Nu de speelfilm Noah in de media veel aandacht heeft gekregen, is het misschien interessant om ook op een andere manier eens terug te gaan naar de tijd vlak voor de zondvloed. Hoe mooi zou het zijn als je bijvoorbeeld een door mensen gemaakt voorwerp uit die tijd in handen kreeg? Zou je zo’n voorwerp óóit kunnen vinden? Dat lijkt onmogelijk. Toch is er een vondst die sterke papieren heeft: een mysterieuze bel.

Newton Anderson had in 1944, als knaap van 10, de taak om het kolenfornuis van het gezin in Buckhannon (West Virginia, VS) brandende te houden. Op een avond bracht hij een groot stuk kool in z’n schop mee. Dat brok viel op de grond, brak doormidden en er kwam een metalen voorwerp gedeeltelijk bloot te liggen. Het lukte de jongen om het voorwerp helemaal schoon te maken –helaas verwijderde hij elk spoortje steenkool– en zo kwam er een handbel tevoorschijn. Deze bel heeft jarenlang in het huis van de Andersons gestaan.

De Andersonbel

Via creationistische literatuur kreeg deze bel langzaamaan bekendheid. Anderson werd in 1992 geïnterviewd voor het CBS docudrama Ancient Secrets of the Bible (Oude geheimen van de Bijbel). De handbel werd enige jaren tentoongesteld in het Museum of National History van San Diego.

Herkomst

Om te achterhalen waar de kolen vandaan kwamen waar Newton de bel in had gevonden, ging men te rade bij de kolenleverancier van de Andersons. Na onderzoek bleek dat de steenkool afkomstig was uit een mijn in Upshur County (West Virginia). In dat gebied worden drie soorten steenkool aangetroffen: Ten eerste antraciet, de glanzende zwarte, harde kool. Ten tweede de matzwarte, vette of bitumineuze kool (90% van de West Virginia-kool is van deze kwaliteit).

En tot slot bruinkool (ligniet), die bruin en zacht is. Uit de mijn in Upshur County werd de zwarte, vette (bitumineuze) kool gedolven uit lagen, tientallen meters onder de grond, die gerekend worden tot het Carboon. Volgens evolutionistische maatstaven worden die lagen gedateerd op zo’n 300 miljoen jaar oud. De eerste moderne mens zou volgens datzelfde model ongeveer 200.000 jaar geleden moeten zijn ontstaan. Maar… als er 300 miljoen jaar geleden nog helemaal geen mensen waren, hoe kan zo’n handbel –die uit een hoog ontwikkelde beschaving moet stammen– dan uit deze tijd komen?

Men vond deze zaak zodanig belangrijk dat men alle twijfel wilde uitsluiten. Daarom werd Anderson gevraagd om als getuige aan een leugendetectortest mee te doen. Die test is afgenomen door Stan Fulmer, een expert op dit gebied die ook werkte met ter dood veroordeelden. Dit onderzoek, waarin Anderson geloofwaardig werd bevonden, werd 60 jaar na de vondst van de bel uitgevoerd en kan online bekeken worden via http://www.genesispark.com/wp-content/uploads/2011/10/bell_polygraph.jpg.

Uiterlijk van de bel

Figuur aan de bovenkant van de bel.

In de jaren 60 is de bel grondig onderzocht door de geologiefaculteit van de universiteit van Delaware. Daar werd bevestigd dat de bel echt met de hand is gemaakt. Labonderzoek wees uit dat de bel bestond uit een tot dan toe onbekende samenstelling van voornamelijk brons met een beetje zink. De klepel is van ijzer. Dit onbekende metaalrecept stamt dus uit een vergane cultuur. Als de bronzen bel gemaakt zou zijn in de periode vóór de zondvloed, dan zou dat kunnen kloppen. In Genesis 4:22 wordt Tubal-Kaïn namelijk genoemd als leermeester in koper en ijzer. Dat zijn de twee metalen waar men in die periode mee werkte (brons is een legering van koper en tin). Anderson besteedde veel tijd aan eigen onderzoek van de demonachtige figuur op de top van de bel. Deze figuur lijkt veel op de Babylonische geest van de Zuidwestelijke Winden, Pazuza, en de hindoegod Garuda. Ze hebben allemaal een hoorn op het hoofd (bij Andersons bel is die gedeeltelijk afgebroken). Hun smalle gezichten lijken op elkaar. Garuda, een vliegende god, wordt soms afgebeeld bovenop een bel, net als de Egyptische gevleugelde godin Isis. De vleugels en de knielende gestalte van de belfiguur zijn typerend voor de Garuda. Het is dus mogelijk dat een prevloedse afgod (misschien zelfs ‘Pazuza’ of ‘Garuda’ genoemd) aanbeden werd door de toenmalige bevolking. Na de zondvloed, toen de wereldbevolking weer begon te groeien, zou deze zelfde geest weer inspiratiebron geweest kunnen zijn tot afgodenaanbidding in het Oosten.

Kritiek

Critici hebben de gelijkenis met de Garuda-bel aangegrepen als reden om Andersons bel af te doen als een recent voorwerp. Zo oordeelt Hudson (2010) dat Anderson zelf wellicht niet geloofwaardig is. Hij vindt het nogal onbetrouwbaar dat een persoon meer dan 60 jaar vóórdat hij de leugentest doet, de bel zou hebben gevonden. Ook zou het kunnen dat de bel niet echt in de steenkool zat, maar dat deze in een vast aaneengegroeide massa zat van een soort ‘koolbrij’. Deze koolbrokken zouden in de loop van de tijd aan elkaar zijn gekoekt, zodat het alleen maar léék alsof het één grote brok was. Hudson geeft als verklaring dat de bel een Garuda-bel is, gemaakt van stukjes afgeschraapt metaal die opnieuw gebruikt zijn door een ambachtsman in India (of ergens anders in Azië). Deze bel werd vervolgens door iemand uit het Verre Oosten naar de bergen van West Virginia meegebracht. Daar moet hij dan per ongeluk in een koolader zijn gevallen, waarna er snel een ‘koolbrij’ rond zou zijn gevormd.

Maar, dat moet dan zijn gebeurd zonder dat de brij bevuild kon worden met bladeren, aarde en dergelijke. Zo’n koolbrij bevat stof en deeltjes van kool en water, wat een bijproduct is van kolendelving. De slurrie zou de bel dan hebben begraven en is vervolgens gedroogd, waarna het verhardde tot een pure harde koolmassa dat een solide stuk kool leek toen het werd gedolven. Anderson gaf aan dat de bel niet in zachte bruinkool (ligniet) werd gevonden, maar in een blok harde, zwarte kool. Bovendien kende hij niemand in zijn gemeenschap die hindoe is, van Indiase afkomst of die had gereisd naar het Verre Oosten en teruggekeerd was met artefacten.

Beste scenario

Uiteindelijk is het best verklarende scenario het volgende: bronzen voorwerpen kunnen gemakkelijk zo’n 4.000 jaar doorstaan, van de zondvloed tot het heden. Je kunt speculeren dat de zondvloed een einde maakte aan de beschaving. Een van de bellen, die vóór de zondvloed gemaakt was, werd toen begraven door een drijvende vegetatiemat die later de West Virginiaanse kool zou worden. En een stukje van de steenkool kwam uiteindelijk met bel in de kolenbak van de Andersons terecht.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Weet Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Duister, W., 2014, Een belletje uit Noachs tijd? Geheimzinnige bronzen handbel, gevonden in steenkool Weet 28: 34-35 (PDF).

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.