Nu de Neandertalers door sommigen als kandidaat voor mensen van vóór de zondvloed naar voren gebracht worden, lijkt het mij nuttig op enkele zaken te wijzen:

1 De zondvloed was niet alleen het min of meer kalm stijgen van het niveau van de zeeën. Deskundigen uit ons midden hebben op Logos-congressen duidelijk gesteld, dat heel wat geologische lagen een bezinksel zijn van de zondvloed, een wilde wereldwijde ramp die gepaard ging met vulkanisme, aardbevingen en mogelijk ook stralingen. Daardoor kan een belangrijk deel van de geologische lagen aan de zondvloed toegeschreven worden. Het gevolg is, dat de archeologie normaal alleen vondsten doet van na de zondvloed. Willen we mensen of beschavingen van voor de zondvloed vinden, dan zijn die aan te treffen in lagen van voor de zondvloed of ook in lagen die door de zondvloed ontstaan zijn.

2 Neandertalers worden min of meer aan de oppervlakte gevonden. Dientengevolge dateren ze van na de zondvloed. De vraag blijft wel, of de mens van voor de zondvloed meer leek op een moderne mens of op een Neandertaler. De moderne mens kan een later ontstane variant zijn van de Neandertaler, maar de Neandertaler kan ook zijn variant van de “moderne” mens zijn.

3 Een Neandertaler bezat evenveel schedelinhoud als de beroemde Franse schrijver Anatole France. Schedelinhoud en intelligentie zijn dus niet noodzakelijkerwijs gekoppeld.

4 Verschillen in huidskleur en varianten in lichaamsbouw zoals wij die nu waarnemen tussen groepen mensen die op verschillende plaatsen op aarde wonen, moeten ontstaan zijn na de zondvloed. Immers die verschillen komen niet verspreid over de aarde voor, maar per regio. Dus waren deze verschillen niet aanwezig bij Noach en zijn familie, maar zijn ze ontstaan na de verspreiding van de volken die voorviel na de torenbouw van Babel.

5 Ook hier kan verondersteld worden, dat het genetisch materiaal beïnvloed werd door stralingen. Immers we mogen, ook volgens bovengenoemde (punt 1) deskundigen, veronderstellen, dat ook na de zondvloed kosmische rampen van kleinere schaal de aarde getroffen hebben. De plasmakosmologie, die ook al op Logos-congressen aan de orde is geweest verklaart zulke electro-magnetische en stralingsinvloeden ook zeer plausibel.

6 Ik wist al lang, dat op de Karmel in Israël resten van Neandertalers en moderne mensen gevonden zijn in dezelfde cultuur. Inmiddels zijn er meer gevallen bekend, waaronder ook gegevens over voortplanting tussen beide mensensoorten.1

7 Als de moderne mens oorspronkelijk is en de Neandertaler een variant, is het dan mogelijk, dat Neandertalers zijn geboren door inwerking van straling op ongeboren kinderen? Hun verhoudingsgewijs primitieve levensomstandigheden zouden ook kunnen wijzen op verwoesting van huizen en bezittingen tijdens kosmisch ontstane rampen. Uit het Solutréen zijn gereedschappen in steen bekend die verbazend veel lijken op moderne metalen gereedschappen. Ook dit suggereert, dat men na het verlies van hun bezittingen, omdat men geen toegang had tot metaal, in steen gereedschappen heeft gevormd die dezelfde vorm hadden als hun metalen gereedschappen van “thuis”.

Voetnoten

  1. https://www.hln.be/wetenschap-planeet/neanderthalers-en-homo-sapiens-zorgden-ook-in-europa-samen-voor-nakomelingen~a25a2c21/, https://www.nemokennislink.nl/publicaties/neanderthaler-leefde-broederlijk-naast-moderne-mens/.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. A. Dirkzwager studeerde klassieke filologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Het hoofdvak was Grieks, de bijvakken Oude Geschiedenis en Latijn. Van de Griekse en Latijnse teksten die hij te bestuderen had, stamde 40% van christelijke auteurs. Zijn doctoraatsthesis was een inhoudelijke commentaar op de beschrijving van de Romeinse provincie Gallia Narbonensis door de Griekse aardrijkskundige Strabo. De titel was 'Strabo über Gallia Narbonensis', uitgegeven door Brill, Leiden 1975. Hij was werkzaam als leraar in Nederland en Vlaanderen, later als onderwijsinspecteur. Ook gaf hij colleges exegese Nieuwe Testament en hermeneutiek aan de Evangelische Theologische Faculteit van Heverlee. De exegetische kolom van 1 Timotheus, 2 Timotheus, Filemon en Judas in de Studiebijbel van het Centrum voor Bijbelonderzoek is van zijn hand, na retouches door de redactie.