Alles uit één cel?

by | aug 6, 2019 | Biologie, Vraag-en-antwoord

Vraag

Ik ben er verbaasd over dat er zo veel wetenschappers met een evolutionistische levensbeschouwing zijn die vasthouden aan het traditionele idee dat alle levensvormen vanuit één cel zijn ontstaan (de levensboom). Stel dat er een periode op aarde was waarin de juiste omstandigheden voor celvorming waren. Is het dan niet waarschijnlijker dat er toen meerdere cellen zijn ontstaan, waarbij de ene zich bijvoorbeeld verder ontwikkelde tot zeewier, de andere tot hondachtige en weer een ander tot spar?

Antwoord

Evolutionisten weten dat het spontaan ontstaan van leven een héél onwaarschijnlijke gebeurtenis is. Het is voor hen logischer te veronderstellen dat dit maar één keer is gebeurd; meerdere malen zou echt uitgesloten zijn. Een van de redenen hiervoor is dat alle levende organismen dezelfde bouwstenen hebben: dezelfde vier DNA-basen en dezelfde 20 aminozuren. Dat is toch wel heel erg toevallig als er sprake zou zijn van meerdere ontstaansmomenten van leven. Het punt is dat er heel veel kleine stapjes nodig zijn om van één cel naar een complex schepsel, zoals een mens, te gaan. Om bijvoorbeeld tot een aap te komen zijn eveneens heel veel stapjes vereist, die ook weer voor een groot deel moeten overlappen met de stapjes om naar een mens te gaan (want de evolutionist zegt dat beide nauw aan elkaar verwant zijn). Het is hierdoor onwaarschijnlijker dat apen en mensen afzonderlijk uit eencelligen zijn ontstaan dan wanneer ze een gemeenschappelijke voorouder zouden hebben.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Weet Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Heugten, G.J.H.A. van, 2016, Alles uit één cel?, Weet 40: 50.

M
"

Artikelen

Artikelen