Een veel voorkomende aanval op de Bijbel is dat de verhalen over de aartsvaders een aantal details bevatten die niet passen bij hun tijd (anachronisme).1 Een voorbeeld hiervan is de domesticatie van kamelen. Gebaseerd op de bevindingen van twee archeologen van de Universiteit van Tel Aviv (Sapir-Hen & Ben-Yosef, 2013), is er de laatste tijd een stroom aan artikelen verschenen waarin de claim wordt gedaan dat de verhalen over de patriarchen anachronismen bevatten. Gedomesticeerde kamelen zouden niet eerder dan in 10e eeuw v. Chr. in Israël voorgekomen zijn. De archeologen spreken hiermee overigens niet expliciet de Bijbel tegen. Populaire media doen echter alsof dat wel het geval is en schrijven sensatiezoekende artikelen over dit onderwerp.

Esharradon.wikipedia

“De Assyrische vorst Esarhaddon (681-669 B.C.) vermeldt dat koningen uit Arabië hem kamelen gaven om water mee te dragen, in het kader van een militaire inval op Egypte in 671 v. Chr.”

De meningen over wanneer de domesticatie van kamelen in het oude Nabije Oosten plaats vond, lopen uiteen van vroeg in het 3e millennium v. Chr. tot de 9e eeuw v. Chr. Sceptici van de historische betrouwbaarheid van de Bijbel geloven in het algemeen dat kamelen veel te laat zijn gedomesticeerd om een rol te kunnen spelen bij de patriarchen. Egyptoloog Donald Redford zegt daarover: ’Kamelen als lastdieren kwamen in het Nabije Oosten niet eerder voor dan in de 9e eeuw v.Chr.’ (1992, p. 277). De archeologen Israel Finklestein en Neil Asher Silberman stellen het volgende: ’We weten nu, gebaseerd op archeologisch onderzoek, dat kamelen als lastdieren niet eerder voorkwamen dan in het einde van het 2e millennium, en dat ze niet op grote schaal gebruikt werden tot ongeveer 1000 B.C.E.’ (2001, p. 37). Zelfs W.F. Albright, die toch een trouw verdediger is van de Bijbel, zegt: ’de domesticatie van kamelen kan niet eerder gedateerd worden dan aan het einde van 12e eeuw v. Chr.’ (1951, p. 207).

Het gebruik van kamelen later in de tijd is goed bekend. De Assyrische vorst Esarhaddon (681-669 B.C.) vermeldt dat koningen uit Arabië hem kamelen gaven om water mee te dragen, in het kader van een militaire inval op Egypte in 671 v. Chr. Hetzelfde zien we op de Zwarte Obelisk van Salmaneser III (circa 825 v. Chr.). Hierop is Jehu van Israël afgebeeld, die belasting betaald aan de Assyriërs in de vorm van kamelen. Verder is bij wetenschappers al lange tijd duidelijk dat in het 1e millennium handelaren liever kamelen dan ezels gebruikten voor hun reizen door droge regio’s. De vraag is dus of er enig bewijs is voor het bestaan van gedomesticeerde kamelen in het boek Genesis.

Argumenten voor de domesticatie van kamelen in het Oude Nabije Oosten

Er is bewijsmateriaal dat laat zien dat kamelen al bekend waren als diersoort in het 4e millennium v. Chr., en dat ze gedomesticeerd zijn voor het begin van het 2e millennium. De bijbelwetenschapper Joseph Free onderzocht het beschikbare bewijsmateriaal en concludeerde dat de kameel al heel lang bekend was in Egypte, namelijk al tijdens de Vierde Dynastie (Free, 1944). Michael Ripinsky merkt op dat opgravingen, die een eeuw geleden al uitgevoerd werden, laten zien dat kamelen in Egypte voorkwamen tijdens de Eerste Dynastie (3100-2850 v. Chr.). Met ander aanvullend bewijsmateriaal durft hij zelfs terug te gaan tot vóór de dynastieën (eerder dam 3100 v. Chr.) (1985, 71:136-137). Hoewel de domesticatie van kamelen misschien later dan dat heeft plaatsgevonden, hebben we het hier wel over tijden vér voor de patriarchen.

Ugarit_01.wikipedia

“Een andere tekst, afkomstig van de oude stad Ugarit, schrijft over een kameel ’in een lijst van gedomesticeerde dieren in de Oud-Babylonische periode (1950-1600)’. Dit suggereert uiteraard dát het dier ook gedomesticeerd was.”

In oude teksten worden kamelen terloops genoemd, maar dan op zo’n manier dat het erop wijst dat ze al vroeg in de Mesopotamische geschiedenis gedomesticeerd zijn. Een lexicale tekst uit Nippur, bekend als HAR.ra-bullum, lijkt te wijzen op kamelenmelk (Archer, 1970, 127[505]:17). Wellicht overbodig te noemen, maar je verkrijgt niet simpel melk van een wild dier. Een andere tekst, afkomstig van de oude stad Ugarit, schrijft over een kameel ’in een lijst van gedomesticeerde dieren in de Oud-Babylonische periode (1950-1600)’. Dit suggereert uiteraard dát het dier ook gedomesticeerd was (Davis, 1986, p. 145). Een veevoeder-lijst van Alalakh (18e eeuw v. Chr.) bevat de tekstregel 1 SA.GAL ANSE.GAM.MAL (269:59), wat vertaald is als ’één eenheid veevoer – kameel’ (Wiseman, 1959, 13:29; translation in Hamilton 1990, p. 384). Dieren in het wild worden niet bijgevoerd; zij verzamelen zelf eten.

Een cilinderzegel uit Syrië (circa 1800 v. Chr.) beeldt twee figuren uit die op een kameel rijden. Gordon en Rendsburg zeggen daarover: ‘De vermelding van kamelen hier [in Genesis 24] en op andere plekken in de patriarchale geschiedenis wordt vaak als een anachronisme beschouwd. Echter, de juistheid van de Bijbel wordt ondersteund door de aanwezigheid van het rijden op kamelen op cilinderzegels uit juist deze tijd in Noord-Mesopotamië’ (1997, p. 121). Hoewel de berijders godheden lijken te zijn, wordt hier echter onmiskenbaar het concept van het berijden van kamelen gedemonstreerd (voor illustraties en discussies, zie Gordon, 1939, 6[1]:21; Collon, 2000, Fig. 8).

In veel verschillende locaties in de oude wereld zijn talrijke ontdekkingen gedaan van beeldjes die gedomesticeerde kamelen voorstellen. In bijvoorbeeld het Bactria-Margiana gebied, vlakbij het noorden van het huidige Afghanistan (eind 3e tot begin 2e millennium), is een beeldje gevonden, gemaakt van een koperlegering, dat een geharnaste kameel voorstelt. Het beeldje staat nu in het Metropolitan Museum of Art. In het huidige Turkmenistan ligt de opgravingsplaats Altyn-Depe. Hier zijn terracotta modellen gevonden van kamelen die karren trekken. Dit wordt gedateerd op circa 2200 v. Chr. (Kirtcho, 2009, 37[1]:25-33). In Byblos is een bronzen figuurtje gevonden van een knielende kameel. Het figuurtje is incompleet, de bult en de vracht ontbreken. Het figuurtje heeft echter een sleuf waarin de bult bevestigd kan worden (19e – 18e eeuw v. Chr.). Vroeg in de 20e eeuw deed de Britse School voor Archeologie opgravingen in Rifeh, Egypte. Ze onderzochten een tombe en vonden daarin aardewerken-beeldjes van kamelen die een last dragen van twee waterkruiken. William Flinders Petrie dateerde deze vondst in de 19e Dynastie (circa 1292-1187 v. Chr.). (Ripinsky, 1985, 71:139-140).

Een hiëratische (Egyptische schrijfwijze) inscriptie in een rots in de buurt van Aswan wordt begeleid door een rotstekening van een man die een dromedaris leidt. Het wordt gedateerd in de 6e Dynastie (circa 2345-2181 v. Chr.; Ripinsky, p. 139). Als het juist geïnterpreteerd wordt, is deze rotstekening van een kameel, bewijsmateriaal voor de domesticatie van kamelen in Egypte. Dit is eeuwen voordat de aartsvaders in Egypte arriveerden. Andere rotstekeningen zijn gevonden in Wadi Nasib, in de Sinaï. Ook hier wordt een man afgebeeld die een kameel leidt. Een auteur dateert dit voorlopig op 1500 v. Chr., wat gebaseerd is op naburige inscripties waarvan de datering bekend is (Younker, 1997).

Tot slot komt er ook een merkwaardig bewijsstuk uit de oude stad Mari. In een huis is daar een kamelenbegraafplaats ontdekt (circa 2400-2200 v. Chr.). Mensen begroeven vroeger vaak hun dieren. Het is vrij onlogisch dat op een goede dag een wilde kameel een huis binnenliep en daar netjes werd begraven door de bewoners.

Domesticatie van kamelen en de aartsvaders

In de afsluitende analyse kunnen we zeggen dat er duidelijk, maar tegelijk ook beperkt bewijsmateriaal is voor gedomesticeerde kamelen in de tijd van de aartsvaders. Duidelijk omdat het bewijsmateriaal onbetwistbaar wijst in de richting van hele vroege domesticatie van kamelen. Maar ook beperkt, omdat de kameel als lastdier geen wijd verspreid fenomeen was. De korte en weinige toespelingen op kamelen in oude teksten laat hun beperkte rol zien in het Nabije Oosten van die tijd. Zoals de Bijbel zegt is er dus bewijs voor het gebruik van gedomesticeerde kamelen, het was alleen niet het meest populaire transportmiddel.

Bactrian_camels_-_Nubra.wikipedia

“De Bijbel beschrijft het bestaan van gedomesticeerde kamelen in de tijd van de aartsvaders, maar schrijft er aan de andere kant ook niet heel veel over. Kamelen worden bijvoorbeeld pas als laatste genoemd als de rijkdommen van Abraham.”

De Bijbel beschrijft het bestaan van gedomesticeerde kamelen in de tijd van de aartsvaders, maar schrijft er aan de andere kant ook niet heel veel over. Kamelen worden bijvoorbeeld pas als laatste genoemd als de rijkdommen van Abraham (Genesis 12:16) en Jacob (Genesis 30:43; 32:7,15) beschreven worden. Kamelen worden genoemd als vervoersmiddel door de aartsvaders (Genesis 24:10-64); 31-17,34) en ook door de Midianieten (Genesis 37:25). De Egyptenaren gebruikten ze ook voor transport (Exodus 9:3). Ondanks dat ze als transportdier werden ingezet lijkt de ezel het favoriete transportmiddel geweest te zijn in de tijd van de aartsvaders. Hetzelfde kan gezegd worden voor het hele Nabije Oosten in hetzelfde tijdperk (2e millennium v. Chr.). Kamelen waren bekend en gedomesticeerd, maar grootschalig gebruik kwam pas later.

Free noemt een belangrijke waarneming die zowel nu als 50 jaar geleden al van toepassing was: ’Veel mensen die de verwijzingen naar Abrahams kamelen hebben verworpen, lijken iets verondersteld te hebben wat de Bijbeltekst niet zegt. Er moet duidelijk opgemerkt worden dat de Bijbeltekst niet zegt dat kamelen in Egypte normaal waren. Ook wil de tekst niet zeggen dat de Egyptenaren grote vorderingen hadden gemaakt op het gebied van het fokken en domesticeren van kamelen. De tekst zegt puur alleen dat Abraham kamelen had.’ (Free, 3:191). Kitchen vat het nog eens samen met: ’De kameel in het Nabije Oosten (inclusief Egypte) is voor lange tijd een beest in de marge geweest, maar het was niet volslagen onbekend of zelfs een anachronisme in de jaren 2000-1100 v. Chr.’.

Degenen die claimen dat kamelen afwezig waren in de tijd van de aartsvaders moeten dus een grote hoeveelheid bewijsmateriaal negeren. Het bewijsmateriaal is afkomstig van al heel vroeg in de geschiedenis en is verspreid over een groot geografisch gebied. Het bewijsmateriaal bevat beeldjes, modellen, rotstekeningen, begrafenissen, zegels en teksten. Hoewel sommige bewijsmaterialen relatief jong zijn, zijn ze toch al meer dan een eeuw bekend. Critici claimen dat gelovigen vaak weigeren om bewijsmateriaal te overwegen dat van invloed is op hun geloof. In het geval van Abrahams kamelen lijkt het tegenovergestelde waar.

Referenties

Albright, William Foxwell (1951), The Archaeology of Palestine (Baltimore, MD: Penguin Books).
Archer, Gleason (1970). Old Testament History and Recent Archaeology from Abraham to Moses, Bibliotheca Sacra, 127[505]:3-25.
Collon, Dominque (2000), L’animal dans les échanges et les relations diplomatiques, Les animaux et les hommes dans le monde syro-mésopotamien aux époques historiques, Topoi Supplement 2, Lyon.
Davis, John J. (1986), The Camel in Biblical Narratives, in A Tribute to Gleason Archer: Essays on the Old Testament (Chicago, IL: Moody Press), pp. 141-150.
Finkelstein, Israel and Neil Asher Silberman (2001), The Bible Unearthed (New York, NY: The Free Press).
Free, Joseph P. (1944), Abraham’s Camels, Journals of Near Eastern Studies, 3[3]:187-193.
Gordon, Cyrus H. (1939), Western Asiatic Seals in the Walters Art Gallery, Iraq, 6[1:3-34.
Gordon, Cyrus H. and Gary A. Rendsburg (1997), The Bible and the Ancient Near East (New York, NY: W.W. Norton & Co.), fourth edition.
Hamilton, Victor P. (1990), The Book of Genesis: Chapters 1-17 (Grand Rapids, MI: Eerdmans).
Kirtcho, L. B. (2009), The Earliest Wheeled Transport in Southwestern Central Asia: New Finds from Alteyn-Depe, Archaeology Ethnology and Anthropology of Eurasia, 37[1]:25-33.
Kitchen, Kenneth A. (2003), On the Reliability of the Old Testament (Grand Rapids, MI: Eerdmans).
Redford, Donald B. (1992), Egypt, Canaan, and Israel in Ancient Times (Princeton, NJ: Princeton University Press).
Ripinsky, Michael (1985), The Camel in Dynastic Egypt, The Journal of Egyptian Archaeology, 71:134-141.
Sapir-Hen, Lidar and Erez Ben-Yosef (2013), The Introduction of Domestic Camels to the Southern Levant: Evidence from the Aracah Valley, Tel Aviv, 40:277-285.
Wiseman, Donald J. (1959), Ration Lists from Alalakh VII, Journal of Cuneiform Studies, 13:19-33.
Younker, Randall W. (1997), Late Bronze Age Camel Petroglyphs in the Wadi Nasib, Sinai, Near East Archaeological Society Bulletin, 42:47-54.

Dit artikel is met toestemming vertaald en overgenomen van Apologetics Press. Het originele artikel is hier te vinden.

Voetnoten

  1. Bij de aartsvaders moeten we denken aan een periode die begint rond het einde van het 3e millennium en eindigt in het begin van het 2e millennium v. Chr.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

D. Bryant (MA) studeerde aan het Reformed Theological Seminary en behaalde daar een BA in History en een MA in Biblical Studies. Momenteel is hij promovendus Oude Testament aan Amridge University.

1 Comment

Jitske Eizema

Het is jammer dat ook het christendom al zo is doordrongen van de evolutionistische opvatting, dat onze ouders primitief waren en hun dagen doorbrachten met zich wat krabben in een primitieve spelonk. De Bijbel vertelt ons dat zij knapper waren dan wij, sterker, en van alles ontdekten en uitvonden, al voor de Zondvloed. Ook gingen zij de wereld rond als hun rijk groot en welvarend werd, het idee dat bijv. Amerika werd bevolkt door mensen die over de Siberische landbrug kwamen lopen is (…) [onjuist], die lui konden varen net als wij en de bevolking is veel te divers om maar van 1 richting te komen. Alle Atheisten zingen hetzelfde oude lied: De Bijbel is leugens geschreven door leugenaars die logen over wie ze waren en wat ze meemaakten, couplet 2 En alleen domme/slechte mensen geloven het. Terwijl de Bijbel het best bewezen, meest nagetrokken, oudste geschiedenisboek van de hele wereld is. Zelfs Herodotus zegt, als je de details wil weten over wat ik schrijf, moet je bij Mozes zijn.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over