Biodiversiteit

by | aug 29, 2016 | Biologie, Onderwijs

Onder Biodiversiteit verstaat men de rijkdom aan planten- en diersoorten, de verscheidenheid binnen de soorten of de diversiteit in ecosystemen. Evenals het menselijk lichaam afhankelijk is van de werkverdeling van een veelheid aan cellen en organen, is ook een ecosysteem afhankelijk van de opdeling van het werk door biodiversiteit. Op grond daarvan is het scenario van een geleidelijke evolutie, die met één enkele cel zou zijn begonnen, niet in overeenstemming met de werkelijkheid. Het is denkbaar, dat de ecosystemen, waarin we hedentendage leven, in zeer korte tijd, mogelijk zelfs binnen enkele dagen, moeten zijn samengesteld.

toucans-556025_1280

De werkverdeling en wederzijdse afhankelijkheid van vele planten- en diersoorten in een ecosysteem (biodiversiteit) weerspreekt de voorstelling van een stapsgewijs ontstaan. Onder Biodiversiteit verstaat men de rijkdom aan planten- en diersoorten, de verscheidenheid binnen de soorten of de diversiteit in ecosystemen. Evenals het menselijk lichaam afhankelijk is van de werkverdeling van een veelheid aan cellen en organen, is ook een ecosysteem afhankelijk van de opdeling van het werk door biodiversiteit. Op grond daarvan is het scenario van een geleidelijke evolutie, die met één enkele cel zou zijn begonnen, niet in overeenstemming met de werkelijkheid. Het is denkbaar, dat de ecosystemen, waarin we hedentendage leven, in zeer korte tijd, mogelijk zelfs binnen enkele dagen, moeten zijn samengesteld. In de afgelopen jaren werd op het gebied van de biodiversiteit veel gediscussieerd en onderzoek gedaan. Daarbij concentreerde men zich in het algemeen op de redding en instandhouding van ecosystemen. Dit leidde tot een volledig nieuw inzicht en tot nieuwe methoden om bedreigde soorten te beschermen. In plaats van te proberen afzonderlijke soorten te redden, beschermt men nu hele ecosystemen waarin deze soorten voorkomen – en beschermt daarmee gelijktijdig andere soorten die niet zo sterk bedreigd zijn. Het totaal aan ecologische verbanden, samengesteld uit de verschillende voor elkaar werkende soorten en groepen, zorgt ervoor, dat onze planeet voor het leven geschikt blijft. Yvonne Baskin schrijft, dat „het overvloedige geheel van organismen, wat wij „biodiversiteit” noemen, een gecompliceerd netwerk van levende dingen is, van wie de bezigheden harmonisch met elkaar verbonden zijn, om de aarde tot een unieke bewoonbare planeet te maken“.1

Het zal duidelijk zijn dat het onmogelijk is om een volledige lijst met alle ecologische relaties op te stellen. De duidelijkste zijn de voedselketens en de zuurstof en kooldioxide cyclus van planten en dieren. Veel afbrekende organismen maken de bodem van de aarde vruchtbaar. Andere biodiversiteit-diensten reinigen het water, breken giftige stoffen af, maken het klimaat minder extreem, bestuiven de bloemen, enzovoorts. Om biodiversiteit te onderzoeken, werden verschillende experimenten uitgevoerd. Daaruit is gebleken, dat gemeenschappen met een grotere diversiteit stabieler, productiever en stressbestendiger zijn.234 Zij resulteren in een hogere bodemvruchtbaarheid en bevinden zich in het algemeen in een betere toestand.

Redundante systemen

Een interessant fenomeen van ecosystemen is de redundantie (meervoudige voorziening) van afzonderlijke processen/diensten. Dat betekent, dat een dienst die door een soort uitgevoerd wordt, ook door een andere soort kan worden overgenomen. Op grond daarvan vermoedt men, dat verschillende redundantiën bepaalde soorten overbodig maken.5 Omdat echter alle planten in het algemeen zowel aan de vruchtbaarheid van de bodem alsook aan de productie bijdragen, is het moeilijk te beoordelen, of men op basis van slechts enkele studies kan bepalen of een soort overbodig of nutteloos is. Want zo’n soort kan best nog een onbekende functie in het ecosysteem hebben. In de afgelopen jaren zijn ecologen ermee opgehouden om van de overbodigheid van een soort te spreken, ja, men neigt er zelfs toe ook het woord „redundant” niet meer te gebruiken.6 Bij de huidige kennis over biodiversiteit schijnt het nauwelijks mogelijk te zijn dat de ecosystemen, of zelfs het leven als geheel, zonder biodiversiteit met haar ecochemische en ecofysische diensten, zouden kunnen bestaan. Het schijnt dat diverse diensten, en de organismen, die zij aanbieden, er reeds vanaf het begin samen moeten zijn geweest – zij vormen een niet reduceerbaar complex systeem.

road-1072823_1280

Co-evolutie ter verklaring van ecologische relaties

Zolang de natuur slechts een losse verzameling van organismen zonder bindende samenhang leek te zijn, kon men zich voorstellen, dat zij door langdurige, richtingloze processen opgebouwd zou kunnen worden. Nu echter, naarmate steeds meer van het ongelofelijk complexe biodiversiteit netwerk bekend wordt, zien de voorstanders van de evolutietheorie zich voor soortgelijke problemen geplaatst als toen de complexe structuren van de cellen werden ontdekt. Omdat een ecosysteem op zoveel onderliggende meerdere-soorten-complexiteit opgebouwd is, vereist de verklaring van hun ontwikkeling door toevallige gebeurtenissen bijna pijnlijke eisen aan onze bereidheid dit te geloven.

Om dit dilemma te omzeilen, spreekt men tegenwoordig vaak van co-evolutie, wanneer men wil uitleggen hoe een ecosysteem ontstond. Co-evolutie wordt als „gemeenschappelijke evolutie van twee of meer soorten” gedefiniëerd, „die niet kruisbaar zijn en die een sterke ecologische relatie hebben”.7 Men moet er echter op letten, dat de ecologische samenhang aan de co-evolutie voorafgaat. Daarom kan co-evolutie niet het antwoord zijn op de vraag naar het ontstaan van ecologische relaties. Henry Zuill schrijft daarover het volgende: „Ik heb geen probleem met twee soorten, die hun bestaande ecologische relatie op elkaar afstemmen. Daarentegen heb ik een probleem met de bewering, dat de ecologische diensten door co-evolutie zouden zijn ontstaan. Dat is iets heel anders. Hoe is het mogelijk, dat verscheidene organismen vroeger eens onafhankelijk van elkaar geleefd hebben, terwijl zij hedentendage op elkaar aangewezen zijn?“. Verder schrijft Zuill: „Het schijnt, dat juist het ene leven op aarde ander leven op aarde mogelijk maakt. Dat betekent, dat het leven op de aarde het andere leven in staat stelt om op de aarde te blijven. Als dit klopt, bestaat er geen mogelijkheid voor een geleidelijk ontstaan van de ecologische verbanden“.8

Voetnoten

  1. Yvonne Baskin, The Work of Nature; How the Diversity of Life Sustains Us, Island Press, Washington D.C., 1997.
  2. J.J. Ewel et al., Tropical soil fertility changes under monoculture and successional communities of different structure, Ecological Applications 1(3), 1991, p. 289 – 302.
  3. Shahid Naeem, Lindsey J. Thompson, Sharon P. Lawler, John H. Lwaton und Richard M. Woodfin, Declining biodiversity can alter the performance of ecosystems, Nature 368, 2121. April 1994, p. 734 – 737.
  4. David Tilman, Biodiversity: Populations and Stability, Ecology, Vol. 77, 1996, p. 350 – 363.
  5. B.H. Walker, Biodiversity and Ecological Redundancy, Conservation Biology, 1992 p. 8 – 23.
  6. G.L. Stebbins, Processes of Organic Evolution, Englewood Cliffs: Prentice-Hall, 1966, p. 24.
  7. Robert Leo Smith, Elements of Ecology, 3rd Edition, Harper Collins, p. G-3.
  8. Henry Zuill heeft in „Akte Genesis“ von John F. Ashton, 1999, een bijdrage geschreven over het thema biodiversiteit. Daarop is deze stelling gebaseerd.
M
"

Artikelen

Artikelen