Een recent artikel 1 vanuit de laboratoria van Brant Weinstein en William Jeffery over oogontwikkeling of het gebrek daaraan bij blinde grotvissen, heeft belangrijke implicaties voor de evolutietheorie.2 De studie constateert dat het verlies van ogen bij vissen die in donkere Mexicaanse grotten leven, niet te wijten is aan genetische mutaties, zoals evolutionisten al vele jaren beweren, maar vanwege genetische regulatie. Met name methylering van belangrijke ontwikkelingsgenen onderdrukt hun expressie en daarmee de oogontwikkeling in dit eerbiedwaardige icoon van evolutie. Maar de ontdekking veroorzaakt nog meer problemen voor de evolutietheorie.

Darwin beriep zich op de blinde grotvis in zijn argument voor evolutie. Het is in meerdere opzichten een merkwaardig argument en het probleem duikt voor het eerst op in de presentatie van Darwin waarin hij tussen twee verschillende verklaringen schipperde. Eens verklaarde hij het verlies van het zicht bij de grotvis als een voorbeeld van evolutionaire verandering die niet te wijten was aan zijn paradigma, natuurlijke selectie. In plaats daarvan gebruikte hij het Lamarckisme, de wet van ‘verworven eigenschappen’. Darwin verachtte en bekritiseerde Lamarck, maar waar nodig gebruikte hij af en toe de ideeën van zijn Franse voorloper.

Maar elders wijst Darwin juist op een natuurlijk selectie mechanisme voor de blinde grotvis: eliminatie van het kostbare en onnodige zichtsysteem zou beslist de fitheid van de ongelukkige wezens verhogen. Deze laatste verklaring zou een onmisbaar element worden voor latere evolutionaire apologeten, die ervan overtuigd zijn dat dit feit de evolutie bevestigd. Iedereen die de evolutietheorie met hedendaagse epicuristen heeft besproken of daarover heeft gedebatteerd, loopt waarschijnlijk tegen dit merkwaardige argument aan, dat de wereld vanzelf ontstaan moet zijn, omdat blinde grotvissen hun ogen verloren. Huh?

Om de evolutionaire logica, of het gebrek daaraan, te begrijpen, moet men de geschiedenis van ideeën begrijpen, en met name het idee van stabiliteit of onveranderlijkheid van soorten. Volgens evolutionisten zijn soorten ofwel absoluut stabiel in hun ontwerp, ofwel er zijn geen grenzen aan de evolutionaire veranderingen en de biologische wereld, en is alles om die reden spontaan ontstaan. Elk bewijs, voor welke vorm van verandering, hoe klein ook, is onmiddellijk weer een andere bewijstekst voor evolutie, in de ruimste zin van het woord.

Vanuit een wetenschappelijk perspectief, biedt het bewijsmateriaal natuurlijk geen enkel bewijs voor evolutie. Evolutie vereist de spontane (d.w.z. door natuurlijke processen zonder externe invoer) creatie van een oneindige reeks ontzagwekkende ontwerpen. Het bestaan van grotvissen toont juist verwijdering, niet creatie, van een dergelijk ontwerp.

Het opvoeren van de grotvis en de argumentatie door Darwin en zijn discipelen onthult meer over evolutionisten dan over evolutie. Dat ze dit argument overtuigend vinden, onthult hun onderliggende metafysica en het denkproces dat het uitvoert. Het draait allemaal om religie. We worden hieraan herinnerd door de nieuwe studie van Weinstein. Maar we zien nog iets nieuws: het opnieuw invoegen van Lamarck in het verhaal. De ironie is dat de epigenetica, nu onthuld als de oorzaak van de onderdrukte oogontwikkeling in de grotvis, terugkeert naar Lamarck. Darwin verguisde Lamarck en latere evolutionisten maakten hem het derde wiel in de biologie. Evenzo hebben ze zich hard verzet tegen de wetenschappelijke bevindingen van epigenetica en de implicaties.

De omgeving brengt geen biologische verandering teweeg.
Onjuist. (gefalsifieerd)

Welnu, zo’n biologische verandering mag geen transgenerationele zijn.
Onjuist. (gefalsifieerd)

Welnu, zo’n overerving mag niet lang duren, of anderszins robuust zijn.
Weer onjuist. (gefalsifieerd)

Dit laatste wordt nog eens gedemonstreerd in de resultaten van blinde grotvis onderzoek.

Onjuiste voorspellingen tellen mee. Een theorie die herhaaldelijk verkeerd is, telkens opnieuw, in al zijn fundamentele verwachtingen, zal uiteindelijk gezien worden voor wat het is. De opkomst van epigenetica is weer zo’n grote mislukking. Evolutionisten hebben zich ertegen verzet omdat het niet past in de theorie, en dat betekent dat het nu niet gemakkelijk ingevoegd kan worden. Een probleem is dat epigenetica complex is. De niveaus van coördinatie en complexiteit van het mechanisme liggen ver buiten de schrale bronnen van de evolutie. Het zal niet lukken.

Een ander probleem is de impliciete serendipiteit (vert: toevallige reeks voordelige gebeurtenissen). Eén epigenetisch mechanisme omvat bijvoorbeeld de plaatsen van de moleculaire labels op de staarten van de DNA-pakkingproteïnen die histonen worden genoemd. Hoewel barcodering vaak een geschikte metafoor lijkt te zijn voor epigenetica, kan het labelen van histonstaarten de driedimensionale histon structuren beïnvloeden. Het is niet alleen een informatiedragende streepjescode. Net als het kleine roer waardoor het enorme schip van koers verandert, kan het minuscuul moleculaire label ervoor zorgen dat de veel grotere pakkingproteïnen conformatieverandering ondergaan, wat resulteert in belangrijke veranderingen in de toegankelijkheid en expressie van genen. Dit alles is mogelijk vanwege de speciale, eigenaardige structuur en eigenschappen van het histon-eiwit en de interactie ervan met DNA. Voor evolutie moeten we geloven dat dit zojuist zonder reden is geëvolueerd en zo de opkomst van de epigenetica toevallig mogelijk maakte.

Nog een ander probleem met epigenetica is, dat het in evolutionaire bewoording overbodig is. De verschillende mechanismen die milieuveranderingen en uitdagingen signaleren, koppelen of verwijderen één van de vele verschillende moleculaire labels bij één van de vele verschillende DNA- of histonlocaties, en dragen deze boodschappen over aan volgende generaties, enzovoort, maar produceren niet de broodnodige fitnesswinst voor natuurlijke selectie.

De ongelooflijke epigenetica-mechanismen zijn alleen nuttig bij sommige nog onbekende toekomstige tijdperken waarin de bijbehorende milieu-uitdaging zich aandient. In de tussentijd is selectie zinloos en volgens de evolutie zou het ongelooflijke systeem van epigenetica, dat op de een of andere manier toevallig voortkwam uit een lange, lange reeks van willekeurige mutaties, wegkwijnen door evolutie, als niet nuttig.

Dit zijn de algemene problemen met epigenetica. In het geval van de blinde grotvis is er echter een mogelijke verklaring. Het is een poging, maar aangezien dit specifieke geval het verlies van een stadium van de embryonale ontwikkeling inhoudt, kunnen evolutionisten zeggen dat genetische mutaties veranderingen in de methylerende eiwitten veroorzaakten, waardoor ze overactief werden.

Deze verklaring is gebaseerd op het voorbestaan van de verschillende epigenetische mechanismen, en helpt dus niet om de vraag op te lossen hoe ze zich hebben kunnen ontwikkelen. Wat de verklaring wel biedt, is een manier voor evolutionisten om de kogel te ontwijken die wordt gepresenteerd door het spook van de grotvissen die intelligent reageren op een verandering in het milieu. Dergelijke teleologie (doelgerichtheid) is niet toegestaan in de naturalistische wereld.

Dus de evolutionaire voorspelling is, dat ontdekt zal worden dat deze proteïnen specifieke willekeurige veranderingen blijken te hebben die een toename van hun methyleringsfunctie veroorzaken, in het bijzonder op sleutellocaties in sleutelgenen (d.w.z. de genen-geassocieerde oogontwikkeling). Dat is een gewaagde poging en een schending van Ockhams scheermes.

Mijn voorspellingen zijn dat (i) deze evolutionaire voorspelling zal falen net zoals de honderden die er eerder waren, en (ii) net als bij eerdere mislukkingen, deze mislukking niets zal doen om de ogen van de evolutionist te openen. Geloof stuurt de wetenschap, en daar draait het om.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website Darwin’s God. Het originele artikel is hier te vinden.

Voetnoten

  1. https://www.biorxiv.org/content/early/2017/10/05/199018.
  2. Zie voor een bespreking van het artikel: https://www.newscientist.com/article/2150233-blind-cave-fish-lost-eyes-by-unexpected-evolutionary-process/.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. C.G. Hunter heeft een Ph.D. in Biophysics and Computational Biology van de University of Illinois. Hij is momenteel adjunct professor science and religion aan Biola University.