Cornelius Van Til en de Wetenschap

by | dec 1, 2023 | 07. Filosofie, Wetenschapsfilosofie

Cornelius Van Til en de wetenschap

De filosofie van Cornelius van Til is groot belang voor de wetenschap, met name voor het scheppingsonderzoek.

Op 3 mei 1895 werd Cornelius Van Til – één van de belangrijkste filosofen van de twintigste eeuw – geboren in Grootegast, Nederland. Zijn impact was niet geweldig groot en zijn werk is grotendeels genegeerd, maar zijn inzicht, vooral met betrekking tot de wetenschap, geeft een helderheid en diepte van monumentaal belang. De wetenschapper die de illusie wil ophouden dat wetenschap zichzelf definieert, zichzelf als autoriteit heeft en zichzelf bevestigt, moet het werk van Van Til wel negeren. Die illusie deelt de wetenschapper met de filosoof en de wetenschapsfilosoof, die net zo goed zichzelf afschermt door niet te rekenen met God, maar uit te gaan van wetenschap “zonder” vooronderstellingen.

Cornelius van Til

Found in the english Wikipedia, Copyrighted free use, via Wikimedia Commons

Van Til bestrijdt de invloed van Kant op de wetenschap

Van Til bemerkte een instabiliteit binnen het geaccepteerde gedachtegoed van zijn tijd, namelijk in de invloed die de filosofie van Immanuel Kant op de wetenschap had. Misschien dat anderen het probleem ook wel zagen, maar juist Van Til was de aangewezen persoon om hierop te reageren. Zijn intellect werd goed erkend. Tegen het einde van zijn leven, tijdens een prijsuitreiking, zei de spreker grappend, maar met respect voor Van Til zijn wijsheid en intelligentie: “Er is nog enige controverse rondom de vraag wie de grootste intellectueel van dit deel van de twintigste eeuw is. De meeste mensen zullen waarschijnlijk stemmen voor de geleerde Dr. Einstein. Ik niet. Ik laat deze eer graag toekomen aan Dr. Cornelius Van Til. Daar heb ik de volgende reden voor: slechts elf mensen op aarde begrijpen Albert Einstein. Niemand, maar dan ook niemand ter wereld begrijpt Cornelius Van Til.”

Veel mensen waren ervan overtuigd dat Kant de wetenschap had bevrijd van God en God bevrijd van de wetenschap. Dat zou hij gedaan hebben door de realiteit te verdelen in het fenomenale (het gebied van de alledaagse ervaring) en het noumenale (het gebied van het intellectuele, intuïtieve of het etherische). Deze scheiding “maakte” simpelweg “ruimte” voor God binnen het “noumenale” denken, door God buiten te sluiten bij het verklaren van de natuurlijke wereld (het fenomenale gebied). Van Til zag de filosofische, theologische en wetenschappelijke problemen met deze populaire manier van denken. Als academicus en filosoof was hij goed toegerust om zowel het geloof als de wetenschap te verdedigen tegen hen die probeerden de complexe filosofieën van Immanuel Kant te verenigen met de ideeën van andere christelijke filosofen. Hij daagde deze filosofieën openlijk uit op het niveau van de vooronderstellingen.

De wetenschapsfilosofie is het probleem

Dit gaf de christelijke wetenschapper een antwoord, door te stellen dat alleen een christelijke wetenschapsfilosofie een verklaring kan geven voor de noodzakelijke voorwaarden van begrijpelijkheid. Van Til legde uit: “Het belangrijkste gevecht dat gaande is tussen het christelijk geloof en de moderne wetenschap draait niet om een groot aantal individuele feiten, maar om de principes die de wetenschap sturen in zijn werk. De strijd van tegenwoordig gaat grotendeels om de filosofie van de wetenschap.” (Van Til, Christian Theistic Evidences, 2016, p. 4).

Als een wetenschapper zich focust op de feiten, alsof die alleen begrijpelijk zouden kunnen worden door het verstand van de mens, dan is de autoriteit van de wetenschappelijke methode overgegeven aan de naakte menselijke rede. Dat wil zeggen, rede die niet wordt geholpen door de openbaring van God. Betekent dit dan dat de niet-christen geen wetenschapper kan zijn? Dat is niet het geval, verklaart Van Til. Veel niet-christenen hebben grote vooruitgang in de wetenschap teweeg gebracht. Het punt is dat wie ontkent dat de feiten geschapen zijn, niet in staat is om hun bestaan te verklaren of te verklaren hoe zij op een begrijpelijke manier passen binnen de realiteit van de natuurlijke wetenschappelijke wereld. Ze “lenen” als het ware kapitaal van het christelijke wereldbeeld.

Cornelius Van Til’s theologische inzichten met betrekking tot de wetenschap

De waarde van Van Til zijn werk blijkt ook uit zijn theologische inzichten, met name met betrekking tot de leer van de schepping, voorzienigheid en de aseïteit (het zelfstandig bestaan van God) en ondoorgrondelijkheid van God.

De leer van de schepping

De leer van de schepping geeft de wetenschapper de enige standaard die de wereld om hem heen begrijpelijk maakt, namelijk God, de Schepper Zelf. De wetten van de wiskunde en de logica, bijvoorbeeld, zijn geen hogere werkelijkheden en ook niet onafhankelijke van de Schepper. Ze verkrijgen hun eenheid en begrijpelijkheid door de Schepper God.

De leer van de voorzienigheid

Volgens de leer van de voorzienigheid is elk feit relevant vanwege zijn plaats in het plan van God. Deze leer is essentieel voor de analyse van de moderne wetenschap, om haar fundamentele zwakheid te kunnen blootleggen.

De leer van het zelfstandig bestaan van God

Van Til legde ook uit dat God een speciale “epistemische aard” heeft, omdat Hij vanzelfsprekend en eenzelvig is (dat is de leer van aseïteit – het zelfstandig bestaan van God). Onze kennis van God (epistemologie) is uniek in hoe wij die kennis verkrijgen, gebruiken en hoe die kennis van toepassing is op en helpt bij het interpreteren van de wereld om ons heen (wetenschappelijke kennis). Dit is de sleutel tot het begrijpen van Gods rol in de wetenschap, omdat het ons wijst op de noodzaak om te erkennen dat Zijn gezag zich strekt tot elk gebied van de wetenschap en de wetenschapsfilosofie.

De leer van de ondoorgrondelijkheid van God

Ten slotte toonde Van Til aan dat de “dialectische spanning” (de mentale scheuring) binnen het wetenschappelijk denken het resultaat is van het negeren van de leer van Gods ondoorgrondelijkheid. De naakte menselijke rede kan geen antwoorden geven op wetenschappelijke problemen, maar de wetenschapper gelooft in wat Van Til “het ideaal van het volledige bevattingsvermogen” noemde. Dat wil zeggen, het idee dat de mensheid – wanneer het de tijd daarvoor krijgt – in staat zal zijn om uiteindelijk alle wetenschappelijke antwoorden te vinden op basis van de autonomie van de menselijke rede. Dit schept een dialectisch spanningsveld, namelijk dat de mens niet tegelijkertijd én alles kan weten, én beperkt zijn.

De christen, aan de andere kant, erkent bereidwillig dat God ondoorgrondelijk is, maar hij weet ook dat God hem kennis van deze wereld heeft gegeven door gewone en bijzondere openbaring. Er is geen spanningsveld in het wetenschappelijk denken van de christen. Hij is van nature beperkt, omdat hij naar Gods beeld geschapen is. De wetenschappelijke methode en praktijk worden bestuurd door deze leer. Het bevestigt God, niet de wetenschap, als de zichzelf definiërende autoriteit. Wetenschap is daarom een onderworpen gereedschap en niet een heersend dogma.

Cornelius van Til’s nalatenschap

Van Til deed een beroep op de Schriften en stelde dat de wetenschap enkel licht ontvangt wanneer dat licht door God gegeven wordt (Psalm 36:9). Hij bracht zijn filosofische, theologische en wetenschappelijke boodschap in een vat van nederigheid en goede humor. Van Til liet ons een bibliotheek na van 30 boeken en uiteenzettingen, en meer dan 220 pamfletten en reviews. De man had een pastoraal hart en dit is duidelijk te zien in zijn werk, “Waarom Ik Geloof”. Deze Nederlandse intellectuele reus zal bekend staan om vele dingen, maar het is zijn invloed op de wetenschap, in het bijzonder de wetenschapsfilosofie, die het model levert voor het werk van elke wetenschapper en het licht reflecteert van zijn Verlosser.

Bronnen:

  • Bahnsen, G.L. 1998. Van Til’s Apologetic. Phillipsburg, New Jersey: Presbyterian and Reformed Publishing Company.
  • Van Til, C. 2007. An Introduction to Systematic Theology: Prolegomena and the Doctrines of Revelation, Scripture, and God. W. Edgar. (editor). Second Edition. Phillipsburg, New Jersey: Presbyterian and Reformed Publishing Company.
  • Van Til, C. 2008. The Defense of the Faith. K.S. Oliphint (editor). Fourth Edition. Phillipsburg, New Jersey: Presbyterian and Reformed Publishing Company.
  • Van Til, C. 2016. Christian-Theistic Evidences, Second Edition. Phillipsburg, New Jersey: Presbyterian and Reformed Publishing Company.
  • White, W. 1979. Van Til Defender of the Faith. Nashville, Tennessee: Thomas Nelson Publishers.

Dit artikel is speciaal voor Logos Instituut geschreven door Tom Carpenter. Tom Carpenter heeft ons benaderd naar aanleiding van onze aanwezigheid op de International Conference on Creation 2023. We zijn dankbaar voor zulke internationale contacten.

Abonneer je op onze maandelijkse nieuwsbrief!