Als het over de schepping gaat hebben we te maken met iets dat volop in discussie is. Steeds weer wordt er gesproken over schepping en evolutie. Hoe is de schepping er gekomen. Hoe is het leven op aarde gekomen. Hoe was de schepping in het begin? Was de dood er vanaf het begin? Was het echt goed op aarde of was de zonde en de moeilijke dingen er ook al vanaf het begin? Wat betekent het dat God de Schepper is voor ons leven van vandaag en voor de toekomst? Al met al veel vragen. Veel dingen die ons en onze kinderen raken. Ook weer veel te veel voor een ochtend.

Het programma voor vanochtend ziet er zo uit:

  • De actualiteit
  • Enkele opmerkingen over Genesis 1-3
  • Adam en Eva historische eerste voorouders? Is het belangrijk om daaraan vast te houden?
  • Gods schepping en onze omgang met de HERE en de schepping
  • Goed zorgen voor Gods schepping
  • Gods schepping en de toekomst

De Actualiteit

We zien de discussie over de schepping en dan vooral ook in relatie met evolutie steeds weer terugkomen. We zouden het deze hele morgen daar over kunnen hebben en dat zou ook zeker van waarde zijn. Als we dat willen kan dat altijd nog een keer. Toch zal het wel meerdere keren ter sprake komen.
De actualiteit is er vooral ook omdat onze jeugd doordat toenemend op scholen, ook op gereformeerde scholen de theïstische evolutie wordt geleerd of in ieder geval als een goede mogelijkheid wordt gezien. Dat betekent dat er een door God geleide evolutie heeft plaatsgevonden. Dat is niet iets nieuws maar de omvang ervan is wel veel groter geworden. Vroeger was het een enkeling die hiermee kwam. Zoals in mijn jonge jaren W. den Otter in zijn boek: Harmonie tussen Bijbel en natuur.

Een krant als het Nederlands Dagblad is een echte promotor van deze manier van denken. Ook binnen de Gereformeerde Bond hebben we de discussie hierover gezien tussen Prof. van den Brink en de voorzitter ds. Mensink. Een aparte plaats in de actualiteit neemt ds. A. van Beek in. Hij is een invloedrijke Nederlandse theoloog die een soort dogmatie geschreven heeft. Op zijn ideeën kom ik nog apart terug. Ik geef wat citaten die laten zien hoe er door een toenemend aantal mensen gedacht wordt. Ik eindig met een korte weergave van een kinderboek dat gereformeerde kinderen moet voorbereiden op het combineren van evolutie en Bijbel.

Christelijke Dogmatiek:

“Schepping vindt plaats uit het niets, evolutie betreft de modificatie van iets wat al bestaat, en dus niet het pure ontstaan daarvan. Evolutie is in die zin per definitie een ander fenomeen, dat secundair is ten opzichte van de oorspronkelijke scheppingsdaad (Warfield 2000, 200-202; cf. Warfield,W 10,380) – iets dat door de vraagstelling ‘schepping of evolutie?’ over het hoofd gezien wordt. Een goede en belangrijke vraag is nu: hoe gaat de Bijbel eigenlijk om met contemporaine wereldbeelden, dat wil zeggen met bestaande totaalplaatjes van hoe de kosmos in elkaar steekt? Het antwoord is: in de Bijbel worden die wereldbeelden veelal overgenomen, maar daarbij nadrukkelijk ontdaan van hun eventueel religieuze lading. Een prachtig voorbeeld hiervan vinden we in Genesis 1. Daar wordt enerzijds het bestaande wereldbeeld (met een uitspansel dat scheiding maakt tussen wateren onder de wateren boven de hemel) overgenomen. Het is de schrijver immers niet begonnen om een ‘wetenschappelijke’ beschrijving van de kosmos, maar een theologische proclamatie van zijn afhankelijkheid van God. Maar voor zover er in de culturele context van Israël religieuze en ideologische connotaties verbonden werden aan het toenmalige wereldbeeld, worden die dan ook juist krachtig weersproken en uit hun voegen gelicht. Zo zijn oud-testamentici vrijwel unaniem van mening dat Genesis 1 polemisch bedoeld is tegen de praktijken van zon-aanbidding en maan-vergoding zoals die in de umwelt van Israël plaatsvonden (vgl bijv Maarsingh 1993). De voorstelling van zon en maan als slechts lichten aan het firmament die hun taken gewoon door de scheppende God kregen toegewezen, ironiseert en kritiseert in feite deze praktijken. Is het niet vreemd zoveel eer te bewijzen aan geschapen voorwerpen die niets anders kunnen doen dan wat hun Schepper hun opdraagt? Het lijkt ons dat de Bijbel ons op deze manier ook de weg wijst als het gaat om de vraag hoe het (joods-)christelijke geloof zich verhoudt tot evolutiedenken. Daar waar zulk evolutiedenken zich beperkt tot een natuurwetenschappelijk plaatje van hoe de (theologische) wereld in elkaar zit, is er geen reden om zich ertegen te keren.” p. 211, 212

Op pag 277, 278 lezen we:

“Wanneer wij volhouden dat schepsel-zijn en zondaar-zijn in de mens niet samenvallen, betekent dat dat we moeten vasthouden aan de notie van de zondeval. Dat woord komt in de Bijbel niet voor en ligt ook open voor gnostische misverstanden, maar geeft toch wel juist weer dat de mens een als neerwaarts te kwalificeren beweging (‘val’) heeft gemaakt waardoor hij gebonden is geraakt aan het kwaad. Hedendaagse wetenschappelijke theorievorming over het ontstaan van de menselijke soort maakt het niet eenvoudig, maar ook niet onmogelijk zich een dergelijke historische zondeval voor te stellen. De ‘monogenetische hypothese’, volgens welke de menselijke soort teruggaat op een enkel mensenpaar, heeft het afgelegd tegen het ‘polygenisme’: de oorspronkelijke populatie bedroeg naar het zich laat aanzien minstens zo’n 5000 a 10.000 mensen. Deze deelden echter wel een gemeenschappelijke biotoop en een gemeenschappelijke goddelijke bestemming (vgl. Rahner 1967) Met de bewustwording van die bestemming ontstond ook de mogelijkheid er willens en wetens van af te wijken. Dit wegvallen van de eerste ‘echte’ mensen uit Gods bedoelingen door de keuze op eigen benen te willen staan en zich te laten leiden door dierlijke driften in plaats van goddelijke roeping, is ons inziens de kern van de menselijke zondeval waarover Gen. 3 in zulke krachtige beelden spreekt. ……. Kunnen we in dit licht nog spreken over een status integritas, een staat der rechtheid? Niet als we daaronder een min of meer duurzame toestand van morele perfectie verstaan (vgl. wat we in het vorige hoofdstuk in dit verband schreven over de futuristische betekenis van Ef 4:24); wel als we bedenken dat de eerste mensen reeds voordat zij zondigden een primitief moreel besef gehad moeten hebben, waarbij ze zich (hoe vaag ook) bewust waren van goed en kwaad in het licht van Gods gebod.”

De wetenschap wordt de norm. Daar kun je niet onderuit. Dat is ook het grote argument in het kinderboek van Corien Oranje: “Het geheime logboek van topnerd Tycho”. Dat is ook de achtergrond van prof. van de Brink’s verandering op het punt van Schepping en evolutie.

Een paar punten uit het kinderboek dat vooral geschreven is om kinderen te leren Bijbel en evolutie in een lijn te zien. In dit boek is er een oom van Tycho die professor is en op school komt uitleggen wat de oerknal is en hoe de evolutie daaruit heeft plaatsgevonden. Als ouders bezwaar maken tegen wat deze oom verteld heeft en zeggen dat evolutie en oerknal tegen de Bijbel ingaan is het antwoord van deze oom: “wat jammer om te horen dat een paar ouders nu boos zijn. Ik denk dat dat helemaal niet nodig is. Want ik geloof ook dat God het heelal, en de aarde, en alles wat er maar is, allemaal gemaakt heeft. Via onze telescopen hebben we nu ontdekt dat hij dat 13,8 miljard jaar geleden gemaakt heeft.” p. 46

Er worden in het boek via ouders en kinderen bezwaren tegen de evolutie ingebracht. Als ze het eigenlijk niet meer zo goed weten, wordt de dominee er bij geroepen. Het is heel opvallend hoe dat dan verloopt. De meester heeft iets op het bord geschreven en vraagt de dominee dan om commentaar.
Ik geef het hier weer: “Bijbel: God heeft alles gemaakt. Wetenschap: alles is ontstaan uit de oerknal.” Lees voor de reactie van de dominee pag. 55, 57, 58. Hier zie je in een kinderboek een stuk bedenkelijke hermeneutiek! Een vreemde uitleg die vanuit Schriftkritische kring opgekomen is zie je ook over de verhouding van Genesis 1 en 2 en hoe goed de aarde was. p. 142-145

A. van de Beek

Het zou ook goed zijn om uitgebreid in te gaan op wat deze man schrijft. Hij heeft veel invloed. Ga het nu niet doen omdat we dan zeker niet aan positieve dingen toekomen. Het boek dat vooral over de schepping gaat heeft als titel: Een lichtkring voor het kruis. Van de Beek wil in Zijn theologie altijd bij Christus beginnen. Het lijkt daardoor heel Christocentrisch. Dat klinkt ons vanuit onze geschiedenis heel vertrouwd en goed in de oren. Toch zie je dat ook vertrouwde klanken kunnen ontsporen. Heel kort gezegd is wat van de Beek naar voren brengt dit: Het gaat altijd om Christus. Dus is dat bij de schepping ook zo. De schepping laat zien dat Christus de Heer is. God heeft alles gemaakt en laat in de schepping zien dat Hij overal boven staat. God heeft alles om Christus als Verlosser gemaakt. Daarom horen zonde en dood bij de ‘goede schepping’. De schepping was goed voor Gods doel. Dat doel is dat Christus als verlosser moet optreden. Daarom maakt God een wereld waarin zonde en dood aanwezig is omdat Christus tot Gods eer als Verlosser moet komen. Hij wil dat bewijzen vanuit Colossenzen 1. Hij eerbiedigt niet de volgorde van Gods openbaring en om dan Gods werk te zien zoals de HERE dat historisch openbaart. Genesis 1-3 zijn dan beelden van hoe God de mens wil hebben en hoe de mens vanaf het begin was.

Enkele opmerkingen over Genesis 1-3

Hoe en wat

Dagen

Moeten we hier denken aan gewone dagen zoals wij die kennen of aan tijdperken? Misschien wel tijdperken van miljoenen of miljarden jaren zoals we die vanuit de evolutietheorieën kennen? Laat Genesis 1 ons ruimte voor een evolutie die onder leiding van God plaatsgevonden heeft? De zogenaamde theïstische evolutieleer.

Er is in de Bijbel geen enkele aanwijzing te vinden dat God wil dat we de dagen in Genesis 1 anders moeten zien als de dagen zoals wij die nu meemaken. Er zijn in de Bijbel geen aanwijzingen om te denken aan dagen die een ander tijdsverloop hadden als de dagen die we vandaag kennen. Het is de Geest zelf die de dagen bij de schepping heel duidelijk met gewone dagen zoals wij ze nu kennen verbindt. We zien dat in Exodus 20:11. We lezen daar als motivering voor het vierde gebod: “Want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de HERE de sabbatdag en heiligde die.”

Een andere aanduiding dat we hier aan gewone dagen moeten denken, is dat de HERE geen onderscheid maakt tussen de lengte van de eerste drie dagen en de dagen die daarop volgen. God schiep op vierde dag de zon, maan en sterren om de scheiding tussen dag en nacht te regelen. Om ook dienstbaar te zijn bij het bepalen van vaste tijden en om de lengte van dagen en jaren te bepalen. Zie 1:14. De HERE stelt de vierde dag en de dagen die daarna komen aan elkaar gelijk.

Het is niet juist om in dit verband een beroep op Psalm 90:4 en 2 Petrus 3:8 te doen. Het gaat in die twee gedeelten namelijk niet om de lengte van de dagen in Genesis 1. Psalm 90:4 laat ons zien dat God de eeuwige God is. Hij stijgt zo ver boven ons uit dat Hij niet in onze menselijke berekening past. De Heilige Geest zegt in 2 Petrus 3:8 tegen ons dat we de dag van Christus terugkeer niet kunnen berekenen. Het gaat in die verzen niet over de lengte van een dag op aarde.

Opbouw van de dagen
God is de God van orde. We zien dat al bij de scheppingsdagen. We zien daar dat de dagen 1 en 4; 2 en 5; 3 en 6 op een bijzondere manier op elkaar aansluiten. Kijk maar:

Dag 1 God schept het licht Dag 4 God schept de lichtdragers
Dag 2 God maakt scheiding tussen
het water en de wolkenhemel
Dag 5 God schept de waterdieren
en de vogels
Dag 3 God maakt scheiding tussen
water en land.  Het land ontstaat.
Dag 6 God schept de dieren en
de mens die op het land leven.

Tegenstelling Gen. 1 en 2 over volgorde mens plant?

Gen 2:5 Toen Adam en Eva op de zesde dag geschapen werden, was er voor hen genoeg voedsel om te eten. De bomen hangen dan vol met vruchten. Zie ook 1:12; 2:9. De HERE heeft alle planten en bomen gemaakt maar er zijn nog geen gewassen die verbouwd worden. Het “veldgewas” en “het kruid van het veld” verwijzen naar gewassen die op een akker verbouwd worden. Het woord veld wijst hier op een stuk grond dat bewerkt moet worden. Deze gewassen hebben regen nodig en een mens die het zaad plant. Mensen moeten het zaad uit de aanwezige zaaddragende planten halen en dit op het land zaaien.

Adam en Eva, de eerste voorouders vanuit het Nieuwe Testament bezien

Lucas 3:381

Het volgende geslachtsregister waarin de naam van Adam genoemd wordt is Lucas 3. Wij krijgen daar het geslachtsregister van de Here Jezus. Daarin gaan we terug tot Adam die dan de zoon van God genoemd wordt. Een belangrijke vraag hierbij is hoe de Joden toen een geslachtsregister gezien hebben. Moest zo’n geslachtsregister betrouwbaar zijn of was daarin ook plaats voor mythe, sage en fantasie? Het belang van een geslachtsregister was toen voor de Joden heel groot. Het moest met de meeste accuraatheid verzorgd worden. Flavius Josefus, een bekende Joodse geschiedschrijver uit die tijd, vertelt ons dat de Joden toen de namen van hun kinderen naar Jeruzalem gestuurd hebben om dan in officiële boeken opgenomen te worden. Hij vertelt ook dat hij vanuit die officiële boeken zijn stamboom kan weergeven.2 Geslachtsregister zijn toen als historisch betrouwbare documenten benaderd en samengesteld. In zo’n geslachtsregister dat de Heilige Geest zelfs in Gods Woord heeft laten opnemen is de naam van Adam opgenomen. Jezus Christus die de Zoon van God is, moest als de tweede Adam het werk doen dat de eerste Adam die als Gods kind geschapen was niet gedaan heeft. Hij moest lijden en het werk van de eerste Adam doen om de nieuwe mensheid voor eeuwig te redden. Zo concreet en historisch zoals de Here Jezus was, zo concreet en historisch was Adam er als de eerste mens.

Romeinen 5:14

Het hele gedeelte van vers 12 – 21 is voor ons onderwerp belangrijk. Ik maak nu eerst een opmerking over vers 14 alleen. We lezen daar: “Toch heerste de dood in de tijd van Adam tot Mozes over alle mensen, ook al begingen ze met hun zonden niet dezelfde overtreding als Adam.” Het is duidelijk dat Paulus hier over een bepaalde periode in de geschiedenis spreekt. Hij wijst op de persoon bij wie deze periode begint en de persoon met wie deze periode eindigt. Deze tijdsaanduiding zou zinloos zijn als Adam alleen maar een naam zou zijn uit een onhistorisch, filosofisch verhaal. Het is heel vreemd om een verzonnen persoon met een historische persoon, Mozes te verbinden. De bedoeling van deze woorden maakt duidelijk dat ook Adam hier als een historische persoon aangeduid wordt.

Nu nog een enkele opmerking over de rest van dit gedeelte. Adam en Christus worden in de verzen 12 – 21 steeds weer met elkaar vergeleken. Tussen beiden bestaat juist in het vaak tegenover elkaar staan3 een belangrijke overeenkomst. Paulus wijst op deze overeenkomst in het woord een of ene. De ene mens Adam staat tegenover de ene mens Jezus Christus. Adam is de eerste mens. Hij is de mens die gezondigd heeft. Hij is het verbondshoofd, de vertegenwoordiger van alle mensen. In hem heeft elk mens gezondigd en is sterfelijk geworden. Christus is de Verlosser van zondige mensen, van die nakomelingen van Adam die met hun schuld en zonden naar Christus vluchten. Wie door het geloof bij Christus hoort, hoort bij de nieuwe verloste mensheid. De grote overeenkomst tussen Adam en Christus is de positie die ze in de geschiedenis van het heil innemen. Zij hebben in hun positie dat gedaan wat beslissend is voor het eeuwig lot van de mensen die aan hen verbonden zijn.

Ieder mens is in en door Adam zondig en staat schuldig voor God. De gelovigen zijn in en door Christus van hun schuld en zonden gered. Een ander belangrijke zaak is dat Adam hier niet aangewezen wordt als iemand die illustreert hoe ieder mens was en is. Hij is niet het voorbeeld van ieder mens. Nee, hij wordt genoemd als de persoon die door zijn misdaad (15,17,18), door zijn ongehoorzaamheid (19) de andere mensen tot zondige, sterfelijke mensen gemaakt heeft. Adams daad van overtreding is de oorzaak van elke zonde in deze wereld. Bij zijn daad ligt het begin van wat in ieder mens vanaf het begin van zijn leven doorwerkt. Zoals Adam de oorzaak van een totaal zondige mensheid is, zo is Christus de oorzaak, de bewerker van de nieuwe mensheid die uit de verloren mensheid gered wordt. Zoals Christus een historische persoon is, zo is Adam dit ook. Anders zou het niet mogelijk zijn dat Adam en Christus als personen met elkaar in Romeinen 5 vergeleken worden

1 Korinthe 15:22,45

Paulus laat in 1 Korinthe 15 zien hoe belangrijk het is om in de opstanding uit de doden te geloven. Wie de opstanding uit de doden loochent, loochent ook de opstanding van Christus. Het kan in de kerk van Christus niet geduld worden dat de lichamelijke opstanding van Christus in twijfel getrokken wordt. Wie dat doet en zichzelf een christen noemt, is in werkelijkheid geen christen. Je bent dan een ketter geworden. De opstanding van Christus verloochenen, het als een filosofisch verhaal zien dat de hoop op het leven levend houdt, betekent het volgende: “Maar als Christus niet is opgewekt, is uw geloof nutteloos, bent u nog een gevangene van uw zonden en worden de doden die Christus toebehoren niet gered. Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zij wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn.” Vs 19

De historiciteit neemt in 1 Kor 15 een heel belangrijke plaats in. Het gaat in de Bijbel om betrouwbare geschiedsbeschrijving. Het is in dit kader dat de Heilige Geest Adam en Christus weer met elkaar vergelijkt. Paulus wijst weer op dezelfde heilshistorische positie van Adam en Christus.
Heel belangrijk is voor ons nu vers 45: “Zo staat er ook geschreven: ‘De eerste mens, Adam, werd een levend, aards wezen.’ Maar de laatste Adam werd een levendmakende geest.”

Paulus laat aan zijn lezers nu zien dat Hij een gedeelte uit Gods Woord aanhaalt. Hij haalt hier Genesis 2:7 aan. Als je Gen 2:7 vergelijkt met wat Paulus hier schrijft, valt er een ding op. Je ziet dan een opvallend verschil. Dat verschil blijft er ook als je naar de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuagint kijken. Paulus heeft namelijk in Gen 2:7 de woorden eerste en Adam ingevoegd. Hij wil benadrukken dat de mens van wie Gen 2:7 spreekt de eerste mens was en dat die mens de naam Adam gedragen heeft. De Heilige Geest laat hier heel duidelijk zien dat Adam de concrete eerste mens was. Hij was de eerste historische mens. De menselijke geschiedenis begint bij hem. De menselijke geschiedenis is niet bij een groep of op verschillende plaatsen op aarde uit een of andere oervorm ontstaan. Wat we in 1 Kor 15 lezen sluit ook helemaal aan bij wat Paulus op de Areopagus in Athene zegt: “Uit een mens heeft Hij de hele mensheid gemaakt, die Hij over de hele aarde heeft verspreid; voor elk volk heeft Hij een tijdperk vastgesteld en Hij heeft de grenzen van hun woongebied bepaald.” Handelingen 17:26

2 Korinthe 11:3

De verhouding van Paulus met de gemeente in Korinthe is weer veel beter. Toch zijn er in het hart van Paulus nog grote zorgen over de gemeente in Korinthe. Hij kent de zwakheid van deze gemeente. Ze staan heel erg open voor wat nieuw en spectaculair is. We lezen dan in vers 3: “Alleen vrees ik dat, zoals Eva door de slang op sluwe wijze bedrogen werd, uw gedachten worden weggelokt van de oprechte en zuivere toewijding aan Christus.”
De vergelijking met wat er met Eva gebeurd is en wat er in de gemeente van Korinthe dreigt te gebeuren heeft geen enkele kracht als Eva niet echt door de slang verleidt is. Het gaat hier niet om een of ander verhaal maar om wat in werkelijkheid met Eva gebeurd is. Het is duidelijk dat Paulus hier geen ogenblik aan de feitelijkheid van Eva en wat de slang als verleider gedaan heeft twijfelt.

1 Timoteus 2:13,14

Paulus schrijft aan zijn helper Timotheus over de plek van de vrouw in de gemeente. Hij maakt duidelijk dat vrouwen geen regeer of leerambt in de kerk mogen innemen. Hij geeft daarvoor twee redenen.
a. “Want Adam werd als eerste geschapen, pas daarna Eva.”
b. “En niet Adam werd misleid, maar de vrouw, zij overtrad Gods gebod.”
Paulus wijst hier terug naar twee historische gebeurtenissen. Hij schrijft zelfs over dingen die na elkaar gebeurd zijn. De HERE heeft eerst Adam geschapen en daarna Eva. Eva heeft zich laten verleiden. Dit zouden geen geldige argumenten zijn als deze dingen niet echt zo gebeurd zijn. Als Paulus hiermee niet de werkelijkheid zou beschreven hebben.

Het is opvallend dat Paulus hier juist geen beroep op een algemene waarheid doet die door velen in de samenleving toen aanvaard werd. Hij doet geen beroep op een algemene waarheid maar op wat in het begin van de menselijke geschiedenis gebeurd is. Hij beroept zich op de orde die God in Zijn schepping als altijd geldende norm gelegd heeft. Hij laat ook zien wat er bij de zondeval gebeurd is en wijst door de inspiratie van de Heilige Geest erop wat daarvan de betekenis is in de zaak die hij aan de orde stelt.

Judas: 14

We kunnen hier kort zijn. We vinden hier evenals in Rom. 5:14 een bepaalde tijdsperiode. Henoch word de zevende vanaf Adam genoemd. Wanneer we over Henoch spreken gaat het over het zevende geslacht vanaf Adam. Deze opmerking zou zinloos zijn wanneer Adam geen historische persoon was die in een bepaalde tijd geleefd heeft. Deze mededeling zou geen enkele waarde hebben als Adam niet als historische persoon bestaan zou hebben.

Enkele conclusies

Ik kom nu met enkele conclusies zonder om op een of andere manier naar volledigheid te streven.

De Heilige Geest laat in de Bijbel na Genesis 1-5 zien dat ook deze hoofdstukken als geschiedenisbeschrijving gelezen moeten worden. We hebben hier niet met filosofische verhalen of leermodellen te maken maar met betrouwbare beschrijving van historische gebeurtenissen. Het laat ons zien dat als in de Bijbel iets als beschrijving van feiten, van de geschiedenis gepresenteerd wordt wij het ook als geschiedenis moeten lezen en erkennen. De HERE zelf staat borg voor de betrouwbaarheid van de beschrijving in de geschiedenis. Het gaat in Genesis 1-11 niet over mythen, oergeschiedenis of sagen die niet de werkelijke gebeurtenissen weergeven. Ook hier geeft de HERE ons de waarheid die in overeenstemming met de feiten is.4

Als je Adam en Eva niet als de eerste mensen erkent van wie de hele mensheid afstamt, moet je erkennen dat je anders spreekt en denkt dan wat de Geest ons in de Bijbel vertelt. Dan moet je erkennen dat je Gods Woord bekritiseert of daar ruimte voor laat.

Als iemand leert dat het niet nodig is om Adam en Eva als de eerste mensen waarvan de hele mensheid afstamt te erkennen, zaait hij twijfel ten aanzien van Christus en Zijn opstanding. Wanneer Adam niet historisch is, bestaat er geen rede om Christus wel voor historisch te houden. Dan kan ook Christus deel van een filosofisch verhaal zijn. Als dat zo is, geldt met grote kracht wat Paulus in 1 Kor 15 schrijft: “Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zij wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn.” (19) Hier zijn vooral Rom 5 en 1 Kor 15 van groot belang.

Als je Adam niet als de eerste mens en ons aller voorvader erkent, kan je ook over God, zonde en andere zaken niet meer zo denken zoals de Heilige Geest ons dit in de Bijbel leert.

Heilshistorisch zie je bij Adam en Christus dezelfde structuur. Allebei zijn er voor velen. Zie Rom 5 en 1 Kor 15:22;45-49. Deze structuur tussen Adam en Christus wordt doorbroken als een van twee geen historische persoon is.

Wanneer Adam niet meer als de eerste mens, die goed geschapen is, erkend wordt veranderd je zicht op de zonde. Als geleerd wordt dat Adam een illustratie is van wat er in alle mensen leeft betekend dit dat de zonde vanaf het begin bij het leven van de mens behoort heeft. Dat zou betekenen dat de dood bij Gods goede schepping zou horen.

Het gevolg van het vorige punt is dan dat schepping en zondeval niet meer als historische gebeurtenissen van elkaar onderscheiden kunnen worden. De historiciteit, de werkelijkheid van een tijdperk van zondeloosheid en volle vrede op aarde wordt dan geloochend. Dan was Gods goede schepping niet echt goed, zelfs niet beter dan de huidige situatie.

De ernst van de zonde wordt niet meer in volle ernst gezien. De mens zou nog nooit Gods wil volledig hebben kunnen doen. Het gevolg hiervan is dat Christus voorbeeld meer benadrukt wordt dan dat Hij de schuld en de zonden van de gelovigen tot in de hel gedragen heeft. Het gaat dan meer om de ontwikkeling van de mens die een goed voorbeeld nodig heeft dan dat de mens als totaal verdorven mens die in zonde ontvangen en geboren is verlost moet worden.

Gods schepping en onze omgang met de HERE en de schepping

Schepping en geloofsleven vanuit Jesaja 40

Eerbied gevraagd voor de ene geweldige God

Waarom schrijf ik dit artikel? Omdat ik al meer om mij heen zie dat juist het gebrek aan eerbied voor de HERE toeneemt. Heel dicht om je heen. Tot in je eigen gemeente. Dat gebrek aan eerbied heeft een geweldige impact. Het leidt er toe dat de HERE niet echt gekend wordt en ook de Here Jezus niet. Juist als het zo dichtbij komt, raakt het je. Hoe moet het verder als zelfs bij bidden en bijbellezen de nodige eerbied en stilte heel moeilijk te krijgen is?

Gebrek aan eerbied leidt er ook toe dat mensen God tot verantwoording gaan roepen. Dat mensen als een soort rechter boven God en boven het Woord van God gaan staan. Alsof wij over de HERE zouden kunnen oordelen.

De enige echte oplossing om weer eerbied te leren is dat we weer gaan zien wie de HERE is. Dat we Zijn grootheid weer gaan zien. Je kunt de HERE met niets en niemand vergelijken. Hij stijgt in alles wat goed is boven iedereen en alles uit. Het is zo belangrijk dat we zo de HERE weer leren kennen en met Hem omgaan. Ik wil in dit artikel mijn uitgangspunt nemen in Jesaja 40:9-31. Met als de belangrijkste vraag: Wie is God?

Israël is niet tevreden

Het volk Israël is voor het overgrote deel in ballingschap. Aan die ballingschap lijkt geen einde te komen. Voor het gevoel van velen zijn het de vorige generaties die de schuld voor de ballingschap zijn. Met hun leven is er niet zoveel mis denken ze. Ze komen dan ook met kritiek op de HERE. Die kritiek lees je in vers 27: “Jakob, waarom zeg je – Israël, waarom beweer je: Mijn weg blijft voor de HEER verborgen, mijn God heeft geen oog voor mijn recht?”

Juist aan een volk dat zo denkt en voelt, laat de HERE zien wie Hij is. Wat je daarom in diepe eerbied van Hem mag verwachten. Om je leven en wat er op deze wereld in onze tijd in het goede perspectief te zien is het onmisbaar om te zien hoe groot de HERE is. Om ook onze kinderen en jongeren te leren wat eerbied voor de HERE is. Om te leren om in een goede houding tot God te gaan. Het treft mij altijd weer als we in vraag en antwoord 117 van de catechismus o.a. het volgende belijden: “Wat hoort tot een gebed dat God aangenaam is en door Hem verhoord wordt? (…) Ten tweede dat wij onze nood en ellende grondig kennen om ons voor het aangezicht van Zijn majesteit te verootmoedigen.”

Let op dat woord majesteit. Dat wijst op de grootheid, de heerlijkheid, de luister van God. Die boven alles uitsteekt. Let ook op het woord verootmoedigen. Dat betekent dat je je klein en nederig voor de HERE weet. Je kijkt in diepe eerbied naar Hem op. Hij is goed en Hij weet wat de echte goede weg is. Van Hem verwacht je het. Op het niet tevreden zijn van Israël reageert de HERE met te laten zien dat Hij onvergelijkbaar groot is. Hieronder zien we daarvan een glimp. In werkelijkheid is Hij nog groter.

Onvergelijkbaar groot

Het is opvallend dat de heilige Geest in Jesaja 40 meerdere keren laat horen dat je de HERE met niets en niemand kunt vergelijken. Je ziet dat in de vragen van vers 12-14. Het zijn rethorische vragen waarop het antwoord steeds weer moet zijn: Niemand! Dan lees je in vers 18: “Met wie wil je Mij vergelijken, hoe is Hij uit te beelden?” Kijk ook in vers 25, 26: “Met wie wil je Mij vergelijken, zegt de Heilige, aan wie ben Ik gelijk te stellen? Kijk omhoog: wie heeft dit alles geschapen?” De HERE is met niemand te vergelijken. Hij is zoveel meer! Hij is zelfs de Schepper die alles wat je om je heen ziet geschapen heeft. Alleen door te spreken. Uit niets! Dat kan Hij. Dat kan Hij alleen. De Bijbel is vol van die onvergelijkbaarheid van de HERE. Vol er van dat de HERE God is en niemand anders.

Hieronder een enkel voorbeeld:
1 Samuel: 2:2: “Geen is er heilig als de HEER, er is geen andere god dan U, geen rots is er als onze God.”
Psalm 89:6-8: “HEER, laat de hemel dit wonder prijzen, laat de kring van hemelingen U loven om uw trouw. Want wie daar boven kan de HEER evenaren, wie van de goden zich meten met de HEER, met God, zeer geducht in de raad van de hemelingen, gevreesd bij allen die hem omringen?”
Efeze 3:20,21: “Aan Hem die door de kracht die in ons werkt bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken, aan hem komt de eer toe, in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle generaties, tot in alle eeuwigheid. Amen.”
Een kenmerkende reactie op de grootheid van God, die ook ons de goede weg wijst, lezen we bij David in 2 Sam 7:18: “Wie ben ik, HEER, mijn God, wat is mijn familie, dat u mij zo ver hebt gebracht?”
Hij die boven alles uitstijgt verdiend onze eerbied, ons vertrouwen, onze verwondering.

De HERE onvergelijkbaar in macht

Het volk van God kan vertrouwen hebben ook nu ze in ballingschap zijn. Ze kunnen bouwen op de beloften die de HERE aan Zijn volk gegeven heeft. Ook als het gaat om de terugkeer naar het land Kanaän. Ook als het gaat om de verdere toekomst. De HERE is de in en in betrouwbare. Hij is ook de Almachtige die alles wat Hij beloofd heeft kan uitvoeren.

Over Gods onvergelijkbare macht lezen we in Jesaja 40 o.a. het volgende:

“Ziehier God, de HEER! Hij komt met kracht, zijn arm zal heersen. Zijn loon heeft hij bij zich, zijn beloning gaat voor hem uit. (…) In zijn ogen zijn de volken als een druppel in een emmer, als een stofje op een weegschaal; de eilanden weegt hij als zandkorrels. Zelfs de Libanon levert te weinig hout, te weinig wild voor een brandoffer. De volken betekenen niets in zijn ogen, voor Hem zijn ze minder dan niets. Hij troont boven de schijf van de aarde – haar bewoners zijn als sprinkhanen –, hij spreidt de hemel uit als een doek, spant hem uit als een tent om in te wonen. Hij maakt vorsten nietig, de leiders van de aarde onbeduidend: nauwelijks zijn ze geplant, nauwelijks gezaaid, nauwelijks hebben ze wortel geschoten, of hij blaast over hen, en ze verdorren en de stormwind neemt hen op als kaf.” 10…..15-17; 22-24.

Geen machthebber op aarde is met de HERE te vergelijken. Geen koning of keizer uit het verleden. Ook geen regeringsleider uit onze tijd. Hoeveel macht mensen op deze aarde ook hebben of zullen krijgen, ze zijn bij God vergeleken nooit meer dan een druppel in een emmer of een stofje aan een weegschaal. We beseffen dat eerbied voor mensen met veel macht nodig is. Als we vol respect naar bepaalde mensen luisteren dan verdiend de HERE zoveel meer eerbied. Hij is zoveel meer! Als Hij spreekt, als uit Zijn Woord gelezen wordt verdiend en vraagt Hij al onze aandacht. Dan is vol aandacht stil zijn en luisteren met je hart de enig goede reactie.

De HERE onvergelijkbaar als persoon

Wij hebben vaak onze eigen ideeën over hoe dingen zijn. Ook onze eigen ideeën over hoe God zal zijn. Ideeën die dan ontstaan uit onze eigen ervaringen op deze wereld. De geest laat zien dat de HERE boven al onze modellen zoals wij die vanuit de schepping kunnen bedenken uitgaat.
Ook dat lees je in Jes 40: “Wie heeft de geest van de HEER gemeten? Heeft iemand hem ooit raad gegeven? Wie raadpleegt Hij, wie biedt Hem inzicht? Wie leidt hem op de paden van het recht? Wie leidt hem naar de wijsheid? Wie toont hem de weg van het inzicht?” vs 13,14 Het is dan ook niet mogelijk om de HERE als persoon in iets van de schepping te vangen. Niet in een beeld. Zie vers 19,20. In helemaal niets. Hij is meer dan de hele schepping samen. Hij is de Schepper zelf! Hij is meer dan alles wat Hij geschapen heeft.

De HERE is de Heilige die met niets en niemand te vergelijken is. Toch mogen wij Hem kennen vanuit Zijn eigen Woord. Dat betekent dat wat de HERE over Zichzelf in de Bijbel zegt echt zo is. Zo is Hij! Maar altijd moet je er dan bij zeggen: Hij is nog groter dan wat we daar lezen. Dat jij en ik Hem mogen kennen is een wonder. Je leert Hem juist kennen door Christus. In Hem zie je God. In de Zoon zie je de Vader. Dat is een geweldig voorrecht. Zelfs zo dat de Here Jezus daarvan zegt: “Ik noem jullie geen slaven meer, want een slaaf weet niet wat zijn meester doet; vrienden noem ik jullie, omdat ik alles wat ik van de Vader heb gehoord, aan jullie bekendgemaakt heb. Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar ik jullie, en ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht. Wat je de Vader in Mijn naam vraagt, zal hij je geven. Dit draag ik jullie op: heb elkaar lief.” Joh 15:15-17

Je ziet tegenwoordig vaak dat dit zo vertaald wordt alsof God ons vriendje is. Alsof eerbied er niet bij zou horen en alleen maar afstand zou geven. Daarover gaat het hier zeker niet. Het vriend zijn van Christus houdt in dat Hij alles aan ons verteld heeft wat de Vader Hem verteld heeft. Hij houdt niets achter! Heerlijk. Dan leer je God in Zijn grootheid, ook in de grootheid van Zijn liefde kennen. Dat leert je juist met diepe eerbied naar hem te komen. Vanuit de ongelooflijke liefde die Hij in Christus naar jou heeft laten toekomen. Dan wil je God nooit als je vriendje behandelen. Altijd met tere liefde en diepe eerbied. Dan zie je ook Zijn liefdevolle zorg als Vader. Een zorg die je niet verdiend hebt.

De HERE onvergelijkbaar in herderlijke zorg

De HERE is onvergelijkelijk groot. Toch zorgt dat niet voor een onoverbrugbare afstand. Dat zorgt niet voor een afstandelijk staan van God tegenover Zijn volk. Hoe het volk Israël dat ook denkt in de tijd van Jesaja. Je kunt als mensen denken dat de problemen zo groot zijn dat je niet verder kunt. Het kan lijken voor je gevoel dat God niet meer zorgt. Maar dan denken wij te klein van God. Wie zich aan de HERE toevertrouwt mag weten dat je dan kracht krijgt om door de grootste nood de toekomst te kunnen ingaan. Daarvoor geeft de HERE om Christus werk dan de kracht. De kracht van Zijn Geest.

De HERE is God. Hij is de eeuwige is die er altijd was en altijd zijn zal. Onbegrijpelijk maar toch, want Hij is God en Hij alleen. Die eeuwige God is de herder voor wie tot Hem vlucht. De herder waarvan we lezen in vers 11: “Als een herder weidt Hij zijn kudde: Zijn arm brengt de lammeren bijeen, hij koestert ze, en zorgzaam leidt Hij de ooien.” Hij is de herder die Zijn schapen altijd kracht kan en wil geven. Ook in de menselijke uitzichtloosheid. Want Hij is God en Hij overziet alles en Hij brengt wie zich aan hem toevertrouwt daar waar alle moeite en elk gevolg van de zonden verdwenen is. Hij kan dan ook in het slot van Jes. 40 zeggen: “Weet je het niet? Heb je het niet gehoord? Een eeuwige God is de HEER, schepper van de einden der aarde. Hij wordt niet moe, hij raakt niet uitgeput, zijn wijsheid is niet te doorgronden. Hij geeft de vermoeide kracht, de machteloze geeft hij macht in overvloed.” Waar geen mens je meer een uitweg kan wijzen en kracht geven doet de HERE dat. De HERE is groot. Groot in macht en liefde, groot in verlossing en oordeel. Groot in alles. Dat vraagt om echte eerbied. Laten we in kerkdiensten, thuis en op school elkaar en ook onze kinderen laten zien en merken dat bij het komen tot de HERE eerbied en verwondering past. Daarbij past dat je in diepe stilte luistert, bidt en ontvangen wilt. De HERE niet als ons vriendje maar als de Heilige God die door het wonder van Zijn genade onze Vader wil zijn. Dat vraagt echt om eerbied vanuit ons hart voor Hem de Drie-enige.

Goed voor Gods schepping zorgen

We raken al meer onder de indruk van de opwarming van de aarde. Van de geweldige nadelige gevolgen die dat kan hebben. We gaan na de film van Al Gore al meer breed inzien dat er toch echt wel iets aan de hand is. Moeten we als christenen daar iets mee? Of interesseert de hele milieuproblematiek ons eigenlijk niet? Omdat de aarde toch eens zal vergaan. Er komt toch eens een nieuwe aarde en daarom hoeven we eigenlijk niet veel aan het milieu te doen? Als we daarover nadenken is het belangrijk om weer in het paradijs te beginnen. De mens krijgt daar een duidelijke opdracht.

De HERE geeft de mens een plaats in de tuin van Eden. De mens moet hier de opdracht van Gen 1:26-28 beginnen uit te voeren. Dat moet hij doen door de hof van Eden te bewerken en er over te waken. Gen. 2:15 Bij dat “waken over” moet je niet denken aan het vechten tegen gevaren. Die gevaren waren er toen niet. De HERE had alles zeer goed geschapen. Gen. 1:31. De mens wordt hier opgeroepen om Gods prachtige schepping te bewaren. Om op deze wereld zo als mensen te werken. Zo de mogelijkheden die er in de schepping liggen te ontplooien dat het Gods heerlijke schepping niet aantast. Zo dat die schepping in zijn prachtige heerlijkheid en gevarieerdheid blijft bestaan. Ook dat hoort bij de verantwoordelijkheid die wij als onderkoningen, als beeld van God op deze aarde gekregen hebben.

De HERE is de Schepper die ook met liefde dieren en planten geschapen heeft. Die ook in die natuur Zijn eindeloze wijsheid en grootheid laat zien. Laat ik daarvan een heel opvallend voorbeeld uit de Bijbel noemen. De HERE geeft in Deut 22:6,7 aan Zijn volk deze opvallende regel voor hun leven: “Als u onderweg toevallig een vogelnest vindt in een boom of op de grond, een nest waarin een vogel op haar jongen of haar eieren zit, dan moet u het moederdier zelf ontzien als u het nest mocht uithalen. De jongen mag u meenemen, maar de moeder moet u in elk geval laten gaan. U zult er wel bij varen, een lang leven zal u beschoren zijn.”

Schepping en toekomst

Het is ook niet voor niets dat in profetieën over de nieuwe aarde gesproken wordt over de vrede die er tussen alles in de schepping zal zijn. Mens en dier, mens en de rest van de schepping vormen geen bedreiging voor elkaar. Ze leven in volle vrede met elkaar. Zie o.a. Jes 11,65, Openb 22.
Ik noem daarvan nu een voorbeeld: “Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam, een panter vlijt zich bij een bokje neer; kalf en leeuw zullen samen weiden en een kleine jongen zal ze hoeden. Een koe en een beer grazen samen, hun jongen liggen bijeen; een leeuw en een rund eten beide stro. Bij het hol van een adder speelt een zuigeling, een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang. Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel Mijn heilige berg. Want kennis van de HEER vervult de aarde, zoals het water de bodem van de zee bedekt.” Jes 11:6-9

We zien in wat de HERE zegt ook een geweldige bemoediging als we er op letten dat de aarde en de natuur gevaar lopen. Het is niet zo dat je hoeft te denken dat wanneer het misgaat er geen toekomst is. Jij mag werken op deze aarde, je ook inzetten voor het verantwoord omgaan met de aarde. Toch hangt het voortbestaan van de aarde niet van ons af. Het moment komt dat de HERE die nieuwe hemel en aarde in een ogenblik aan ons geeft. Een moment waar de hele natuur naar uitkijkt. Omdat de zonde en de gevolgen daarvan al zoveel in de natuur aangetast hebben. Omdat dat o.a. de dood en de vijandschap en het vernielen van de natuur in het leven heeft geroepen. Als je dat weet is het heel opvallend wat we lezen in Rom 8: “De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen zijn. Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door hem die haar daaraan heeft onderworpen. Maar ze heeft hoop gekregen., omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt. Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt. En dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan.” Vs 19-23

Wij mogen en moeten vandaag werken als mensen die Gods schepping verantwoordelijk beheren. Zonder te denken dat wij voor de toekomst op aarde moeten zorgen. Krampachtigheid is niet nodig. God zorgt. Zorgt dat Zijn schepping blijft bestaan en vernieuwd zal worden. Dat leert je rust in God te vinden. Je veilig bij Hem te weten. Hem te aanbidden en te bewonderen.

Op weg naar die nieuwe schepping

Het doel van de schepping is niet de mens zelf maar dat de schepping onder leiding van de mens zijn rust en doel in de lof op God vindt. Het eerste deel van het scheppingsbericht eindigt niet met de schepping van de mens maar met de zevende dag waarop de HERE van Zijn scheppingwerk rust. Die dag ook als dag van rust aan de mens geeft. Juist in Gods rust op de zevende dag komt Gods scheppingswerk tot zijn doel. De HERE geniet dan van het volmaakte werk dat Hij gemaakt heeft.

Gods werk van schepping komt tot Zijn grote doel als de Here Jezus terugkomt. Als Zijn verlossingswerk, Zijn dragen van de zonden zelfs voor de hele schepping een geweldige herstellende kracht blijkt te hebben. Een machtige wereld waarop de gelovigen als koningen samen met Christus zullen regeren. Een wereld waarop de hele wereld in het licht van God baadt en zich daarin warmt. Openb 21:22-22:5 Dan zie je de HERE in Zijn grootheid en kan je met de hele schepping niet anders als wat we in Openb 5 lezen: “Aan Hem die op de troon zit en aan het Lam komen de dank, de eer, de lof en de macht toe, tot in eeuwigheid. De vier wezens antwoordden: Amen, en de oudsten wierpen zich in aanbidding neer.” Vs 13,14

Is het scheppen door God van de hele schepping en straks van de nieuwe schepping een lastige waarheid? Wel als je niet verder kijkt dan je menselijke neus. Hoe ver ons verstand en onze kennis ook al ontwikkeld zijn. De HERE is zoveel groter! Is Gods schepping een lastige waarheid? Nee, een machtige waarheid! Het laat je zien wie God is, wat de werkelijkheid is, wat de toekomst is. Laat je niet bedriegen door kortzichtig menselijk gepraat. Geloof de enige God op Zijn machtig en onfeilbaar Woord!

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen van de website Bijbelse Toerusting. Het originele artikel is hier te vinden.

Voetnoten

  1. Een belangrijke publicatie over de plaats van Adam in het Nieuwe Testament is nog altijd: J.P.Versteeg, 1971. Is Adam in het Nieuwe testament een ‘leermodel’? In: Kremer,W. e.a red. Woord en Kerk p. 29-70. Amsterdam: Ton Bolland.
  2. Geldenhuys, Norval. 1971 The Gospel of Luke p 151
  3. Zie hiervoor vooral J. Van Bruggen Kampen 2006 Romeinen p. 84.
  4. Het Nieuwe testament verwijst 165 keer naar Genesis 1-11 terug! Elke schrijver in het Nieuwe Testament verwijst op een of andere manier naar de eerste 11 hoofdstukken in de Bijbel. Het enige hoofdstuk waar we geen verwijzing naar vinden is Genesis 8.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Rob Visser

Written by

Drs. J.R. Visser studeerde theologie aan de Theologische Universiteit Kampen. Sinds 1 november 2015 is hij predikant van de Gereformeerde Kerk Zwolle e.o. (GKN).