De dood is doorgegaan tot alle mensen. Dit is het droevige refrein dat telkens weerklinkt in dit hoofdstuk: ‘(…) en hij stierf’. De mens die het leven uit Gods hand heeft ontvangen, is vanwege zijn zonde onderworpen aan de dood. Is er wel een groter contrast denkbaar dan dat tussen leven en dood? Als wij de Bijbel lezen, dan zien wij dat het leven te danken is aan God de Schepper. Het is niet vanzelf of zomaar toevallig ontstaan. Achter de schepping staat een Goddelijke Maker, die alles met wijsheid heeft ontworpen en Wiens scheppingskracht zowel in het grote als in het kleine, zowel in de geweldige sterrenstelsels als in de geheimen van het atoom, kan worden bewonderd. De Bijbel zegt dat zó: Gods eeuwige kracht en Goddelijkheid worden vanaf de schepping uit Zijn werken doorzien (Rom. 1:20). Als men goed nadenkt, moet men wel tot de conclusie komen dat de schepping is voortgekomen uit de handen van een almachtige Schepper. De levende God is de Oorsprong van alle leven. Eén woord van Hem was voldoende om de dingen in het aanzijn te roepen die er voordien niet waren: ‘Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er’ (Ps. 33:9). Hij sprak: ‘Er zij licht; en er was licht’ (Gen. 1:3).

Maar hoe komt het dan, dat de dood zijn intrede heeft gedaan in Gods schone schepping? Als God de Oorsprong van het leven is, waar komt de dood dan vandaan? Of dienen wij de dood misschien als een natuurlijke zaak te zien, die nu eenmaal bij het leven hoort? Is de dood geen vijand, maar een vriend? Dat zijn allemaal heel belangrijke vragen, en het is van het grootste belang daarop het juiste antwoord te vinden. Wanneer wij bedenken dat de dood eigenlijk precies het tegenovergestelde van het leven is, dan wordt al snel duidelijk dat God, die de Bron van het leven is, niet tegelijk ook de Oorsprong van de dood kan zijn. De dood is namelijk een zaak die volkomen strijdig is met Gods wezen als de Vorst van het leven. De tegenstelling daartussen is even groot als die tussen het licht en de duisternis, tussen goed en kwaad. Men kan wel proberen die verschillen weg te redeneren, maar dat is niet meer dan zelfbedrog. Dan gaat men aan de werkelijkheid voorbij en schept men een schijnwereld, waarin het leven even zinloos is als de dood. Gods Woord leert ons wel iets anders. De dood is het domein van Gods grote tegenstander, de satan, ‘die de macht had over de dood’ (Hebr. 2:14). Omdat het eerste mensenpaar bezweek voor zijn verleidende woorden, heeft de dood zijn intrede gedaan in onze wereld: ‘(…) door één mens is de zonde de wereld binnengekomen en door de zonde de dood’ (Rom. 5:12). De dood, zo zegt een andere apostel, is de laatste schakel van de keten die begint bij de begeerte in ons zondige hart (Jak. 1:13-15). Niet slechts Adam en Eva waren zondaars, maar ook al hun nakomelingen en daarom is de dood tot alle mensen doorgegaan.

De laatste Adam, een levendmakende geest

Gelukkig heeft de satan niet het laatste woord. Er is Iemand gekomen die machtiger was dan hij, die hem heeft overwonnen en hem zijn goederen heeft ontroofd. De komst van deze Held was direct na de zondeval al door God aangekondigd. Iemand geboren uit een vrouw zou de slang de kop vermorzelen, hoewel dat dan ook het einde van Zijn loopbaan hier op aarde zou betekenen, want de slang zou Hem de hiel vermorzelen (Gen. 3:15). Paulus noemt Hem het tegenbeeld van Adam, door wie de dood in de wereld is gekomen. Christus is de tweede Mens en de laatste Adam, de Overwinnaar van zonde, dood en Satan (zie Rom. 5 en 1 Kor. 15).

Daarom is het van groot belang te zien dat het vers dat wij uit Hebreeën 2 citeerden, in de verleden tijd is gesteld! De duivel had de macht over de dood, maar hij is onttroond door de verrezen Heer. Christus heeft hem overwonnen en Hij heeft ook de dood tenietgedaan en leven en onvergankelijkheid aan het licht gebracht (2 Tim. 1:10). Johannes op Patmos ziet Hem als degene die de sleutels, d.i. de macht van de dood en van het dodenrijk in handen heeft (Openb. 1:18). Christus verbrak de banden van de dood, die Hij in onze plaats onderging. Nu is Hij als de opgestane Heer het familiehoofd van een nieuw mensengeslacht. Hij schenkt het eeuwige leven aan allen die in Hem geloven en die door Zijn werk verlost zijn van vrees voor de dood. Wij kunnen nu vrijmoedig zingen: ‘Nu jaagt de dood geen angst meer aan, want alles, alles is voldaan’. Wij kennen Christus als de Opstanding en het Leven, en wij zijn met Hem opgestaan tot een nieuw leven.

Daarom gaat de ijzeren wetmatigheid ‘en hij stierf’ nu niet meer op. Dit wordt in Genesis 5 zelf trouwens ook aangegeven door de éne uitzondering die wij daar vinden, namelijk in de geschiedenis van Henoch: hij wandelde met God en werd weggenomen zonder dat hij de dood behoefde te zien. Dat is ook ónze hoop als gelovigen, want wij verwachten de wederkomst van Christus om ons op te nemen in Zijn heerlijkheid. Hij zal onze sterfelijke lichamen in een ondeelbaar ogenblik gelijkvormig te maken aan het lichaam van Zijn heerlijkheid. En zelfs als wij vóór die tijd ontslapen, is de dood niet meer de koning der verschrikking, maar een dienstknecht die ons draagt in het paradijs; daar zullen wij met Christus zijn tot het ogenblik dat wij worden opgeroepen en samen met de levenden die overblijven worden ingevoerd in het Vaderhuis met de vele woningen. De Heer komt Zelf om ons te halen, en Hij roept de ontslapenen uit het graf (vgl. Luc. 23:43; Joh. 14:1-3; 1 Kor. 15:51-52; Fil. 1:23; 3:21; 1 Tess. 4:15-18).

Kiest u het leven of de dood?

Maar daartoe is het beslist noodzakelijk om ook nú al te luisteren naar de stem van de Heer en deel te krijgen aan het leven dat Hij alleen kan geven. Hebt u Zijn roepstem al vernomen: ‘Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten’ (Ef. 5:14)? Dan breekt er een nieuwe dag voor u aan – nu al tijdens dit leven op aarde – waarin Christus uw Licht is. Ieder mens is immers van nature een kind des doods, iemand die in deze donkere wereld verzonken is in een geestelijke doodsslaap. De Bijbel noemt dat: ‘(…) dood in overtredingen en zonden’ (Ef. 2:1). Maar Hij die eens Lazarus uit het graf riep, is machtig ook u te roepen uit het ‘graf’ van uw zonden en schuld. Als u Zijn stem dan hoort, verzet u niet en sta op en ga tot Hem die met geopende armen op u wacht (zoals de vader wachtte op de verloren zoon, Luc. 15). Wie tot Hem komt, zal Hij geenszins uitwerpen.

Maar bedenk ook: Christus is de Heer van leven én dood. Als u Hem nu niet als uw Redder wilt ontmoeten, zult u Hem straks als uw Rechter tegenkomen. Alle macht is Hem in handen gegeven, en Hij staat gereed om zowel levenden als doden te oordelen (1 Petr. 4:5). Wie met Hem is opgestaan ten leven heeft niets te vrezen, maar wie in zijn geestelijke doodsslaap blijft liggen wordt door Hem verwezen naar de twééde dood, dat is de poel des vuurs (Openb. 20:11-15). Dan wordt het ‘en hij stierf’ een onherroepelijk feit, want aan de tweede dood is geen ontsnapping meer mogelijk. Neem daarom vóórdat het voor eeuwig te laat is de toevlucht tot Christus, de Leidsman ten leven.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Rechtstreeks. De volledige bronvermelding luidt: Bouter, H., 2011, Adam en de ernstige gevolgen van de zondeval Rechtstreeks 8 (4): 4 (PDF).

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

De dood is doorgegaan tot alle mensen. Dit is het droevige refrein dat telkens weerklinkt in dit hoofdstuk: ‘(…) en hij stierf’. De mens die het leven uit Gods hand heeft ontvangen, is vanwege zijn zonde onderworpen aan de dood. Is er wel een groter contrast denkbaar dan dat tussen leven en dood?

...
Read more