Onder Biodiversiteit verstaat men de rijkdom aan planten- en diersoorten, de verscheidenheid binnen de soorten of de diversiteit in ecosystemen. Evenals het menselijk lichaam afhankelijk is van de werkverdeling van een veelheid aan cellen en organen, is ook een ecosysteem afhankelijk van de opdeling van het werk door biodiversiteit. Op grond daarvan is het scenario van een geleidelijke evolutie, die met één enkele cel zou zijn begonnen, niet in overeenstemming met de werkelijkheid. Het is denkbaar, dat de ecosystemen, waarin we hedentendage leven, in zeer korte tijd, mogelijk zelfs binnen enkele dagen, moeten zijn samengesteld.

toucans-556025_1280

De werkverdeling en wederzijdse afhankelijkheid van vele planten- en diersoorten in een ecosysteem (biodiversiteit) weerspreekt de voorstelling van een stapsgewijs ontstaan. Onder Biodiversiteit verstaat men de rijkdom aan planten- en diersoorten, de verscheidenheid binnen de soorten of de diversiteit in ecosystemen. Evenals het menselijk lichaam afhankelijk is van de werkverdeling van een veelheid aan cellen en organen, is ook een ecosysteem afhankelijk van de opdeling van het werk door biodiversiteit. Op grond daarvan is het scenario van een geleidelijke evolutie, die met één enkele cel zou zijn begonnen, niet in overeenstemming met de werkelijkheid. Het is denkbaar, dat de ecosystemen, waarin we hedentendage leven, in zeer korte tijd, mogelijk zelfs binnen enkele dagen, moeten zijn samengesteld. In de afgelopen jaren werd op het gebied van de biodiversiteit veel gediscussieerd en onderzoek gedaan. Daarbij concentreerde men zich in het algemeen op de redding en instandhouding van ecosystemen. Dit leidde tot een volledig nieuw inzicht en tot nieuwe methoden om bedreigde soorten te beschermen. In plaats van te proberen afzonderlijke soorten te redden, beschermt men nu hele ecosystemen waarin deze soorten voorkomen – en beschermt daarmee gelijktijdig andere soorten die niet zo sterk bedreigd zijn. Het totaal aan ecologische verbanden, samengesteld uit de verschillende voor elkaar werkende soorten en groepen, zorgt ervoor, dat onze planeet voor het leven geschikt blijft. Yvonne Baskin schrijft, dat „het overvloedige geheel van organismen, wat wij „biodiversiteit” noemen, een gecompliceerd netwerk van levende dingen is, van wie de bezigheden harmonisch met elkaar verbonden zijn, om de aarde tot een unieke bewoonbare planeet te maken“.1

Het zal duidelijk zijn dat het onmogelijk is om een volledige lijst met alle ecologische relaties op te stellen. De duidelijkste zijn de voedselketens en de zuurstof en kooldioxide cyclus van planten en dieren. Veel afbrekende organismen maken de bodem van de aarde vruchtbaar. Andere biodiversiteit-diensten reinigen het water, breken giftige stoffen af, maken het klimaat minder extreem, bestuiven de bloemen, enzovoorts. Om biodiversiteit te onderzoeken, werden verschillende experimenten uitgevoerd. Daaruit is gebleken, dat gemeenschappen met een grotere diversiteit stabieler, productiever en stressbestendiger zijn.234 Zij resulteren in een hogere bodemvruchtbaarheid en bevinden zich in het algemeen in een betere toestand.

Redundante systemen

Een interessant fenomeen van ecosystemen is de redundantie (meervoudige voorziening) van afzonderlijke processen/diensten. Dat betekent, dat een dienst die door een soort uitgevoerd wordt, ook door een andere soort kan worden overgenomen. Op grond daarvan vermoedt men, dat verschillende redundantiën bepaalde soorten overbodig maken.5 Omdat echter alle planten in het algemeen zowel aan de vruchtbaarheid van de bodem alsook aan de productie bijdragen, is het moeilijk te beoordelen, of men op basis van slechts enkele studies kan bepalen of een soort overbodig of nutteloos is. Want zo’n soort kan best nog een onbekende functie in het ecosysteem hebben. In de afgelopen jaren zijn ecologen ermee opgehouden om van de overbodigheid van een soort te spreken, ja, men neigt er zelfs toe ook het woord „redundant” niet meer te gebruiken.6 Bij de huidige kennis over biodiversiteit schijnt het nauwelijks mogelijk te zijn dat de ecosystemen, of zelfs het leven als geheel, zonder biodiversiteit met haar ecochemische en ecofysische diensten, zouden kunnen bestaan. Het schijnt dat diverse diensten, en de organismen, die zij aanbieden, er reeds vanaf het begin samen moeten zijn geweest – zij vormen een niet reduceerbaar complex systeem.

road-1072823_1280

Co-evolutie ter verklaring van ecologische relaties

Zolang de natuur slechts een losse verzameling van organismen zonder bindende samenhang leek te zijn, kon men zich voorstellen, dat zij door langdurige, richtingloze processen opgebouwd zou kunnen worden. Nu echter, naarmate steeds meer van het ongelofelijk complexe biodiversiteit netwerk bekend wordt, zien de voorstanders van de evolutietheorie zich voor soortgelijke problemen geplaatst als toen de complexe structuren van de cellen werden ontdekt. Omdat een ecosysteem op zoveel onderliggende meerdere-soorten-complexiteit opgebouwd is, vereist de verklaring van hun ontwikkeling door toevallige gebeurtenissen bijna pijnlijke eisen aan onze bereidheid dit te geloven.

Om dit dilemma te omzeilen, spreekt men tegenwoordig vaak van co-evolutie, wanneer men wil uitleggen hoe een ecosysteem ontstond. Co-evolutie wordt als „gemeenschappelijke evolutie van twee of meer soorten” gedefiniëerd, „die niet kruisbaar zijn en die een sterke ecologische relatie hebben”.7 Men moet er echter op letten, dat de ecologische samenhang aan de co-evolutie voorafgaat. Daarom kan co-evolutie niet het antwoord zijn op de vraag naar het ontstaan van ecologische relaties. Henry Zuill schrijft daarover het volgende: „Ik heb geen probleem met twee soorten, die hun bestaande ecologische relatie op elkaar afstemmen. Daarentegen heb ik een probleem met de bewering, dat de ecologische diensten door co-evolutie zouden zijn ontstaan. Dat is iets heel anders. Hoe is het mogelijk, dat verscheidene organismen vroeger eens onafhankelijk van elkaar geleefd hebben, terwijl zij hedentendage op elkaar aangewezen zijn?“. Verder schrijft Zuill: „Het schijnt, dat juist het ene leven op aarde ander leven op aarde mogelijk maakt. Dat betekent, dat het leven op de aarde het andere leven in staat stelt om op de aarde te blijven. Als dit klopt, bestaat er geen mogelijkheid voor een geleidelijk ontstaan van de ecologische verbanden“.8

Voetnoten

  1. Yvonne Baskin, The Work of Nature; How the Diversity of Life Sustains Us, Island Press, Washington D.C., 1997.
  2. J.J. Ewel et al., Tropical soil fertility changes under monoculture and successional communities of different structure, Ecological Applications 1(3), 1991, p. 289 – 302.
  3. Shahid Naeem, Lindsey J. Thompson, Sharon P. Lawler, John H. Lwaton und Richard M. Woodfin, Declining biodiversity can alter the performance of ecosystems, Nature 368, 2121. April 1994, p. 734 – 737.
  4. David Tilman, Biodiversity: Populations and Stability, Ecology, Vol. 77, 1996, p. 350 – 363.
  5. B.H. Walker, Biodiversity and Ecological Redundancy, Conservation Biology, 1992 p. 8 – 23.
  6. G.L. Stebbins, Processes of Organic Evolution, Englewood Cliffs: Prentice-Hall, 1966, p. 24.
  7. Robert Leo Smith, Elements of Ecology, 3rd Edition, Harper Collins, p. G-3.
  8. Henry Zuill heeft in „Akte Genesis“ von John F. Ashton, 1999, een bijdrage geschreven over het thema biodiversiteit. Daarop is deze stelling gebaseerd.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

95 Stellingen

Written by

Weliswaar zijn sinds de eerste uitgave van Charles Darwins boek "Het ontstaan van soorten" op 24 november 1859 ontelbare feiten bekend geworden, die heel duidelijk tegen de evolutietheorie spreken, maar het geloof in evolutie, oerknal en een vele miljoenen jaren oude aarde heeft zich diep in het bewustzijn van de moderne maatschappij ingenesteld. Hierbij heeft deze wereldbeschouwing langzamerhand een fundamentalistisch karakter aangenomen. In geen ander gebied van de wetenschap worden kritische stemmen zo onzakelijk en heftig aangevallen als op dit gebied van onderzoek. Wie twijfelt, wordt uit het debat over de oorsprongsvragen uitgesloten en niet zelden bestreden. De eigenwijsheid van de leidende disciplines in wetenschap, onderwijs en media doet denken aan de koppigheid, waarmee de Rooms Katholieke kerk in de Middeleeuwen haar toenmalige wereldbeeld verdedigd heeft. Op 31 oktober 1517 heeft de hervormer Maarten Luther 95 stellingen gepubliceerd, waarmee hij de toenmaals wijdverbreide aflaatpraktijk ter discussie stelde. Deze bemoeienis heeft een kettingreactie veroorzaakt, die uiteindelijk tot de Reformatie leidde. Op gelijke wijze moeten de hier aanwezige 95 stellingen tot een verandering van denken in het oorsprongsdebat bijdragen. Met deze publicatie willen wij ons ervoor inzetten, dat in de discussie over de oorsprong van de mensheid, het aardse leven en de kosmos een open omgang met wetenschappelijke gegevens, interpretaties en wereldbeschouwelijke stellingnamen* mogelijk wordt.

42 Comments

Peter

Het betoog bedoelt waarschijnlijk te zijn: ‘een ecosysteem is te ingewikkeld om geëvolueerd te zijn’. Alleen is [het] geen betoog met evidentie waarom een ecosysteem niet zou kunnen evolueren, maar [bevat het] een set losse beweringen. Ook wordt niet aannemelijk gemaakt waarom ecosystemen die te ingewikkeld zouden zijn om te ontstaan, wel “…in zeer korte tijd, mogelijk zelfs binnen enkele dagen, moeten zijn samengesteld”. Als geleidelijk niet kan, hoe kan het in korte tijd dan wel? Een ecosysteem bevat allerlei relaties, van heel los tot heel vast. Een vergelijking van de rol van de soorten in een ecosysteem met organen in lichaam is overtrokken, zo goed is het niet op elkaar ingespeeld.

In feite weten we uit de paleontologie veel over de evolutie van ecosystemen. Een mooi voorbeeld is de hoeveelheid zuurstof in de atmosfeer: gevormd door planten, en een levensvoorwaarde voor dieren. Zie hiervoor bijvoorbeeld het artikel ‘Mos deed zuurstof stijgen’ in de Bionieuws van 27 augustus 2016. Bij de huidige ecosystemen hebben we plantende, allesetende en vleesetende zoogdieren. Wat een landvertebraat eet is aan zijn tanden te zien. De eerste vierpotige landbeesten (Devoon) aten geleedpotigen of jonge elkaar. Planteneten komt later, in verschillende groepen onafhankelijk van elkaar (Carboon). Planteneten vergt bacteriën die plantencellen afbreken in de darm, geen beest kan zelf planten verteren. Het paleontologische patroon is dat een kleine vleeseter aan de basis staat van een groep grote planteneters. Zie hiervoor bijvoorbeeld “The Oldest Caseid Synapsid from the Late Pennsylvanian of Kansas, and the Evolution of Herbivory in Terrestrial Vertebrates” http://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0094518 Het patroon dat kleine vleeseters aan de basis staan van een groep met grote planteneters vinden we ook bij dino’s en zoogdieren. Kleine insectivoren zijn goed uitgangsmateriaal voor evolutie van groepen.

Reply
Eppie

Dag Peter, bedoel je te zeggen dat toen de dieren op het land kwamen er nog geen bacteriën waren die plantencelwanden afbraken?

Peter

Nee, dat bedoel ik natuurlijk niet, Eppie. Ik bedoeld dat die bacteriën (welke dat dan ook waren) niet in de darmen van gewervelde dieren zaten als een belangrijkste onderdeel van de darmflora, en dat staat er ook.

Peter

Nee, voor zover bekend niet. J.A. Clack, 2102 “Gaining Ground: The Origin and Evolution of Tetrapods” geeft ook aan dat er veranderingen aan de manier van happen en slikken moet aan voorafgaan. Vissen slikken anders dan landbeesten. Er waren wel eerdere herbivore geleedpotigen op het land.

Eppie

Dag Peter, dank voor je antwoorden. Dus in het Devoon aten vissen ook geen fytoplankton?

Peter

Er zijn geen gespecialiseerde planktonetende vissen bekend voor de Jura, 170 miljoen jaar geleden. Planktoneters zijn omnivoor, tenminste, ze vissen niet gericht fytoplankton uit hun soep. Omivoren hebben andere darmflora dan herbivoren (en carnivoren). Als je naar de lijst van de tetrapodomorfen kijkt zie je vrij grote beesten met scherpe tanden, niet geschikt voor gericht fytoplakton happen.

Eppie

[@Peter, 30 augustus]

Beste Peter. Je hebt er een mooi verhaal van gemaakt. De spreiding van de dieren uit de ark is natuurlijk niet puur naturalistisch te verklaren. Bij de zondvloed hebben we volgens de beschrijving uit de Bijbel zuiver te maken met een singuliere gebeurtenis, een wereldwijd ingrijpen van God in de natuur, een wonder. Dat wonder hield niet alleen de watervloed zelf in maar ook alle gebeurtenissen ervoor en erna tot in detail. God zelf besliste precies welke mensen en dieren er in de ark terecht kwamen. Dat wonder begon niet pas toen het begon te regenen maar zeker al 120 jaar daar voor. Denk je nu echt dat het wonder dan ook ophield op het moment dat de ark vastliep op de Ararat? God doet geen halve wonderen. Hij maakt Zijn werk af. Als Hij zorgde voor het verzamelen van de dieren en de onderhouding ervan, zorgde Hij ook voor de spreiding ervan na de zondvloed. Zo’n wonder is per definitie niet in natuurwetten te vangen.

Peter

Bovenstaand comment van Eppie van 3 september hoort bij onderstaand comment van mij, van 30 augustus. In dat comment gaf ik aan wat het scenario na de zondvloed moest zijn, en zoals Eppie toegeeft en ook Hetty Dolman aangeeft, een dergelijk scenario is onmogelijk – dat wil zeggen dat een Floodscenario onmogelijk is. Daarmee is ook alle pretentie van wetenschap van dat Flood scenario verdwenen.

Eppie geeft de voorkeur aan een wonder. Dan zijn kennelijk de eucalyptusbomen door een wonder alleen in Australië geschapen, en de koala is door een wonder in Australië gekomen zonder dat er tussen Ararat en Australië iets voor hem te eten was. Vul verder maar zelf in, voor de kiwi en zo. (…)
Beseft Eppie (…) hoe duidelijk de Flood hier gefalsifieerd [wordt?]

Eppie

Dag Peter, je bedoelt te zeggen dat als een beschrijving van een gebeurtenis in de Bijbel volgens naturalistische inzichten niet mogelijk is, de beschrijving dus niet conform de realiteit ofwel gefalsifieerd is? Overigens wens ik je van harte toe dat je een naturalistisch onmogelijke gebeurtenis (ofwel een wonder) in je persoonlijke leven mag ervaren.

Peter

Beseft Eppie [hiermee] dat de Flood gefalsificeerd is, omdat er geen chocola te maken is van het ontstaan van ecosystemen na de Flood[?] Hij geeft de voorkeur aan een letterlijke lezing van Genesis met herstel van ecosystemen tussen Noach en Abraham door een wonder. Dat ontslaat hem niet van de verplichting te vertellen hoe dat wonder in zijn werk gegaan is: dus hoe het ontstaan van de soorten en ecosystemen in die maximaal 500 jaar van N tot A verlopen is. Eppie, weet je niet dat evolutie een wonder is? Evenzeer een wonder als alles wat je zelf een wonder denkt, namelijk een wereldwijde bemoeienis van God met de natuur.

Ed Vaessen

“Op grond daarvan is het scenario van een geleidelijke evolutie, die met één enkele cel zou zijn begonnen, niet in overeenstemming met de werkelijkheid.”

(…) Waarom zouden eencelligen niet kunnen evolueren en op den duur in nieuwe relaties tot elkaar komen te staan? (…) De referenties zijn [overigens wel] gedateerd! (…)

“Omdat een ecosysteem op zoveel onderliggende meerdere-soorten-complexiteit opgebouwd is, vereist de verklaring van hun ontwikkeling door toevallige gebeurtenissen bijna pijnlijke eisen aan onze bereidheid dit te geloven.”

Dit noemt ik een stroman. Het veronderstelt zonder bewijs dat er geen deterministische processen aan ten grondslag kunnen liggen.

Reply
Peter

De Ark van Noach strandde in het jaar 2348 vChr op de berg Ararat. Toen was alles nog onder water. Een maand of zes zeven later gingen alle beesten de Ark uit. De beesten in de Ark waren basistypen. Die basistypen zagen er heel anders uit dan de moderne beesten. AiG neemt voor basis-kat Proailurus lemanensis en voor basishond Hesperocyon gregarius (zie https://answersingenesis.org/noahs-ark/reimagining-ark-animals/). Dat zijn bekende fossiele beesten aan de basis van de radiatie van de moderne families. In de volgende 500 jaar, van 2348 vChr tot omstreeks 1900 vChr, gebeurt daarna alle soortvorming tot moderne soorten. (Zie: https://thenaturalhistorian.com/yec-hyper-evolution-archive/ )

In die 500 jaar hyper-evolutie moeten ook alle moderne ecosystemen gevormd zijn. Immers, het was Proailurus die uit de Ark kwam, een beest van een kilo of 9, dat dan beesten van konijn-maat gegeten zal hebben. Maakt die Proailurus een set soorten met ook leeuw, tijger en sabeltandtijger in een paar dagen in de buurt van de Ararat terwijl de hoefdieren, wildebeest voor de leeuw, hert voor de tijger en pekari voor Smilodon opleveren in een weekje? Eerst alle soorten, bij de Ararat, en daarna leeuw met wildebeest samen naar Afrika en tijger met hert arm in arm naar India, en Smilodon met pekari op de boot naar Noord-Amerika? De ecosystemen moeten na de migratie en soortvorming, of na de migratie in samenhang met de soortvorming opgezet worden. Het ‘ongelofelijk complexe biodiversiteit netwerk’ moet in maximaal 500 jaar zijn opgebouwd, net als alle soortvorming zich in maximaal 500 jaar voltrokken moet hebben. Dan heb je echt een moeilijke klus. Vergeleken daarmee is evolutie en ecosysteemopbouw over 20 miljoen jaar of zo, voor die katten en hun prooien, [niet moeilijk].

Reply
Hetty Dolman

Ik kan bovenstaand artikel moeilijk rijmen met een gebeurtenis als de zondvloed waarbij elk ecosysteem is verwoest. En de voedselketens verdwenen.

Reply
Hetty Dolman

“Het ‘ongelofelijk complexe biodiversiteit netwerk’ moet in maximaal 500 jaar zijn opgebouwd”

Van de zondvloed tot aan Abraham is volgens mij maar 300 jaar. Tijdens Abrahams leven waren alle soorten vee al rijkelijk aanwezig zoals wij die kennen (ezels, kamelen, geiten). Zelfs op de ark waren er al een raaf en een duif, dus geen ‘vogels naar hun aard’. Baramin is geen bijbelse of Hebreeuwse term, maar in mijn ogen een verzinsel, een kunstmatige samenvoeging van woorden.

Ik kan ook nog ingaan op het kleinvee dat gehoed werd door Abel. We weten dat de voorouder van de geiten was en de voorouder van de schapen. (Bezoargeit) https://nl.wikipedia.org/wiki/Bezoargeit
(moeflon) https://nl.wikipedia.org/wiki/Schaap_(dier)

Dat waren wilde dieren en hun gezamenlijke voorouder ook. Hoe kon Abel die hoeden? Hoe heeft hij het zogenaamde basistype getemd? Is het basistype later weer wild geworden en na de zondvloed pas gesplitst in schaap en geit? Dit zijn heel serieuze vragen/items waar het het Logos-instituut m.i. over moet nadenken als vraagbaak voor twijfelende mensen/kinderen/jongeren met veel vragen.

Reply
peter b

Geit en schaap zijn een en hetzelfde creatuur, maar verschillend gedifferentieerd. Alleen het karyotype, de volgorde van de genen, is anders en dat bepaalt het fenotype door positie effecten en differentiele regulatie. [Dat staat ook in mijn] boek [Terug naar de Oorsprong].

Baraminradiatie is inderdaad een verzinsel, een hypothese zeggen we liever binnen de wetenschappenr. Net als universele gemeenschappelijke afstamming een verzinsel is, een hypothese dus. De bio data pleiten voor polyfylie en tegen universele gem. afstamming. Daarmee dus voor baramins en baraminradiaties.

Peter

Peter B zegt: “het karyotype, de volgorde van de genen”

“A karyotype (from Greek κάρυον karyon, “kernel”, “seed”, or “nucleus”, and τύπος typos, “general form”) is the number and appearance of chromosomes in the nucleus of a eukaryotic cell. The term is also used for the complete set of chromosomes in a species, or an individual organism.” https://en.wikipedia.org/wiki/Karyotype
“Het karyotype of karyogram van een organisme is een afbeelding van de chromosomen, zoals deze tijdens een bepaald stadium (metafase) van de celdeling te zien zijn onder een microscoop. Door dit karyogram of karyotype te bestuderen, kunnen grotere chromosoom-afwijkingen (bijvoorbeeld aantal of vorm van de chromosomen) gevonden worden.” https://nl.wikipedia.org/wiki/Karyotype (…)

@Peter B,

In het Victoriameer zijn omstreeks 300 endemische cichlide-soorten (cichlide, niet cychlide). Dan krijgen we 300 / 12000 = 0.025 soort per jaar gevormd. Voor de hyperevolutie van Noach tot Abraham krijgen we omstreeks 400 soorten in omstreeks 400 jaar, dus 1 soort per jaar. Er is wat verschil, zodat die cichliden geen voorbeeld kunnen geven voor de speculatieve hyperevolutie na de Flood.

@Eppie,

(…) Figuur 3 geeft de fylogenie van de soorten, met de oorsprong van de stekeltjescladen na 17 miljoen jaar geleden, op een paar import planten na (zie tabel S5). Er zijn in totaal 213 soorten bomen met stekels in Afrika. Figuur 4 uit PNAS geeft een gewogen maat voor het aantal lijnen stekelige planten (y-as, log schaal, zal wel natuurlijke logarithme zijn, ln(213) = 5.36, en dat klopt goed met het hoogste punt van de rode lijn in figuur 4) op een bepaald tijdstip. Op 40 miljoen jaar geleden is dat 0. Op 20 miljoen jaar geleden is dat iets als 2; log(number of lineages) is namelijk kleiner dan 1. Dus, tussen 20 miljoen jaar geleden en nu gaat het aantal stekelige bomen van 2 naar 213. Dat valt samen met de komst en verspreiding van de herkauwers, vooral antilopen (bladbrowsers en gemengd dieet).

Hetty Dolman

Hoi Eppie,
“God doet geen halve wonderen. Hij maakt Zijn werk af. Als Hij zorgde voor het verzamelen van de dieren en de onderhouding ervan, zorgde Hij ook voor de spreiding ervan na de zondvloed. ”
Bij een wonder denk ik meestal niet aan verwoesting en vernietiging. Hier wordt een ramp beschreven waarbij elke vorm van biodiversiteit en elk ecosysteem werd vernietigd. Dat was het primaire doel van de zondvloed: vernietiging. In de bijbel staat niets over een herschepping na de zondvloed. Er staat alleen dat de dieren uit de ark werden gelaten. verder niets. niet over plaatsing van dieren of herstel van ecosystemen.
Er staat zelfs niets over een wonder.
Elk bos of oerwoud op aarde had een jaar onder water gestaan, dus was alles dood.

Het artikel:
“Omdat een ecosysteem op zoveel onderliggende meerdere-soorten-complexiteit opgebouwd is, vereist de verklaring van hun ontwikkeling door toevallige gebeurtenissen bijna pijnlijke eisen aan onze bereidheid dit te geloven.”
Het vereist echt het onmogelijke van onze bereidheid te geloven dat deze ecosystemen floepsie weer herstelden na deze massaextinctie. En dit alles zonder ook maar één spoor na te laten.

Reply
Eppie

Dag Hetty,

Natuurlijk vraagt het bereidheid om te geloven, dat de ecosystemen weer herstelden na deze massaextinctie van de zondvloed. Niet als floepsie, dat niet. Maar als je in een Almachtig God gelooft is het geloof dat God bijzonder zorgde dat de ecosystemen weer tot stand kwamen, niet zo buitenissig. Ik zou zeggen dat het eerste doel van de zondvloed niet vernietiging was, maar reiniging. In tegenstelling tot dieren kunnen mensen God bewust dienen of niet dienen. Dieren en planten werden door God op een of andere manier weer in ecosystemen geplaatst: dat gaat goed. De mens voor zichzelf moest dat bewust doen, gewillig aan de opdracht van God. En dan gaat het weer fout, gehoorzamen we weer niet en grijpt God weer in; de spraakverwarring tijdens de torenbouw van Babel. Zie je dat God een wonder gebruikte bij de herbevolking van de wereld?

Ed Vaessen

De 95 stellingen tegen evolutie trachten op wetenschappelijke wijze de evolutietheorie te weerleggen. Het doet dan vreemd aan dat iemand zich dan beroept op een wonder van God om een andere ‘theorie’, door de wetenschap reeds lang geleden gefalsificeerd, mee aannemelijk te maken.

Reply
Eppie

Dag Ed. Met de macro-evolutie wordt geclaimd een sluitende naturalistische theorie te hebben om het ontstaan van de soorten uit gemeenschappelijke afstamming te verklaren. Deze claim kan kritisch bevraagd worden en blijkt dan onhoudbaar. Creationisten claimen niet een sluitende naturalistische theorie te hebben, ze ontkennen zelfs dat er een sluitende naturalistische theorie met betrekking tot het ontstaan van de soorten te maken is.

Eppie

Dank je Peter. Verrassend om in de afbeeldingen in PNAS te zien hoe de ontwikkeling stekeltjes 20 Myr vooraf lijkt te gaan aan de komst van de antilopen. Vooruitziende blik.

peter b

Eppie en Peter,

Zoals ik in mijn boek betoogde, is alle informatie ook voor het ontwikkelen van stekels, reeds in het genoom aanwezig. Het hoeft slechts geactiveerd te worden. In de hedendaagse biologie weten we dat deze extra programmatuur (epi)genetisch wordt onderdrukt. Transpososn spelen een belangrijke rol bij het vrijkomen van deze cryptische informatie die tot instant aanpassingen leidt. Het hele process van adaptatie en speciatie werd in het genoom gefrontload. Het genoom zoals we dat in de 21e eeuw hebben leren kennen bewijst schepping.

[@Ed]

Macroevolutie is volgens de Darwinist, die vooronderstelt dat variatie oneindig is (maar dat in de realiteit niet is), verder niets dan opgetelde microevolutie. Het blijkt een non-sequitur omdat macroevolutie gepaard gaat met een genetische informatie toename (toegevoegde genetische programmatuur), terwijl microevolutie gewoon door het genoom zelf wordt verzorgt door indel mutaties en geen nieuwe info nodig is.

[@Peter]

Ik heb al vaker gewezen op de Cychliden-radiatie in het Victoriameer. Alle ecosystemen, van planteneter tot jager, werden binnen 12000 jaren bezet volgens de gangbare theorie, want het meer bestond 12000 geleden niet. Hyperevolutie is dus gewoon wetenschap. We weten ook hoe het werk: door derepressie van reeds bestaande genetische programmas. In mijn boek TndO kun je lezen hoe het werkt.

Eppie

Beste Peter B, je hypothesen m.b.t. transposons worden fraai geïllustreerd door het voorbeeld van de berkenspanner. Een transposon jumpt in het cortex gen. Met betrekking tot het voorbeeld van stekelige savanne vegetatie en antilopen ligt het, denk ik, net anders. Het probleem voor het artikel is de bevinding dat de stekeligheid toeneemt voordat de boviden het continent bevolken. Die stekeligheid kan dus niet het gevolg zijn van het bevolken met boviden. We gaan er niet vanuit dat het gevolg voor de oorzaak uitgaat. Er zijn nog meer bijzonderheden, namelijk, dat de auteurs eerst aantonen dat er een positieve relatie is tussen stekeligheid en aanwezigheid van medium-sized mixed feeders (consuming grass and trees) and large browsers maar een negatieve correlatie tussen stekeligheid en small nonsocial browsers. Vervolgens wordt er gejubeld over de overeenkomst in het verloop van de curve voor bovids en spiny plants. Dit is dus een andere subset. Je zou verwacht hebben dat de evolutie van medium-sized mixed feeders uitgezet zou zijn tegenover evolutie van stekeligheden. Aangezien de medium-sized feeders voor een groot deel een subgroep zijn binnen de bovids, kan verwacht worden dat de curve dan nog later zou starten en dus nog meer uit de pas zou lopen met de curve van de spiny plants op de evolutionaire tijdschaal. Stel dat aantal soorten van de antilopen en stekeligheden in een evolutionair model wel tegelijk op zouden lopen (wat dus geclaimd werd), dan was dat methodologisch ook nog goed verklaarbaar. Antilopen en stekeligheden komen nu eenmaal veel gezamenlijk voor. Dat is dan vroeger ook het geval geweest. En dat verbaast geen mens.

Peter

De diversificatie van de Tragelaphini, Cephalophini en Antilopini binnen de Bovidae begint omstreeks 17 miljoen jaar geleden. Voor de onderbouwing van figuur 4 werd ref(24) gebruikt, waarin dit duidelijk is.

peter b

Eppie,

Dank Eppie voor je Berkenspanner-aanvulling. Had het reeds gelezen: zelf het schoolboek-voorbeeld van evolutie wordt door een transposon verklaard! Toen dit bekend werd, enige maanden geleden, heb ik het Cees Dekker en René Fransen gemaild als ultieme bekrachtiging van mijn hypothese. (…) Ze volgen het doodlopende spoor van Neodarwinisten (…). Je zegt: “Het probleem voor het artikel is de bevinding dat de stekeligheid toeneemt voordat de boviden het continent bevolken.” Dit hoeft niet zo te zijn. Ze hebben gewoon de bovide fossielen nog niet ontdekt. Ik voorspel dat het helemaal precies gaat samenvallen als alle fossielen zijn ontdekt. Het is net als met dino’s die geen gras zouden hebben kunnen eten omdat er geen gras(fossielen) in samenhang met dino’s waren gevonden. Totdat ze de maaginhoud gingen bestuderen: gras, gras, gras.

Ed Vaessen

“Dag Ed. Met de macro-evolutie wordt geclaimd een sluitende naturalistische theorie te hebben om het ontstaan van de soorten uit gemeenschappelijke afstamming te verklaren. Deze claim kan kritisch bevraagd worden en blijkt dan onhoudbaar.”

Ik denk dat je dit niet goed formuleert. Afgezien daarvan blijft de vraag overeind waarom iemand wonderen aanvoert om een ‘theorie’ te bewijzen (…).

Reply
Hetty Dolman

@Eppie
“Natuurlijk vraagt het bereidheid om te geloven, dat de ecosystemen weer herstelden na deze massaextinctie van de zondvloed. Niet als floepsie, dat niet. Maar als je in een Almachtig God gelooft is het geloof dat God bijzonder zorgde dat de ecosystemen weer tot stand kwamen, niet zo buitenissig.”

(…) Een enorme uitsterving vraagt om een herschepping als het gaat om samenwerking in de biodiversiteit binnen enkele jaren. Dan moet je zelfs iets geloven wat nergens in de bijbel beschreven staat. “Noach legde een wijngaard aan” (dus wel floepsie) zover komen we.
Wat echt ongelooflijk is, dat het net lijkt alsof er nooit een zondvloed heeft plaatsgevonden. En dat de beesten in Australië een heel afzonderlijke evolutie hebben ondergaan om zo anders te zijn. Alle sporen zijn uitgewist en de Aboriginals wonen al 40.000 jaar in Australië met hele bijzondere jachttechnieken die niet bekend zijn hier.

Vraag jij je nooit af waarom er reine dieren op de ark waren (en dat waren er vrij veel) om in leven te blijven, die vervolgens meteen geofferd werden toen ze uit de ark kwamen? Wat een brandstapel moet dat geweest zijn! En dat God de geur goed vond en beloofde geen zondvloed meer te veroorzaken omdat de mensen toch wel slecht zouden blijven. Is dat niet moeilijk letterlijk op te vatten?

Reply
peter b

Hetty, (…) Biodiversiteit kan binnen enkele generaties plaatsvinden tonen de Cycliden in het Victoriameer aan. Er zijn 500 soorten, alle niches bezet, van jagers en parasieten naar planten- en afvaleters. Overal ter wereld, op alle continenten, zien we enorme sedimentatie. We zien overal extincties en fossielen vinden we met name in desimentatiegesteenten. De organismen in Australie zouden, net als de Cycliden, best wel eens van een of enkele oerbaranomen af kunnen stammen, en daarvoor is genetisch bewijs in overvloed. Voor zulke speciaties zijn geen miljoenen jaren nodig, weten we dankzij de Cycliden, want het genoom induceert het zelf. De Aboriginals hebben jachttechnieken, zoals de werpstok (waarmee ze dieren bewusteloos of dood gooiden) en de boomerang om dieren op te schrikken. Het is een sprookje dat ze de boomerang gebruikten om te jagen, daarvoor is het niet geschikt. De werpstok komt overal ter wereld voor en een oeroude boomerang werd in Europa gevonden, in een Deens veen, als ik me niet vergis.

Eppie

Beste Hetty, je haalt er heel wat items bij. Het lastige is, dat je de evolutionistische tijdslijn als feit brengt en aan mij vraagt de creationistische, in mijn ogen Bijbelse en juiste, tijdslijn daarmee in overeenstemming te brengen. De puntjes ook even aangestipt:
1) De indruk die ik heb is dat tekenen van erosie door water vrijwel overal op deze aardbol voorkomen.
2) De jachttechnieken van Aboriginals, gedreven door afwezigheid van het goed hout om pijl en boog te maken; ik denk niet dat er 40.000 jaren voor nodig zijn om die technieken te ontwikkelen. Ik schat het innovatief vermogen van de mens hoger in.
3) Veel dingen uit de Bijbel begrijp ik niet. Mijn begrip is dan ook maar zeer beperkt. Ik kan God de maat niet nemen, Hij doet dat bij mij. Maar ik mag weten dat ik dan in de handen van een goede God ben. Met betrekking tot het offer na de zondvloed en de reactie van God erop, is de boodschap duidelijk. Een zondig mens, verzoening door een offer (het offer, Jezus Christus), het oordeel weggenomen.

Waarom is het moeilijk letterlijk op te vatten dat God om wille van een offer en gebaseerd op Zijn goedheid (en dus niet de goedheid van de mens) belooft het oordeel niet nogmaals uit te zullen gaan voeren?

Hetty Dolman

“Geit en schaap zijn een en hetzelfde creatuur, maar verschillend gedifferentieerd. Alleen het karyotype, de volgorde van de genen, is anders en dat bepaalt het fenotype door positie effecten en differentiele regulatie. [Dat staat ook in mijn] boek [Terug naar de Oorsprong].”

Ik vroeg [hier wat anders]. Ik vroeg me even af hoe Abel de basisvariant van geit en schaap heeft gehoed hoewel het een wild dier moet zijn geweest. Overigens is de familie groter: De muskusos en de gems horen er ook bij en daarmee ook de takin en de sneeuwgeit. Welk dier Abel heeft gehoed, 6000 jaar geleden en hoe het kan dat het schaap is gedomesticeerd en de geit ook, los van elkaar, zo’n 10.000 jaar geleden[?] Welk dier was er op de ark? De voorouder van alle geitachtigen? En was die tam?

Een hypothese: maar één, reproduceerbaar, negatief uitvallend experiment is voldoende om de hypothese te falsifiëren (onderuit te halen).
https://nl.wikipedia.org/wiki/Hypothese

Ik ben benieuwd naar de experimenten van de baraminologie:
http://tomvangelder.antrovista.com/geitachtigen-gems-geit-schaap-en-muskusos-51m510.html

Reply
Hetty Dolman

@Peter b.
“De organismen in Australie zouden, net als de Cycliden, best wel eens van een of enkele oerbaranomen af kunnen stammen, en daarvoor is genetisch bewijs in overvloed. Voor zulke speciaties zijn geen miljoenen jaren nodig, weten we dankzij de Cycliden, want het genoom induceert het zelf.”

[Vergelijk] je de evolutie van buideldieren zoals kangoeroes, koala’s, (een grote familie) met de evolutie van cycliden[?]

[@Eppie]

“Waarom is het moeilijk letterlijk op te vatten dat God om wille van een offer en gebaseerd op Zijn goedheid (en dus niet de goedheid van de mens) belooft het oordeel niet nogmaals uit te zullen gaan voeren?”

Omdat ik niet geloof dat God vlak boven de aarde de rook van brandende dieren zit op te snuiven en het lekker vind ruiken.

“1) De indruk die ik heb is dat tekenen van erosie door water vrijwel overal op deze aardbol voorkomen.”

Dat klopt. Water is alom aanwezig met overstromingen die aan de orde van de dag zijn. Ik weet niet zeker of de erosie in Australië veroorzaakt is door water want dat is al heel erg lang het droogste stukje aarde. Aardlagen, erosie, gebergtevorming: Alles wordt door creationisten toegeschreven aan de zondvloed, terwijl Mars een vergelijkbare geologie heeft waar nooit een zondvloed is geweest.

“2) De jachttechnieken van Aboriginals, gedreven door afwezigheid van het goed hout om pijl en boog te maken; ik denk niet dat er 40.000 jaren voor nodig zijn om die technieken te ontwikkelen. Ik schat het innovatief vermogen van de mens hoger in.”

Waar het om gaat is dat de hele natuur in Australië duidelijk de geïsoleerdheid laat zien. En bovendien is Australie al 50.000 jaar bewoond.

Reply
peter b

“Een hypothese: maar (…) onderuit te halen).”

In mijn boek gaf ik waarnemingen die hypothesen van (Neo)Darwinisme onderuit halen, inclusief universele gemeenschappelijke afstamming, random mutaties, en natuurlijke selectie als drijfveer voor een informatie-gedreven evolutieproces. Ik denk dat biologen tegenwoordig wel inzien dat NeoDarwinisme als biologische theorie werd weerlegd. In mijn boek beschreef ik ook een groot aantal experimentele uitkomsten die de baraminhypothese ondersteunen. Het is allemaal bekend, maar je zult het als dusdanig niet in de literatuur bediscussieerd zien. Alles wordt binnen het Neodarwinistische kader gepubliceerd. Daarbinnen moet je eerst het jargon doorhebben. Weerleggingen heten dan “onverwachte waarnemingen”. Vaker lees je nog “interessante waarnemingen.” Zodra je een van beiden leest, weet je dat je te maken hebt met waarnemingen die niet in het paradigma passen (en het weerleggen).

Hetty vraagt: “[Vergelijk] je (…) van cycliden[?]”

Ja, dat zou best kunnen. Als we de karyotypen van alle soorten kangoeroes/wallaby’s bestuderen zien we hier de verschillen optreden. De meeste hebben nu acro- en telocentrische chromosomen, een aanwijzing dat we met een volledig gedifferentieerd genoom te maken hebben. Er kunnen geen Robertsonian translocations meer worden uitgevoerd, en daarmee ook geen speciatie-events. Evolutie is daar klaar, zeg maar, net als bij de cycliden in het Victoriameer. Let wel: er is geen nieuwe informatie nodig om al deze soorten te vormen, maar een herschikking van het genoom is voldoende. Het is een frontloaded process en het bewijs ervoor stapelt zich op.

De nieuwe “schepping” zat reeds in de oude scheping gefrontload. Het genoom van organismen is niet statisch, maar enorm flexibel. Ik kan me voorstellen dat de organismen op de ark nog veel flexibeler waren. Nieuwe ecosystemen kunnen zo binnen no-time verschijnen, omdat de info er reeds is. Het hoeft niet te ontstaan door trial en error, zoals de materialisten denken; het hoeft alleen maar in context geplaatst. De Schepping was eenmalig en de Schepper, die zelf buiten ruimte en tijd en materie is, voorzag de val. Daarmee is alles verklaard.

Peter schrijft: “In het Victoriameer (…) per jaar gevormd.”

Dit is statistiek en heeft geen biologische waarde. Ik poneer dat de soortenvorming veel sneller (aanvangs exponentieel) en asymptotisch verloopt. D.w.z., er is een maximale potentie van 300 soorten, waarvan 90% binnen enkele generaties wordt verwezenlijkt middels een chromosome shuffling mechanisme zoals beschreven door Neil Todd en Robin Kolnicki. Alle informatie voor het hele proces is gefrontload, schreef ik in 2009 in TndO.

Reply
Ed Vaessen

Eppie: “Waarom is het moeilijk letterlijk op te vatten dat God om wille van een offer en gebaseerd op Zijn goedheid (en dus niet de goedheid van de mens) belooft het oordeel niet nogmaals uit te zullen gaan voeren?”

Waarom zou men [dit] geloven?

Peter B.: “In mijn boek (…) theorie werd weerlegd.”

Je hebt [de]ze [biologen] gevraagd om hun mening?

“Alle informatie voor het hele proces is gefrontload, schreef ik in 2009 in TndO.”

H[eb je ook] peer review-artikelen op dit punt? (…)

[Noot van de redactie: Beste Ed, in je reacties zijn veel verdachtmakingen (op de man spelen) en beschuldigingen te vinden. Deze hebben wij verwijderd.]

Reply
Hetty Dolman

Peter B,
“Ja, dat zou (…) stapelt zich op.”

Interessant, dank je wel. Maar ik bedoelde iets anders. Het gaat om de hele familie buideldieren, dus ook koala’s, buidelratten en tasmaanse duivels. Is dat iets om te vergelijken met cycliden? Ze hebben Zuid-Amerikaanse voorouder. [Zie:] http://www.evolutietheorie.ugent.be/node/542

Reply
peter b

Ze hebben geen Zuid-Amerikaanse voorouders. De Australische marsupialia hebben een genetische verwantschap met de Zuid-Amerikaanse. Dat is alles. De kladogrammen geven slechts genetische verwantschappen aan. Met afstamming hoeft dat niets te maken te hebben, maar is de standaard Darwinistische interpretatie (omdat alle leven één oorspong moet hebben). Als je mijn boek leest, dan begrijp je de biologische data veel beter, dan wanneer je alleen maar [boeken van] Darwinisten leest.

peter b

Nog even iets over het PLOS-artikel waar Hetty zich op baseert:
http://journals.plos.org/plosbiology/article?id=10.1371/journal.pbio.1000436

Het toont dat de verschillende groepen marsupials (Zuidamerikaanse vs. Australische) compleet verschillende soorten Transposon-achtige elementen bezitten, die ik in mijn boek heb behandeld als variatie-en speciatie-inducerende genetische elementen. We zien ook hier dat zulke elementen verschijnen (evolueren zeggen de evo’s) precies daar waar de afsplistingen plaasthebben. Bovendien, de SINEs die er werden bestudeerd, zijn orphans en hebben geen enkele relatie met RNA-virusen, whatsoever. Het bewijst eens te meer dat de interpretatie van de evo’s fout is. We hebben niet te maken met junk DNA en overblijfselen van virusen maar met VIGEs (variatie- en speciatie-inducerende genetische elementen), zoals ik in 2009 heb beschreven.

Reply
Jente

Beste Peter, in discussies verwijs je voortdurend naar jouw boek “Terug naar de Oorsprong.” Je beschrijft het als revolutionair en zegt heel wat ontdekkingen te hebben voorspeld. Waarom wordt dit dan niet opgepikt door de wetenschappelijke gemeenschap? Het is ondertussen toch al 7 jaar geleden dat het boek verscheen. Bovendien zou je je ideeën kunnen publiceren.

peter b

Jente, mijn ideeen heb ik reeds in 2008 en 2009 gepubliceerd in een wetenschappelijk peer-reviewed tijdschrift. Het was een serie van vier artikelen. Er is wel het een en andere over gepubliceerd in de reguliere literatuur, maar dan mag je niet de juiste conclusies trekken en moet je net doen alsof het allemaal in het paradigma past. Maar dat doe ik niet, want dat is tegen de wetenschappelijke integriteit. In de seculiere literatuur moet altijd binnen het kader van het geldende paradigma schrijven en niet zeggen dat Darwins hypothesen fout zijn en werden weerlegd. Ja, je mag het wel schrijven maar dan wordt het niet gepubliceerd. Als je aantoont dat het paradigma baseert op verkeerde en/of achterhaalde aannames betreffende variatie, genetica, biologie, dan zou je toch verwachten dat men blij is dat iemand dat wereldkundig maakt. Nee dus. Je hebt geen schijn van kans om dat te publiceren. Dus moet je een boek schrijven om zo het Darwinbolwerk te omzeilen. Vrijwel de hele oplage van mijn boek is verkocht en er komt een herziene, en geupdate uitgave in het Duits. Dat geeft meer impact, denk ik, want je bereikt er veel meer mensen mee en duitsland is nog net iets minder atheistisch-Darwinsitsch dan Nederland. Paradigmashifts verlopen in het algemeen langzaam, zoals je weet, maar er is er eentje onderweg. Meer en meer wetenschappers keren zich af van Darwin en zoeken een nieuwe theorie. Die theorie was er altijd al, preformationisme, maar is (…) in vergetelheid geraakt. Mijn onlangs overleden vriend John Davison was de laatst levende voorvechter en heeft veel van deze bijna verloren gegane kennis aan mij overgedragen. Ik heb de theorie verder uitgewerkt en geschikt gemaakt voor de 21e eeuw. Neem er kennis van zou [ik] zeggen. (…)

Ed: “Je hebt [de]ze [biologen] gevraagd om hun mening?”

[Zie:] http://www.thethirdwayofevolution.com/

“H[eb je ook] peer review-artikelen op dit punt? (…)”

[Zie:] http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/?term=Davison+JA+evolution

[Mijn] Advies aan Ed: lees [deze artikelen die] buiten de verhalen [van] de seculiere media [worden] verspreid.

Reply
Hetty Dolman

Beste Peter B,
“Ze hebben geen Zuid-Amerikaanse voorouders. De Australische marsupialia hebben een genetische verwantschap met de Zuid-Amerikaanse. Dat is alles. De kladogrammen geven slechts genetische verwantschappen aan. Met afstamming hoeft dat niets te maken te hebben,”

Vooralsnog blijf ik persoonlijk van mening dat verwantschap en afstamming behoorlijk veel met elkaar te maken hebben, en denk ik dat de fylogenetische stamboom een nuttig gegeven is voor de wetenschap, zoals bijv. geneeskunde klimatologie enz. [Zie:] http://dnhresearch.com/media/wysiwyg/Files/Epidemiologie_van_Infectieziekten_congres_11_oktober.pdf [en] http://evolutie-smc.weebly.com/ Mede omdat dit past bij fossielen zoals ze worden gevonden en waar [ze worden gevonden].

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over