Aardlagen en de geologische tijdschaal
In het museum zie je misschien wel een plaat van de geologische tijdschaal hangen. Dat is een plaat van opgestapelde aardlagen met fossielen er in. De volgorde van de fossielen zou de evolutietheorie bewijzen. Is dat ook echt zo? Er zijn best wat problemen met de geologische tijdschaal van de evolutietheorie. En… je kan er ook met een andere bril naar kijken! Er zijn bijvoorbeeld christelijke wetenschappers die zeggen: de zondvloed is op een bepaalde manier gebeurd. Daardoor zijn de zeedieren en amfibieën eerder bedolven door de zondvloed dan de grotere zoogdieren. Dat heeft voor de volgorde van fossielen gezorgd, niet evolutie. In dit artikel lees je één theorie/idee waarop het gegaan zou kunnen zijn.Fossielen in lagen
Het gebruikelijke verhaal over fossielen is dat elke laag in de aarde een tijdsperiode laat zien waarin bepaalde dieren leefden en stierven. Maar creationisten geven een andere uitleg aan deze fossielen en aardlagen. Dr. Kurt Wise heeft een model bedacht. Zijn model laat één manier zien waarop hoe de lagen met fossielen zouden kunnen zijn ontstaan.
Let op: hoewel we de namen gebruiken van de verschillende lagen in de geologische kolom, geloven we niet in de lange tijdsperiodes die daar meestal bij horen.
4004 v.Chr.: Precambrium – de scheppingsweek
De lagen uit het Precambrium stellen de “fundering” van de aarde voor. God maakte deze gesteenten tijdens de scheppingsweek. Toen bestond er één supercontinent dat door wetenschappers ook wel Rodinia wordt genoemd. Grote delen van dit continent waren bedekt met ondiepe zeeën. Aan de rand van het land waren warmwater-riffen. Op het water waren grote drijvende bossen. Verder landinwaarts leefden de oorspronkelijk geschapen soorten dieren en mensen.
Rodinia: een volgens wetenschappers bestaand oercontinent dat mogelijk vóór de zondvloed bestond. (red. Logos Instituut)
2349 v.Chr.: De zondvloed begint – Paleozoïcum
Paleozoïsche dieren zonder wervelkolom (ongewervelde dieren), die in de ondiepe zeeën leefden, werden als eerste bedekt met sediment (modder en zand van de zondvloed). De zandduinen langs de stranden van Rodinia en de dieren die daar leefden, werden door het water meegenomen en verderop weer neergelegd. Deze afzettingen staan bekend als de Permo-Trias-zanden.
De fossielenlagen van het Ediacarium tot het Krijt
De lagen van het Ediacarium tot en met het Krijt laten volgens dit model zien hoe de zondvloed leefgebieden één voor één wegvaagde. Dat gebeurde in deze volgorde:
- De warmwater-riffen: Vendien- en Cambriumlagen
- De ondiepe zeeën: Ordovicium- en Siluurlagen
- De drijvende bossen: Sigillaria, Devoon, Mississippien en Pennsylvanien
- De dinosaurussen: Trias, Jura en Krijt
Sigillaria: een uitgestorven soort boomvaren die veel voorkomt in steenkoollagen. (red. Logos Instituut)
Landdieren werden pas als een van de laatsten begraven.
2300–2000 v.Chr.: Na de zondvloed – Paleogeen en Neogeen
De lagen uit het Paleogeen en Neogeen (vroeger het Tertiair en Kwartair genoemd) zijn gevormd in de eerste paar honderd jaar na de zondvloed.
Bedolven ecosystemen
Creationistische geologen denken iets verschillend over de volgorde van de gebeurtenissen. Maar de meeste creationistische geologen zijn het wel eens dat dit de manier is waarop fossielen in aardlagen op deze manier zijn ontstaan. Ze zijn het erover eens dat de fossielen en aardlagen niet zozeer tijdsperioden voorstellen van miljoenen jaren, maar dat je ze beter kunt omschrijven als ‘bedolven ecosystemen’.
Meer informatie voor volwassenen
Voor meer informatie kun je het volgende artikel lezen:
K. Wise, “The Hydrothermal Biome: a Pre-Flood Environment,” Proceedings of the Fifth International Conference on Creationism. Creation Science Fellowship, 2003, p. 359–370.
Dit artikel is met toestemming vertaald en overgenomen van Answers in Genesis Kids. Lees hier het oorspronkelijke artikel.
Meer lezen over aardlagen? Zie logos.nl/kids voor andere artikelen, posters en werkjes.








