Tijd heelt alle wonden. Afstand ook. Als iets ‘too far to check’ is, kun je je fantasie de vrije loop laten. Soms gebeurt dat in de wetenschap. Zo bracht het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics begin dit jaar een persbericht uit met de titel: ‘Vergevorderde buitenaardse beschavingen zouden aanwezig kunnen zijn in bolvormige sterrenclusters’. Hierin beweert astrofysica Rosanne Di Stefano dat zulke clusters goede plekken zijn om naar buitenaards leven te zoeken. Aan de andere kant weet ze niet zeker of daar planeten zijn. En toch speculeert ze dat het goede plekken zijn om naartoe te reizen… Snap je het nog? En dat moet dan gebeuren tijdens interstellaire ruimtemissies. Maar die sterrenclusters zijn zo ver weg dat het met de huidige technologie gewoonweg ondenkbaar is om zo’n lange reis te ondernemen… Op dezelfde dag nemen tal van media dit persbericht klakkeloos over. Het geeft mensen als Di Stefano veel macht. Ze kunnen allerlei speculaties, die door geen enkel verifieerbaar feit worden ondersteund, snel over de wereld uitrollen. En die berichten worden door mensen gelezen die al gauw geneigd zijn het voor zoete koek te slikken vanwege het respect dat ze aan ‘de wetenschap’ toekennen.

Een enkele keer gebeurt het dat media een kritische noot laten horen (dat moet ook gezegd worden). Pas geleden werd bijvoorbeeld het nieuws uit 1977(!) rechtgezet over de waarneming van een signaal dat afkomstig zou zijn van een buitenaardse beschaving maar daarna nooit meer is gezien. New Scientist liet onlangs een astronoom aan het woord die denkt dat het ging om het passeren van een of meerdere kometen. Een verademing, zo’n opmerking!

Maar, zoals gezegd: de fantasieën die als feiten worden gebracht, zijn sterk in de meerderheid. Neem bijvoorbeeld de zaak van de dansende dino’s. Paleontoloog Martin Lockley bestudeerde pootafdrukken en kreeg een visioen waarbij hij dansende acrocanthosaurussen voor zich zag. Hij vroeg aan een kunstenaar of hij er een plaatje van wilde schilderen; daarop is te zien hoe het mannetje met zijn snelle danspasjes indruk probeert te maken op het vrouwtje. Vervolgens stelde de universiteit van Colorado – waar Lockley werkt – er een persbericht over op. Begin dit jaar ging dat bericht, voorzien van de artistieke impressie, naar de media. En weer werd het kritiekloos geplaatst. Gemeld werd hoe wonderlijk deze vondst Darwins idee van seksuele selectie ondersteunt. Daarbij kiezen partners elkaar op grond van eigenschappen die als seksueel aantrekkelijk worden ervaren, waardoor dieren met deze eigenschappen meer nakomelingen kunnen krijgen. En dat alles zou dus afgeleid kunnen worden uit een paar pootafdrukken… Nu kan het best zo zijn dat dino’s paringsrituelen hadden, zoals vogels die ook hebben. Maar één ding is zeker: Lockley heeft nooit een acrocanthosaurus zien dansen. Hij zag alleen wat afdrukken en trok daarna een speculatieve conclusie. Waarom melden media dat niet?

Echte wetenschap werkt anders. Vaak wordt er intens gedebatteerd over hoe de gegevens moeten worden uitgelegd. Wetenschappelijke beweringen in journals worden ook weleens ingetrokken en gecorrigeerd, maar dat is vaak niet zo ‘nieuwswaardig’ en blijft in veel gevallen onvermeld. Als er maar één manier van kijken door de media wordt gepropageerd, zullen velen een verwrongen beeld krijgen van hoe wetenschap werkt. Aan de andere kant: het levert ons wel weer heel wat stof tot schrijven op…

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Weet Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Demoed, J.F.A., 2016, Feit of fictie?, Weet 39: 51.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.