Toen Jozef werd verkocht ontvingen zijn broers twintig sjekel zilver van de kooplieden. Strookt dat met de gangbare slavenprijzen van omliggende culturen? Wat zegt de archeologie hierover?

De sjekel was in Jozefs tijd geen munteenheid, maar een gewichtsmaat. Twintig sjekel kwam overeen met ongeveer 260 gram zilver. De kooplieden die met Jozefs broers onderhandelden waren mannen van hun tijd en wilden niets te veel betalen. Ook de broers zelf waren goed op de hoogte van de slavenprijzen, en wilden op hun beurt weer niets te weinig ontvangen. Na wat onderhandelen werden ze het eens.

Als je de slavenprijs van twintig sjekel met die van de omringende culturen vergelijkt, dan zie je dat de prijzen overeenkomen. Overigens laten meer Bijbelteksten zien dat genoemde personen rekening hielden met de gangbare slavenprijzen van hun tijd.

Inflatie

De Bijbel is niet het enige boek dat slavenprijzen noemt. In oude Babylonische documenten kun je die ook vinden. Uit deze documenten blijkt dat tussen 1900 en 1700 v.Chr. de gemiddelde prijs van een volwassen slaaf 22 sjekel is. Je ziet dit bijvoorbeeld terug in de wetten van Hammurabi en de transacties van Mari. Vóór die tijd was een slaaf goedkoper. Tijdens het Akkadische Rijk, rond 2200 v.Chr., betaalde men 10 tot 15 sjekel. Gedurende de Babylonische tijd werden slaven duurder. Tussen 1500 en 1300 v.Chr. kostte een slaaf rond de 30 sjekel. Tussen 1300 en 1200 v.Chr. betaalde men voor een slaaf in Ugarit (Kanaän) 40
sjekel. In het neo-Assyrische rijk (1000-600 v.Chr.) kostte een mannelijke slaaf 50 sjekel. In de Perzische periode (550-330 v.Chr.) rezen de prijzen de pan uit. Toen moest een koper maar liefst 90 tot 120
sjekel voor een slaaf neerleggen.

Bijbel

Interessant is dat je een ruwe datering van een Bijbelse geschiedenis kunt geven als je de genoemde slavenprijs vergelijkt met de prijzen uit omliggende culturen:

• Voor Jozef wordt 20 sjekel betaald (Genesis 37:28), wat hem volgens buiten-Bijbelse bronnen rond 1800 v.Chr. zou plaatsen.
• Door Mozes wordt opgeschreven dat een slaaf 30 sjekel kost (Exodus 21:32). Dat plaatst Mozes tussen 1500 en 1300 v.Chr.
• Ten tijde van koning Menahem, een van Israëls laatste koningen, is de
prijs inmiddels gestegen tot 50 sjekel (2 Koningen 15:20). Daarmee past de Bijbelse tijdrekening – Menahem leefde rond 750 v.Chr. – bij de slavenprijzen van het Assyrische rijk, dat toen in die regio aan de macht was.

Het lijkt erop dat de Bijbelse personen kinderen van hun tijd waren. Ze wisten heel goed wat de gemiddelde marktprijs van een slaaf was. Ook als het om geschiedenis gaat is de Bijbel betrouwbaar.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Weet Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Meerten, J.W. van, 2017, Bijbelse slavenprijzen. Volgden ze de wereldeconomie?, Weet 45: 37.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.