De komende maanden hoop ik een aantal artikelen te schrijven over de waarde van ons lichaam. Het gaat er dan vooral om wat deze waarde betekent voor ons leven en voor meerdere vragen die op ons afkomen. Vooral op ethisch terrein. Zo hoop ik in deze reeks artikelen aandacht te geven aan abortus, euthanasie, seksualiteit, homoseksualiteit, de transgenderdiscussie en nog wel enkele andere zaken. Belangrijke punten die ons eigen leven diep kunnen raken. Ook belangrijke punten in gesprekken met anderen. Het zijn heel actuele zaken die onze aandacht vragen in onderlinge gesprekken en in gesprekken met de jeugd. Ze vragen van ons ook, dat we heldere standpunten vanuit Gods Woord innemen in de samenleving. In dit eerste artikel sta ik in het algemeen stil bij de verhouding tussen onze gedachten en gevoelens aan de ene kant, en ons lichaam aan de andere kant. Ik wil ook iets laten zien van wat in discussies en standpunten hierover op de achtergrond een belangrijke rol speelt.

Wat is hoger?

In de geschiedenis vinden we duidelijk gedachten waarbij het lichaam en het gewone leven op deze wereld als minderwaardig worden gezien. De Heilige Geest zelf waarschuwt er al tegen. Heel duidelijk vind je dat in 1 Timotheüs 4: 3-5: “Zij verbieden te trouwen en gebieden zich te onthouden van voedsel, dat God geschapen heeft voor de gelovigen en voor hen die de waarheid hebben leren kennen, om onder dankzegging aanvaard te worden. Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets is verwerpelijk, wanneer het onder dankzegging aanvaard wordt. Want het wordt geheiligd door het Woord van God en door het gebed.”

Toch zie je in de geschiedenis van de kerk, onder invloed van o.a. de filosofie van Plato, een verachting van het gewone leven opkomen. Bijvoorbeeld kluizenaars die zich laten opsluiten of die op een paal gaan zitten om er nooit meer af te komen. Om zo alleen met het geestelijke leven bezig te kunnen zijn en je niet meer met het gewone leven te hoeven bezighouden. Het genieten van de gewone dingen van het leven wordt dan als minderwaardig gezien. Je ziet dat ook in de Middeleeuwen. Een opvallende uiting daarvan las ik in het Reformatorisch Dagblad van 22 juni. Daar vertelt Steven van den Heuvel: “Ken je het verhaal van de middeleeuwse monnik die er van schrok dat hij zo zat te genieten van zijn soep? Hij strooide zand in zijn bord, want hij zag genieten (..) als iets verkeerds.”1

Bij deze gedachten wordt het lichaam en de zorg voor het lichaam iets minderwaardigs. In onze tijd komt de gedachte dat je gevoelens en gedachten meer dan je lichaam zijn, op een andere manier naar ons toe. Vaak op een manier die je zelf niet direct herkent. In onze samenleving is namelijk de gedachte dat onze gevoelens meer dan ons lichaam zijn, heel sterk geworden. Vooral onder de invloed van de geest van de tijd.

Ik kan me voorstellen dat je hierbij vragen stelt. We leven toch juist in een tijd waarin het lichaam heel belangrijk is. Denk aan de aandacht voor sport, er zo goed mogelijk uitzien en de grote aandacht voor gezond eten. Hoeveel mensen zoeken hun toevlucht niet tot plastische chirurgie om er zo lang mogelijk jong uit te zien. Toch speelt hier op de achtergrond de gedachte dat onze gedachten meer zijn dan ons lichaam. Dat ons lichaam zich moet richten naar onze gevoelens. Ook de gevoelens van de eigen tijd.

Vooral vanuit filosofische gedachten die vanaf de 17e eeuw opkwamen, is dat gebeurd. Het bewijs dat je leeft, zou je denken of je gevoel zijn. Het zou gaan om jouw persoonlijkheid in je denken en je voelen. Het gevolg is dat je lichaam eigenlijk een soort machine wordt die je gevoelens en gedachten moet volgen. Je lichaam zou geen eigen stem in je leven hebben. Het is niet meer dan een aantal cellen. Dat lichaam moet bruikbaar zijn voor jouw gevoelens en gedachten. Als dat niet meer kan, is je leven niet veel waard. Dan is het de vraag of je kwaliteit van leven nog wel genoeg is. Deze gedachten hebben veel invloed op hoe mensen in onze tijd denken over allerlei zaken. Bijvoorbeeld wanneer je leven voltooid is en of je gehandicapt leven wel geboren moet laten worden. Het zijn zaken waar ik in volgende artikelen uitgebreid op terug hoop te komen.

Het is belangrijk om nu eerst te zien hoe de HERE over ons als mensen spreekt. Zijn we een eenheid of moeten we de mens verdelen tussen een hoger deel en het lagere dat ons lichaam zou zijn.

De mens een levende ziel

De mens is zoals alles in de schepping door God gemaakt. Toch is er bij de schepping van de mens iets bijzonders. Je ziet daarin dat de HERE de mens als Zijn kind schept. Dat Hij met de mens het meest intieme contact heeft. De mens is het meest intiem met de HERE verbonden en kan daarom ook Gods beeld op aarde zijn. We lezen in Genesis 2 het volgende over de schepping van de mens: “toen vormde de HEERE God de mens uit het stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levend wezen.”

De HERE blaast de levensadem heel direct in de mens. Zo wordt de mens dat unieke schepsel dat een levende ziel (vertaling 1951) of een levend wezen (HSV) wordt. Belangrijk is het om te zien dat het bijzondere niet begint bij het blazen van de adem in de neus van Adam. Het begint er al mee dat de HERE als de Pottenbakker de mens uit de aarde vormt. Het is niet zo dat de HERE alleen maar spreekt en zo het lichaam van de mens ontstaat. Hij is het die daaraan heel bijzondere aandacht geeft en het lichaam van de mens zelf vormgeeft. Je ziet hier de bijzondere verhouding met de HERE die zich ook uitstrekt naar het lichaam van de mens.

De mens is ziel en lichaam. Zo is de mens een levend wezen. De mens is een eenheid. Niets aan de mens is minderwaardig. Het lichaam dat de HERE ons geeft, bepaalt ons ook bij de roeping die we op aarde hebben. We zien hier ook dat de mens vanaf het begin als echte mens een eenheid is. Het is wel zo, dat door de zondeval er tijdelijk een scheiding tussen ziel en lichaam zal plaatsvinden. Wie als gelovige sterft, gaat direct bij het sterven met zijn ziel naar de hemel. Ons lichaam blijft dan achter op aarde. Toch zijn we bedoeld om als ziel en lichaam een eenheid te zijn. Daarom is er bij de terugkeer van de Here Jezus de opstanding uit de doden. Dan krijgen we een verheerlijkt lichaam terug. Zo zijn we dan weer helemaal mens zoals de HERE dat bedoeld heeft. Ons lichaam heeft waarde. Dat vind je op verschillende manieren terug in de Bijbel.

Het lichaam telt helemaal mee

Het leven op aarde heeft waarde. Ons lichaam hoort heel echt bij ons mens zijn. Dat zie je heel duidelijk wanneer de Zoon van God in de wereld komt. Hij komt niet alleen als een geest of als een ziel. Hij wordt heel echt mens met alles wat erbij hoort. We lezen in Johannes 1 van de komst van Christus: “En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid.” Het kan bijna niet duidelijker gezegd worden: “het Woord is vlees geworden”. Hij is zo echt mens, dat Hij ook een heel echt menselijk lichaam heeft. Geen schijnlichaam, maar heel echt. God schaamt zich er niet voor om een echt mens te worden. Hieraan zie je heel duidelijk dat het lichaam niet minderwaardig is. Dat wordt o.a. in Kol 2:9 nog eens benadrukt. Het gaat daar over Christus die echt mens is en dan lezen we: “Want in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk.” God is echt helemaal mens geworden in Jezus Christus. Dat is niet maar tijdelijk. Het is niet zo dat de Zoon van God maar voor een bepaalde tijd mens werd. Hij was het die uit de dood opstond. Met een verheerlijkt lichaam. Met een lichaam dat de apostelen konden zien en voelen. De Here Jezus bewijst dat ook door voor de ogen van Zijn leerlingen te eten.

De schepping zelf kijkt uit naar het grote herstel dat er komt bij Christus terugkeer op de wolken. Dat betekent ook het volmaakte herstel van de schepping. Op een prachtige manier lezen we daarvan in Romeinen 8: 19-21: “Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God. Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft, in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God.”

Daarbij hoort ook de opstanding van gelovigen, die dan een nieuw lichaam krijgen. We lezen daarover o.a. in Fil 3: 20,21: “Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus, Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen.” Wat wij met ons lichaam doen is dus zeker van belang. Dat heeft alles te maken met een leven voor Gods ogen. Heel duidelijk lezen we dat 1 Korinthe 6. Daar komt de gedachte ter sprake dat het lichamelijke, en in het bijzonder het seksuele, eigenlijk minderwaardig is. Zou het als gelovige, als een mens die geestelijk is, niet beter zijn om niet te trouwen maar dan als je het niet meer kunt houden af en toe betaalde seks te hebben? Met deze gedachten in het achterhoofd lezen we dan: “Weet u niet dat uw lichamen leden zijn van Christus? Zal ik dan de leden van Christus nemen en die maken tot leden van een hoer? Volstrekt niet! Of weet u niet dat wie zich met een hoer verenigt, één lichaam met haar is? Want die twee, zegt Hij, zullen tot één vlees zijn. Wie zich echter met de Heere verenigt, is één geest met Hem. Vlucht weg van de hoererij. Elke zonde die een mens doet, is buiten het lichaam, maar wie hoererij bedrijft, zondigt tegen zijn eigen lichaam. Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent? U bent immers duur gekocht. Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn.” vs 15-20

Tempel van de Heilige Geest zijn strekt zich dus ook uit tot het gebruik van onze geslachtsdelen. Het is de bedoeling dat we ook die gebruiken tot eer van God! Ons hele lichaam is ons door God gegeven, om er zo mee te leven dat we daarmee Zijn beeld zijn. Ons lichaam hoort er dus heel echt bij. Hoe we ons lichaam gebruiken, is heel belangrijk. De HERE heeft ons een lichaam gegeven met een duidelijke opdracht. Dat geldt ook als we lezen dat de HERE de mens mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft. (Gen 1:27). Juist aan ons lichaam kun je zien of je man of vrouw bent, met de opdracht die juist daardoor ook in ons leven is gekomen. Wat we met ons lichaam of dat van anderen doen, heeft alles te maken met wat de schepper ons voor richtlijnen en opdrachten geeft. De omgang met het lichaam van jezelf en anderen is niet iets wat maar volgens eigen gevoelens en gedachten gedaan kan worden. Daarbij hebben we juist het kompas van Gods Woord nodig.

Volgende keer concentreren we ons op het ongeboren leven.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Weerklank. De volledige bronvermelding luidt: Visser, R., 2018, De waarde van het lichaam IWeerklank 6 (8): 8-10.

Voetnoten

  1. RD 22 juni 2018 bijlage artikel: Lichaam en ziel horen bij elkaar p. 6.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Rob Visser

Written by

Drs. J.R. Visser studeerde theologie aan de Theologische Universiteit Kampen. Sinds 1 november 2015 is hij predikant van de Gereformeerde Kerk Zwolle e.o. (GKN).