In het boek Daniël (5: 1; 7: 1) lezen wij over de Babylonische koning Belsazar. Lange tijd gold hij voor niet-historisch. Uiteindelijk werd er een Babylonische tekst gevonden die zijn naam vermeldde. “De Bijbel is bevestigd” lezen we dan.
Is deze formulering juist?

In scholen wordt in de Latijnse les “Over de Gallische oorlog” van Caesar gelezen. Hierin worden de daden van Caesar bij de Romeinse verovering van Gallië beschreven. Er is echter geen enkele archeologische vondst die laat zien, dat Caesar ooit in Gallië is geweest. Geldt Caesars verovering van Gallië als niet-historisch? Wacht men op een archeologische vondst die Caesars daden kan bevestigen? Nee.

Ook Livius wordt op school gelezen. Een favoriete passage is die waarin Hannibals tocht met olifanten over de Alpen wordt beschreven. In de Franse en Italiaanse Alpen is echter nooit een overblijfsel gevonden van de passage van Hannibals leger. De dorpshistorici in alle dalen in de Franse Alpen die eventueel in aanmerking komen voor de passage van dit leger, proberen wel te bewijzen, dat Hannibal nu juist door hun dorp is getrokken. Niemand vraagt zich af, of die tocht van Hannibal misschien niet-historisch is. Voor Hannibals tocht is kennelijk geen bevestiging nodig.

Wat is het verschil? Caesar en Livius waren geen Joodse of christelijke gelovigen. Zij hebben daardoor kennelijk geen bevestiging nodig. De Bijbel wel. Althans zo redeneren veel ongelovige onderzoekers. Is dat een gezond uitgangspunt?
Nee. De Egyptenaren, Soemeriërs, Babyloniërs, Assyriërs, Hittieten, Feniciërs, Grieken en Romeinen hadden ook een geloof of zij hadden een filosofische levensopvatting die in onze tijd niet meer gebruikelijk is. Waarom zouden mensen met die visies betrouwbaarder zijn dan een Joodse of christelijke gelovige?

In de 19e eeuw was het gebruikelijk veel te wantrouwen. Natuurlijk leer je in het wetenschappelijk onderwijs, dat je kritisch moet zijn en alles zelf moet nagaan. Maar ook dat kun je overdrijven. Je kunt niet van elke historische tekst op voorhand alles wantrouwen.
Van de Griekse dichter Homerus werd in de 19e eeuw aangenomen, dat hij heel de geschiedenis die hij vertelt, verzonnen had. Heinrich Schliemann vertrouwde Homerus wel. Hij groef de plaatsen op waar zich Homerus’ gedichten voornamelijk afspeelden. Homerus werd in ere hersteld. De historische achtergrond van zijn gedichten klopt, niet alle feiten, maar daarin speelt de dichterlijke vrijheid om een aantrekkelijk verhaal te schrijven.
De Griekse geschiedschrijver Herodotus moest het ook ontgelden. Nu werd hij wel niet totaal gewantrouwd, maar men was superkritisch. Uiteindelijk heeft hij op zeer veel punten gelijk gekregen.
Het evangelie van Johannes gold lange tijd als zeer laat ontstaan, eeuwen na de tijd van Johannes. Dan vond men in Egypte restanten van een tekst van dit evangelie die op zijn laatst rond 125 (na Christus uiteraard) gedateerd moet worden. Papyrus 52 heet die tekst. De kritische theologie had weer eens ongelijk.
Voor een bewijs, dat de brieven van Paulus echt zijn, zie mijn artikel https://logos.nl/de-datering-van-paulus/ vooral het laatste hoofdstuk.
Het is tegenover geschiedschrijving die zich als serieus aandient, veel eerlijker de mededelingen te vertrouwen, totdat blijkt, dat ze niet waar zijn. Ook geschriften moeten gelden als afkomstig van de schrijver wiens naam erboven staat, totdat bewezen is, dat hij de schrijver niet kan zijn. Zo leerde ik het in de 20e eeuw op de universiteit.

Dat ongelovigen schrijven, dat de Bijbel door buitenbijbelse teksten of door archeologische vondsten bevestigd wordt, is dus methodisch gezien merkwaardig. Veel merkwaardiger is, dat gelovigen die terminologie ook gebruiken. Voor een gelovige is de Bijbel Gods woord. Dat is een zaak van geloof, zegt men dan. De mening, dat de Bijbel niet van God komt, is echter ook een onbewijsbaar geloof.
Maar ook zonder het christelijk geloof te gebruiken kan duidelijk gemaakt worden, dat de Bijbel te grote toevalligheden kent in de voorspellingen om zomaar door mensen geschreven te zijn. In mijn artikel https://logos.nl/onbewezen-uitgangspunten-levensopvattingen/ is over dit onderwerp meer te vinden alsook een verwijzing naar het zeer belangrijke werk van Josh McDowell.

Laten we dus ophouden blij te schrijven, dat de Bijbel bevestigd is. De Bijbel behoeft niet bevestigd te worden. Buitenbijbelse teksten en archeologische vondsten leveren alleen maar illustratiemateriaal waardoor de Bijbel doorgaans levendiger wordt en soms de uitleg gemakkelijker wordt. Door als christen ook te schrijven over een bevestiging van de Bijbel stimuleer je de mening onder christenen, dat de Bijbel minderwaardig is. En dat is grote Quatsch.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. A. Dirkzwager studeerde klassieke filologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Het hoofdvak was Grieks, de bijvakken Oude Geschiedenis en Latijn. Van de Griekse en Latijnse teksten die hij te bestuderen had, stamde 40% van christelijke auteurs. Zijn doctoraatsthesis was een inhoudelijke commentaar op de beschrijving van de Romeinse provincie Gallia Narbonensis door de Griekse aardrijkskundige Strabo. De titel was 'Strabo über Gallia Narbonensis', uitgegeven door Brill, Leiden 1975. Hij was werkzaam als leraar in Nederland en Vlaanderen, later als onderwijsinspecteur. Ook gaf hij colleges exegese Nieuwe Testament en hermeneutiek aan de Evangelische Theologische Faculteit van Heverlee. De exegetische kolom van 1 Timotheus, 2 Timotheus, Filemon en Judas in de Studiebijbel van het Centrum voor Bijbelonderzoek is van zijn hand, na retouches door de redactie.