De 70 meter diepe put die Henri van ’t Hof en zijn collega dinsdag in Langelo boorden, is bedoeld voor de brandweer, maar levert ook informatie op over de ondergrond. En helpt mogelijk de raadselachtige herkomst van enorme zwerfkeien in Nederland op te lossen.

Nieuwsgierig beklimt Jean-André de Luc in 1778 de Martinitoren in Groningen. Met zijn verrekijker verwacht de Zwitser een bergketen in de buurt op te sporen. De geoloog is ervan overtuigd dat van grote hoogte omlaag glijdende gletsjers de zwerfkeien in de Nederlandse bodem verklaren.

De bergen vond De Luc niet. Toch is opmerkelijk genoeg deze uitleg vandaag de dag breed aanvaard als verklaring voor grote zwerfstenen in Nederland.

De aanwezigheid van de stenen wordt als volgt verklaard. Het noordelijk halfrond is voor een groot deel bedekt geweest met een ijskap. In Noord-Amerika, Noord-Europa en Noord-Azië zijn verplaatsingen tot 1500 kilometer zuidwaarts vastgesteld. Daarbij zijn tot 44.000 kilogram zware hunebedstenen meegezeuld, schurend over de bodem. Vanuit Zweedse en Finse gletsjers gleed het ijs de Oostzee in, omhoog over Denemarken en zo verder naar Noord-Nederland en Duitsland. Dit zou ook betekenen dat transport zonder aandrijfkracht in staat is geweest heuvelruggen, zoals de Sallandse en de Utrechtse heuvelrug en de Veluwe, meer dan 100 meter hoog op te stuwen.

Van ’t Hof voert beroepsmatig geregeld boringen uit in de Nederlandse bodem. Hij zet grote vraagtekens bij deze verklaring. Het is niet aannemelijk om van een ijsmassa zo’n enorme horizontale verplaatsing te verwachten, aldus Van ’t Hof.

Tijdens een lezing hoorde hij een verklaring die hem waarschijnlijker in de oren klonk. Tijdens de zondvloed zou dikke bewolking de zonnewarmte hebben weerkaatst. De daardoor veroorzaakte afkoeling kan vervolgens hebben geresulteerd in een enorme op het water drijvende ijskap. Toen aan het einde van de zondvloed de continenten onder het ijs omhoogkwamen, persten ze het water eronder weg. De daarmee gepaard gaande catastrofale waterstromingen sleten zuidwaarts tunneldalen uit en verplaatsten stenen over soms wel 1500 kilometer.

De brandput die Van ’t Hof met zijn collega dinsdag in Langelo boorden, bood opnieuw de gelegenheid om de Nederlandse ondergrond te bestuderen. Uit de put moet de brandweer per uur 90 kubieke meter bluswater kunnen pompen.

De boring is uitgevoerd met een holle boor. Van het omhoog gezogen zand wordt per meter diepte een bodemmonster genomen, dat later kan worden bestudeerd.

De boor ging dwars door een laag heen die de Peeloformatie heet. Deze formatie, een catastrofaal zuidwaarts uitgesleten tunneldal, bevat nog steeds zoet water uit zijn ontstaanstijd. Sinds de eeuwwisseling erkennen ook seculiere geologen zoals de Canadees John Shaw dat de zwerfkeien kunnen zijn verplaatst door catastrofaal zuidwaarts stromend water in tunneldalen.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Heerema, S.J., 2020, Boring helpt raadselachtige herkomst zwerfkeien oplossen, Reformatorisch Dagblad 50 (194): 12 (PDF).

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Stef Heerema doet sinds 2006 structureel onderzoek naar het ontstaan van zoutformaties en ijstijd verschijnselen. Zijn eerste wetenschappelijke publicatie dateert van 2009. Hij is lid van de Nederlandse Geologische Vereniging en van het Koninklijk Nederlands Geologisch Mijnbouwkundig Genootschap. Stef Heerema heeft nieuwe ontdekkingen gedaan over het ontstaan van de zoutlagen onder Noord-Nederland en ontdekte hoe de Bijbelse zondvloed hierdoor wordt bevestigd.