Scheppingsgeloof is in de eerste plaats God op Zijn Woord nemen. Het gaat hierbij om openbaringskennis, traditioneel het domein van de Godgeleerdheid. Niemand is erbij geweest. We hebben het van God geleerd.

Natuurlijk hebben filosofen in de loop der eeuwen theorieën over de schepping gehad. Sommigen geloofden dat de aarde er altijd al geweest is. Anderen dachten dat er een begin moet zijn geweest. De ‘Big Bang’ gedachte is gebaseerd op de overtuiging dat processen die we vandaag zien terug te projecteren zijn op prehistorische tijden. We moeten het doen zonder ooggetuigenverklaringen van mensen. Toch was er Iemand die zegt dat hij erbij was. Sterker nog, dat hij de Schepper is van het universum en de aarde.

Daad van God

De Kerk van alle tijden gelooft dat God bestaat en dat Hij betrouwbaar spreekt. Wat van geloven in het algemeen waar is, geldt ook voor scheppingsgeloof: “Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken.” Zonder God op zijn Woord nemen, gaat het niet. Dat scheppingsgeloof richt zich op het handelen van God. In de Bijbel scheppen mensen nooit. Het Hebreeuwse ‘bara’ (בָּרָא) en het Griekse ‘κτίζω’ zijn werkwoorden die in de Schrift alleen gebruikt worden voor God die handelend optreedt. God schept door te spreken. Zijn Woord wordt gedragen door Zijn Geest.

Meer dan kennis

In de Schrift openbaart God zich dus als Schepper bij uitstek. Net als met andere openbaringswaarheden kunnen we dat voor kennisgeving aannemen. Het is iets wat we theoretisch zo aanvaarden, maar verder heeft het geen effect op ons leven. Vroeger noemde men die benadering ‘historisch geloof.’ De duivel heeft dat ook. Hij gelooft dat Jezus de zoon van God is, weet van de historiciteit van diens maagdelijke ontvangenis, de wonderen, het sterven op Golgotha; ja, hij gelooft zelfs in de opstanding van Christus’ lichaam en diens hemelvaart. Het is een misverstaan van het geloof, als je meent christen te zijn omdat je voor jezelf het gevoel of de overtuiging hebt dat het allemaal wel echt gebeurd zal zijn. Zo is het ook met scheppingsgeloof. Geloven wat God zegt is wel noodzakelijk, maar niet genoeg. Als je het echt gelooft, heeft dat gevolgen voor je denken en je gedrag.

Bepalend voor de kerk

Zowel Israel als de kerk hebben altijd gedacht vanuit een historische schepping. De Gregoriaanse kalender is een vrij recente uitvinding. De Joodse kalender rekent vanaf de schepping zoals die beschreven wordt door Mozes. Daarom begint het nieuwe jaar in september, letterlijk “het hoofd van het jaar” (רֹאשׁ הַשָּׁנָה, vgl. Ezechiël 40:1). De vroege kerk nam dat over en in het christelijke Romeinse rijk werden staatsdocumenten “Anno Mundi” (A.M.), in het jaar sinds de schepping van de wereld. Op Joodse gebouwen staat het AM tegenwoordig vaak nog. Het kerkelijk jaar begint overal ter wereld ook in september om dezelfde reden. Dat komt allemaal doordat de Kerk altijd geloofd heeft in een concrete historische schepping.

Implicaties voor de mensheid

Als God echt onze maker is, dan heeft hij ook recht op ons. Volgens de Bijbel is de boodschap van God relevant voor iedereen, niet alleen voor christenen. Dat is tegenwoordig geen populaire gedachte omdat men vaak geloofd dat mensen kunnen besluiten hoe God en godsdienst eruit moeten zien. Wijzen op de rechten van God als rechtmatige Heere, wordt snel als “politiek incorrect” gezien. Dat was het in de Romeinse tijd eveneens. Maar in de Bijbel niet. We zijn door Hem gemaakt en toen het mis was gegaan teruggekocht. In principe heeft God het dus voor het zeggen. Dat zien we reeds in het Oude Testament. Een beeld dat de Schrift gebruikt in verband met God als onze Schepper is dat van klei en de pottenbakker. Dat is niet toevallig, want de mens is uit de aarde genomen (Genesis 2:7, 3:19, Jesaja 64:8, Jeremia 18:6, Romeinen 9:19-21).
Geloven is in de Bijbel dus geen privézaak waar sommige mensen voor kiezen omdat het hen helpt. Het seculaire denken van onze tijd probeert dat bijna overal aan ons op te dringen. Prima dat je gelooft joh, vooral als het bij historisch geloof blijft. Veel mensen geloven in Ufo’s en jij in Jezus, prachtig, moet kunnen. Maar je mag het niet aan een ander opleggen. En we horen liever ook niet dat Jezus Heere is en dat alle mensen en regeringen op aarde in principe de plicht hebben om voor hem te buigen. Als gevolg daarvan is God niet alleen verdwenen uit Jorwerd, maar ook uit de samenleving en het onderwijs. De theologen Hoedemaker en Van Ruler waren reeds in hun dagen eenzame stemmen in de wildernis.

Geen gespleten theologie

Scheppingsgeloof kan niet leven met een gespleten theologie. Veel christenen doen dat tegenwoordig. De Jezus van de Bergrede en het zachte gras in Galilea redt de ziel. Je moet in de Verlosser en het kruis geloven en dan maakt het verder niet veel uit hoe de wereld ontstaan is. Dat is een eenzijdige benadering: de kerk en het christelijk geloof is dan voornamelijk over wat in het Engels wel de “unholy Trinity” genoemd wordt: “I, me and myself.”

Het spreken van God vormt een eenheid die wel heel sterk zichtbaar wordt in de persoon van de Heere Jezus. De Bijbel laat namelijk zien dat de Heere Jezus actief optrad in de schepping. De apostolische kerk getuigt daarvan op vier belangrijke plaatsen: Johannes 1:1-14, alsook in 1 Corinthiërs 8:6, Colossenzen 1:15-20 en Hebreeën 1:1-3. De kerk heeft het allemaal nog eens netjes samengevat in de geloofsbelijdenis van Nicea (325): één Heere Jezus Christus door Wie alle dingen gemaakt zijn. Later werd ditzelfde Woord van God mens. Volgens Christus zijn het niet de “alpha-males,” maar de reinen van hart die God zullen zien. Het zijn de zachtmoedigen die de aarde beërven.

Scheppingsgeloof en wedergeboorte

Net als de eerste Schepping door Woord en Geest plaatsvond, gebeurt ook met de wedergeboorte door Gods spreken. Hij spreekt weer en het is er. Vooral in het evangelie naar Johannes wordt dit nader uitgewerkt. God stuurt het Woord en de Geest wekt leven: “De Geest is het, Die levend maakt; het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.”(6:63) Uiteindelijk leidt dat spreken van God ook tot de wederopstanding van het lichaam (6:40). Net als de eerste schepping is de verlossing volledig Gods werk. Eerst waren we er lichamelijk niet, toen plotseling wel. Eerst waren we er geestelijk niet, toen ineens wel. Daarom beschouwen juist scheppingsgelovigen niet slechts het aardse leven als heilig, maar ook het door God gewerkte geestelijk leven. Onze tijd is vol van religie die zich presenteert als Bijbels, maar het niet is. Gebrek aan scheppingsgeloof kan zich in dat opzicht heel subtiel uiten. We kunnen theoretisch geloven in een Bijbel die waar is van kaft tot kaft, zonder dat we het werken van nieuw leven in onze hoorders van Woord en Geest verwachten. Onze Bijbelgetrouwe theorie moet mensen opwekken tot nieuw leven, zondag aan zondag. Prediking wordt dan manipulatie. Ware bevindelijkheid opent het Woord zo getrouw mogelijk, zodat de Geest gaat werken. Het is God die nieuw leven schept, niet wij.

Maakt afhankelijk

Wie gelooft in een historische schepping, zondeval en verlossing kijkt anders naar de wereld. Scheppingsgeloof verrekent dat de kosmos zoals die nu is in een aangetaste staat verkeerd. Er zijn nare zaken en processen die er aanvankelijk niet waren of een andere functie hadden. Wie in de schepping gelooft, staat bescheiden in de wetenschap. Dingen die binnen de aangetaste wereld volgens onze waarneming niet ‘kunnen,’ gebeuren, werken bij een andere set van omstandigheden en procesmatige regels ineens wel. Scheppingsgeloof opent de ogen voor de mogelijkheid dat er in de geschiedenis een kosmisch kruispunt was van catastrofale aard dat alles veranderde.

Wie weet voor zijn aardse en geestelijk leven afhankelijk te zijn van het spreken van de Heere kan de Bijbel niet zomaar naast zich neerleggen. Hij neemt die serieus. Niet alleen Genesis 1 en 2. Hij beseft dat “dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles, wat uit des HEEREN mond uitgaat.” (Deuteronomium 8:3, vgl. Mattheüs 4:4, Lukas 4:4) Scheppingsgeloof beseft ook dat we er nog niet zijn. We leven in een gevallen wereld en zijn daar deel van, maar geloven dat God nog verder gaat spreken. In ons leven en in de geschiedenis van hemel en aarde. Scheppingsgeloof maakt geen superchristenen. Wel leidt het tot een grondhouding van verwachting en respect.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. B.A. Zuiddam is hoogleraar Nieuwe Testament, Grieks en kerkhistorie aan de North West University in het Zuid-Afrikaanse Potchefstroom en is daarnaast een vrije presbyteriaanse predikant