Featured Image

Erosie van de continenten Stelling 21 van de '95 stellingen tegen evolutie'

De gerenommeerde geoloog Ariel A. Roth heeft onderzocht hoeveel grind, modder, stenen, enzovoorts jaar na jaar door de tegenwoordige rivieren in de oceanen wordt gespoeld. Hij berekende, dat na 10 miljoen jaar de continenten tot op zeeniveau zouden zijn afgesleten, indien zij niet gelijkertijd door tektonische processen werden opgeheven. Zelfs indien in het verleden wezenlijk… Erosie van de continenten Stelling 21 van de ’95 stellingen tegen evolutie’“>Read more »

Featured Image

Cambrische Explosie Stelling 20 van de '95 stellingen tegen evolutie'

In de aardlagen, die ouder zijn dan het zogenaamde Cambrium (naar men aanneemt ca. 488 – 542 miljoen jaar geleden), vindt men uitsluitend microfossielen. In het Cambrium zelf duiken dan plotseling zeer complexe levende wezens op. De aanname, dat eencellige en meercellige levende wezens of planten en dieren gemeenschappelijke voorouders hebben, wordt door het fossielenverslag… Cambrische Explosie Stelling 20 van de ’95 stellingen tegen evolutie’“>Read more »

Featured Image

Missing links Stelling 19 van de '95 stellingen tegen evolutie'

Ook na een intensieve zoektocht van 150 jaar zijn de vereiste overgangen van vissen naar amfibieën, van amfibieën naar reptielen en van reptielen naar vogels niet gevonden in de fossielen.  Vergelijkingen van de “amfibie-achtige vissen” (Coelacanth/ Periophthalmus) en de “visachtige amfibieën” (Ichthyostega) tonen bovendien, dat bij complexe essentiële kenmerken, zoals de bouw van de tetrapodenextremiteit… Missing links Stelling 19 van de ’95 stellingen tegen evolutie’“>Read more »

Featured Image

Snelle verstening (taphonomie) Stelling 18 van de '95 stellingen tegen evolutie'

Wil een levend wezen gefossiliseerd worden, dan moet het binnen de kortste tijd met sediment bedekt en van de lucht afgesloten worden. Anders zal het verrotten/bederven. Wanneer het afgesloten levende wezen door geschikte mineralen wordt omgeven, vindt tengevolge van chemische processen een uitwisseling tussen de moleculen van het organisme en zijn mineraalhoudende omgeving plaats. Het… Snelle verstening (taphonomie) Stelling 18 van de ’95 stellingen tegen evolutie’“>Read more »

Featured Image

Hiaat in het fossielen verslag Stelling 17 van de '95 stellingen tegen evolutie'

Toen Charles Darwin zijn theorie publiceerde, dat alle ons bekende levende wezens familie van elkaar zijn, oogstte hij van de kant van paleontologen voornamelijk hoofdschudden. Reeds toen was te onderkennen, dat de noodzakelijke overgangsvormen tussen de afzonderlijke basissoorten systematisch ontbraken. Tegenwoordig kan men dat hiaat, op basis van waarnemingen, wel het hoofdkenmerk van het fossielenverslag… Hiaat in het fossielen verslag Stelling 17 van de ’95 stellingen tegen evolutie’“>Read more »

Featured Image

Resistentie tegen antibiotica Stelling 16 van de '95 stellingen tegen evolutie'

Het feit, dat bacteriën tegen antibiotica resistent kunnen worden, wordt vaak als een waarneembaar bewijs voor evolutie gezien. Mutaties, die tot een antibioticaresistentie leiden, hebben echter in de regel een verlies van informatie in het genoom tot gevolg. In de allermeeste gevallen wordt slechts een enkele base in het genoom veranderd, die het een bepaalde… Resistentie tegen antibiotica Stelling 16 van de ’95 stellingen tegen evolutie’“>Read more »

Featured Image

DDT-resistente insecten Stelling 15 van de '95 stellingen tegen evolutie'

Toen vliegen en muggen na een zekere tijd resistent werden tegen het insectengif DDT, zag men daarin een bewijs voor evolutie. Daarop volgende onderzoeken hebben echter aangetoond, dat er altijd al genetische varianten van DDT resistente insecten waren. Alle resistente insecten van de huidige tijd zijn nakomelingen van deze zeldzame varianten. Het is eenvoudig zo, dat de niet resistente soorten grotendeels zijn uitgestorven, terwijl de resistente zich verder konden vermenigvuldigen.

Featured Image

Berkenspanner Stelling 14 van de '95 stellingen tegen evolutie

In veel schoolboeken wordt de peper-en-zoutvlinder opgevoerd als show voorbeeld voor waargenomen evolutie. Er bestaan van deze vlinder lichte en donkere exemplaren. Tengevolge van de luchtvervuiling door de industrialisering stierven de witte korstmossen op de basten van de bomen. De bomen werden donker. In dezelfde tijd hebben de donkere vlinders zich sterker voortgeplant dan de… Berkenspanner Stelling 14 van de ’95 stellingen tegen evolutie“>Read more »

Featured Image

Biogenetisch principe Stelling 13 van de '95 stellingen tegen evolutie'

Ernst Haeckel (1834-1919) heeft beweerd, dat de mens gedurende de groei in het moederlichaam de evolutionaire ontwikkeling van vis tot mens herhaalt. Deze stelling werd reeds tijdens het leven van Haeckel weerlegd. Nieuwe foto’s bewijzen de volledige onhoudbaarheid van deze theorie. Ondanks dat vindt men Haeckels voorstelling ook tegenwoordig nog in veel schoolboeken! Haeckel heeft… Biogenetisch principe Stelling 13 van de ’95 stellingen tegen evolutie’“>Read more »

Featured Image

Rudimentaire organen Stelling 12 van de '95 stellingen tegen evolutie'

In de afgelopen 150 jaar heeft men bij talrijke levende wezens organen ontdekt, die eerst ingedeeld werden als rudimentair, onvolledig en doelloos. Later bleek meestal, dat zij voor het organisme als geheel wel degelijk een concreet nut dienen. In andere gevallen is er sprake van een degeneratie. De miljarden “in opbouw zijnde organen” waarvan het in de natuur zou moeten wemelen, bestaan niet.

Featured Image

Homeotische genen Stelling 11 van de '95 stellingen tegen evolutie'

Homeotische genen zijn stuurgenen, die hele ontwikkelingscascaden in de embryonale ontwikkeling op gang brengen. Zij lijken erg op elkaar over een breed systematisch gebied van de vlieg, de muis, de kip tot op de mens. De grote overeenkomst van deze stuurgenen van de embryonale ontwikkeling voedde aanvankelijk de gedachte, hen als sleutelgenen voor de macro-evolutie te zien. Deze verwachting bleef echter onvervuld.

Featured Image

Pseudogenen Stelling 10 van de '95 stellingen tegen evolutie'

“Pseudogenen” (pseudo = nep, vals) zijn als genen opgebouwd, ze zien er beschadigd uit en worden meestal niet gebruikt. Daarom zag men hierin toevallige evolutionaire restanten. Bij verder onderzoek blijkt echter, dat sommige pseudogenen belangrijke functies hebben bij de regeling van genactiviteit en de embryonaleontwikkeling.

Featured Image

Drosophila melanogaster Stelling 8 van de '95 stellingen tegen evolutie'

Het fruitvliegje Drosophila melanogaster wordt sinds 1908 als modelorganisme voor de genetica gebruikt. Meer dan 3000 mutaties daarvan zijn tot op heden beschreven. Tot op heden is echter nog nooit een ontwikkeling tot een nieuw voordelig bouwplan vastgesteld.

Featured Image

Symbiose en slaafs gedrag Stelling 7 van de '95 stellingen tegen evolutie'

De bekende mechanismen van de evolutietheorie zijn niet toepasbaar, wanneer het er om gaat, het ontstaan van symbiose en slaafs gedrag te verklaren. Van symbiose spreekt men, wanneer beide partijen een voordeel aan de samenwerking ontlenen. Van slaafs gedrag spreekt men, wanneer slechts één partij de andere dient en daardoor zelf nadelen op de koop toe neemt.