In het boek Daniël wordt op enkele plaatsen Darius de Mediër genoemd. In hoofdstuk 5 staat het bekende verhaal te lezen over het schrift op de wand dat de val van Babylon aankondigt. In het eerste vers van het volgende hoofdstuk lezen we dan Darius, de Mediër, kreeg het koningschap, toen hij 62 jaar oud was. Darius de Mediër moet wel onderscheiden worden van de bekende Perzische koning Darius (521-486). De Mediër nam het koningschap over na de val van Babylon in 539. De bekende openbaring over de 70 “jaarweken” ontving Daniël volgens het eerste vers van hoofdstuk 9 in het eerste jaar van Darius, de zoon van Ahasveros, uit het geslacht van de Meden, die koning geworden was over het koninkrijk van de Chaldeeën. In het 11e hoofdstuk, opnieuw in het eerste vers, zegt een goddelijke boodschapper uit de hemel, dat hij Darius de Mediër had bijgestaan in diens eerste jaar.

Het probleem met deze Darius de Mediër is echter voor sommigen, dat hij uit teksten buiten de Bijbel niet bekend is. Die teksten kennen alleen Cyrus (of Kores) als veroveraar van Babylon op koning Nabonidus in 539. De Bijbel kent Cyrus wel als opvolger van Darius de Mediër (Daniël 6: 29). De Bijbel vermeldt echter Belsassar als laatste koning van Babylon voor de verovering. Lange tijd meende men, dat de Bijbel op dit punt “dus” onbetrouwbaar was. Tenslotte dook toch een tekst (1) op die liet zien, dat Nabonidus zijn zoon als plaatsvervanger in Babylon had gelaten. Nabonidus had archeologische belangstelling en is jaren uit Babylon weg geweest.

De rest van dit artikel is in de onderstaande pdf te lezen:

Download the PDF file .

DOWNLOAD

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. A. Dirkzwager studeerde klassieke filologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Het hoofdvak was Grieks, de bijvakken Oude Geschiedenis en Latijn. Van de Griekse en Latijnse teksten die hij te bestuderen had, stamde 40% van christelijke auteurs. Zijn doctoraatsthesis was een inhoudelijke commentaar op de beschrijving van de Romeinse provincie Gallia Narbonensis door de Griekse aardrijkskundige Strabo. De titel was 'Strabo über Gallia Narbonensis', uitgegeven door Brill, Leiden 1975. Hij was werkzaam als leraar in Nederland en Vlaanderen, later als onderwijsinspecteur. Ook gaf hij colleges exegese Nieuwe Testament en hermeneutiek aan de Evangelische Theologische Faculteit van Heverlee. De exegetische kolom van 1 Timotheus, 2 Timotheus, Filemon en Judas in de Studiebijbel van het Centrum voor Bijbelonderzoek is van zijn hand, na retouches door de redactie.