Featured Image

Symbiose en slaafs gedrag Stelling 7 van de '95 stellingen tegen evolutie'

De bekende mechanismen van de evolutietheorie zijn niet toepasbaar, wanneer het er om gaat, het ontstaan van symbiose en slaafs gedrag te verklaren. Van symbiose spreekt men, wanneer beide partijen een voordeel aan de samenwerking ontlenen. Van slaafs gedrag spreekt men, wanneer slechts één partij de andere dient en daardoor zelf nadelen op de koop toe neemt.

Featured Image

Biodiversiteit Stelling 6 van de '95 stellingen tegen evolutie'

Onder Biodiversiteit verstaat men de rijkdom aan planten- en diersoorten, de verscheidenheid binnen de soorten of de diversiteit in ecosystemen. Evenals het menselijk lichaam afhankelijk is van de werkverdeling van een veelheid aan cellen en organen, is ook een ecosysteem afhankelijk van de opdeling van het werk door biodiversiteit. Op grond daarvan is het scenario van een geleidelijke evolutie, die met één enkele cel zou zijn begonnen, niet in overeenstemming met de werkelijkheid. Het is denkbaar, dat de ecosystemen, waarin we hedentendage leven, in zeer korte tijd, mogelijk zelfs binnen enkele dagen, moeten zijn samengesteld.

Featured Image

Evolutiemechanismen Stelling 5 van de '95 stellingen tegen evolutie'

De bekende evolutie mechanismen: mutatie (sprongsgewijze verandering van het erfelijk materiaal), selectie, genoverdracht, combinatie van gensegmenten, genduplicatie en andere factoren voldoen niet, om het ontstaan van nieuwe bouwplannen en functies (macro-evolutie) te verklaren. Deze mechanismen zijn vrijwel zonder uitzondering onwerkzaam of schadelijk, nauwelijks nuttig en vaak dodelijk. Daarbij komt, dat volgens grove schattingen van John Haldane zelfs een miljoenen jaren durende ontwikkelingstijd niet toereikend zou zijn, om een soorten diversiteit zoals we die tegenwoordig zien, te doen ontstaan.

Featured Image

Mutaties en informatietoename Stelling 4 van de '95 stellingen tegen evolutie'

Volgens de theorie zou macro-evolutie optreden door een toevallige reeks van mutaties, die in de betreffende omgeving van het levende wezen selectievoordeel geven. In 2005 heeft de bioloog Jerry Bergman met zijn team in bijna 19 miljoen publicaties naar gunstige mutaties doorzocht. Van de 453.732 beschreven mutaties konden slechts 186 als gunstig ingedeeld worden. Echter bij geen van deze mutaties vond men een toename van genen voor nieuwe en ook functionerende proteïnen.

Featured Image

Niet-reduceerbare complexe systemen naturalistisch lastig te verklaren? Stelling 3 van de '95 stellingen tegen evolutie'

Een niet-reduceerbaar complex systeem noemt men een samenstelling van afzonderlijke bestanddelen, waarvan elk afzonderlijk onderdeel absoluut aanwezig moet zijn om het totale systeem te laten functioneren. Wil een auto kunnen rijden dan zijn er minimaal een motor, een koppeling, vier wielen en een stuurinrichting nodig. Dat een „primitieve oerauto” in een aanvankelijke „ontwikkelingsfase” ook zonder motor of zonder koppeling of zonder wielen zou kunnen rijden hebben, is even ondenkbaar als het denkbeeld dat de biodiversiteit van het aardse leven stapsgewijs zou kunnen zijn ontstaan.

Featured Image

Over stambomen en stamstruiken Stelling 2 van de '95 stellingen tegen evolutie'

Veel eigenschappen van organismen zijn zo onsystematisch verdeeld, dat het bij toenemend onderzoek niet eenvoudiger, maar moeilijker wordt, om correcte stambomen te vormen en op consistente wijze afstammingsrelaties te reconstrueren. In plaats van stambomen moeten voortdurend nieuwe, op zichzelf staande stamstruiken geschetst worden. Daarbij komt, dat moderne DNA-analysen ons dwingen, stambomen, die tot nu toe erkend waren, te herzien en opnieuw in aparte struiken weer te geven. Het opstellen van een algemeen erkende stamboom der soorten is mislukt.

Featured Image

Het verschil tussen micro- en macro-evolutie Stelling 1 van de '95 stellingen tegen evolutie'

Er bestaat geen enkel bewezen voorbeeld voor macro-evolutie. Aaneengeschakelde micro-evolutie levert geen macro-evolutie op, omdat daarbij geen nieuwsoortige organen, structuren en functies ontstaan en geen toename van daarvoor passende informatie in het erfelijk materiaal van het levende wezen plaatsvindt. Daar komt nog bij, dat tegenwoordig waargenomen micro- evolutie 10.000 tot 10 miljoen keer sneller kan verlopen, dan dat in het algemeen uit de fossielen afgeleid wordt.