Je kunt nogal vaak de opmerking horen, dat de Bijbel geen handboek biologie is of geen handboek fysica. De Bijbel zou ook niet de bedoeling hebben om geschiedenis te vertellen. De Bijbel heeft een geestelijke boodschap, voegt men daaraan toe.

Biologie

In mijn artikel De verkeerde vraag stellen heb ik aandacht gevraagd voor bijgedachten die een rol spelen bij argumenten. Wanneer bij een discussie spanning aanwezig is, voelen de aanwezigen emoties, of ze dit laten merken of niet. Door die emoties gaat men in een argument meer zeggen of meer horen dan er eigenlijk gezegd wordt. Als er gezegd wordt: “De Bijbel is geen handboek biologie”, wordt er strikt genomen een open deur ingetrapt. Een handboek biologie behandelt systematisch allerlei onderwerpen uit de biologie. Dat doet de Bijbel niet. Er wordt echter meer bedoeld. Men bedoelt te zeggen, dat, omdat de Bijbel geen handboek biologie is, de biologische mededelingen in de Bijbel niet serieus te nemen zijn. De christen die wel ziet, dat de Bijbel betrouwbaar is, voelt zich dan door iets wat niet gezegd is, klem gezet. Dat is helemaal niet nodig. Een krant is ook geen handboek biologie. Een krant kan wel biologische onderwerpen op een juiste manier behandelen.

Een andere vraagstelling was eerlijker geweest: kan het zijn dat de Bijbel over biologische onderwerpen juiste mededelingen doet? En dan komt de vraag naar de oorsprong van de Bijbel op tafel. Is de Bijbel door God geïnspireerd en dus foutloos? Zoals ik in het hierboven genoemde artikel schreef, zijn er zoveel pertinente voorspellingen in de Bijbel uitgekomen, dat je niet zomaar kunt zeggen, dat de Bijbel niet van God komt.

Geschiedenis

Tweede vraag. Heeft de Bijbel de bedoeling geschiedenis te vertellen? Die vraag is het best te beantwoorden met de manier waarop de boeken Koningen de koningen behandelen. Ik kies een willekeurige koning. Over koning Jotam van Juda lezen we:

In het tweede jaar van Pekach, de zoon van Remaljahu, de koning van Israël, werd Jotam koning, de zoon van Uzzia, de koning van Juda. Hij was 25 jaar oud, toen hij koning werd. Hij regeerde 16 jaar te Jeruzalem. Zijn moeder heette Jerusa. Zij was de dochter van Sadok. Hij deed wat recht is in de ogen van Jahweh, geheel zoals zijn vader Uzzia gedaan had. Alleen verdwenen de hoogten niet. Nog steeds slachtte en offerde het volk op de hoogten. Hij bouwde de Bovenpoort van het huis van Jahweh. Het overige van de geschiedenis van Jotam en al wat hij gedaan heeft, is dat niet beschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Juda? In die dagen begon Jahweh Resin, de koning van Aram, en Pekach, de zoon van Remaljahu, op Juda los te laten. Jotam ging bij zijn voorvaderen rusten en werd begraven bij zijn voorvaderen in de stad van David. Zijn zoon Achaz werd koning in zijn plaats. 2 Koningen 15: 32-38

De schrijver geeft niet alle bijzonderheden over Jotam. Hij verwijst nieuwsgierige lezers zelfs naar de kronieken van de koningen van Juda. Hij zegt met andere woorden: Wil je over Jotam lezen zoals in een geschiedenisboek, kijk dan in de kronieken. Wat hij wel geeft, is voornamelijk een beoordeling van Jotams werk in Gods visie. Het is waanzin om te zeggen, dat de feiten die het boek Koningen wel noemt, niet gebeurd zijn. Ook de beoordeling van God moet over waar gebeurde handelingen gaan.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. A. Dirkzwager studeerde klassieke filologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Het hoofdvak was Grieks, de bijvakken Oude Geschiedenis en Latijn. Van de Griekse en Latijnse teksten die hij te bestuderen had, stamde 40% van christelijke auteurs. Zijn doctoraatsthesis was een inhoudelijke commentaar op de beschrijving van de Romeinse provincie Gallia Narbonensis door de Griekse aardrijkskundige Strabo. De titel was 'Strabo über Gallia Narbonensis', uitgegeven door Brill, Leiden 1975. Hij was werkzaam als leraar in Nederland en Vlaanderen, later als onderwijsinspecteur. Ook gaf hij colleges exegese Nieuwe Testament en hermeneutiek aan de Evangelische Theologische Faculteit van Heverlee. De exegetische kolom van 1 Timotheus, 2 Timotheus, Filemon en Judas in de Studiebijbel van het Centrum voor Bijbelonderzoek is van zijn hand, na retouches door de redactie.