Featured Image

Appendix vermiformis: geen rudiment, maar schuilkelder Wormvormig aanhangsel heeft waarschijnlijk toch een functie

Één van de klassieke argumenten voor evolutie was dat het menselijk lichaam zogenaamde rudimentaire organen bevat. Dat zijn organen waarvan men dacht dat ze geen functie hadden: nutteloze overblijfsels van evolutie. Maar de afgelopen eeuw zijn er steeds meer functies ontdekt, zodat je nu nagenoeg geen rudimentaire organen meer kunt aanwijzen.

Featured Image

Steenkool veel jonger dan gedacht C-14 in steenkool, krachtig argument voor scheppingsmodel

Aan steenkoollagen worden vaak leeftijden van miljoenen tot honderden miljoenen jaren toegeschreven. Maar als steenkool echt zo oud is, kan het beslist geen koolstof-14 (14-C) meer bevatten. Want het radioactieve 14-C vervalt zo snel dat er na zo’n honderdduizend jaar geen spoortje meer van te bekennen is. Toch worden er in steenkool nog meetbare hoeveelheden 14-C aangetroffen. De aanwezigheid van 14-C in steenkool toont aan dat steenkool op z’n hoogst enkele tienduizenden jaren oud is.

Featured Image

Cambrische explosie steeds explosiever De moeilijkheidsgraad van de evolutionaire legpuzzel vergroot

Nieuwe fossiele vondsten lijken de Cambrische explosie steeds explosiever te maken. Al sinds de tijd van Charles Darwin wordt het gebrek aan fossiele tussenvormen gezien als één van de grootste bezwaren tegen de evolutietheorie. Dit probleem is het duidelijkst zichtbaar in de Cambrische explosie. Volgens de conventionele theorie is het Cambrium de periode van ongeveer 541 tot 485 miljoen jaar geleden. Het verrassende is dat fossielen van bijna alle hoofdafdelingen (fyla) van het dierenrijk ‘plotseling’ verschijnen in de aardlagen uit het Cambrium. Zonder dat er in de oudere aardlagen eronder overgangsvormen worden gevonden die de geleidelijke ontwikkeling van al deze fyla laten zien. Deze explosie van levensvormen in het Cambrium past veel beter bij een plotselinge schepping dan bij een geleidelijke evolutie.