Uit het oude Israël hebben we naar verhouding weinig teksten. We hebben natuurlijk het Oude Testament, maar de handschriften daarvan zijn relatief jong; de oudste zijn gevonden tussen de Dode Zeerollen en dateren dus uit de inter-testamentaire periode. Er is amper geschreven materiaal bewaard uit de tijd waarin het Oude Testament zich afspeelt. We hebben wel massa’s muurresten, potscherven, beeldjes en andere voorwerpen, maar weinig inscripties en al helemaal geen papyri of perkamenten. Uit veel andere culturen, zoals Egypte, Ugarit en Assyrië, is wel veel geschreven materiaal teruggevonden. Om deze redenen beweren kritische geleerden dat het oude Israël pas laat een eigen beschaving ontwikkelde en dat het koninkrijk van David en Salomo niet veel meer was dan de fantasie van schrijvers uit de tijd van de ballingschap of later. Deze kritische mening wordt in de laatste jaren steeds vaker en steeds nadrukkelijker uitgesproken. Paradoxaal genoeg zijn er, terwijl de twijfel aan de historiciteit van het Oude Testament dus toeneemt, tegelijkertijd belangwekkende inscripties ontdekt en gepubliceerd die de lacune een beetje opvullen. Ik stel er een aantal voor en trek dan conclusies.

Alfabet

“Duidelijk is dat de Egyptische hiërogliefen en het Mesopotamische spijkerschrift ouder zijn dan het alfabet”

Er woedt op dit moment een discussie over de vraag waar en wanneer het alfabet werd uitgevonden. Duidelijk is dat de Egyptische hiërogliefen en het Mesopotamische spijkerschrift ouder zijn dan het alfabet; beide ontstonden tussen 3500 en 3000 v. Chr., waarschijnlijk onafhankelijk van elkaar. Het alfabet ontwikkelde zich pas een kleine 2000 jaar later, mogelijk uit de hiërogliefen, en werd in de negende eeuw v. Chr. gebruikelijk in het hele Midden Oosten.

In juli 2009 werd in het archeologisch park Timna een sterke aanwijzing gevonden dat het alfabet inderdaad gebaseerd is op hiërogliefen. Timna, 25 km ten noorden van Eilat in de Negev, is bekend om grote oude rotsschilderingen van strijdwagens en jachttaferelen. Daarbij valt de vondst uit 2009 fysiek in het niet: het gaat om een kleine inscriptie van 12 bij 15 cm bestaande uit twee ellipsen met een paar tekens erin: primitieve Semitische letters die nog veel lijken op hiërogliefen en die door Stefan Wimmer worden gereconstrueerd en vertaald als ‘de schrijver `Az-Romam’. Wimmer dateert de inscriptie tussen 1350 en 1150. Dat is echter nogal laat wanneer we bedenken dat we al alfabetische teksten in het Proto-Kanaänitisch hebben uit rond 1500 v.Chr. Proto-Kanaänitisch is de oudste vorm van de taalgroep waartoe het Hebreeuws behoort. Dat deze teksten werden gevonden binnen de grenzen van Israël, in Lachis, Gezer en Sichem, suggereert dat de geletterdheid van het volk Israël niet alleen aan Egypte behoeft te zijn ontleend; ook omringende volken in het beloofde land kunnen een bron zijn geweest.

Heel recent beweert Orly Goldwasser dat zij in het zuiden van Egypte een overgangsvorm tussen hiërogliefen en alfabet heeft gevonden uit de negentiende eeuw v.Chr. Als zij gelijk heeft, is het alfabet dus nog veel ouder dan we dachten.

Jeruzalem

Een van de Amarna brieven (bron: wikipedia)

Een van de Amarna brieven (bron: wikipedia).

In 2010 kwam in Jeruzalem de oudste tekst boven water die ooit in deze stad is gevonden; hij stamt waarschijnlijk uit dezelfde tijd als de beroemde verzameling brieven uit Amarna, de veertiende eeuw v. Chr. In die tijd was Jeruzalem natuurlijk nog geen Israëlitische stad en de tekst is dan ook in het Akkadisch; die taal was destijds wat Engels tegenwoordig is en werd in spijkerschrift geschreven. (Onder de Amarnabrieven zijn er zes van de Kanaänitische koning van Jeruzalem aan de farao in Egypte.)

Het gaat om een heel klein stukje klei (2 bij 2,8 cm en 1 cm dik) dat werd gevonden onder een muur uit de tiende of negende eeuw, tussen de tempelberg en Stad van David. De schrijver moet een geschoold persoon zijn geweest en de tekst was waarschijnlijk een diplomatieke boodschap. Tamelijk optimistisch zegt de ontdekker, Eilat Mazar, dat de tekst ooit deel uitmaakte van een heel archief van kleitabletten. Ze hoopt dus nog meer te vinden. Tot dusverre was een van de oudste teksten uit Jeruzalem de inscriptie die in de Siloamtunnel werd gevonden en die herinnert aan de aanleg van de tunnel ten tijde van koning Hizkia aan het eind van de achtste eeuw.

Hammurabi

In augustus 2010 kwam het nieuws van nog een unieke vondst: voor het eerst werd in Israël een tekst gevonden die sterk lijkt op het Wetboek van Hammurabi, de Babylonische koning uit de tijd van de aartsvaders. Onderzoekers van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem vonden het in de ruïnes van de stad Hazor in het noorden. Het gaat om twee kleine stukjes kleitablet, in de achttiende of zeventiende eeuw v. Chr. beschreven in spijkerschrift. De fragmenten handelen over verwondingen van slaven en meesters. Onduidelijk is voorlopig – en blijft misschien wel altijd – of de tekst in Israël zelf werd geschreven of ingevoerd uit Mesopotamië; de te verwachten officiële publicatie kan daarover waarschijnlijk niet veel zeggen. In totaal zijn er in Hazor nu negentien kleitabletten gevonden, meer dan ergens anders in Israël, maar nog lang niet het grote archief waarop al jarenlang wordt gehoopt.

Kruik

Een speciale vorm van inscripties vinden we op de handvaten van kruiken. Onze landgenoot Dr. Peter van der Veen heeft een nieuwe interpretatie gepubliceerd van de vijf letters op het handvat van een kruik die in 2008 gevonden was op de Olijfberg. De schrijfstijl van de letters wijst erop dat ze rond 750 – 650 v. Chr. geschreven werden. De Israëlische ontdekker had echter niet gezien dat het opschrift uit twee woorden bestaat in plaats van één, waarvan het eerste onvolledig is. De vijf letters l – m – n – ch – m vormen dus niet leMenachem, ‘van Menachem’, maar twee woorden waarvan het eerste eindigt op l – m en het tweede waarschijnlijk de naam Nachum is. Er waren in Jeruzalem al eerder twee van deze inscripties gevonden, die dateren uit de tijd van de koningen Hizkia of Manasse. Van der Veen betrekt in zijn vergelijking ook een collectie handvatten uit Gibeon. Hij laat zien dat op een handvat vaak de naam van een plaats en die van een persoon stonden; om die reden speculeert hij dat het eerste woord op het handvat van de Olijfberg ‘Jeruzalem’ was.

David

De Tel Dan stele. De letters dwdtyb staan voor "huis van David" en zijn iets lichter gemaakt (bron: wikipedia)

De Tel Dan stele. De letters dwdtyb (rechts naar links) staan voor “Huis van David” en zijn iets lichter gemaakt (bron: wikipedia)

Tot 1993 was zelfs de naam David nog nooit aangetroffen op een archeologische vondst. In Bijbel en Wetenschap 199 (1997) besprak ik de vondst in 1993 van een gedenksteen in Tel Dan die spreekt over het ‘Huis van David’. Later werd de naam David nog tweemaal gevonden in inscripties, zodat zijn bestaan steeds moeilijker ontkend kan worden (vgl. B&W 220 [2000]). Bovendien beweert in onze dagen de reeds genoemde Eilat Mazar nadrukkelijk dat zij eindelijk het paleis van David in Jeruzalem heeft gevonden; voorlopig kan zij echter alleen indrukwekkende ruïnes laten zien, geen inscriptie die aan de tegenspraak een einde maakt. Jeruzalem is in de loop van de eeuwen gewoon te vaak verwoest en wordt op dit moment te intensief bewoond om heldere gegevens over David en Salomo op te leveren.

Uit de periode van David en Salomo, de tiende eeuw v.Chr., duiken intussen elders in Israël wel inscripties op. De Canadees Gordon Hamilton beschrijft er in totaal zeven in een recent artikel, waarvan sommige slechts enkele leesbare letters tellen. Zo werd in 1997 in Beth Shemes in Judea een brokstuk gevonden van een stenen bordspel. Het bijzondere is dat op de zijkant ervan een naam staat geschreven, vermoedelijk die van de eigenaar. De drie Hebreeuwse medeklinkers h – n – n kunnen worden aangevuld met klinkers tot Hanan, Hanani of Hanun. De vorm en uitvoering van de letters wijzen op een goede schrijfvaardigheid, en ze dateren uit de periode 950-900. In aanvulling op Hamilton melden Becking en Sanders in hun recente artikel dat er nog een tweede naam op het bord staat, g – m – ` – n, waarschijnlijk te vocaliseren als Gam`on. Deze vondst maakt duidelijk dat er meerdere spelen in omloop geweest moeten zijn, want de eigenaars van het gevonden spel vonden het zinvol hun namen erop te zetten. En we stellen vast dat er in Beth Shemes in de tijd van David en Salomo een zekere mate van geletterdheid was.

Tiende eeuw

In 1999, dook in Tel el-Fara`ah, ten zuiden van Gaza, een beschreven potscherf (ostracon) op die eveneens uit de tiende eeuw stamt. Er staat alleen de korte aantekening l`dnn, ‘voor onze heer’, op. Het gaat hier om het werk van een niet-professionele schrijver die met dit ‘briefje’ blijkbaar de bestemming van bepaalde goederen wilde aangeven. Opnieuw een aanwijzing dat gewone mensen in Israël in de tiende eeuw konden schrijven.

In juli 2005 werd in Tel Zayit in de kustvlakte van Judea een ruim 17 kilo zwaar brok kalksteen gevonden in een muur. De vlakke onderkant van deze steen was, voordat hij als bouwsteen werd ingezet, gebruikt voor een schrijfoefening: een tamelijk ongeoefende hand had er de letters van het Hebreeuwse alfabet in gekerfd. Niet alle letters staan in de goede volgorde en de laatste letters zijn zo afgesleten dat ze vrijwel onleesbaar zijn, maar dat doet aan de waarde van de vondst niets af. Er werd geschreven en dus ook gelezen in een uithoek van het land aan de grens met Filistea! De muur waarin de steen was gemetseld was aan het einde van de tiende eeuw v. Chr. door brand getroffen en de schrijfoefening wordt in dezelfde eeuw gedateerd, rond het jaar 950. Alweer die tiende eeuw, de periode van David (c. 1012-972) en Salomo (c. 972-932)!

Oudste tekst

De westerlijke poort van Qeiyafa (bron: wikipedia)

De westerlijke poort van Qeiyafa (bron: wikipedia)

Het topstuk uit de tijd van David en Salomo werd in juli 2008 gevonden in Khirbet Qeiyafa. Deze tekst van vijf regels wordt algemeen aangeduid als de oudst bekende inscriptie in het Hebreeuws. De voorlopige vertaling werd in januari 2010 gepubliceerd en er wordt sindsdien druk over geschreven. Het is dus mogelijk dat bepaalde conclusies nog worden bijgesteld. De opgravingen in Khirbet Qeiyafa zijn bovendien nog niet lang aan de gang en pas een deel van de plaats is opgegraven, dus wie weet wat er nog meer naar boven komt?

Khirbet Qeiyafa ligt ten zuidwesten van Jeruzalem, tussen deze stad en het bijbelse Gath (Tel es-Safi). Het gaat om de ruïne van een fort aan de grens tussen Israël en Filistea, met een burcht in het midden en een dubbele poort. Mogelijk is Khirbet Qeiyafa dezelfde plaats als het bijbelse Saäraïm (die naam betekent ‘Twee Poorten’; Joz 15:36, 1 Sam 17:52); anderen denken echter aan Netaïm (1 Kron 4:23). De vesting was slechts korte tijd bewoond en talloze stukken aardewerk zowel als plantenzaden zorgen voor een absolute datering van alles wat er wordt gevonden, dus ook van de inscriptie: de tiende eeuw.

De tekst van vijf regels staat op een ostracon (potscherf) van 15 bij 16.5 cm, die met inkt is beschreven. Meestal duidt men de taal ervan aan als Kanaänitisch of Proto- Kanaänitisch, maar een aantal woorden is specifiek Hebreeuws. De tekst is nog van links naar rechts geschreven; het latere Hebreeuws werd en wordt zoals bekend van rechts naar links geschreven. Becking en Sanders komen met de volgende vertaling:

… zul je niet doen. En dien … Doe recht aan de … en de wedu[we], doe recht aan …[en] aan de vreemdeling. [Spr]eek recht over het kind, spreek recht over de [behoe]ftige [en] de we[d]uwe. Tegen de vijandigheid in de hand van de koning beschut de a[r]me [en] de slaaf; on[dersteun] de vreemdeling.

Alle imperatieven kunnen enkelvoud of meervoud zijn. De tekst lijkt op de woorden van een profeet, maar er blijft onzekerheid over de exacte vertaling en betekenis doordat een deel (nog) te slecht leesbaar is.

Diverse onderzoekers denken dat het ostracon als een schrijfoefening of dictee werd gemaakt. Niet alle letters hebben namelijk dezelfde vorm en één van de regels loopt aan het einde vreemd omhoog. Als dit klopt laat het mogelijk zien dat schrijfvaardigheid stelselmatig werd geoefend.

Monarchie

De Qeiyafa potscherf. Foto: G. Laron (bron: Khirbet Qieyafa Archeological Project)

De Qeiyafa potscherf, de tekst is met het blote ook moeilijk te zien (bron: Khirbet Qieyafa Archeological Project, foto: G. Laron).

Becking en Sanders stellen dat het sociale besef dat uit de tekst spreekt ook elders in het Midden Oosten voorkwam; dat zal waar zijn, en er is niets in de tekst dat wijst op het specifieke van het geloof van Israël. Maar het is wel opvallend dat er sociaal besef spreekt uit zoiets alledaags als een schrijfoefening. Bovendien wordt er in deze tekst gewaarschuwd tegen ‘de vijandigheid’ van de koning. Dergelijke kritiek op de vorst vinden we niet overal in het Midden Oosten.

De vindplaats van het ostracon, het fort Khirbet Qeiyafa, is nog om een andere reden interessant. Het fort is goed ontworpen en in korte tijd gebouwd, wat de inzet van een groot aantal mensen gevraagd moet hebben. Dit suggereert dat het fort ontstond in een goed georganiseerde en welvarende maatschappij, en daarbij denken we uiteraard aan het koninkrijk van David.

Conclusie

Er zijn dus in de laatste twintig jaar enkele verwijzingen naar David en een aantal teksten uit de tiende eeuw gevonden. Het lijken er zelfs steeds meer te worden. Ze zijn gevarieerd want sommige teksten zijn formeel, andere informeel; sommige zijn door professionele schrijvers gemaakt, andere niet. Het wordt steeds duidelijker dat het land Israël in deze periode een zekere welvaart had bereikt – en dat bevestigt natuurlijk het beeld dat de Bijbel oproept. Tegelijk is het wel duidelijk dat het Hebreeuws in die tijd nog niet dezelfde vorm had als het bijbelse Hebreeuws. Dit betekent dat alle bijbelteksten die er in die tijd al waren in later tijd aangepast moeten zijn aan de ontwikkeling van de taal.

Nog andere inscripties hadden genoemd kunnen noemen, bijvoorbeeld uit het noorden van Israël en uit het gebied van de Filistijnen, maar het beeld is duidelijk: Er werd in Israël geschreven in de vroege IJzertijd, dat wil, zeggen het einde van de periode van de Rechters en het begin van de monarchie. We kunnen onze apologetiek niet baseren op massa’s teksten, maar er is genoeg … en er wordt steeds meer gevonden.

[Toevoeging van de Auteur na publicatie]: Er zijn weer twee Oxyrhynchus-papyri gepubliceerd die delen van het Nieuwe Testament bevatten: een flink stuk van 1 Petrus 1 en 2 uit ongeveer 300 n. Chr. wordt nu aangeduid als Papyrus 125 in de lijst van nieuwtestamentische handschriften; gedeelten van Handelingen 10-12 en 15-17 staan op POxy 4968 die nu Papyrus 127 gaat heten en uit de vijfde eeuw stamt. Beide papyri liggen in Oxford. Papyrus 126 uit de vierde eeuw bevindt zich in Florence en bevat een deel van Hebreeën 13.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Ellips. Bronvermelding: Lalleman, P.J., 2010, Buitenbijbelse teksten uit de tijd van David en Salomo, Ellips 35 (300): 8-13.

Mede naar aanleiding van:

  • Becking, Bob, en Paul Sanders, ‘De inscriptie uit Khirbet Qeiyafa: een vroege vorm van sociaal besef in oud Israël?’, Nederlands Theologisch Tijdschrift 64 (2010) 238-252
  • Goldwasser, Orly, ‘How the alphabet was born from hieroglyphs’, Biblical Archaeology Review 36.2 (2010) 36-50
  • Hamilton, Gordon, ‘From the seal of a seer to an inscribed gameboard’, op www.bibleinterp.com/
  • Shanks, Herschel, ‘Prize find: Oldest Hebrew inscription discovered’, Biblical Archaeology Review 36.2 (2010) 51-54
  • Veen, Peter van der, ‘An inscribed jar handle from Ras el-`Amud. A new reading and an absolute date’, Kusatu 11 (2010) 109-121
  • Wimmer, Stefan J., ‘A Proto-Sinaitic Inscription in Timna / Israel: New Evidence on the Emergence of the Alphabet’, Journal of Ancient Egyptian Interconnections 2:2 (2010) 1–12

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Pieter Lalleman

Written by

Dr Pieter J. Lalleman is een nieuwtestamenticus die sedert 2000 in Londen woont en werkt, waar hij doceert aan Spurgeon’s College en “Academic Dean” is. Hij studeerde theologie in Utrecht en Groningen. Hij promoveerde op een apocriefe tekst, de Handelingen van Johannes. Hij doceerde Nieuwe Testament aan de Evangelische Hogeschool en aan het Seminarium van de Unie van Baptistengemeenten. Hij werkte mee aan de Studiebijbel en het tijdschrift Ellips.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over