Vorige week donderdag ging het over de ontdekking van Amerika door Phoeniciërs, ver voordat Columbus er voet aan wal zette.1 Phoenicische inscripties, gevonden in Zuid-Amerika, zijn aanwijzingen dat dit zeevolk het Amerikaanse continent bereikte. Wist je dat er ook aanwijzingen zijn dat de Phoeniciërs handelskolonies in Zuid-Amerika hadden? Hoewel niet onomstreden werpen deze gegevens nieuw licht op de geschiedenis en ook op de Bijbel.

water_goud.pixabay

In de Paraíba-inscriptie, die in Brazilië is gevonden (Weet Magazine 12), wordt gesproken over Phoeniciërs die in opdracht van de ‘machtige koning’ Hiram vertrokken bij Ezion-Geber in de Rode Zee. Nadat zij rondom Afrika waren gevaren, werden ze door een sterke wind meegevoerd. Zo kwamen ze in Brazilië terecht. De Bijbel maakt ook melding van de Phoeniciërs. Verbazend genoeg vermeldt de Bijbel zelfs koning Hiram (of: Chiram) waarover de Paraíba-steen spreekt. Koning Salomo gaf deze koning van Tyrus namelijk de opdracht goud en allerlei kostbaarheden te halen. De Phoeniciërs haalden enorme scheepsladingen goud voor Salomo uit een mysterieus land, genaamd Ophir (of: Ofir). De schepen kwamen terug met goud, edelstenen, dieren en onbekende houtsoorten.

In 1 Koningen 9:26-28 staat het volgende:

‘De koning salomo maakte ook schepen te Ezeon-Geber, dat bij Eloth is, aan den oever der Schelfzee, in het land van Edom. En Hiram zond met die schepen zijn knechten, scheepslieden, kenners van de zee, met de knechten van Salomo. En zij kwamen te Ofir, en haalden van daar aan goud, vierhonderd en twintig talenten, en brachten het tot den koning Salomo.’

En 1 Koningen 10:11-12 zegt:

‘Verder ook de schepen van Hiram, die goud uit Ofir voerden, brachten uit Ofir zeer veel almuggimhout en kostelijk gesteente. En de koning maakte van dit almuggimhout steunselen voor het huis des Heeren, en voor het huis des konings, mitsgaders harpen en luiten voor de zangers. Het almuggimhout was zo niet gekomen noch gezien geweest, tot op dezen dag.’

Het is altijd een mysterie geweest waar het land Ophir lag. Er is in het Midden-Oosten namelijk geen land dat Ophir heette. Sommigen, zoals Flavius Josephus, meenden dat Ophir in India was gelegen, maar die uitleg is moeilijk houdbaar aangezien India in de oudheid meer interesse had in de import van goud dan de export. Ook heeft men verondersteld dat Ophir in Arabië moest liggen, omdat één van de zonen van Joktan (de traditionele stamvader van veel Arabische volken) Ophir heette. Echter, Ophir is een Semitische naam die ook onder Israëlieten veel voorkwam en daarom niet per se aan Arabieren hoeft te worden gekoppeld. Bovendien: als Ophir werkelijk in Arabië lag, zou Salomo geen grote vloot van schepen nodig gehad hebben en evenmin de hulp van de Phoeniciërs. Hij kon dan simpelweg de karavaanroutes van het Arabisch Schiereiland gebruiken. De Bijbelteksten spreken vol verwondering over de unieke grondstoffen en houtsoorten waarmee de vloot terugkwam. Dat suggereert dat die uit een exotisch en ver gelegen oord afkomstig waren. Bovendien was de vloot van Salomo drie jaar onderweg. Zo’n lange reis doet vermoeden dat het niet om de hoek was!

rio-1841419_1280.pixabay

De in Brazilië gevonden Paraíba-inscriptie werpt een buitengewoon interessant licht op de Bijbelteksten. Volgens de reizigers die de inscriptie aanbrachten, waren zij weggevaren vanaf Ezion-Geber in de Rode Zee, in opdracht van koning Hiram, precies zoals 1 Koningen 9 vertelt. Het roept de volgende vraag op: is het niet mogelijk dat het mysterieuze land Ophir een Semitische benaming was voor het ‘geheime’ land dat de Phoeniciërs ontdekten ‘in de oceaan op grote afstand’… Amerika? Zelfs de vroegste ontdekkingsreizigers legden de link tussen het Amerikaanse continent en Ophir. Toen Columbus verlaten goudmijnen ontdekte op het eiland Haïti, meende ook hij het land Ophir te hebben gevonden.

VONDSTEN VAN SAVOY
Archeoloog en onderzoeker Gene Savoy heeft jarenlang onderzoek gepleegd in Zuid-Amerika. Hij vond in het Amazonegebied fascinerende inscripties die hij herkende als symbolen uit het Midden-Oosten.

Savoy ontdekte een specifiek symbool dat volgens hem verwees naar Ophir, het land waarnaar de Phoenicische schepen van Hiram uitvoeren voor Salomo. Verbazend genoeg werd het symbool ook gevonden in de regio van de Dode Zee in Israël. Daarnaast vond Savoy een Phoenicisch-Hebreeuwse inscriptie uit Salomo’s tijd in Tel Qasile, een plek uit de oudheid in de buurt van Tel Aviv. De tekst luidde: ‘Goud van Ophir, het bezit van Beth-horon, dertig sjekels.’ In 1989 vond Savoy opnieuw het Ophir-symbool in de mond van een grot in de oude stad Gran Vilaya in Peru. Volgens Savoy droegen alle schepen van Salomo die uitvoeren naar Ophir dit symbool. Savoys vindingen wijzen opnieuw op het bestaan van een eeuwenoude handelsroute tussen Phoenicië en Zuid-Amerika.

De Tarsisvloot

De vloot van Salomo die uitging naar Ophir, werd de Tarsisvloot genoemd. Tarsis is de oude naam voor Spanje – de schepen hadden namelijk Spanje als vaste handelsbestemming. Dat deze Tarsis-vloot van Salomo in Amerika is geweest, wordt aannemelijk gemaakt door een inscriptie in Noord-Amerika, op een rots aan de kust van Mount Hope Bay in Bristol op Rhode Island. De Phoenicische tekst op die rots zegt: ‘reizigers van Tarsis – proclameert deze rots.’

Voorkennis?

Als de phoeniciërs werkelijk Amerika ontdekt hebben, dan hebben ze hun routes goed geheim weten te houden. In de tijd dat de macht van de Phoeniciërs afbrokkelde (circa 539-65 voor Christus) zou alle kennis over het verre continent verloren moeten zijn gegaan. Toch zijn er aanwijzingen dat er kennis bewaard is gebleven. In de derde eeuw voor Christus richtte koning Ptolemeus II een bibliotheek in die alle toenmalige kennis moest herbergen. Allerlei bronnen van wijsheid, geschiedenis en wetenschap uit allerlei culturen werden vertaald en in de bibliotheek opgenomen. De zogenaamde koninklijke ‘Bibliotheek van Alexandrië’ was in haar glorietijd de meest uitgebreide bibliotheek van het Middellandse Zeegebied. Hoewel de bibliotheek verloren is gegaan, zijn er nog wel een paar indexen van de bibliotheek bewaard gebleven. Daardoor is bekend wat er zoal voor boeken werden bewaard. Behalve de werken van Griekse wetenschappers, schrijvers en filosofen werd er ook veel overgenomen uit de omringende landen en rijken. Volgens de indexen bezat de bibliotheek een compleet overzicht van de geschiedenis van Mesopotamië, Egypte, maar ook van Carthago (een belangrijke Phoenicische stad) en van de Phoeniciërs. Sommigen beweren dat Columbus met voorkennis naar het westen vertrok. Hij zou het bestaan van het continent hebben ontdekt door oude verslagen of kaarten te raadplegen; overgebleven flarden uit de bibliotheek van Alexandrië. Wie zal het zeggen?

Bijbel en archeologie

Als de Phoeniciërs werkelijk in Amerika zijn geweest, ver voordat de Europeanen er voet aan wal zetten, dan blijkt de Bijbel hierin een uitstekend geschiedkundig verslag. De inscripties die op het Amerikaanse vasteland zijn gevonden, bevestigen de nauwkeurigheid van de Bijbel in de verslaggeving van de reizen van de Phoeniciërs, hun vertrekplaats, hun opdrachtgever en zelfs hun doel: het leveren van goud en allerhande kostbaarheden voor koning Salomo.

WHAT'S IN A NAME... WAAR KOMEN NAMEN VAN ZUID-AMERIKAANSE LANDEN VANDAAN?
mist_bergen.pixabay

Brazilië Veel is in nevelen gehuld. Neem het land Brazilië – niemand weet eenduidig waar deze naam vandaan komt, maar het staat al sinds de vroegste tijden op landkaarten van de ontdekkingsreizigers aangegeven. Toch is er een verklaring. In de oudheid noemde men een land vaak naar de grondstoffen die het bezat. Zo betekent Nubië ‘goud’ in het Egyptisch en betekent Cyprus ‘koper’. Opmerkelijk genoeg is de stam (de basis van het woord ‘ijzer’, zonder klinkers) in de meeste semitische talen ‘brzl’. In de oude Soemerische taal was het woord voor ijzer zelfs ‘parzillu’ of ‘barzilla’. Aangezien de Phoeniciërs een Semitische taal spraken, is het mogelijk dat zij de naam aan het land gaven. Wat het nog mysterieuzer maakt is dat in de oud-Ierse mythologie wordt gesproken over ‘Brazil’ of ‘hy-Brazil’, een westelijk eiland dat aan de andere kant van de oceaan zou liggen. De Britse eilanden waren één van de locaties waar de Phoeniciërs handel mee dreven.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Weet Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Evenboer, T., 2012, Behouden vaart, schepen van Tarsis! Sporen van Salomo’s goudleveranciers in Zuid-Amerika, Weet 15: 33-35 (PDF). In deze bron is ook de gebruikte literatuur te vinden.

Voetnoten

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

1 Comment

D. Mast

Lagen de continenten in de Oudheid wat dichter bij elkaar dan tegenwoordig en dat daardoor volkeren uit het Midden-Oosten gemakkelijke Amerika konden bereiken? Tijdens de Zondvloed waren er catastrofale continentverschuivingen, wellicht in de Oudheid gematigd snelle continentverschuiving en tegenwoordig zeer langzame verschuivingen van maar enkele cm’s per jaar.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over