De neus wordt wel gerekend tot de meest primitieve zintuigen, geschikt om een bril op te parkeren, om ergens in te steken en om achterna te lopen. Toch is de reukzin een wonder, dat de wetenschap pas sinds kort begrijpt. Door onderzoek van Richard Axel en Linda Buck in 1991 (Nobelprijs 2004) weten we hoe hij werkt. En zoals bij de meeste ontwerpen van de Schepper gaan ook hier weer eenvoud, complexiteit en raadselachtigheid samen.

Heel eenvoudig gezegd werkt het zo: bovenin onze neus bevindt zich een groep van 1000 cellen en op elke cel zit een geurreceptor voor één specifieke geur. Als een geurmolecuul op zo’n receptor komt, gaat er een seintje naar het geurcentrum in de hersenen en wordt de geur waargenomen. We kunnen duizenden geuren onderscheiden en dat komt doordat de meeste geuren samengesteld zijn uit stoffen, die elk afzonderlijk een bepaalde geurreceptor prikkelen. Samen geven ze dan de geur van Chanel 5 of Joop! aan onze hersenen door en die vergelijken dat met een al bekend geurpatroon.

Er is nog meer merkwaardigs te noemen. Het reukcentrum ligt dichtbij het herinneringsgedeelte in onze hersenen. Zo kan het gebeuren dat we ons bij een bepaalde geur ineens een gebeurtenis van tientallen jaren geleden herinneren. Niemand begrijpt hoe dat wordt bewaard en hoe dat precies werkt.

De mens heeft, in vergelijking met sommige dieren, een vrij beperkt reukvermogen, maar genoeg om te overleven. Als we het reukvermogen van een hond zouden hebben, was de kans groot dat onze hersenen overbelast raken door alle indrukken. We zouden na dagen nog kunnen ruiken waar iemand heeft gelopen en we zouden zelfs weten wie dat was. Een ijsbeer kan op dertig kilometer afstand een dode walvis ruiken. Er is een kever, die alleen in verkoold hout eieren kan leggen en die kan een bosbrand ruiken op tien kilometer afstand en zelfs welk soort hout is verbrand.

Maar ook in de geestelijke wereld speelt geur een belangrijke rol. Bekend is de uitdrukking: ‘een geur van heiligheid’. En ik heb iemand gekend die een walgelijke stank rook als een ogenschijnlijk vroom iemand binnenkwam, die later occult belast bleek te zijn. Een mooi voorbeeld van de gave van onderscheiding, die we zo broodnodig hebben. Het begrip geur komt in de Bijbel vaak voor. Zo worden offers vaak vergeleken met een liefelijke geur voor God, vooral het reukoffer. De gebeden van de heiligen vormen ‘reukwerk’ voor God. Die verbinding lezen we bijvoorbeeld in Psalm 141:2, berijmd: ‘Laat, HEER, mijn gebed en mijn handen, geheven zijn, tot U gericht, als reukwerk voor uw aangezicht, als offers die des avonds branden.’

In Openbaring 8:2 worden reukwerk en gebeden van de heiligen gekoppeld. Een merkwaardige overeenkomst: het reukwerk bestond uit vier bestanddelen en in 1 Timoteüs 2:1 noemt Paulus ook vier soorten gebed. Misschien kan iemand dat eens uitwerken? In elk geval worden we opgeroepen er door ons gebed voor te zorgen dat God steeds een aangename geur ruikt.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Opbouw. De volledige bronvermelding luidt: Valkenburg, K., 2008, Wonder boven wonder (25) De reuk, Opbouw 52 (3): (…) (Artikel).

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

K. Valkenburg werkte vroeger bij AKZO als literatuuronderzoeker op het gebied van scheikunde, veiligheid en gezondheid.