Dit boek is het vervolg op het eerder verschenen Wie heeft God gemaakt, waarin het gaat om de redelijkheid van het geloof in God ten overstaan van de moderne natuurwetenschap. In dit nieuwe boek gaat het over de oorsprong van de mens. De titel stelt drie mogelijkheden: (1) hij is door God afzonderlijk geschapen naar Zijn beeld en kreeg daarbij de naam Adam om zijn individualiteit aan te geven, (2) hij is een wezen dat een buitenaardse oorsprong heeft, zodat er in het heelal mogelijk nog meer mensachtigen zijn, en (3) hij is door evolutie voortgekomen uit de aapachtigen. Wie het eerste boek van Andrews gelezen heeft, kan gemakkelijk raden voor welk alternatief hij in dit boek gaat. In principe ligt de wording van de mens zoals die in de evolutietheorie beschreven wordt, op het terrein van de biologie, en Andrews is natuurkundige. Maar de auteur heeft zich in dit boek netjes bij zijn stiel gehouden, want hij gaat in zijn zoektocht naar de oorsprong van de mens zo ver terug dat hij meer op het gebied van de kosmologie zit dan van de biologie. Bovendien gebruikt hij ook niet primair argumenten vanuit biologische waarnemingen, maar laat hij de argumentatiefouten zien die er in de disciplines die evolutionair denken over de wording van de mens gemaakt worden. Daardoor kan hem in elk geval niet aangewreven worden dat hij zich als een charlatan uitspreekt over een discipline die hij niet beheerst. Je kunt het met zijn stellingen nog oneens zijn, maar dan zul je de discussie met hem moeten aangaan op zijn eigen vakgebied.

Wat is de mens?

Bijna de helft van het boek gaat over kosmologie: de vraag naar de oorsprong en ontwikkeling van het heelal, en van de aarde als een plaats waar alles zich precies zo ontwikkelde dat daar leven mogelijk was. De auteur laat zien dat zuiver naturalistische verklaringen tekortschieten om deze wording te verklaren. De gedachte van meerdere universa (het multiversum), bedoeld om het argument van de fijnafstemming van het universum te weerleggen, gaat precies mank aan wat de naturalisten inbrengen tegen theïsten, namelijk dat er geen enkele empirische evidentie voor is. Zo slaagt Andrews erin om de tegenargumenten van naturalisten op hun eigen hoofd te laten neerkomen.

Vervolgens gaat Andrews over op de uniciteit van de mens, die een evolutionaire verklaring van zijn ontstaan op zijn minst problematisch maakt. Hij laat uitvoerig zien dat de vermeende grote genetische verwantschap tussen aap en mens veel te simplistisch wordt voorgesteld en dat bij nadere beschouwing blijkt dat die verwantschap helemaal niet groot is. Ook de vele speculaties in de paleontologie, waarin op grond van onderzoek naar fossielen geprobeerd wordt een relatie tussen mens en aap te leggen, bespreekt Andrews op een redelijk toegankelijke manier. Het meest lastige punt voor een evolutionaire verklaring voor de wording van de mens wordt door Andrews uitgebreid aangevoerd als argument voor een unieke schepping van de mens.

Het laatste deel gaat in op de grote rol van wereldbeschouwingen in de wording van wetenschappelijke theorieën. Andrews laat zien dat wereldbeschouwingen aan wetenschap voorafgaan en niet door wetenschap gerechtvaardigd worden, maar dat ze wel een invloed hebben op de manier waarop we, ook wetenschappelijk, naar de werkelijkheid kijken. De laatste paar hoofdstukken gaan in op wat de Bijbel zegt over de aard van de mens; deze hoofdstukken staan wat verder af van de hoofdlijn van het boek. Ondertussen worden er wel mooie dingen in geschreven.

Al met al een boek dat het lezen waard is. Of het evolutionisten zal overtuigen weet ik niet, maar in elk geval geeft het hen veel stof tot overdenking. Veel evolutionisten slaan helaas bij voorbaat helemaal dicht als zulke argumenten naar voren gebracht worden. Over objectiviteit gesproken. Een recensie van Taede Smedes van het eerdere boek van Andrews was zo vooringenomen dat ze zelfs door NBD|Biblion weer werd ingetrokken en vervangen door een evenwichtigere. Het valt sommige evolutionisten niet mee hun emoties in te houden bij het beoordelen van argumenten tegen evolutie. Het boek van Andrews zal ongetwijfeld de nodige irritatie bij zulke mensen oproepen. Wie het boek met een ‘open mind’ leest, zal moeten toegeven dat er heel wat in staat dat op zijn minst waard is op in te gaan en niet bij voorbaat als creationistische onzin te worden afgeserveerd.

Dit boek wordt ook in onze webshop te koop aangeboden.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Marc de Vries

Written by

Marc de Vries is fysicus en filosoof en is verbonden aan de Technische Universiteit Delft.