen gezien. Heeft Houtman die wel? Wat zijn zijn argumenten?

De “wateren onder de aarde” komen niet alleen in Ex. 20:4 voor. In Ps. 24:2 lezen we dat de aarde op zeeën gegrond is. In Gen. 7:11 lezen we hoe de fonteinen van de oerzee (tehom) openbreken en de sluizen van de hemel worden opengezet, wat neerkomt op een omkering van de ordening in Gen. 1. Uit uw lezing begreep ik dat u de ‘ba-aretz mittachat’ wilt vertalen met ‘onder landniveau’. Welke grammaticale gronden hebt u daarvoor? Wordt water/zee onder landniveau ook elders zo aangeduid in de Bijbel? Waarom wordt niet gewoon ‘jam’ (zee) gebruikt, of de ‘wezens die in de wateren wemelen’ (zoals in Gen. 1:20)? Ik zie dus geen argumenten voor de door u voorgestelde vertaling.

Reply
Mart-Jan Paul

Beste Bart,
De grammaticale zaken en de vergelijking met andere talen zijn vaak van belang, maar hier levert dat weinig op. Inderdaad heeft de LXX stereoma, wat te begrijpen is op grond van het Griekse wereldbeeld. De Vulgata heeft dit overgenomen met ‘firmamentum’. Maar waarom hebben veel geleerden hiertegen bezwaar gemaakt en ‘expansium’ voorgesteld? Het klopt dat ‘uitspreiden’ ook wel gebruikt wordt voor metalen, maar daarmee is de grondbetekenis nog niet verbonden met iets dat hard is. Zie bijv. ook het commentaar van C.F. Keil op Gen. 1:6-7. Ik zie geen verband met het antropologische kader van die tijd.

Houtman gaat vooral in op de onderliggende vooronderstellingen: hadden de Israëlieten wel een wereldbeeld. Volgens hem niet. En daarbij: hoe zijn de geciteerde teksten bedoeld? Mag je poëtische voorstellingen gebruiken om een concrete voorstelling te vormen? Of zijn die uitdrukkingen vooral metaforisch gebruikt? Ja, volgens hem. Tevens is een probleem dat in de bekende tekeningen slechts een deel van de metaforen verwerkt is, en andere buiten beschouwing zijn gelaten. Hier is dus meer aan de hand dan het noemen van enige losse teksten.

Wat betekent Ps. 24:2 precies? Dit hoeft niet te betekenen dat er een ondergrondse zee is. Gen. 7:11 gaat inderdaad over sluizen. Voor een goede verklaring is het nodig ook Gen. 9 hierbij te betrekken. Eerst is er sprake van het openzetten van de sluizen van de hemel (7:11), en dat wordt verduidelijkt door het woord ‘regen’ (vs. 12). Later spreekt God over de boog in de wolken als teken dat Hij het water niet meer tot een vloed laat worden om alle levende wezens te gronde te richten. Dit is van belang wanneer Hij wolken boven de aarde brengt (9:13-16). De mensen hoeven bij het zien van zware regenwolken dus niet bang te zijn dat er een wereldwijde overstroming komt. Er is geen sprake van twee verschillende manieren waarop water naar de aarde komt.

Bart Klink

Beste Douwe,

Dat iedereen de wereld bekijkt met bepaalde vooronderstellingen betekent niet dat elke vooronderstelling even gerechtvaardigd is, noch dat elke kijk even waarschijnlijk is gezien de evidentie. Dat de meeste Bijbeluitleggers geloofden in een ronde aarde, is niet zo vreemd, aangezien Bijbeluitleggers geleerden waren waaronder een ronde aarde inmiddels gemeengoed was. Zijn geloofden dus in een ronde aarde *ondanks* de Bijbel, niet *vanwege* de Bijbel. Er is simpelweg geen Bijbelse passage die duidt op een ronde aarde, terwijl dat gemakkelijk had gekund. Er waren overigens wel vroege geleerden die in een platte aarde geloofde, of in ieder geval niet geloofden dat aan de andere kant van de aarde mensen wonen (‘antipoden’).

De grote Augustinus schreef hierover: “For Scripture, which proves the truth of its historical statements by the accomplishment of its prophecies, gives no false information; and it is too absurd to say, that some men might have taken ship and traversed the whole wide ocean, and crossed from this side of the world to the other, and that thus even the inhabitants of that distant region are descended from that one first man.”
De teksten die ik aanhaal, leg ik juist niet met een westerse bril uit, maar aan de hand van wereldbeelden uit dat gebied in die tijd (Egypte en Mesopotamie). Daar weten we vrij veel van, en het Bijbelse beeld past daar goed in. Wij weten inmiddels beter, waardoor we een uitspraak als ‘de zon komt op’ allegorisch kunnen gebruiken, maar we hebben geen redenen om te denken dat de Bijbelschrijvers hun kosmologische beelden als puur beeldspraak zagen.

Het verhaal van de toren van Babel gaat over een “toren met zijn top in de hemel” en een God die “neerdaalt”. Dit geeft een hemel weer hoog boven de aarde, waar God zit en kan afdalen. Op deze manier kunnen we ons ook de Jakobsladder voorstellen die de aarde met de hemel verbindt. Hoe moeten we ons een afdalende God en de Jakobsladder symbolisch voorstellen? Het opgeroepen beeld is juist zo sterkt doordat we ons er een letterlijk beeld van kunnen voorstellen!

Wat betreft de “wateren onder de aarde”, zie mijn eerdere reactie aan prof. Paul. Natuurlijk staat er een hoop beeldspraak in de Psalmen, maar dat betekent niet dat alles beeldspraak is. De lezer is bekend met het beeld van een aarde stevig gegrondvest door God op de chaotische oerzee, dat maakt dit beeld juist zo krachtig. Hoe zouden we deze zeeën waarop de aarde gegrondvest is symbolisch moeten uitleggen?

Job 26:7 is lastig te vertalen, zeker het tweede deel, omdat wat meestal vertaald wordt met ‘niets’ (Heb. ‘beli-mah’) een hapax is (komt slecht één keer voor). ‘Beli’ wijst op een ontkenning en ‘mah’ is een vraagpartikel, dus dan kom je uit op zoiets als ‘niet-wat?’ Niemand weet zeker wat hiermee bedoeld wordt. Dit vers bevat ook een parallellisme: de noorderhemel wordt uitgespannen boven de woestenij (‘tohu’), de aarde (‘eretz’, wat grond, land of wereld kan betekenen) boven beli-mah. Het zou dus goed kunnen dat ‘tohu’ en ‘beli-mah’ beide verwijzen naar de oerchaos (zie ook Gen.1:2) die onder de aarde is. Duidelijk is in ieder geval dat ook de schrijver van Job meende dat zowel de aarde als de hemel op pilaren of grondvesten staat (9:6, 26:11 en 38:6).

Voor de passages uit Jesaja, Daniel en Mattheus geldt hetzelfde als ik hierboven al aangaf: het opgeroepen beeld is juist zo sterkt doordat we ons er een letterlijk beeld van kunnen voorstellen. En nogmaals: we hebben geen reden om te denken dat de Bijbelschrijvers een ander beeld van de aarde hebben dan een platte schrijf, terwijl dat gemakkelijk had gekund.

Reply
Redactie Logos

Geachte heer Klink en heer Tiemersma, Hartelijk bedankt voor jullie sterk inhoudelijke reacties. Graag wil ik jullie nog even wijzen op moderatieregel nr. 3 waarin staat dat een reactie maximaal 2000 tekens inclusief spaties mag bevatten. Uw reactie bevat meer tekens dan deze regel. Voor deze keer hebben wij dat toegestaan, omdat de reactie sterk inhoudelijk was maar dat kunnen wij natuurlijk niet zo blijven doen. Nogmaals hartelijk bedankt voor jullie leerzame reacties en wij moedigen jullie aan om te blijven reageren en de discussie aan te gaan.

Reply
Bart Klink

Beste prof. Paul,

Gezien het redactionele verzoek tot beknopte reacties richt ik me vooral op de betekenis van ‘raqia’. Er zijn meerdere argumenten te geven voor de betekenis van een ‘harde (solide) koepel in de hemel’ en tegen de betekenis van ‘atmosfeer’. 1) Semantisch: het werkwoord en equivalente woorden uit andere talen duiden op hardheid. 2) Grammaticaal: de hemellichamen zitten *in* (‘be’) de raqia, niet er ‘achter’ of ‘voorbij’; de vogels vliegen *over het aanschijn van* (‘al-penee’) de raqia, niet *in* (‘be’) de raqia (zoals ze wel in de hemel (‘sjamayim’) kunnen vliegen); 3: Functioneel: de raqia dient als een scheider van water erboven en eronder; we hebben geen reden om te denken dat dit water erboven gewoon wolken zijn, want daar heeft het Hebr. een eigen woord voor (‘anan’). 4) Cultureel/antropologisch: in de culturele context context was het idee van een harde hemelkoepel gemeengoed. 5) Er is geen tekstuele ondersteuning voor het tegendeel, terwijl dat er gemakkelijk had kunnen zijn.

Gezien deze argumenten is het niet verwonderlijk dat de consensus (waaronder veel christelijke geleerden) op dit gebied is dat de Bijbelschrijvers een wereldbeeld hadden vergelijkbaar met hun omgeving (ofschoon hun theologische duiding daarvan sterk verschilde!), inclusief een harde hemelkoepel. Degenen die deze consensus verwerpen, zijn bij mijn weten alleen zeer orthodox christenen, die vanuit hun geloofsovertuiging niet kunnen aanvaarden dan de Bijbel fouten bevat.

Accepteert u wel dat de Bijbelschrijvers een geocentrisch wereldbeeld hadden, zoals ook de RK-kerk eeuwenlang en bijvoorbeeld Luther meenden op grond van de Bijbel?

Reply
Mart-Jan Paul

Beste Bart,
Slechts een paar opmerkingen omdat de discussie beëindigd moet worden.
– Het werkwoord rq’ heeft een ruimere betekenis, zeker in de Qal.
– Sinds 1975 wordt de gedachte dat de buurvolken geloofden in een harde koepel, steeds meer losgelaten.
– C. Houtman en O. Keel kunnen niet tot de zeer orthodoxe christenen gerekend worden.
Ik bereid een uitvoeriger publicatie voor over deze zaken, om grondiger op de genoemde problemen in te gaan. Uw reacties stimuleren mij om diverse zaken nader uit te werken.

Nathan van Ree

Het woord rāquîa’ duidt op iets buigzaams en kneedbaars (Kulikovsky, 2009), een kosmische ruimte. (Petersen, 2011) Het feitelijke materiaal van de expansie is niet inherent aan het woord zelf. Zo worden in Numeri 16:38 de woorden ‘rāquîa’ en pahim (platen) gecombineerd, waardoor een ‘expansie van platen’ gesuggereerd wordt. In Genesis zijn ‘de hemelen’ het onderdeel van de expansie. Deze context duidt geen solide koepel aan.
De HSV vertaalt Job 37:18: ‘Heb je samen met Hem de hemel uitgespannen, die vast is als een gegoten spiegel?’ Hier is sprake van een vergelijking met als, een vorm van beeldspraak. Of hierin moet worden gelezen dat dit beeld duidt op een solide koepel valt te betwijfelen, gezien de bovengenoemde context. Het duidt op vastigheid, maar dat hoeft niet op het materiaal zelf te slaan.
In Genesis 1:8 wordt het uitspansel ‘hemel’ (shamayim) genoemd. Vergelijk ook Spreuken 30:19 en de Psalmen 85:12, 19:6, 148:4, 2:4, 11:4, 139:8, 8:8, 79:2. Uit de Bijbel zelf blijkt geen inhoudelijk verschil tussen rāquîa’ en shamayim. Bovendien gebruikt de Bijbel in de context van het uitstrekken van de hemel ook de woorden nātāh (bv. Psalm 102:4), tāpnach (bv. Jesaja 48:13) en mātach (bv. Jesaja 40:22). De Bijbel is niet specifiek op bepaalde vlakken, zoals kosmologie. Toch lijkt Job 26:7 echt te duiden op een aarde die ‘los’ hangt, in tegenstelling tot wereldbeelden als met een aarde op de rug van schildpadden.

Wat betreft de platte aarde: in het oude Hebreeuws ontbreekt simpelweg een apart woord voor ‘bolvormig’. Het woord dûr wordt weleens naar voren geschoven (denk aan Jesaja 22:18), maar dat kan evenals chug duiden op zowel een cirkel als een bol. In Jesaja 29:3 lezen we: ‘Want Ik zal u rondom (dûr) belegeren, Ik zal u insluiten met bolwerken en versterkingen tegen u opwerpen.’ Van een belegering rond de stad in de vorm van een bol is hier uiteraard geen sprake, de context noopt tot een cirkelvorm. De essentie van het woord chug is dat het gaat om iets ronds.

Reply
Bart Klink

Beste Nathan,

Wie zijn de twee auteurs waarnaar je verwijst? Bijbelwetenschappers? Voor de betekenis van raqia als “kosmische ruimte” zie ik geen enkele grond, noch taalkundig, noch in de betekenis van de verzen. Het lijkt me dan ook achteraf inleeswerk. Iets buigen en kneden kun je alleen met een solide object, dus dat sluit aan bij raqia als ‘koepel’.

De passages uit Numeri die je bedoelt is waarschijnlijk 17:3, waar het om ‘riquee pachiem’ gaat, platen die uitgehamerd worden om een altaar te kunnen bedekken, een solide object dus. Dit staat heel ver af van de expansie van de hemel (in wat voor zin eigenlijk? het universum?)

In Job 37:18 wordt de vergelijking gemaakt met een “gegoten spiegel”, en die is toch echt solide. En waar zou ‘chazaq’ anders op moeten slaan, als het niet de harde koepel is? Het woord ‘sjamajim’ wordt soms inderdaad als synoniem gebruikt voor raqia, maar heeft een veel bredere betekenis (vergelijk onze ‘hemel(koepel)’ en ‘lucht’), zoals te vinden is in elk woordenboek (zie o.a. de BDB en HALOT). Je kunt dus zeker niet zeggen dat er “geen inhoudelijk verschil” tussen beide woorden is. Uiteraard is de Bijbel niet zo specifiek als de moderne astronomie, maar het Bijbelse beeld sluit aan bij het primitieve wereldbeeld van de omliggende volkeren, terwijl dat niet zo had hoeven zijn. Op Job 26:7 ben ik hierboven al ingegaan.

Volgens mij heeft het Heb. inderdaad geen woord dat alleen ‘bal’ betekent, al komt ‘dur’ volgens mij dichter in de buurt dan ‘chug’. Er is echter een prima andere optie: omschrijven. Zo had in de Bijbel kunnen staan dat aan de andere kant van de aarde mensen wonen, of dat je de aarde rond kunt varen, of dat de aarde draait. Ook had er kunnen staan dat er geen water onder de aarde is, maar vuur. Er had kunnen staan dat de sterren als de zon zijn, maar dan veel verder weg. Er zijn genoeg simpele én wetenschappelijke juiste beschrijvingen, maar de Bijbelschrijvers kozen voor de onjuiste, net als de omringende volkeren.

Bart Klink

Beste prof. Paul,

Ik heb alle 12 keer dat het werkwoord rq’ in de Bijbel voorkomt (in de qal, piel, hifil en pual) erop nagelezen, en al de 12 keren gaat het om het uitstampen/uitspreiden van iets solides (een metaal, de hemel of de aarde) of het stampen met de voeten. Ook de grote woordenboeken (BDB, HALOT) geven deze betekenis. Ik zie dus niet welke “ruimere betekenis” u bedoelt.

In de grote wetenschappelijke commentaren (Oxford Bible Commentary, Word Biblical Commentary, The New International Commentary on the Old Testament en ik vermoed de Anchor Bible ook) wijzen op afleiding van raqia van rq’ in de betekenis van ‘uitstampen/uitspreiden’ en noemen de raqia een ‘koepel’. Alleen Wenham (WBC) is wat voorzicht om het een “glazen koepel” te noemen omdat hij beeldspraak niet uitsluit.

Verder geven grote Bijbelwoordenboeken als de Anchor Bible Dictionary (“Heaven”) en de HarperCollins Bible Dictionay (“Firmament”) aan de dat raqia een koepel is. Ook Michael Coogan geeft in zijn veelgebruikte inleiding tot het OT aan dat de Bijbel een wereldbeeld schetst vergelijkbaar met dat van de omringende volkeren, inclusief koepel. Zelfs de door u aangehaalde O. Keel spreek over de “vault of heaven”, door bergen ondersteund. Volgens mij is hier dus wel sprake van een wetenschappelijke consensus. Het proefschrift van Houtman heb ik besteld, dus ik ben benieuwd.

Ik ben uiteraard ook erg benieuwd naar uw uitvoerigere publicatie over dit onderwerp!

Reply
Nathan van Ree

Beste Bart,

Aansluitend bij prof. Paul had ik het kort en om de discussie niet nodeloos te verlengen laat ik het hier even bij.

De genoemde referenties: Kulikovsky, A.S., Creation, Fall, Restoration, p.131, 2009 en Petersen, N., “My hand stretched out the heavens”, onuitgegeven proefschrift uit 2011 waar ik iets over gelezen heb en waaruit dit geciteerd werd.

Of er in de tekst door deze mensen iets ‘ingelezen’ is kan ik niet zeggen. Een solide koepel lijkt me echter niet kneedbaar. Wat betreft Numeri: ik bedoel toch echt 16:38, in 17:3 staat in mijn Bijbel iets heel anders. Hoe dan ook, het ging in dat voorbeeld om de toepassing van het woord in combinatie met bepaald materiaal.

Ik sta achter mijn eerdere punt over Job 26:7 en denk dat de vastigheid van Job 37:18 meer te maken heeft met het feit dat de atmosfeer zoals de aarde die kent niet wijkt en de aarde beschermt.

Als rāquîa’ en sjamajim binnen dezelfde context inwisselbaar worden toegepast, lijkt me dat er binnen die context geen inhoudelijk verschil werd geacht te bestaan tussen beide woorden; ze beschrijven hetzelfde, binnen dezelfde passage.

Dat de Bijbel niet omschrijft dat de aarde een bol is (waarover al iets gezegd), mensen deze rond zouden kunnen varen of dat deze draait (hoewel het roteren en het eerste licht goed aansluiten bij het beschreven dag-nachtritme), heeft m.i. niets te maken met het ontkennen daarvan. Het perspectief ligt niet afstandelijk, het is dan ook geen wetenschappelijke omschrijving. Als ik zeg ‘de zon gaat onder’ bedoel ik ook niet dat de zon beweegt in plaats van de aarde. Wat betreft water onder de aarde, volgens mij snijdt de uitleg van prof. Paul hout, maar je zou zelfs kunnen denken aan de ontdekking dat er vermoedelijk water onder het aardoppervlak zit, wat wellicht aansluit bij de bronnen van de grote watervloed. De mening dat de Bijbelschrijvers kozen voor een onjuiste beschrijving wordt door de mij bekende literatuur en de kerkvaders uit de historie niet gedeeld.

Reply
Bart Klink

Beste Nathan,

Nog een paar korte opmerkingen:
(…)
– In Psalm 19:1 wordt de raqia geroemd als het werk van Gods handen, dus zo vreemd is dat beeld niet.
– Er is geen enkele reden om te denken dat Job 37:18 gaat over “de atmosfeer zoals de aarde die kent niet wijkt en de aarde beschermt”. Zo’n lezing is volstrekt anachronistisch.
– Raqia en sjamajim functioneren grammaticaal en semantisch anders in Gen 1. Zo wordt er in vers 14 gesproken van ‘beriqia hasjamajim’: de raqia *van de hemel* (raqia staat in status constructus hier). Het zijn dus geen equivalente woorden.
– Het feit dat wij een uitdrukking als ‘de zon komt op’ überhaupt als beeldspraak kunnen gebruiken, komt doordat we weten dat het letterlijk fout is, we weten beter door de kennis opgedaan in de afgelopen eeuwen. We hebben geen enkele reden om te denken dat de Bijbelschrijvers ook beter wisten, en ze dus simpelweg de primitieve voorstelling van zaken geven, net als de omliggende volkeren.

peter b

Interessant weer deze discussie over woorden. Vraagje aan Bart Klink:

Vind jij dat de hemelen (het Universum als geheel) kneedbaar zijn? Kun je het universum kneden?

met groet,

pb

Reply
Marco Jut

De hieronder geschreven bijdrage had ik naar de RD redactie gemaild met de vraag geplaatst te worden onder de rubriek Opgemerkt, maar kreeg deze terug met de opmerking om eerst met prof. Paul contact op te nemen omdat het forum artikel een samenvatting zou zijn en dus mogelijk niet volledig. Nu ik deze topic op de Logos Instituut site tegen kwam, ben ik zo vrij geweest om te vragen deze daarop te plaatsen. Aangezien ik de bijdrage niet gewijzigd heb klopt het misschien niet met de volgorde van de topic.

In zijn forum bijdrage “Aarde is niet plat in de Bijbel” (RD 13-2), trekt hij aan het einde van het artikel de conclusie dat de Bijbel geen verouderd wereldbeeld heeft, maar vooral de taal van de waarneming gebruikt.

Terwijl er in de samenvatting van zijn lezing totaal geen argumenten worden aangedragen dat laat zien dat de Bijbelschrijvers niet een wereldbeeld hadden van een platte aarde. Maar alleen over het uitspansel of deze wel of niet een koepel was en of de wateren wel of niet onder de aarde waren, dit aan de hand van een interpretatie van een paar teksten.Ik vind het een te snel getrokken conclusie en daarom zou het goed zijn om de vele andere teksten die betrekking hebben op het toenmalig wereldbeeld te onderzoeken; o.a. in de psalmen wordt dit regelmatig genoemd b.v. Ps. 104:1-5 “een aarde op fundamenten/ pilaren en overspannen met een tentkleed enz.” of Job 9:6 “Hij schud de aarde van haar plaats zodat haar pilaren wankelen”, het staan op pilaren suggereert een platte aarde. Dit noemt dr. Paul gebruik van de taal van de waarneming, een platte aarde en hemelkoepel kan een waarneming zijn maar een aarde op fundamenten/pilaren niet, dat is een veronderstelling. Nu is het zo dat wij op de zelfde manier waarnemen als ten tijde van de Bijbelschrijvers, maar wij hebben er wel een ander (wereld) beeld bij, en beschrijven zoiets dan ook anders.

Een ander voorbeeld; Job 38:1-13 waar God in een dialoog met Job, Zijn schepping schets van een aarde op pijlers met een zee die afgesloten is met deuren enz. of vers 13 waar de goddelozen van de aarde afgeschud worden. Is dit een waarneming van God of een beschrijving van de Bijbelschrijvers met een toenmalig wereldbeeld? Terwijl de volgende hoofdstukken 39 t/m 41 voor ons wel een herkenbare beschrijving geven. Het zelfde wereldbeeld komt ook voor in andere geschriften zoals Jes. 40:22 “schijf van de aarde met een doek over spannen (NBV)” of over een hemel op pilaren Job 26:11 en ook Sam. 22:8-11 “de fundamenten van de hemel sidderden….. Rook steeg uit Zijn neus….Hij reed op een cherub en vloog”.
Het lijkt mij verstandig dat prof. dr. M. J. Paul zijn lezing nog eens overdenkt en daar alle teksten in betrekt die het toenmalig wereldbeeld betreffen, om tot een eerlijke conclusie te komen.

Reply
Radagast

Volgens de heer Paul zou de term ‘in de wateren onder de aarde’ hetzelfde betekenen als ‘in zee’ of ‘in het water’. Inderdaad zou dit kunnen in het geval van Exodus 20, maar de term komt ook in het Nieuwe Testament voor. Ik ben benieuwd hoe de heer Paul de volgende teksten uitlegt:

Filipenzen 2:10: Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.

Wonen er mensen in zee?

Openbaring 5:13: En elk schepsel dat in de hemel, op de aarde, onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Aan Hem Die op de troon zit, en aan het Lam zij de dankzegging, de eer, de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid.

Hier worden zowel de termen ‘op de zee’ als ‘onder de aarde’ gebruikt.

Reply
Ton Nuiten

Wat de aarde als een draaiende bol door de ruimte betreft, zou ik graag op de geschiedenis van de Israëlitische koning, Hizkia, willen wijzen. (Jesaja 38:1-8) Hier lezen we dat Hizkia ziek werd en wel zozeer dat hem door de profeet in opdracht van God werd aangekondigd dat hij spoedig overlijden zou. De boodschap komt zo hard aan bij de koning dat hij wenend de Heer zoekt met smeking. Jesaja die het paleis op dat moment al heeft verlaten, krijgt van de Heer opdracht terug te keren; Hij heeft de smekingen van Hizkia gehoord en zijn tranen gezien en besluit hem nog vijftien jaar aan zijn leven toe te voegen. Om de koning van de waarachtigheid van de profetie waarin hem zijn levensverlenging was aangekondigd te overtuigen, zal God de zon met tien treden op de zonnewijzer van Achaz teruggaan. En dit gebeurt dan ook. Het woord des Heeren luidt letterlijk:

“Zie, Ik laat op de schaalverdeling van Achaz’ zonnewijzer de schaduw die door de zon is gedaald, tien treden teruggaan. En de zon ging tien treden terug die ze op de schaalverdeling was gedaald.” (vers 8)

Waar het nu om gaat, is dit: God Zelf zegt hier via de profeet dat de zon met tien treden terug zou treden. Als nu de aarde om de zon zou draaien zoals beweerd wordt, zou God misschien een fout hebben gemaakt? Zou het dan niet redelijker en logischer zijn geweest dat Hij gezegd zou hebben dat de aarde met zoveel graden terug zou gaan? God maakte op deze wijze echter duidelijk dat de aarde stationair is en dat de zon om de aarde draait! En ik geloof dat God volmaakt en onfeilbaar is en heel de Bijbel (dus ook de passages in Jesaja 38:1-8) het onfeilbare Woord van God is. Kortom: hier wordt in enkele passages het geocentrische model geschetst! Wat dunkt u?

Reply
Radagast

Mij dunkt van niet. Er wordt namelijk helemaal geen model geschetst. Er wordt gewoon beschreven wat Hizkia kon zien. Om het feitelijke verhaal van de draaiing van de aarde aan Hizkia te vertellen, zou het verhaal nodeloos inggewikkeld hebben gemaakt.

Nathan van Ree

Geachte heer Nuiten,

De Bijbel hanteert vaak fenomenologisch taalgebruik, wat past bij een ooggetuigenverslag. Het gebruikte referentiekader is hier dat van de observator op aarde. God zegt niet dat Hij de zon beweegt, maar dat de schaduw op de schaalverdeling tien graden teruggaat. De ‘verslaggever’ schrijft dat de zon tien treden terugging ‘die ze op de schaalverdeling was gedaald’. Dit is ook wat wordt waargenomen. Dat het redelijker en logischer zou zijn dat er geschreven zou zijn dat de aarde tien graden terug zou gaan, voelt wellicht zo wanneer men redeneert vanuit het referentiekader van de moderne wetenschap, maar dit is niet het referentiekader dat de Bijbel hier gebruikt.

Is het terecht om in het verlengde hiervan te redeneren dat de Bijbel een geocentrisch model voorschrijft?
Qua observaties is het op zich geen probleem om vast te houden aan het geocentrische model, met de aarde als vast ijkpunt waar al het andere omheen draait. Hier had Fred Hoyle ook geen problemen mee (Hoyle, F., Nicolaus Copernicus, Heinemann Educational Books Ltd., London, p. 78, 1973).
Echter, wanneer men de natuurkundige wetten erbij betrekt, zoals de omgekeerde kwadrantenwet volgens welke alle objecten in het universum elkaar aantrekken en het impulsmoment dat de aantrekkingskracht van de zwaartekracht balanceert, is dit model als absoluut geheel onhoudbaar. Natuurkundige wetten beschrijven, ze schrijven niet voor. Met behulp van geokinetische inzichten is bijvoorbeeld Neptunus ontdekt, terugkeer van Halley juist voorspeld en werkt de aberratiemethode, om maar enkele voorbeelden te noemen.

Er zijn dus harde feiten die het geocentrische model weerleggen. Ik ben het met u eens dat de Bijbel het onfeilbare woord van God is (bepaalde vertalingen even buiten beschouwing gelaten). Om nu te stellen dat God in Zijn onfeilbare woord voorschrijft dat de aarde stationair is en dat de zon om de aarde draait, zou je kunnen zien als zeggen dat God Zijn eigen schepping niet goed begrijpt.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over