Kan een kwaadaardig virus bij God vandaan komen, of kan zoiets alleen van de duivel komen? Laat God het virus alleen maar toe, of is het zijn eigen werk? Maar hoe veilig zijn wij dan bij zo’n God? Kortom, een blog over het corona-virus en Gods voorzienigheid.

Het corona-virus houdt ons allemaal bezig. Het schudt aan de grondvesten van ons dagelijks bestaan. Zekerheden vallen weg en dus grijpen we om ons heen om houvast te vinden. Voor wie gelooft in God, betekent dat vanzelfsprekend dat je op zoek gaat naar een manier om dit alles te duiden in relatie tot Hem. Echt houvast is immers alleen bij God te vinden. Dus is de vraag: wat heeft dit virus met alles wat er nu gebeurt te maken met Hem? Wat is zijn rol hierin?

Voor gereformeerde christenen die opgegroeid zijn met de Heidelbergse Catechismus hoeft dat niet moeilijk te zijn. Wij hebben uit zondag 10 geleerd dat de Bijbel leert dat God alles regeert en dat dus alles – ook gezondheid en ziekte – ons ten deel valt uit zijn vaderhand. En dus komt ook dit virus van God.

Maar wie dat geloof in deze tijd uit, kan rekenen op felle kritiek, zelfs van medechristenen. Deelt God kwaad uit? Aan zijn kinderen? Dat kan toch niet! Als je zoiets zegt, dan doe je God toch groot onrecht! Nee, zeggen deze christenen, kwaad komt van de duivel. God heeft daar niets mee te maken.

Deze christenen denken daarbij vanuit een tegenstelling: iets komt óf van God, óf van de duivel. Het goede komt van God, het kwade van de duivel. Dat is lekker overzichtelijk. En het houdt onze God lekker veilig. Zo houden we een God van wie je niets te vrezen hebt. Wel zo prettig.

Maar is dat terecht? Als je zo over God denkt, ken je dan de echte God die zich openbaart in de Bijbel? En ben je dan werkelijk veilig?

Gods almacht

Stel dat het inderdaad zo overzichtelijk is dat het goede van God komt en het kwade niet. Toch moeten we allemaal toegeven, zeker nu: er gebeurt kwaad in de wereld en het treft ons allemaal, ook christenen. Hoe zit dat dan met God? Blijkbaar laat Hij het gebeuren. Waarom?

Er zijn volgens mij maar twee mogelijkheden: Hij kán het niet voorkomen, of Hij wíl het niet voorkomen.

Kán God het kwaad niet voorkomen? Er zijn zeker mensen die dat geloven. Zij hebben een God bedacht die hooguit met ons mee lijdt over al het kwaad in de wereld, maar die er niets aan kán doen. Maar als Hij dat niet kan, betekent dat dat Hij niet almachtig is. En ook dat we bij Hem nooit echt veilig zijn. De dingen kunnen Hem dan zomaar uit de hand lopen.

Maar gelukkig roept de Bijbel overal uit dat God dat nu juist wel almachtig is. Er gebeurt nooit iets dat Gods macht te boven gaat. Hij doet alles wat Hij wil, zegt Psalm 115. Dat betekent dus dat Hij ook alles kán doen wat Hij wil. En inderdaad, bij Hem is alles mogelijk, zegt Jezus zelf in Mattheüs 19:26. Hij kan dus zeker alles voorkomen wat Hij wil voorkomen.

Doen of toelaten

Dus voor wie wil geloven in de God van de Bijbel, blijft alleen de andere optie over: God wíl het kwaad niet voorkomen. Maar, zeggen veel christenen dan, dat betekent nog niet dat Hij het kwaad actief uitdeelt. Nee, Hij laat het alleen passief toe. Ze wijzen dan bijvoorbeeld op Job. Het kwaad dat Job overkwam, kwam van de duivel. Die nam hem zijn bezittingen af, die doodde zijn kinderen, die maakte hem ziek. Dat deed God niet. Die liet het alleen maar toe. En toelaten en doen zijn twee heel verschillende dingen.
Ja, bij mensen is dat zo. Het maakt zeker verschil of ik een misdaad pleeg, of dat ik geen actie onderneem om te beletten dat een ander een misdaad pleegt. Toch: als ik een misdaad kan beletten en ik doe het niet, ben ik weliswaar niet even verantwoordelijk als degene die de misdaad pleegt. Maar ik heb dan wel een keuze gehad en de keuze om niets te doen is in de meeste gevallen een keuze die te veroordelen valt.

Ook voor God geldt dus: als je stelt dat Hij kwaad toelaat, pleit je Hem dáármee nog niet vrij. Maar belangrijker nog: ik geloof niet dat het mogelijk is om bij God onderscheid te maken tussen doen en toelaten. Immers, toelaten impliceert dat er iets is dat omgaat buiten degene die toelaat. Ik kan pas iets toelaten als er iets is om toe te laten. En dat ‘iets’ – een idee, een plan, een eerste aanzet – is ontstaan buiten mij om. Het is er al vóórdat ik ontdek dat het er is en/of vóórdat ik er iets aan kan doen. Pas als ik ervan afweet én er iets aan kan doen, kan ik besluiten of ik het toelaat of niet. Maar ik kom alleen in die positie doordat er eerst een voorfase geweest is waarin ik er niet van afwist en/of er niets aan kon doen.

Maar God is niet alleen almachtig. Hij is ook alwetend. Hij kent al onze gedachten (Psalm 139). Hij weet vooraf alles wat er in de toekomst zal gebeuren en laat het gebeuren zoals Hij wil (Jesaja 46:10). Voor Hem bestaat er daarom nooit een voorfase waarin Hij ergens nog niet van op de hoogte was en/of er niets aan kon doen.

Neem het voorbeeld van Job. De duivel kwam bij God met het plan om God uit te dagen Job in het ongeluk te storten. God gaf hem toestemming. Maar wist God pas van dat plan toen de duivel erover begon? Natuurlijk niet! God kende dat plan eerder dan de duivel zelf het kende. Hij kende het immers al voordat het in de duivel opkwam. Toch liet Hij niet alleen toe dat de duivel het plan uitte. Hij liet toe dat de duivel erover nadacht. Hij liet zelfs toe dat het in de duivel opkwam. Vanaf de allereerste kiem, nee, nog vóórdat de eerste kiem van dit kwaad ontstond, was God er dus met zijn wil bij betrokken. Hij had het niet alleen in de kiem kunnen smoren. Nee, Hij had kunnen voorkomen dat er ook maar een kiem van ontstond. Maar dat deed Hij niet. Vanaf het allereerste begin was het dus zijn wil dat de duivel met dit plan zou komen.

Bij God heeft het dus geen zin om onderscheid te maken tussen doen en toelaten. Er is in zijn almacht en alwetendheid geen ruimte voor een dergelijk onderscheid. Er is niets dat buiten zijn almacht en alwetendheid kan ontstaan en dus komt God nooit voor een keuze te staan waarin Hij iets wel of niet kan toelaten dat zonder Hem en buiten zijn wil ontstaan is. Alles wat er is en gebeurt, is dus het resultaat van zijn wil. Niet passief, maar actief. Daar geeft de Bijbel dan ook vele voorbeelden van.1

Zo is het dus ook met het corona-virus. God is niet opeens met dat virus geconfronteerd. Hij is niet opeens voor de keus gesteld het toe te laten of niet. Nee, elke gebeurtenis die tot het ontstaan van dit virus geleid heeft, vond plaats onder zijn almacht en alwetendheid en dus onder zijn leiding. Hij heeft vanaf het begin gewild dat dit virus zou ontstaan en dat het de gevolgen zou hebben die het nu heeft.

Óf … óf?

Maar dat betekent niet dat de duivel er niets mee te maken heeft. Nee, er is geen sprake van een tegenstelling alsof iets óf van God óf van de duivel komt. Alles komt van God. Toch kan iets tegelijk ook van de duivel komen. En ook nog van mensen.

Zo was het bij Job.2 Het waren rovers die zijn vee roofden. Dat deden ze niet als willoze pionnen in de hand van de duivel. Nee, ze wílden dat. Het was hun eigen keuze. Zij wilden zich verrijken ten koste van Job. Zij volgden hun eigen begeerte. Toch was het de duivel die hun dat ingaf. Een ook de duivel wilde dat zelf. Hij wilde Job kwaad doen en hij wilde God bewijzen dat Job niet echt Gods kind was, dat hij God alleen diende uit eigenbelang. Toch kon de duivel dit alleen maar doen omdat God het wilde. Want God had er zijn eigen plan mee. Hij wilde bijvoorbeeld laten zien dat de duivel Gods kinderen niet uit Gods hand kan roven, wat hij ook probeert.
Zo was het ook toen Judas Jezus verraadde en de Joden Hem lieten kruisigen. Zij wilden dat zelf, want ze haatten Jezus. Tegelijk was het de duivel die het hun ingaf (Johannes 13:27). Maar achter dit alles zat God die dit alles zo leidde om ons door Jezus’ kruisdood te redden van onze zonden (Handelingen 2:23, 3:18 en 4:28).

Als er kwaad gebeurt in de wereld, is daar dus altijd de duivel aan het werk. Hij probeert Gods werk kapot te maken. Vooral probeert hij dan te voorkomen dat mensen door God gered worden.

Maar in dat kwaad is ook altijd God zelf aan het werk. Hij volgt daarin zijn eigen plan. Het kwaad dat de duivel bedoelt om Gods werk kapot te maken, bedoelt God nu juist om zijn werk te voltooien. Hij leert zijn kinderen ermee dat ze nooit zonder Hem kunnen en Hij trekt ze erdoor naar zich toe. Hij leert hun dat ze niet vast moeten zitten aan deze tijdelijke gebroken wereld, maar ze moeten uitkijken naar de nieuwe wereld waar alles goed zal zijn.

En ja, Hij tuchtigt zijn kinderen ook als ze op een verkeerde weg zitten bij Hem vandaan, om hen terug te brengen naar de goede weg naar Hem toe. En aan de andere kant geeft Hij ongelovigen een voorproefje van het eeuwig oordeel dat hun boven het hoofd hangt als ze zich niet tot Hem bekeren.
Zo is het ook met het corona-virus. Dat dat virus nu zo om zich heen grijpt en zulke grote gevolgen heeft, is mede het gevolg van menselijk handelen. De roofbouw van mensen op de natuur heeft de omstandigheden gecreëerd waarin dit virus kon ontstaan. En door menselijk falen heeft het vervolgens de kans gekregen om zich zo sterk te verspreiden. Dat moeten we ons als mensheid aanrekenen. Dat is onze verantwoordelijkheid, al heeft de een meer schuld dan de ander.

Maar daarachter zit het werk van de duivel. Die heeft mensen aangezet tot de keuzes die nu tot deze crisis geleid hebben. Hij wil Gods schepping kapot maken en mensen van God aftrekken. Maar dit is onze troost: achter dit alles zit God zelf. De God die niet alleen almachtig en alwetend is, maar ook goed en liefdevol. En Hij heeft met dit alles zijn eigen bedoeling. Een bedoeling dit alleen maar goed en liefdevol kan zijn.

Oordeel of toch zegen?

Zeker, dit corona-virus is een oordeel van God, al moeten wij heel voorzichtig zijn als we zouden willen aangeven hoe, waarom en voor wie het dan precies een oordeel of straf is. We kennen Gods plannen en gedachten niet. Wij weten niet wat God precies met dit virus voorheeft. Bovendien is het voor ieder weer anders, omdat ieders omstandigheden anders zijn. Maar in algemene termen kunnen we wel dit zeggen: dit oordeel is bedoeld voor iets goeds. Omdat we weten dat God alle dingen laat meewerken ten goede (Romeinen 8:28).

Daarom is dit kwaad uiteindelijk ook geen kwaad. Wie op God vertrouwt, weet dat dit kwaad ten diepste niets anders kan zijn dan een zegen.

Sommigen zullen nu sceptisch vragen of het goede doel dan kwade middelen heiligt. Omdat God met het kwaad een goede bedoeling heeft, is het kwaad dan opeens goed?

Bij mensen vinden we inderdaad terecht dat goede bedoelingen nog geen verkeerde middelen rechtvaardigen. Maar God is geen mens. Mensen zijn niet almachtig of alwetend. En vooral zijn ze niet volmaakt goed. Mensen zijn daarom niet in staat om kwaad zo te gebruiken dat het iets goeds wordt. Maar God kan dat als enige wel. Of beter gezegd: het kwaad wordt niet goed doordat God het goed gebruikt. Nee, dan zou het net zijn alsof Hij het ook verkeerd zou kunnen gebruiken. Nee, het kwaad is goed omdat God goed is en omdat wat Hij doet ook niet anders kan zijn dan goed, zelfs als wij het ervaren als kwaad. Hoe dat precies zit, kunnen wij niet begrijpen. Maar als het niet zo zou zijn, zou Hij God niet zijn, de bron en de norm van al het goede.

En daar komt dan nog dit bij: God is de schepper. Hij heeft alles gemaakt en daarom is alles aan zijn gezag onderworpen. Hij heeft daarom ook het recht om met ons te doen wat Hij maar wil, zoals een pottenbakker met zijn klei mag doen wat hij wil. Wat wij elkaar niet aan mogen doen, mag Hij ons wel aandoen. Hij heeft als schepper en hoogste koning het volste recht om ons te straffen voor het kwaad dat wij doen. Hoe groter het kwaad dat ons uit zijn hand overkomt, hoe dieper we dan ook moeten beseffen hoe groot onze zonde is dat we zulk kwaad verdienen. Ja, verdienen! Wat ons ook overkomt, we verdienen niet beter. We verdienen immers de eeuwige dood.
Wat een genade en wat een troost dan dat dit tijdelijke kwaad afkomstig is van een goede, liefdevolle God en Vader die ons behoud en welzijn ermee op het oog heeft! Die niet wil dat Hij ons als zijn vijanden in de eeuwige dood moet werpen, maar die veel liever ons als zijn kinderen adopteert en ons eeuwig leven schenkt.

Het corona-virus is niet slechts wreed duivelswerk. Het is ook zeker geen werk van een wrede God. Het is een hard maar adequaat middel om ons te behoeden voor het eeuwige oordeel dat straks ieder wacht die geen vergeving gezocht heeft bij Jezus Christus. Het is een liefdevolle manier om ons hongerig te maken naar en binnen te leiden in de onvoorstelbare vreugde waarbij elk lijden in dit leven wegvalt als een seconde-druppel in de eeuwigheidsoceaan (Romeinen 8:18; 2 Korinthiërs 4:17). Laat staan dat het ons van die vreugde zou kunnen beroven (Romeinen 8:38-39).

Geloof

Daarom mogen we ons veilig weten, ook als wij of onze naasten besmet raken met het corona-virus, of wanneer de economische crisis die ons nu boven het hoofd hangt ons met minder welvaart en misschien zelfs armoede bedreigt.
Daarom mogen we voor deze crisis zelfs dankbaar zijn!

De vraag is alleen: geloven we dit ook echt? Deze troost, deze zekerheid, deze dankbaarheid zijn alleen beschikbaar als je inderdaad oprecht gelooft dat God almachtig én volkomen goed en liefdevol is. Dat Hij alles volledig in de hand heeft én laat meewerken ten goede voor ons.

Maar zulk geloof is niet vanzelfsprekend. De twijfel slaat gemakkelijk toe. Dat kennen we allemaal. Bovendien, je bent extra kwetsbaar voor deze twijfel naarmate je jezelf in de afgelopen jaren meer hebt blootgesteld aan het populaire Godsbeeld van deze tijd: een God die nooit kwaad uitdeelt, maar ook in dit aardse leven alleen maar voorspoed en geluk uitdeelt. Een God die niet wil dat mensen ziek of arm zijn, die alleen maar genezing en welvaart geeft.

Zo’n God kan heel aantrekkelijk en veilig lijken. Maar als je je aan zo’n God vastklampt, grijp je naar een loos hersenspinsel. Dan grijp je mis en zul je als het erop aan komt geen echte steun vinden.

Dat ziet de duivel graag. Dát is juist zijn doel met deze crisis. Hij hoop dat we dan zo in God teleurgesteld raken, dat we Hem definitief de rug toekeren. En vergis je niet: dat is erger dan welk kwaad het corona-virus zelf je ook maar kan doen.

Daarom is het in deze tijd extra belangrijk dat we onszelf blijven voorzien van gezond geestelijk voedsel, om ons geestelijke immuunsysteem te wapenen tegen deze aanval. Dan sterken we ons vertrouwen op Gods voorzienigheid. Dan krijgt de duivel bij ons geen kans, maar zal deze crisis ons geloof alleen maar versterken en ons dichter bij God brengen. Dán werkt dit virus voor ons ten goede, zelfs al zouden wijzelf of onze naasten eraan overlijden.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website van Gerrit Veldman. Het originele artikel is hier te vinden.

Voetnoten

  1. https://www.gerritveldman.nl/1-18-1-god-laat-het-kwaad-niet-alleen-maar-toe-maar-doet-het-zelf/.
  2. https://www.gerritveldman.nl/2-4-2-in-elke-slechte-daad-zijn-god-satan-en-de-mens-alle-drie-aan-het-werk/.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Drs. G. Veldman (1975) studeerde geschiedenis in Utrecht en haalde vervolgens zijn eerste-graads onderwijsbevoegdheid. Hij heeft enkele boeken vertaald vanuit het Engels. Grote hobby's zijn orgel spelen en stamboomonderzoek. Als christen volgt hij kritisch de ontwikkelingen in kerk en maatschappij.