Door waarneming heeft de mens vastgesteld dat er talrijke planten- en diersoorten zijn. De vraag naar het ontstaan van de soorten wordt beantwoord in het eerste boek van de Thora. Er staat geschreven dat in den beginne de planten en dieren zijn geschapen naar hun aard. Of het Hebreeuwse woord overeenkomt met het biologisch soortconcept van John Ray of beter aansluit bij het begrip geslacht of familie van Linnaeus is niet met zekerheid te zeggen. Wel is frappant dat de Septuaginta (LXX) vertaalt met γένος waarvan de woorden gen en genoom afstammen.

Volgens het Boek van de natuur voldoet het concept van een bestaande soort, in de betekenis zoals deze term heden wordt gebruikt, aan tenminste twee criteria, namelijk exemplaren van dezelfde soort behouden hun vorm en gedaante en de kruising tussen exemplaren van verschillende soorten is onvruchtbaar of is begrensd tot één generatie.

Van de bevruchting tussen verschillende soorten, die is begrensd tot één generatie, zijn een aantal voorbeelden te geven, dit zijn zogenaamde hybride dieren. Een aloud voorbeeld, aan de bijbel ontleend, is het muildier, een kruising tussen een ezel en een merrie. Andere voorbeelden door menselijke tussenkomst tot stand gekomen zijn: de kruising tussen een schaap en een geit, een rat en een muis en een wolf en een hond. Een tegenvoorbeeld bij het biologisch soortconcept is het verschijnsel dat uit één soort twee variaties ontstaan, die zich niet meer met elkaar kunnen voortplanten. Een bekend voorbeeld hiervan is de Sint Bernhard en de teckel, hondenrassen die door mensen zijn gefokt.

Hoe de soorten zich handhaven, hun voortbestaan waarborgen, heeft te maken met de bouw en de werking van de genomen. Een genoom (betekent: begin, ontstaan, wording) is de complete set van genetische informatie die de erfelijke eigenschappen van een soort bevat. Het gen van elke soort, dat zich in de celkern bevindt, bevat unieke informatie, zodat het betreffende exemplaar zich alleen vermenigvuldigt als er een bevruchting plaatsvindt tussen een mannelijke zaadcel en een vrouwelijke eicel van exemplaren van dezelfde soort. Recente ontdekkingen in de moleculaire biologie hebben aangetoond dat een genoom werkt met een programmeertaal die een complex gecodeerd informatie-, verwerkings-, productie-, controle- en correctiesysteem bevat. Deze werking van het genoom is noch arbitrair, noch volgens de regels van de wiskundige kansberekening noch in overeenstemming met de tweede wet van de thermodynamica.

Bekend is dat informatie intelligentie vereist. De maker van levende organismen vereist volgens de menselijke rede een intelligente ontwerper, een wis-, natuur- en scheikundige, een bioloog, Iemand wiens naam is: De Zijnde (Ὁ ὢν, Ex. 3:14 LXX), Ik ben, wiens kracht en goddelijkheid, zoals Paulus schreef, uit Zijn werken met het verstand wordt doorzien. Anderzijds is de verhouding tussen God de Schepper en de mens te vergelijken met de koning en zijn beeldenaar of met de pottenbakker en zijn klei: Er is tegenover Hem geen verstand, Spr. 21:30. De mens is niet in staat te ontdekken hoe de soorten, de genomen, zijn ontstaan. Het is achter de grens van zijn weten.

Het is bekend dat het genoom van een mens en van een mensaap veel op elkaar lijken. Toch zijn de genetische verschillen zo groot dat het eindproduct eenvoudig vast te stellen is: de geboorte van een mens of van een mensaap.

Variaties

Binnen een soort zijn talrijke variaties mogelijk. Variatie ontstaat door het uitwisselen van informatie tussen de dubbele chromosomen voordat de celdeling plaatsvindt. Hoe variaties binnen een soort ontstaan is verklaard door de regels van Gregor Mendel. Mendel was opgeroeid op een boerderij en later kweekte hij zorgvuldig erwtenplanten in de tuin van het klooster waar hij als augustijner monnik verbleef. Hij observeerde verscheidene kenmerken bij een aantal erwtenplanten van dezelfde soort en wilde onderzoeken hoe deze kenmerken zich voortzetten in volgende generaties. Mendel onderwierp zijn waarnemingen gedurende lange tijd aan verschillende testen om de wijze van voortzetting van de verschillende kenmerken te kunnen verklaren. Na jarenlang experimenteren kwam hij tot conclusies, de erfelijkheidsregels van Mendel genaamd. Mendel verklaarde de variaties binnen de erwtenplantensoort doordat niet alle aanwezige geërfde kenmerken of eigenschappen van een exemplaar zich tegelijk kunnen manifesteren. Deze verborgen of recessieve kenmerken worden echter wel aan de volgende generatie(s) doorgegeven, zodat ze in sommige van die generaties dominant, uiterlijk waarneembaar gaan worden.

De manier waarop dit gebeurt wordt bepaald door de wiskundige regels van de kansberekening. Daarmee heeft Mendel Darwin weerlegd, die beweerde dat hoe variaties binnen een soort ontstaan willekeurig is. Het diagram van Punnett, een bioloog, geeft aan hoe de paarse kleur van een orchidee dominant is over wit in het eerste en tweede nageslacht. U kunt zich voorstellen dat als de letters B (paars, dominant) en b (wit, recessief) er niet bij staan het ingewikkeld is om vast te stellen hoe de overerving van de kleuren plaatsvindt. Laat staan dat er meerder verborgen kenmerken zijn en de tel van het (na)geslacht een onbekende is.

Naast variaties kennen we ook mutaties. Het verschil tussen variaties en mutaties is later ontdekt. Mutaties ontstaan door een of meer afwijkingen in de genetische code. Bijvoorbeeld het ontbreken van een of meerdere basen of een andere afwijking in de standaard volgorde van informatie. Een mutatie kan bijvoorbeeld ontstaan door blootstelling aan schadelijke straling. Een mutatie kan ook de oorzaak van een ziekte zijn.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Mr. P.A.C.H. Kerstholt is belastingadviseur en fiscaal intermediair.