De eigenlijke kroon op de schepping, de menselijke hersenen, hebben enkele merkwaardige eigenschappen. Ze ontvangen hun informatie via de vijf zintuigen: tastzin, gehoor, gezicht, smaak en reuk. Dag en nacht gaat een voortdurende stroom gegevens naar de hersenen om te worden verwerkt tot kennis, herinneringen, meningen, nieuwe inzichten, gevoelens, fantasieën en nog veel meer. Eén van de belangrijkste functies van de hersenen is het schiften en indelen van al die informatie, en vooral het weglaten van onbelangrijke zaken.

Een paar voorbeelden van dat mechanisme. Eerst de tastzin, sensoren op de huid die gevoelig zijn voor druk, pijn, warmte en kou. De vingers, voeten, lippen en tong hebben een heleboel sensoren. De rug heeft er relatief weinig. Normaal is ons lichaam voor het grootste deel bedekt met kleding en die kleding prikkelt constant de drukgevoelige zenuwuiteinden. De zenuwen zenden dat braaf door naar de hersenen en toch voelt niemand echt bewust of hij nu wel of geen kleren aan heeft. De informatie van die duizenden zenuwen wordt op een of andere manier tegengehouden, anders zouden we stapeldol worden. Het verhaal gaat niet op voor sommige wollen kledingstukken, die een ondragelijke jeuk kunnen veroorzaken. Hoe dan ook, als een mier over onze rug loopt, dan voelen we dat onmiddellijk. Die informatie is wél van belang en wordt dan ook geregistreerd. Het gehoor heeft iets soortgelijks. Mensen die dicht bij een spoorbaan wonen, horen na enige tijd de trein niet meer. Jongelui schijnen zelfs met elkaar te kunnen praten in een discotheek met meer dan honderd decibel. Een moeder wordt altijd wakker van een huilend kind, dwars door omgevingslawaai heen.

Het gezichtsvermogen is het mooiste voorbeeld van dat selectievermogen van de hersenen. Iemand die een autorit maakt ‘ziet’ alles onderweg: de hectometerpaaltjes, alle andere auto’s, de strepen op de weg, zelfs alle blaadjes aan de bomen. Maar na afloop van de tocht herinnert hij zich alleen maar die ene auto, die om een boom gevouwen was met de witte lakens er overheen en de ambulances en politieauto’s met zwaailichten.
Dat was namelijk de enige relevante informatie en die zorgde dat hij een poosje wat voorzichtiger reed. Maar wat gebeurt er nu tijdens zo’n rit? De enorm grote datastroom die naar de hersenen gaat (daar kom ik later nog op terug) wordt verwerkt tot een driedimensionaal beeld en toch wordt op een of andere manier al die informatie verwezen naar de prullenbak. Of dit ook opgaat voor de smaak weet ik niet, maar voor de reuk geldt het wel degelijk. Een varkens- of kippenboer moet wel gewend raken aan de alles doordringende stank van zijn broodwinning, anders was het niet vol te houden. Mensen die dit vermogen tot schiften missen, kunnen alleen maar stil in een hoekje zitten zonder enige prikkel, ze zouden anders compleet gestoord worden door alle indrukken. Laten we de Schepper maar dankbaar zijn voor deze filtereigenschap van onze hersenen.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Opbouw. De volledige bronvermelding luidt: Valkenburg, K., 2007, Wonder boven wonder (22) De hersenen (3), Opbouw 51 (24): (…) (Artikel).

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

K. Valkenburg werkte vroeger bij AKZO als literatuuronderzoeker op het gebied van scheikunde, veiligheid en gezondheid.