Vorige week publiceerde het ND een interview met prof. dr. G. van den Brink. Wij maken graag gebruik van de mogelijkheid om hierop te reageren. Door de beperkte ruimte kunnen we helaas niet alle in het interview aangesneden thema’s van commentaar voorzien.

houtsnede_Flammarion.wikipedia

“Op basis van de gegevens die het OT ons aanreikt is het niet mogelijk de conclusie te trekken dat Israël een algemeen aanvaarde, systematisch opgebouwde theorie over het ontstaan, de opbouw en de inrichting van de kosmos heeft gehad.”Bron

Volgens prof. Van den Brink spreekt de Bijbelschrijver vanuit het wereldbeeld van zijn tijd. Gewoonlijk beschrijft men dit wereldbeeld zo dat de aarde een op water en zuilen rustende schijf is die overkoepeld wordt door een eveneens op zuilen staande massieve koepel die als hemel fungeert. Deze stelling is discutabel. Zo komt bijvoorbeeld prof. dr. C. Houtman in zijn proefschrift (1974) tot de conclusie dat het Oude Testament geen dergelijk wereldbeeld kent. Ook veel exegeten nemen hier stelling tegen. Op basis van de gegevens die het OT ons aanreikt is het niet mogelijk de conclusie te trekken dat Israël een algemeen aanvaarde, systematisch opgebouwde theorie over het ontstaan, de opbouw en de inrichting van de kosmos heeft gehad. (p.195). Dat is geen 20e eeuwse uitvinding om de Schrift te redden, maar zien we ook bij iemand als William Whiston (1755).

Bij de geïnterviewde is er geen plaats voor een zesdaagse schepping. Het vierde gebod in Exodus 20 legt echter een directe verbinding tussen de werkdagen van de mens en de scheppingsdagen van God. God heeft met Zijn schepping in zes dagen de mens een ritme gegeven van zes dagen werken en één dag rust. Spreekt God Zichzelf dan tegen in Zijn Woord?

Één van de grootste probleem voor een evolutionistische benadering van Genesis is de historiciteit van Adam. Van den Brink oppert dat er zich een plotselinge bewustzijnsverwijding met vermogens van taal, communicatie, nadenken en moreel besef voor heeft gedaan. Hoe hij deze ad-hoc-constructie aan natuurwetenschappers wil gaan uitleggen is ons een raadsel. Daarnaast doet deze visie geen recht aan de Schriftgegevens. Nergens in de Schrift lezen we dat Adam en Eva in een groep hebben geleefd, laat staan dat zij voorouders hebben gehad. De Schrift spreekt van Eva als moeder van ‘alle levenden’ en Paulus spreekt over een mensheid ontstaan uit ‘enen bloede’. Hoe gaat Van den Brink om met de verklaringen van kerkvaders, reformatoren en andere theologen die vastgehouden hebben aan de historiciteit van Adam als zijnde een aparte scheppingsdaad van God? In de Gereformeerde theologie bijvoorbeeld werd ten tijde van de Verlichting het geloof in pre-Adamieten als on-Bijbels afgewezen.

Van den Brink stelt enkele retorische vragen aangaande Kaïn: Voor wie moest hij een stad bouwen? Voor wie was hij bang? Ook eerder is over deze vragen nagedacht en is men tot antwoorden gekomen. In Genesis 5:4 staat dat Adam en Eva meer kinderen hadden. Het ligt voor de hand dat Kaïn bevreesd kon zijn voor de wraak van de familie. Bij een stad in Genesis hoeven we niet meteen te denken aan een grote metropool, het bouwen van een stad behoeft niet meer ingehouden te hebben dan het omringen van één of enkele huizen met een afscheiding. Maar met de maximale leeftijden die voor de eerste mensen beschreven worden, zijn ook flinke aantallen nakomelingen mogelijk. Waarom zouden deze antwoorden niet langer volstaan?

Van den Brink offert Genesis 1-11 op aan de hedendaagse wetenschappen en hij beschouwt die hoofdstukken als onhistorisch, hoewel hiervoor geen aanwijzingen in Genesis staan. Als de prioriteit ligt bij de Bijbeluitleg is het onbegrijpelijk dat de geïnterviewde deze hoofdstukken (en de overeenkomstige passages in het Nieuwe Testament) zo gemakkelijk opoffert. Van den Brink wil in de gereformeerde traditie staan en haalt daarom onder andere Calvijn aan. Calvijn spreekt echter niet in het voordeel van theïstische evolutie. In zijn levenswerken (Institutie en Bijbelcommentaar) schrijft Calvijn dat hij gelooft in een jonge schepping die in zes dagen tot stand is gebracht. Adam en Eva worden daarbij gezien als speciale scheppingsdaad van God.

lego_menigte.pixabay

“Het is niet nodig om als gelovige te zwichten voor het feit dat de meerderheid van de natuurwetenschappers toch wel heeft aangenomen dat gemeenschappelijke afstamming juist is. Dit als argument gebruiken is een drogreden.”

Het is niet nodig om als gelovige te zwichten voor het feit dat de meerderheid van de natuurwetenschappers toch wel heeft aangenomen dat gemeenschappelijke afstamming juist is. Dit als argument gebruiken is een drogreden. Het aantal personen is niet bepalend voor het waarheidsgehalte van een bepaalde visie. De kerk heeft in het verleden het geocentrisme als natuurfilosofie ingepast in de Schriftlezing, hoewel andere opvattingen ook toegestaan werden. Toen bleek dat dit niet juist was werd het een stok voor atheïsten om mee te slaan. We moeten daarom geen enkele wetenschappelijke theorie (noch naturalistisch noch creationistisch) leidend laten zijn bij onze Schriftuitleg. Daarnaast is de evolutietheorie in de zin van gemeenschappelijke afstamming nog lang niet het einde van alle tegenspraak. Vooral het onderste stukje van het evolutiebouwwerk: de ontwikkeling van de eerste cel, meercellig leven en de Cambrische explosie zijn een raadsel en kunnen het gebouw zomaar laten instorten. Theologie op onzekerheden en speculaties bouwen is te vergelijken met het bouwen van een huis op een zandgrond.

Dit is de uitgebreidere versie van het artikel dat verscheen in het Nederlands Dagblad van zaterdag 5 december 2015. Het artikel is met toestemming van de auteurs overgenomen. De volledige bronvermelding luidt: Hofman, H.A., Meerten, J.W. van, 2015, Genesis wordt veel te snel opgeofferd, Nederlands Dagblad 72 (19096): 16-17.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by en

Dr. H.A. Hofman studeerde geschiedenis. In 1983 promoveerde hij op Constantijn Huygens als secretaris van het Oranjehuis. Hij heeft 45 jaar gewerkt in het Hoger Beroepsonderwijs en in het Voortgezet Onderwijs. Hij heeft een tiental boeken op zijn naam staan. In 2008 verscheen: "Verlicht of Verblind? Over het contrast tussen het traditionele Christendom en het Verlichtingsdenken". In 2009: "Het bittere conflict. Over Schepping en Evolutie in het jaar van Darwin en Calvijn". In 2014 verscheen: "Buen Camino. Tegenstem in een seculiere samenleving".

5 Comments

G. van den Brink

In bovenstaande artikel, dat gericht is tegen een met mij gehouden interview in het ND, wordt merkwaardig geargumenteerd en bovendien mijn visie onjuist weergegeven. Ik geef van beide een voorbeeld.
(1) Neem de eerste zin: “Volgens Van den Brink spreekt de Bijbelschrijver vanuit het wereldbeeld van zijn tijd”. Correct. Daarna volgt deze zin: “Gewoonlijk beschrijft men dit wereldbeeld zo dat de aarde een op water en zuilen rustende schijf is die overkoepeld wordt door een eveneens op zuilen staande massieve koepel die als hemel fungeert.” Prima. Maar zó heb ik het helemaal niet beschreven. Toch wordt vervolgens déze visie bestreden. Daarmee wordt dus in het geheel niet op mijn artikel ingegaan, maar op iets wat men daar eerst zelf aan ophangt!
(2) Aan mij wordt de visie toegeschreven dat Gen.1-11 onhistorisch zouden zijn. Dat heb ik echter niet beweerd, en is ook mijn mening niet. Ik word juist vaak als een beetje achterlijk weggezet omdat ik nog steeds geloof dat Gen.1-11 (en ook Gen.2-3) iets vertellen over wat daadwerkelijk in de oergeschiedenis is gebeurd, en in die zin dus een historische kern hebben. Alleen kunnen wij die niet meer met historiografische middelen achterhalen en moeten we ook inzien dat die historische kern beeldend beschreven wordt. Ik offer dus niets op maar pleit slechts voor goed lezen. Dat houdt ook in: inzien dat niet alles in deze hoofdstukken letterlijk bedoeld is (God heeft bijv. geen handen waarmee Hij de mens uit de aardbodem geboetseerd heeft, dat woord wordt dus overdrachtelijk gebruikt – en zo is er meer). In het interview geef ik ook expliciet aan dat ik continuïteit zie binnen Gen. Kortom, wat zou het heerlijk zijn als we toch eerst eens goed zouden LEZEN voordat we elkaar gaan bestrijden!

G. van den Brink
Hgl. Theologie en wetenschap VU
PS: Een link naar het interview zou natuurlijk wel aardig zijn: https://www.nd.nl/nieuws/geloof/de-bijbel-zegt-niet-dat-de-schepping-volmaakt-was.1066778.lynkx.

Reply
Douwe Tiemersma

Dag mijnheer van den Brink, terecht dat u dit opmerkt. Ze waren mij ook opgevallen en volgens mij schetst het geen goed beeld van wat u zei.
Tegelijkertijd vraag ik me wel af hoe u de historiciteit van Genesis 1-11 precies voor u ziet.
1. Er wordt in die hoofdstukken bijvoorbeeld gesproken over een wereldwijde vloed. Wanneer deze heeft plaatsgevonden, zou je hiervoor aanwijzingen verwachten te vinden in de aardlagen en in de evolutie. Binnen een creationistisch wereldbeeld past deze vloed, maar hij lijkt direct strijdig te zijn met seculiere geologie en evolutiebiologie. Hoe gaat u hiermee om?
2. De auteur van Genesis is vrij specifiek in het beschrijven van de genealogieën sinds Adam en Eva. Hij lijkt te willen beschrijven hoe de lijn van Adam uiteindelijk bij Abraham en het Joodse volk uitkomt, waarbij het volk in de werkelijke geschiedenis vanaf de schepping wordt geplaatst. Tevens valt op dat de leeftijden zeer hoog zijn, maar met name na de vloed afnemen. Hoe ziet u dit en hoe verhoudt zich dit tot de genetica/evolutie van de mens?

Jan van Meerten

Geachte prof. Van den Brink. Hartelijk bedankt voor uw reactie. Zoals wij schreven boven het artikel konden we niet op alles reageren wat in het interview naar voren kwam. U stelt dat wij het artikel niet goed gelezen hebben, dit is niet juist we hebben zelfs een alinea-voor-alinea-analyse gedaan. Als we die hadden moeten publiceren was er minstens één ND-pagina nodig. We verwezen daarom naar dit artikel waar diverse argumenten, die ook in het interview terugkomen, worden besproken. Verder was er hier al gereageerd op veel punten. Laat ik voorop stellen: Als wij u met sommige woorden onrecht hebben aangedaan, dan onze oprechte excuses daarvoor. We nemen die woorden dan graag terug! Als eerste reageert u op het stukje wereldbeeld. Hoe heeft u de zin ‘de Bijbelschrijver vertelt vanuit het wereldbeeld van zijn tijd’ dan bedoeld? Als tweede reageert u op het stukje historiciteit. Hoe hadden wij uw visie dan het beste kunnen omschrijven? En wat ziet u als de historische kern? Als derde zou ik graag uw reactie op de overige punten horen. Overigens willen we niet ‘elkaar’ bestrijden maar de ‘argumenten van elkaar’. Ik heb geen enkele behoefte om u als persoon te bestrijden!

Reply
Peter B.

Van den Brink haalde in het ND van 9 december 2015 twee verschillende evolutie-concepten door elkaar. De wetenschappers hadden het in hun brief over de moderne evolutieopvatting, en daarmee bedoelde ze het theoretische concept van waaruit de evolutiebiologie denkt. In zijn weerwoord had Van den Brink het ook over evolutie, maar nu in de zin van het biologische proces waardoor organismen zich kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden. Dat we te maken hebben met twee volstrekt verschillende concepten was hem volledig ontgaan.

Evolutie als biologisch adaptatie-mechanisme wordt door geen enkele creatie-wetenschapper bestreden. Dat heeft van den Brink ook in een eerdere reactie, die van het Logos Instituut, alhier kunnen lezen. [zie: http://logosnl.wpengine.com/evolutie-ja/ (red.)] Het theoretische concept, dat bekend staat onder de noemer NeoDarwinisme, is door de ontdekkingen van de afgelopen decennia onhoudbaar geworden. De moderne evolutiebiologie is reeds in heel andere richtingen aan het denken, waarbij organismen adapteren door te putten uit bibliotheken vol informatie, door zelf-organisatie en zelf-assemblage. Dat zijn theoretische concepten die wel verenigbaar zijn met schepping, maar met evolutie niet veel te maken hebben. Ik denk dat de tijd gekomen is om de biologie over te laten aan de biologen. Er is geen reden om Christus met Darwin te verenigen, zoals Van den Brink dat wil, want de (evolutie)biologen nemen in ras tempo afscheid van Darwin.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over