Het is onmiskenbaar dat het beeld van Genesis 1 en 2 diametraal staat tegenover het beeld van de evolutietheorie, stelt dr. Willem Binnenveld.

Dr. René Fransen schreef een artikel (RD 4-8) naar aanleiding van een kritische reactie van enkele biologen op het boek ”En de aarde bracht voort” van prof. G. van den Brink (RD 18-7).

Zijn eerste punt is dat het argument van deze biologen tegen de evolutietheorie met betrekking tot pseudogenen niet klopt. Creationisten en Fransen achten het voorstelbaar dat onze voorouders een intact gen voor het maken van vitamine C hadden en dat dit in de loop van generaties kapot is gegaan. Het verschil is dat de creationisten Adam en Eva als voorouders beschouwen, terwijl Fransen die voorouders ergens anders plaatst.
Als hij het heeft over een degeneratiemodel dat creationisten zouden hanteren en dat speculatief is, dan bestrijdt hij een model dat hij zelf ook hanteert. Hij verzet vervolgens de palen en zegt dat het bestaan van pseudogenen niet zozeer het argument is voor een gemeenschappelijke afstamming van alle dieren (inclusief de mens), maar het verspreidingspatroon van de pseudogenen. Dit is echter niet het argument dat door Van den Brink is genoemd. Toch wil ik er wel verder op ingaan.

DNA-mutaties

Het defect in het gen bij mensen lijkt op dat bij mensapen; het defect bij cavia’s en vleermuizen verschilt hiervan. Volgens een evolutionist is dat een sterke aanwijzing voor verwantschap tussen mens en mensaap. Een gezamenlijke voorouder zou het defect opgelopen en vervolgens doorgegeven hebben aan de verschillende afstammingslijnen.

Het is echter nog maar de vraag of dit argument standhoudt. Er zouden namelijk mechanismen kunnen zijn die ervoor zorgen dat het defect bij mensen en het defect bij mensapen op elkaar lijken. Mutaties (veranderingen) in het DNA komen namelijk niet volstrekt door toeval tot stand. Er zijn delen van het DNA die snel muteren en delen die langzaam muteren. Dit is niet alleen afhankelijk van het stuk DNA zelf maar ook van de omgeving waarin het zich bevindt. Mensapen en mensen hebben naast essentiële verschillen veel overeenkomsten. Aangezien het DNA van mensen en het DNA van mensapen overeenkomsten hebben, is het voorstelbaar dat mens en mensaap overeenkomstige ”zwakke” plekken in het DNA hebben en dat dezelfde neiging tot mutatie die bij de mensaap optrad ook bij de mens is opgetreden, maar dan ónafhankelijk van elkaar. Deze optie is niet speculatiever dan de optie dat mens en aap een gemeenschappelijke afkomst zouden hebben.

Calvijn

Als tweede punt bestrijdt Fransen het omphalos-argument (de aarde is met schijnbare ouderdom geschapen), omdat God de mens dan moedwillig op een dwaalspoor zou zetten. Ook Van den Brink is deze mening toegedaan.
Tegen de stellingname van Fransen zijn de volgende overwegingen te maken:
1. Als we ons concreet voorstellen dat de wereld in zes dagen geschapen is, dan kan het niet anders, of na de eerste week zag de aarde eruit alsof deze al langer bestond, gerekend naar diversiteit, complexiteit, schoonheid en allure.
2. Als de levende natuur in zo’n rijke verscheidenheid geschapen is, waarom zou dat dan met de levenloze natuur ook niet het geval zijn? Geschapen met vele soorten gesteenten, vormen, motieven, kleuren, overgangen, hoogten en diepten.
3. Als de naturalistische natuurwetenschapper in de natuur misleid wordt, wie is het dan die misleidt? God? Of is hij het misschien zelf (zie Romeinen 1:21). Wij zijn tenslotte, om met Calvijn te spreken, „blinder dan de mollen.”
4. Het is onmiskenbaar dat het beeld van Genesis 1 en 2 diametraal staat tegenover het beeld van de evolutietheorie. Als de evolutietheorie waar zou zijn, dan zou God ons misschien niet op een dwaalspoor zetten in het boek der natuur, maar wel in het boek der Schriftuur. Wat is ernstiger?

Micro-evolutie

Een derde punt van Fransen is dat de evolutietheorie een grote rol speelt in wetenschappelijke discussies. Hij illustreert dit door aan te geven dat evolutionisten binnenkort in Groningen een congres houden en dat er in Groningen een miljoenen euro’s kostend Institute for Evolutionary Life Sciences (IELS) is opgericht. En als ergens zoveel in wordt geïnvesteerd, dan moet het wel serieus zijn…
Het is minder imponerend dan het lijkt. Hier wreekt zich het gegeven dat Fransen (en in zijn voetspoor Van den Brink) geen onderscheid maakt tussen micro-evolutie en macro-evolutie. De micro-evolutie beschrijft genetische veranderingen en veranderingen in bouw en functie die optreden in populaties (groepen levende wezens) in de loop van de tijd, en hoe deze afhangen van allerlei interne en externe factoren. Bestudering hiervan is zinvolle empirische wetenschap, die binnen een creationistisch kader beoefend kan worden en resultaten oplevert die voor mens en schepping relevant zijn. Macro-evolutie, het concept dat alle levende wezens een gemeenschappelijke voorouder hebben, is gebaseerd op onwetenschappelijke argumentatie achteraf.

Door het IELS wordt voor het grootste deel micro-evolutie bestudeerd en (op het congres) gepresenteerd. Macro-evolutie komt wel aan bod maar lijkt niet overheersend. Het concept van macro-evolutie is namelijk geen vruchtbare bodem voor wetenschappelijk onderzoek. Daarmee worden geen toetsbare voorspellingen gedaan over ziekten, geen geneesmiddelen ontdekt of ontwikkelingen in ecosystemen voorspeld. De vruchtbare micro-evolutie staat mijlenver af van de macro-evolutie. Macro-evolutie is een vorm van evolutionisme, iets wat Van den Brink juist wil bestrijden.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Binnenveld, W., 2017, Aarde zag er na scheppingsweek uit alsof hij al langer bestond, Reformatorisch Dagblad Puntkomma 47 (114): 8-9 (Artikel).

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Het is onmiskenbaar dat het beeld van Genesis 1 en 2 diametraal staat tegenover het beeld van de evolutietheorie, stelt dr. Willem Binnenveld.

Dr. René Fransen schreef een artikel (RD 4-8) naar aanleiding van een kritische reactie van enkele biologen op het boek ”En de aarde bracht voort” van prof.

...
Read more

27 Comments

Peter

“Het concept van macro-evolutie is namelijk geen vruchtbare bodem voor wetenschappelijk onderzoek”

(…) Jan van Meerten heeft ooit het boek van M.J. Benton ‘Vertebrate Palaeontology’ 4de editie, 2015 aangehaald. Dit boek [is een leestip voor] Binnenveld?

Reply
M.Nieuweboer

“een model dat hij zelf ook hanteert”

(…) Degeneratie in de vorm van verlies aan functionaliteit (o.a. menselijk staartbeen) is een integraal onderdeel van de evolutietheorie. Wat vele creationisten bestrijden is dat toenemende functionaliteit middels kleine stapjes mogelijk is. (…) Creationisten worden het hier niet over eens.

“Er zouden namelijk mechanismen kunnen zijn”

Inderdaad. Ik wacht rustig het creationistisch onderzoek af dat a) zo’n mechanisme formuleert; b) empirische data produceert om die formulering te bevestigen en c) de Evolutietheorie tegenspreekt. (…)

“de aarde is met schijnbare ouderdom geschapen”

Uw opmerkingen zijn onverkort van toepassing op “verleden-donderdagisme” – de bewering dat het heelal met alles erin een paar dagen geleden geschapen is en alleen maar miljarden jaren oud lijkt te zijn. (…)

“micro-evolutie en macro-evolutie”

Dit onderscheid heeft nog geen zin, [denk bijv. aan] opstapjes en trappenhuizen. Creationisten geven niet aan wat de limiet is en rekken deze naar behoefte op [of] krimpen [die] in. (…) Alle argumenten op grond van dit onderscheid zijn dan ook van toepassing op trappenhuizen. U wijst mij een hoog flatgebouw aan? Dat is nog steeds micro trappen klimmen. Ik heb het over trappenhuizen van 2 km.

Reply
Peter

Binnenveld zegt: “1. Als we ons concreet voorstellen dat de wereld in zes dagen geschapen is, dan kan het niet anders, of na de eerste week zag de aarde eruit alsof deze al langer bestond, gerekend naar diversiteit, complexiteit, schoonheid en allure. 2. Als de levende natuur in zo’n rijke verscheidenheid geschapen is, waarom zou dat dan met de levenloze natuur ook niet het geval zijn? Geschapen met vele soorten gesteenten, vormen, motieven, kleuren, overgangen, hoogten en diepten.”

[Ik heb hierbij] twee vragen: 1) Vergeet Binnenveld [hier] de zondvloed? 2) [Is de] levenloze natuur geschapen met fossielen die planten en beesten lijken?

Reply
Piet Akkerman

Willem Binnenveld stelt terecht dat het beeld van Genesis 1 en 2 diametraal staat tegenover het beeld van de evolutietheorie. Maar er zijn nog veel meer Bijbelteksten te noemen die er diametraal tegenover staan:
Exodus 20:11 en 31:17: “want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt…”
Jesaja 48:13: “…wanneer ik de sterren roep treden ze aan.”
Jeremia 1:13: “zo snel als een amandelboom in het voorjaar uitbot, zo snel laat ik mijn woorden uitkomen.”
Psalm 33:9: “Laat heel de aarde vrezen voor de Heer , en wie de wereld bewonen hem duchten, want Hij sprak en het was er, Hij gebood en daar stond het.”
Psalm 147: “Hij zendt zijn bevelen naar de aarde, vlug als een renbode gaat zijn woord.”
Romeinen 8:20: “Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil ,maar door hem die haar daaraan heeft onderworpen.” Dus geen evolutie maar degeneratie.
Dan zijn er heel wat teksten waarin onze Heer Jezus, de evangelist Lucas en de apostel Paulus verwijzen naar de unieke positie van Adam en Eva. Matth. 19:4, Lucas 3:23-38, Handelingen 17:26 en 29, Romeinen 5:14, 1 Corinthiërs 11:8, 21 en 22, 39, 45-48 [en] 1 Tim 2:13.

Reply
Hetty Dolman

“2. Als de levende natuur in zo’n rijke verscheidenheid geschapen is, waarom zou dat dan met de levenloze natuur ook niet het geval zijn? Geschapen met vele soorten gesteenten, vormen, motieven, kleuren, overgangen, hoogten en diepten.”

De ‘levenloze’ natuur zoals wij die zien zit vol met dood materiaal. Gesteenten zijn vaak van kalk, resten van dieren. Kalk is nodig om ons lichaam in stand te houden, dus moet God veel dood materiaal geschapen hebben. Veel logischer is het dat er van het begin veel diertjes zijn overleden waardoor de gesteenten kalkrijk werden, zodat ook latere levensvormen van meer kalk gemaakt konden worden. Het bestaan van veel kalk is maar één reden om de aarde zeer oud te laten lijken.

Reply
Ad Massar

“2. Als de levende natuur in zo’n rijke verscheidenheid geschapen is, waarom zou dat dan met de levenloze natuur ook niet het geval zijn? Geschapen met vele soorten gesteenten, vormen, motieven, kleuren, overgangen, hoogten en diepten.”

Te midden van de goede duidingen van het artikel, mis ik hier onder punt 2 toch de notie van een wereldwijde zondvloed waardoor de gesteenten die we vandaag in zijn grote verscheidenheid aantreffen niet meer de geschapen werkelijkheid zijn, maar het gevolg zijn van deze catastrofale gebeurtenis waaronder veel fossiel houdende lagen die dan gerekend naar de zondvloed ± 4500 jaar oud zouden zijn!

Reply
Peter

“Macro-evolutie, het concept dat alle levende wezens een gemeenschappelijke voorouder hebben, is gebaseerd op onwetenschappelijke argumentatie achteraf.”

Waar komt dat ‘onwetenschappelijke argumentatie’ vandaan? Is abductie afgevoerd als wetenschappelijke argumentatiemethode? Inference to the best explanation’ geeft een gemeenschappelijke voorouder. Paleontologie is een wetenschap. Trouwens, dit is een leuke: https://nos.nl/artikel/2188300-chilesaurus-is-ontbrekend-puzzelstukje-in-evolutie-van-dino-s.html Vers van de pers. Is hier volgens Binnenveld geen sprake van wetenschappelijke argumentatie?

Reply
Radagast

Analyse met BDISTMDS van de gegevens in het Supplementary Material laat zien dat de Chilesaurus sterke negatieve correlatie vertoont met de Theropoda en ook geen positieve correlatie met de Ornithischia. Dus wellicht lijkt het probleem voor creationisten groter dan het is. Bovendien komt het fossiel uit de verkeerde periode:
“Paradoxically, this early diverging lineage is of Late Jurassic age, implying an extensive ghost lineage between it and other ornithischians and basal theropods.”
De auteurs schrijven:
“If this hypothesis is correct, this ghost lineage suggests that other similar animals await discovery in Late Triassic–Middle Jurassic deposits.”
We zullen zien.

Peter

[@Radagast,]
De methode van Todd Wood geeft duidelijk artefacten. Zie zijn abstract over penguins [in het] Origins verslag (te vinden via zijn blog). Dus een dergelijke analyse met BDISTMDS heeft geen zin, omdat de methode bewezen niet betrouwbaar is. Tijd en volgorde in de indeling zijn onafhankelijk van elkaar – zie eileggende zoogdieren die nu ook nog leven. Dus of Chilesaurus uit de Jura komt of niet is niet van belang. Wat betreft ghost lineages, die hebben de eigenschap ingevuld te worden. Zie schildpad en Ichthyosaurus. [Mijn] vraag was of de argumentatie wetenschappelijk was, niet of [er] in[ge]stem[d wordt] met de plaatsing van Chilessaurus.

[@Peter B. en Nathan,]

Dat boek is in te zien via Amazon. H[ieruit] blijkt dat de auteur de paleontologie [verkeerd weergeeft]. (…)

Radagast

Beste Peter,

BDISTMDS geeft geen 100% garantie op waarheid, maar laat zien welke soorten veel op elkaar lijken en welke weinig. Als er een bepaalde groep is waarbinnen sterke positieve correlatie is en waarbuiten sterke negatieve correlatie is, dan wordt er gesproken over een baramin. Natuurlijk is het zo dat nieuwe fossielen en nieuwe datasets op andere resultaten kunnen komen, maar dat is juist het voortschrijdende inzicht dat binnen wetenschap verkregen wordt. Ik zie daarin ook geen verschil met evolutionistische fylogenetica. Zo werd in 2011 op basis van nieuwe gegevens de plaats van de Archaeopteryx in de transitie van dinosauriërs naar vogels herzien: http://www.nature.com/news/2011/110727/full/news.2011.443.html. Weer een nieuwe analyse betwistte de conclusies van dat onderzoek: http://www.bioone.org/doi/abs/10.1206/748.1?journalCode=amnb. Ik zie dan ook niet precies in wat het probleem is met Woods abstract over pinguïns, dat overigens hier (http://coresci.org/jcts/index.php/jctsb/article/view/64/81) te lezen is.

De onderzoekers van de Chilesaurus noemen de datering van de Chilesaurus ‘paradoxically’. De status van de Chilesaurus als ‘overgangsfossiel’ zou veel sterker geweest zijn als het fossielen enkele tientallen miljoenen jaren ouder was geweest. Ghost lineages hebben de eigenschap alleen maar ingevuld te kunnen worden, omdat onze kennis beperkt is. Soms worden ghost lineages ook niet ingevuld, zoals bij de Cambrische explosie en de transitie van dinosauriërs naar vogels.

Peter

Radagast,

Wood schrijft: “BDC revealed two clear clusters of taxa roughly corresponding to Sphenisciformes and the outgroup taxa. The exception are the Paleocene sphenisciforms of genus Waimanu. Waimanu manneringi exhibited positive BDC only with other sphenisciforms, but W. tuatahi had significant, positive BDC with all members of the outgroup, W. manneringi, and three other sphenisciforms.” [en] “Based on the present results the position of the Waimanu taxa is uncertain. W. tuatahi is more similar to outgroup taxa than to sphenisciforms, but neither Waimanu taxa are closely clustered with any other taxa in the present sample.”

Dus Waimanu tuatahi is een penguin-stemvorm die niet wil clusteren met de overige pinguins. Twee conclusies zijn mogelijk: (1) de methode is niet geschikt; (2) dit is hoe we overgangsvormen zien in Woods methode. Waimanu is namelijk duidelijjk een overgangsvorm: https://en.wikipedia.org/wiki/Waimanu

Voor het overige Woods analyse laat [voor mij] niets verbazingwekkends zien; vergelijken met Ksepka’s oorspronkelijke analyse laat zien dat Woods methode minder onderscheidingsvermogen heeft. Dat de buitengroep en de binnengroep niet netjes scheiden laat zien dat Dat Woods methode artefacten oplevert. Dit is niet de eerste keer dat de buitengroep en binnengroep bij de methode van Wood niet uit elkaar gaan. Dat betekent dat de methode niet gevalideerd is, en dus geen betrouwbare resultaten op kan leveren. Een ander probleem is dat deze methode geen ecologische overeenkomst van overeenkomst door afstamming kan onderscheiden. De fylogenetische methoden zijn wel gevalideerd. Fossielen als Xiaotingia, Aurornis, Anchiornis – ouder dan Archaeopteryx, lange voorpoten, lange veren, niet vliegend – zitten zo dicht tegen elkaar dat onderscheid moeilijk is. Dat is iets totaal ander dan een methode die systematisch fouten geeft (zoals die van Wood). (Dit wat ‘transitie van dinosauriërs naar vogels’ betreft). (Cambrische explosie zie Halkieria elders).

Radagast

Beste Peter,
Ik moet zeggen dat ik uw reactie hier en bij mijn artikel over de Chilesaurus (https://logos.nl/een-ontbrekende-schakel-in-de-dinopuzzel/#comment-9173) niet geheel begrijp. Bij dat artikel vraagt u: ‘Maakt de methode in deze statistiek je voorgestelde plaatje met een overgangsvorm ook mogelijk?’
Hier schrijft u: ‘dit is hoe we overgangsvormen zien in Woods methode. Waimanu is namelijk duidelijjk een overgangsvorm:’

Om uw vraag te beantwoorden: in de tabel vertoont een overgangsvorm positieve correlatie met twee verschillende baramins. Dit lijkt bij één analyse het geval te zijn met de Silesaurus, maar 1) de drie hoofdgroepen dinosauriërs bevatten waarschijnlijk meerdere baramins; de Silesaurus is eerder een overgangsvorm tussen grotere clusters dan baramins en 2) bij een analyse met een relevance cutoff van 75% verdwijnt de ‘overgangsstatus’, dus die is onzeker.

Dan over de pinguïns. Ik kan de resultaten van Woods analyse niet zien, dus het is lastig erover te oordelen. Ik kan het gedrag van de Wiamanu in de analyses dus ook niet precies bepalen. Misschien dat het inderdaad een overgangsvorm is, misschien ook een groep apart. U schrijft verder:
‘Dit is niet de eerste keer dat de buitengroep en binnengroep bij de methode van Wood niet uit elkaar gaan. Dat betekent dat de methode niet gevalideerd is, en dus geen betrouwbare resultaten op kan leveren.’

Ik zie eerlijk gezegd niet de logische stap van ‘buiten- en binnengroep gaan niet uit elkaar’ en ‘de methode levert geen betrouwbare resultaten’. Kunt u dat nader uitleggen? Ik zie dus ook nog altijd niet wat u bedoelt met ‘systematische fouten’.

Peter

Deze reactie was te verborgen. Ik keek onder het Chilesaurus artikel [en stelde daar wat vragen op] Over BDISTMDS op de gegevens van Baron& Barrett
Vraag 1 & 2 zijn min of meer beantwoord.

Radagast: “Ik zie eerlijk gezegd niet de logische stap van ‘buiten- en binnengroep gaan niet uit elkaar’ en ‘de methode levert geen betrouwbare resultaten’. Kunt u dat nader uitleggen? Ik zie dus ook nog altijd niet wat u bedoelt met ‘systematische fouten”.

Een buitengroep is een groep waarvan je zeker weet dat ze niet tot de groep behoort die je wilt indelen. In deze gegevens is de buitengroep in elk geval een pterosauriër en een rauisuchide, dat is een beest binnen de archosauriërs dat niet op de dino/vogellijn zit maar op de krokodillijn. Beide beesten komen in de grote groep terecht. Een methode die geen onderscheid maakt tussen dino en niet-dino in dit materiaal is niet betrouwbaar. De eerste controle op de betrouwbaarheid van de methode is dat de buitengroep van beesten die absoluut niet bij de in te delen groep horen inderdaad als niet bij de in te delen groep te voorschijn komen. Dat is een systematische fout in de methode. Het is niet de eerste keer dat het programma deze fout maakt.

Met neodarwinisme kun je alles (weg) verklaren | Het Logos Instituut

[…] Wanneer we het GULO-gen (GLO is de verouderde naam) wat nader bestuderen, zien we namelijk veel eerder bewijs voor een intelligente schepper, dan voor gemeenschappelijke afstamming. Het gen bestaat bij de mens uit zes coderende gedeelten, exonen genaamd. Wanneer je op zoek gaat naar DNA sequenties die hier het meest op lijken bij dieren met een nog werkend gen, kom je tot verrassende resultaten. De meeste gelijkenis met de zes exonen van de mens vinden we namelijk in heel verschillende dieren: respectievelijk een halfaapje, de lierneus vleermuis, een bladneus vleermuis, een knaagdiertje, de savanneolifant en de witte neushoorn. Wat zegt dit over evolutie? Dit lijkt meer op dezelfde bouwstenen die door een ontwerper in verschillende soorten zijn gebruikt, dan op een gen dat zich langzaam heeft ontwikkeld via gemeenschappelijke afstamming. Inhoudelijk gaan we hier verder niet te diep op in, dat heeft Willem Binnenveld al uitstekend gedaan.3 […]

Reply
Nathan van Ree

Via Kindle digitaal leesbaar, en tot dusver (ben halverwege) niets mis mee. Goed boek.

Peter

Peter B, dat boek is nog niet uit maar er is een inhoudsopgave en al 1 review. De review laat zien dat het boek van Bergman [niet sterk is] (…).

Reply
peter b

Dat boek is al uit en ik heb het reeds uitgelezen. I.t.t. wat je zegt is het een zeer sterk boek, want het behandeld dat wat gevonden is, de daadwerkelijke fossielen, en is volkomen vrij van Darwinistische verhalen. Dat wat er werkelijk werd gevonden is overigens volkomen in overeenstemming met wat Genesis meldt: God schiep. Darwinisme wordt nergens ondersteund. Niet door fossielen, niet door de Biologie.

Piet Akkerman

Peter B stelt dat Darwinisme nergens wordt ondersteund. Niet door fossielen niet door biologie. Dat zal menigeen wat kras vinden maar het gebrek aan ondersteuning wordt in de Darwinistische kringen wel degelijk gevoeld. Dit was dan ook de reden dat er in juli 2008 te Altenberg in Oostenrijk een congres voor 16 wetenschappers werd georganiseerd via uitnodiging. Men wilde er in eerste instantie geen ruchtbaarheid aan geven uit vrees voor de creationisten.

Wetenschapsjournaliste Suzan Mazur maakte er verslagen van en publiceerde ze in boekvorm in 2010. De titel van het boek is: “The Altenberg 16, an exposé of the evolution industry.” De term industry wijst op de financiële belangen die rond het Darwinisme spelen. Walter J. Remine plaatste een recensie op de website van Creation Ministries International, CMI. De titel is: “Desperate attempts to discover “The elusive process of evolution”. Via de search functie met intikken van Suzan Mazur of Altenberg 16 [is dat] gemakkelijk te vinden.
Uiteraard komt ook het gebrek aan fossielen aan de orde. Overigens wordt de stelling van Peter B ook heel helder gesteund door een andere [pagina] van CMI die als titel heeft “15 questions for evolutionists”.

Reply
Peter

Pieter Akkerman,

Waarom denk je dat Creation Ministries International een onbevooroorde bron zou zijn? [Op] de “15 questions for evolutionists” zijn perfect antwoorden [mogelijk] (…).

[Noot van de redactie: Beste Peter, wie zien een deel van jouw reactie als (semi-)beschuldigend. Het Amazon-review hebben we niet geplaatst omdat we deze quote voor een groot deel in strijd met ons moderatiebeleid achten. Graag inhoudelijk reageren, i.p.v. een beschuldigende toon.]

Heimdall

Beste Piet,

De Altenberg 16 bijeenkomst ging over de extended synthesis of evolution. Dit is een voortbouwen op de Modern synthesis. In essentie gaat het erover hoe nieuwe inzichten passen binnen de evolutietheorie, omdat onze kennis sinds de modern synthesis enorm toegenomen.

De extended synthesis gaat niet over creationisme. Ik raad u aan de proceedings van de bijeenkomst te lezen. Evolution, the extended synthesis, Pigliucci en Muller (eds.), 2010. De aanwezigen van de bijeenkomst herkennen zich niet in het boek van Mevr. Mazur, die niet bij de bijeenkomst aanwezig was.

peter b

De Altenberg Bijeenkomst is ondertussen al weer oud. Er was vorig jaar een Meeting in de Royal Society, die volledig door de media wer genegeerd. Ook deze Meeting zou duidelijkheid moeten hebben brengen in evolutie. Helaas werd hier ook niets bereikt, want er is geen andere mogelijkheid dan Darwinisme (selectionisme) als je niet in schepping wilt geloven. Natuurlijke selectie is d[aarmee] de god van de Naturlalisten. Er is verder niets voorstelbaar dat de plaats van een schepper kan innemen. Buiten het reeds in de 19e eeuw op waarde geschatte selectionisme: behoudend. (…)

[@ Peter,]

“H[ieruit] blijkt dat de auteur de paleontologie [verkeerd weergeeft].”

Hij geeft niets weer, hij beschrijft de fossielen en wat andere paeontologen erover zeggen. Conclusie van al deze paleontologen: er zijn geen overgangen tussen fyla. Van de miljoenen en nog eens miljoenen fossielen die we kennen verbindt er geen enkele de fyla! Polyfyly is de enige juiste conclusie.

@M. Nieuweboer,

Het staartbeen heeft nog steeds functie. Het was nooit een staart, overigens, maar het is de bevestiging van de spieren, die bij zwangere vrouwen nodig zijn. Mutatiemechanismen werden in mijn boek besproken. Dezelfde mutaties vallen op precies dezelfde plaats in een DNA sequentie door een verhoogde achtergronstraling! Vrijwel alles in het genoom is sequentiespecificiek. Microevolutie en macroevolutie verschillen op informatieniveau. Voor microevolutie is geen nieuwe informatie (genen) nodig, voor macroevolutie zijn nieuwe genen (informatie) nodig.

Reply
Peter

“Conclusie van al deze paleontologen: er zijn geen overgangen tussen fyla.”

(…) [Zie bijvoorbeeld] Halkieria, Thambotolepis Wiwaxia, Odontogriphus, Vetulicolia. [Dit] zijn voorbeelden voor overgangen tussen fyla. Classificatie is een artefact, geen gegeven van de natuur.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over