Een van de meest wonderlijke en onbegrijpelijke processen in de natuur is de metamorfose bij insecten. Als een insect een ei legt, groeit daar een larve uit, die zich een aantal weken volpropt met voedsel. De bekendste larven zijn de rups en de made. Je weet wel, maden zijn die vieze witte beestjes die op bedorven voedsel zitten. Als de larve volgroeid is, gaat hij zich verpoppen. Dat wil zeggen: hij verstopt zich ergens op een rustig plekje en gaat zich inkapselen met draadjes die hij zelf heeft gesponnen. De bekendste pop-draadjes zijn die van de zijderups. En dan…

Wonderlijk

Dan voltrekt zich misschien wel het meest wonderlijke en delicate proces dat in de natuur te vinden is. Het inwendige van de larve – alle spieren en alle organen – lossen op tot één grote brij van cellen. De larve bevindt zich op de rand van de dood… Maar dan, in de loop van enkele weken of maanden, ontstaat er uit die brij van cellen een totaal nieuw wezen dat op geen enkele manier lijkt op de larve van het begin. Als het nooit onderzocht zou zijn geweest, zou je niet kunnen geloven dat de rups aan het begin van het proces hetzelfde wezentje is als de vlinder aan het eind van het proces. Of dat de made in het vlees, is uitgegroeid tot de vlieg die je ’s zomers lastig valt.

Geestelijke metamorfose

Geestelijk gezien gaat het ook zo bij de mens. Soms, als je over het leven nadenkt en je eigen problemen en rottigheid ziet, of nadenkt over het onrecht op de wereld of over ziekte en problemen in de maatschappij, dan voel je je zo nietig als een rups. Dan wil je – net als die rups – jezelf terugtrekken op een stil plekje. Je voelt in je binnenste één grote brij van gedachten en gevoelens.

En dan… Dan komt het er op aan wat je gaat doen. Laat je je door al die problemen geestelijk verstikken, wordt je onverschillig en ga je geestelijk dood? Of zoek je met die gedachten naar een Nieuw Leven, ga je op zoek naar God? Als je God toelaat om in je leven in te grijpen, wordt je een compleet ander mens. Net zoals die prachtige vlinder die voortkomt uit zo’n onooglijke rups. Een prachtige vlinder die vrij is om te vliegen, nectar te eten en zich te koestenen in de zon. In tegenstelling tot die onooglijke rups die niets beters weet te doen dan zich vol te proppen met (bittere) groene bladeren. Als God ons bekeert, de káns krijgt om ons te bekeren, dan worden wij vrij in Hem, mogen we eten van Zijn geestelijk Voedsel en ons warmen in Zijn Licht. Als je dat eenmaal is overkomen, kun je niet begrijpen dat je vroeger ooit tevreden was met dat ‘bittere voedsel’, dat bittere bestaan zonder God.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website Moderne Wetenschap in de Bijbel. Het originele artikel is hier te vinden.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Drs. B. Hobrink studeerde biologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij is auteur van de bestseller 'Moderne Wetenschap in de Bijbel'.