Het concept, volgens welke de DNA-moleculen gecodeerd zijn, overtreft alle moderne menselijke informatietechnologieën in hoge mate. De Bron, die de ons bekende één- en meercellige levende wezens en gehele ecologische systemen heeft geschapen, moet zo intelligent geweest zijn en over zoveel informatie hebben beschikt, dat wij Hem vanuit ons gezichtspunt oneindig intelligent en alwetend kunnen noemen.

Onderbouwing

Volgens NWI-4 staat aan het begin van elke informatieoverdrachtketen een intelligente auteur. Past men deze wet consequent toe op de biologische informatie, dan is ook hiervoor een intelligente auteur vereist. In de DNA-moleculen vinden wij de allerhoogste ons bekende informatiedichtheid.1

Vanwege NWI-1 worden alle denkbare, in de materie verlopende processen als informatiebron principieel uitgesloten. De mens, die weliswaar informatie kan aanmaken, wordt eveneens als bron van de biologische informatie uitgesloten. Aldus blijft slechts één Bron over, die buiten de ons bekende wereld heeft gehandeld.

Na een lezing aan een universiteit vroeg een studente: “Wie heeft God ingelicht, dat Hij in staat was, de DNA -moleculen te programmeren?”

Twee verklaringen zijn mogelijk

Verklaring a): Laten wij ons voorstellen, dat deze God weliswaar aanzienlijk intelligenter dan wij zou zijn, maar toch begrensd. Laten we verder aannemen, dat Hij zoveel intelligentie (of informatie) tot zijn beschikking zou hebben, dat Hij in staat zou zijn, alle biologische systemen te programmeren. De vraag ligt dan inderdaad voor de hand: Wie heeft Hem deze daarvoor benodigde informatie gegeven, en wie heeft het Hem geleerd? Nu had Hij in dit geval een hogere informatiebron IB1, dus een BovenGod nodig, die meer zou weten dan Hijzelf. Indien IB1 weliswaar meer weet dan God, maar ook begrensd zou zijn, dan had hij wederom een informatiebron IB2 dus een BovenBovenGod nodig. Zo kan men bij deze denkwijze de keten naar believen voortzetten met IB3, IB4, …IB-oneindig.

Verklaring b): Eenvoudiger en bevredigender is het, meteen slechts één enkele Bron (één Auteur, één Schepper, één God) aan te nemen. Dan zou echter de eis gesteld moeten worden, dat Deze oneindig intelligent is en oneindig veel informatie tot zijn beschikking moet hebben. Hij moet dus alwetend zijn.

Welke verklaring heeft de voorkeur?

Beide verklaringen zijn logisch gelijkwaardig. We moeten een besluit nemen, die zich echter niet uit de NWI laat afleiden. Dit doen wij met de volgende overwegingen: In de werkelijkheid bestaan er altijd slechts telbare eindige hoeveelheden. Het aantal atomen in het universum is weliswaar onvoorstelbaar groot, maar in principe toch telbaar. De totale hoeveelheid mensen of mieren of graankorrels, die er ooit zijn geweest, is eveneens immens groot, maar toch eindig. Hoewel oneindig een veel gebruikt begrip in de wiskundige theorie is, bestaat er echter in de werkelijkheid niets, dat door een oneindig getal wordt voorgesteld.

Verklaring a) doorstaat dus niet de test der geloofwaardigheid, en daarom blijft slechtsb) als enig alternatief over. Dat betekent: Er bestaat slecht één enkele Bron. Deze moet oneindig intelligent en alwetend zijn.

Bijbelse aanwijzing

De Bijbel leert, dat er slechts één God bestaat: “Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God.”2 Wat betekent het, indien God (de Bron van de biologische informatie, de Schepper) oneindig is? Dan bestaan er voor Hem geen vragen, die Hij niet kan beantwoorden, dan behoren tot zijn kennis niet slechts alle dingen van het heden en het verleden – maar ook de toekomst is voor Hem niet verborgen.

Indien Hij echter alle dingen (ook die, buiten door tijd bepaalde grenzen) weet, dan moet Hijzelf eeuwig zijn. Tot dezelfde conclusie komt de apostel Paulus, wanneer hij schrijft “dat wij uit de werken der schepping, Gods eeuwige kracht kunnen doorzien.”3 Dat God eeuwig is, betuigt de Bijbel op vele plaatsen.4

Voetnoten

  1. Werner Gitt, Am Anfang war die Information, 3. überarbeitete und erweiterte Auflage 2002, Hänssler-Verlag, Holzgerlingen, p. 311-313.
  2. Jesaja, de Bijbel, Jesaja 44:6
  3. Paulus van Tarsus, de Bijbel, Romeinen 1:20
  4. Mozes, de Bijbel, Psalm 90:2; Jesaja, de Bijbel, Jesaja 40:28; Daniël, de Bijbel, Daniël 6:27

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

95 Stellingen

Written by

Weliswaar zijn sinds de eerste uitgave van Charles Darwins boek "Het ontstaan van soorten" op 24 november 1859 ontelbare feiten bekend geworden, die heel duidelijk tegen de evolutietheorie spreken, maar het geloof in evolutie, oerknal en een vele miljoenen jaren oude aarde heeft zich diep in het bewustzijn van de moderne maatschappij ingenesteld. Hierbij heeft deze wereldbeschouwing langzamerhand een fundamentalistisch karakter aangenomen. In geen ander gebied van de wetenschap worden kritische stemmen zo onzakelijk en heftig aangevallen als op dit gebied van onderzoek. Wie twijfelt, wordt uit het debat over de oorsprongsvragen uitgesloten en niet zelden bestreden. De eigenwijsheid van de leidende disciplines in wetenschap, onderwijs en media doet denken aan de koppigheid, waarmee de Rooms Katholieke kerk in de Middeleeuwen haar toenmalige wereldbeeld verdedigd heeft. Op 31 oktober 1517 heeft de hervormer Maarten Luther 95 stellingen gepubliceerd, waarmee hij de toenmaals wijdverbreide aflaatpraktijk ter discussie stelde. Deze bemoeienis heeft een kettingreactie veroorzaakt, die uiteindelijk tot de Reformatie leidde. Op gelijke wijze moeten de hier aanwezige 95 stellingen tot een verandering van denken in het oorsprongsdebat bijdragen. Met deze publicatie willen wij ons ervoor inzetten, dat in de discussie over de oorsprong van de mensheid, het aardse leven en de kosmos een open omgang met wetenschappelijke gegevens, interpretaties en wereldbeschouwelijke stellingnamen* mogelijk wordt.