Heel af en toe kom ik een boek tegen waarvan ik denk: “Als ik geld genoeg had, zou ik een exemplaar hiervan in elk Canadees-Gereformeerd huis bezorgen”. Dit is zo’n boek. En als ik het dan niet in elk CanRC huis kon bezorgen, dan zou ik me er bij neerleggen om het in handen van iedere predikant, ouderling en diaken te geven. The Quest for the Historical Adam is niet alleen relevant, maar het is van cruciaal belang voor onze tijd, waarin een Bijbels zicht op onze ontstaansgeschiedenis onder druk staat. Dit boek zou enorm veel goed kunnen doen, als het maar de zorgvuldige aandacht zou krijgen die het verdient.

the_quest_for_the_historical_adam_cover

The Quest for the Historical Adam is niet alleen relevant, maar het is van cruciaal belang voor onze tijd, waarin een Bijbels zicht op onze ontstaansgeschiedenis onder druk staat. Dit boek zou enorm veel goed kunnen doen, als het maar de zorgvuldige aandacht zou krijgen die het verdient.”

De auteur, William Van Doodewaard, is professor kerkgeschiedenis aan het Puritan Reformed Theological Seminary in Grand Rapids, Michigan. Hij is ook predikant binnen de Associate Reformed Presbyterian Church (ARP). Voor wie niet met deze kerken bekend is: de ARP is al lange tijd lid van de North American Presbyterian and Reformed Council (NAPARC). Naast zijn werk als docent aan het seminarie is Dr. VanDoodewaard ook kerkplanter in Grand Rapids. Afgezien van zijn dissertatie, is dit zijn eerste gepubliceerde boek. De titel van dit boek is een variatie op die van een veel vroeger verschenen boek van Albert Schweitzer: The Quest of the Historical Jesus (De zoektocht naar de historische Jezus). Schweitzer onderzocht hoe historische opvattingen over Jezus hebben geleid tot een keur van Jezussen. Hoewel zijn boek niet zonder enige waarde was, liet Schweitzer helaas van het gezag van de Schrift niet veel over. Dat moest zijn conclusies wel verzwakken. VanDoodewaard heeft echter het Schriftgezag hoog in zijn vaandel als hij nagaat hoe verschillend mensen over Adam hebben gedacht. De schrijver wijst op de huidige debatten over onze oorsprong, die vaak worden ontluisterd door wat hij noemt “historisch geheugenverlies”. Dit boek probeert ons collectieve geheugen op te frissen over hoe voorbije eeuwen over onze eerste ouders en hun ontstaan hebben geschreven, gepreekt en gedacht.

Het eerste hoofdstuk geeft een algemeen overzicht van wat de Schrift over Adam zegt. Vanuit dit overzicht komt de auteur tot zijn conclusie: “…er bestaat geen inherente grond om ook maar iets te plaatsen naast een speciale, wat tijd betreft onmiddellijke schepping van Adam en Eva als de eerste mensen op de zesde scheppingsdag” (18). De volgende vijf hoofdstukken gaan de kerkgeschiedenis na van hoe Christenen naar de eerste hoofdstukken van Genesis hebben gekeken. Als er iets duidelijk wordt uit deze hoofdstukken, is het dat duizenden jaren eenstemmigheid heeft bestaan. De consensus dat de eerste hoofdstukken van Genesis ernstig moeten worden genomen als zijnde een historisch verslag. Als het gaat om de oorsprong van de mens heeft de overgrote meerderheid van Christelijke uitleggers de Schrift zo verstaan dat zij een speciale of onmiddellijke schepping van Adam en Eva leert, een schepping die geen ruimte laat voor eerdere biologische voorouders, hoe dan ook. The Quest for the Historical Adam sluit af met een hoofdstuk getiteld: “What Difference Does It Make?” (Wat voor verschil maakt het?). In dit hoofdstuk onderscheidt en bespreekt de schrijver tien delen van de leer die worden beïnvloed door de wijze waarop iemand naar het ontstaan van Adam kijkt. Wat zijn die tien onderdelen?

1. De Schrift en hermeneutiek
2. De mens en de ethiek van het menselijk leven
3. Huwelijk en eenheid van ras
4. Menselijke taal
5. God, de Schepper
6. De goedheid van de schepping
7. Hebben wij allen in Adams val gezondigd?
8. Christus als Schepper en Verlosser
9. Adam, Christus en de Verbonden
10. Adam en aansprakelijkheid: de laatste dingen

Overtuigend laat Dr. VanDoodewaard zien dat niemand in redelijkheid kan beweren dat zijn standpunt over onze oorsprong hermetisch kan worden afgezonderd van zijn verdere theologie. Zelfs het innemen van een agnostisch standpunt of een meegaande houding hierin zal zonder meer een bepaalde invloed uitoefenen. Het hart van het boek is het historische overzicht. Graag noem ik vijf “highlights” die het delen waard zijn. Er zijn veel meer speerpunten die ik zou kunnen noemen, maar ik hoop dat deze vijf uw zin en motivatie om het boek te kopen zullen opwekken.

adam_en_eva_in_de_hof_van_eden_door_peter_wenzel

Tegenwoordig ontmoeten we soms het idee van de pre-Adamieten, menselijke wezens of mensachtige schepselen (hominiden), die vóór en tegelijk met Adam leefden. Eén van de eersten die een dergelijk denkbeeld heeft gepromoot, was een Fransman, Isaac La Peyrère (1596-1676). Hoewel hij wel met de tekst van Genesis werkte in zijn boek Men Before Adam (Mensen voor Adam), deed hij dit op een nogal revisionistische manier. Hij stelde dat alleen de Joden van Adam afstamden en dat Genesis 2 alleen beschreef waar de Joden vandaan kwamen. Ieder ander kwam voort uit andere groepen menselijke wezens, die lang voor Adam hadden bestaan. Wat bewoog La Peyrère deze theorie te ontwikkelen? Hij wilde Genesis redelijker maken, zodat ongelovigen ontvankelijker voor het Christelijke geloof zouden worden (143). Klinkt dit bekend? La Peyrère kreeg weinig aanhang in Europa. Zijn ideeën werden breed besproken, maar eenparig door Gereformeerde theologen verworpen. Ook Rooms Katholieke personen als Blaise Pascal (1623-1662) verwierpen zijn ideeën. In navolging van wat de Schrift hierover leerde, hield Pascal vast aan een jonge aarde van ongeveer 6000 jaar oud en “was uitgesproken kritisch over pre-Adamietische gedachten” (122).

Een andere waardevolle bijdrage van VanDoodewaard is zijn kritiek op de historicus Ronald Numbers. Numbers schreef een invloedrijk boek in 1992, getiteld The Creationists, waarin hij stelt dat een literair historisch verstaan van de eerste hoofdstukken van Genesis alleen maar bestaat in onze moderne tijd vanwege de invloed van Amerikaanse creationistische wetenschappers, en in het bijzonder door de geschriften van de Zevende Dag Adventist George McCready Price. “Maar”, zo schrijft VanDoodewaard, “diepergaand wetenschappelijk onderzoek onthult aanzienlijk bewijs van een krachtige stroom van zowel negentiende- als twintigste-eeuwse bronnen, die stevig bleven vasthouden aan de millennia-oude traditie van een literair-historische hermeneutiek” (157). Wat Numbers en anderen niet hebben gezien is dat, geheel los van de twintigste-eeuwse creationistische wetenschap, theologen en geestelijken eeuwenlang een literair-historische lezing van Genesis hebben gehandhaafd, waarbij zij hun conclusies uitsluitend op de tekst baseerden. Onze auteur geeft verscheidene goede voorbeelden van Nederlands-Amerikaanse Gereformeerde theologen als Geerhardus Vos, William Heyns, Foppe Ten Hoor en Louis Berkhof.

Louis_Berkhof.wikipedia

Louis Berkhof

Een belangrijk deel van het werk van een historicus is het onderscheiden van patronen. The Quest for the Historical Adam legt een belangrijk patroon in het denken over onze oorsprong bloot. Het begint met bronnen buiten de Schrift en een Christelijke theologie die aanstuurt op een alternatieve uitleg – deze bronnen konden filosofisch, wetenschappelijk, literair of archeologisch zijn. Onder die druk beginnen uitleggers ruimte te geven aan alternatieve verklaringen. Uiteindelijk zien we volgende generaties ontstaan die een stap verder gaan en deze alternatieve verklaringen versterkt naar voren brengen. Ook zij gaan dan weer verder in het trekken van hun logische consequenties. Dit patroon komt in het hele boek tot uiting.

Zoals al eerder genoemd is Dr. VanDoodewaard predikant in een Associate Reformed Presbyteriaanse kerk. Het verbaast niet dat zijn kerk en haar strijd met dit vraagstuk ter sprake komen. Hij merkt op dat de ARP in 2012 een synodale verklaring over de leer heeft aangenomen, waarin de duidelijke Bijbelse leer over onze oorsprong bevestigd wordt. Hij contrasteert dat met de Presbyteriaanse Kerk in Amerika (PCA). Hij merkt op dat pogingen werden ondernomen om de PCA te laten komen tot een duidelijke afwijzing van afwijkende leringen over onze afkomst. Een poging in 2012 om de Algemene Vergadering van de PCA een leerbesluit over deze zaak te laten uitspreken mislukte. Waarom? Er bestond convergentie van twee brede kampen. VanDoodewaard schrijft: Sommigen beweerden dat de confessionele standaarden van de Westminster Geloofsbelijdenis en Catechismussen voldoende helderheid over dit onderwerp verschaften – zij gingen er van uit dat als er zorgen waren, die door middel van kerkelijke tucht moesten worden behandeld. Andere afgevaardigden hielden er aan vast dat geloof in evolutionaire biologische processen bij de menselijke oorsprong, zoals door Collins, Keller of anderen was beschreven, in harmonie met de Schrift was en een wettige ruimte binnen de kerkelijke theologie vertegenwoordigde (248).

Deze twee argumentatielijnen verlamden de PCA en belemmerden het innemen van een stevig standpunt. Het resultaat is dat verschillende vormen van theïstische evolutie een comfortabele plaats binnen de PCA behouden en heel weinig of niets daaraan kan worden gedaan. Willen we in de Canadese Gereformeerde Kerken nu de gelegenheid er nog is van deze geschiedenis leren? Zoals blijkt heb ik veel waardering voor dit boek. Er zijn echter een paar dingen die over het hoofd zijn gezien, merkte ik. Hoofdstuk 3 handelt over “Adam in the Reformation and Post-Reformation Eras” (Adam in de tijd van Reformatie en Post-Reformatie). Hoewel de schrijver aandacht besteedt aan de Westminster Standards (vooral de kwestie van “binnen de tijd van zes dagen”), geeft hij geen aandacht aan de Drie Formulieren van Eenheid of andere Gereformeerde belijdenissen. In onze tijd is dit belangrijk, omdat we sommigen horen beweren dat theïstische evolutie binnen de grenzen van onze belijdenissen valt. Niettemin ondersteunt het onderzoek van VanDoodewaard het uitgangspunt dat in de tijd waarin deze confessies oorspronkelijk werden geschreven, het ondenkbaar zou zijn geweest dat vormen van theïstische evolutie binnen de Gereformeerde Kerken zouden worden getolereerd. Hoofdstuk 6 handelt over de tijd van 1950 tot heden. De auteur bespreekt een paar ontwikkelingen binnen de Christian Reformed Church (voortgekomen uit en verbonden met de voorheen synodaal Gereformeerde kerken (vert.)), maar hier had meer gezegd kunnen worden. Het zou de lezers bijv. hebben geholpen te zien hoe de tolerantie van theïstische evolutie in de CRC toenam door en voortkwam uit een verzwakt zicht op het gezag van de Bijbel. Dat begon in de vijftiger jaren, met name onder invloed van de Vrije Universiteit te Amsterdam.

The Quest for the Historical Adam is een unieke bijdrage aan een uitermate belangrijk onderwerp. Het is misschien voor sommige lezers af en toe wat theoretisch, maar de volhouder wordt beloond. Zoals ik in mijn introductie al aangaf, is het vooral een belangrijk boek voor ambtsdragers. Als degenen die beloofd hebben dwalingen die in strijd zijn met Gods Woord “te weerstaan, weerleggen en helpen voorkomen”, moeten wij ons op de hoogte stellen van die dwalingen en de patronen die tot acceptatie ervan leiden. Dit is des te meer het geval als een dwaling recht op ons af komt en ons dreigt te ontwrichten. Mijn hartelijke lof voor Dr. VanDoodewaard voor het schrijven van dit waardevolle boek en voor Reformation Heritage Books voor het publiceren ervan. Moge de dag spoedig komen waarop historici terug kijken en zeggen dat de publicatie van dit boek een keerpunt voor de handhaving van orthodoxie over onze oorsprong was!

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Reformed Perspective Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Bredenhof, W., 2015, Bookreview: The Quest for the Historical Adam, Reformed Perspective Magazine 34 (…): …-… (artikel).

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. W. Bredenhof is predikant in de Free Reformed Church te Launcheston (Tasmanië).

4 Comments

E. van der Klift

Maar dan [naar mijn mening] wel in het Nederlands want nog lang niet iedereen, beheerst die zo ‘geliefde’ Engels/Amerikaanse taal (…). Buiten de ‘ambtsdragers’ natuurlijk. (…) Maar moet niet álles toegankelijk zijn voor iedereen? Ook voor de niet ‘ambtsdragers’? Ook voor de de ‘gewone’ mens? Als ik daarvoor geld genoeg zou hebben gaf ik iedereen een Bijbel in haar of zijn taal.

Reply
Peter

“Niettemin ondersteunt het onderzoek van VanDoodewaard het uitgangspunt dat in de tijd waarin deze confessies oorspronkelijk werden geschreven, het ondenkbaar zou zijn geweest dat vormen van theïstische evolutie binnen de Gereformeerde Kerken zouden worden getolereerd.”

Dat is [m.i.] niet zo vreemd, want het gaat om tenminste 300 jaar verschil in de tijd. In 1550 was nog niet eens zeker of er wel beesten uitgestoven waren. (…) Kerkgeschiedenis is [naar mijn mening] niet het juiste kader voor theologie en evolutie. [M.i.] moet je beide[n] (ook de wetenschap) serieus nemen. (…)

Reply
Ed Vaessen

“Als er iets duidelijk wordt uit deze hoofdstukken, is het dat duizenden jaren eenstemmigheid heeft bestaan.”

[Dat is voor mij] geen doorslaggevend bewijs. Wat [voor mij] telt zijn de argumenten [en] de kritiek [daarop].

E. van der Klift: “Als ik daarvoor geld genoeg zou hebben gaf ik iedereen een Bijbel in haar of zijn taal.”

Dat lijkt me niet nodig. Een waar christen weet [m.i.] dat God geen boek nodig heeft om Zijn Boodschap te brengen. Men hoeft daarvoor geen Grieks of Hebreeuws of Aramees te kennen. Het zou [naar mijn mening] zelfs een belediging van God als men de kennisname van Zijn Boodschap laat afhangen van talenkennis. God schiep [m.i.] immers ook de dyslectische mens.

Reply
Alfred

Ik begrijp een deel van de vertaling niet, in het origineel schrijft Bredenhof: ‘What Numbers and others have failed to see is that, entirely apart from twentieth-century creation science, theologians and clergymen have for centuries maintained a literal reading of Genesis, reaching their conclusions based on the text alone.’

De vertaling zegt: ‘Wat Numbers en anderen niet hebben gezien is dat, geheel los van de twintigste-eeuwse creationistische wetenschap, theologen en geestelijken eeuwenlang een literair-historische lezing van Genesis hebben gehandhaafd, waarbij zij hun conclusies uitsluitend op de tekst baseerden.’

Waarom wordt ‘literal reading’ vertaald door literair-historisch? En wat betekent een literair-historische lezing uberhaupt?

Zie ook Ted Davis van Biologos (http://biologos.org/blogs/ted-davis-reading-the-book-of-nature/the-quest-for-the-historical-adam-a-new-book-by-william-vandoodewaard).
En de reactie van Numbers (http://biologos.org/blogs/ted-davis-reading-the-book-of-nature/the-quest-for-historical-accuracy-ronald-numbers-replies-to-william-vandoodewaard)

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over