Tjarko Everboer, schrijver van De Wereldwijde Vloed, heeft tot verrassing van velen op zijn eigen website verklaard dat hij het christelijk geloof verlaten heeft. Tot voor kort was hij een voorvechter van de historische betrouwbaarheid van onder andere de Bijbelse zondvloed en nu heeft hij het christelijk geloof verlaten.

Vooropgesteld is het vooral triest voor hemzelf dat hij naar eigen zeggen jarenlang heeft geworsteld, psychologische problemen heeft opgelopen en nu zelfs zijn geloof is verloren. Zijn ogenschijnlijk plotselinge verandering roept echt ook veel vragen op bij mensen die dat lezen en kan helaas ook voor twijfel zorgen bij andere christenen. Daarom is het belangrijk om te kijken naar de redenen die Tjarko zelf geeft voor zijn verandering van geloof. Daarbij willen wij vooral onderzoeken of de argumenten die hij noemt steekhoudend zijn. Op zijn eigen website noemt hij in een lange verklaring de redenen die hij heeft voor het verlaten van het geloof.

Een van de hoofdredenen waarom hij van zijn geloof is gevallen is dat hij niet langer gelooft dat Jezus daadwerkelijk veel oudtestamentische profetieën heeft vervuld. Hij schrijft dat de schrijvers van het Nieuwe Testament en latere christenen allerlei profetieën uit het Oude Testament ernstig hebben aangepast, uit de context hebben gerukt of zelfs verzonnen hebben om ze op Jezus te laten slaan. In werkelijkheid zou Jezus helemaal niet de beloofde Messias van het Oude Testament zijn, claimt Tjarko. Hij heeft daar zelfs een heel hoofdstuk aan gewijd in zijn verklaring, getiteld “Problemen met Jezus als Beloofde Messias”.

In dat hoofdstuk noemt hij allerlei profetieën die door de auteurs van het Nieuwe Testament en door latere christenen zijn geïnterpreteerd als profetieën over Jezus. En vervolgens legt hij voor al die profetieën uit waarom hij van mening is dat die helemaal niet over Jezus gaan. Wat zeer opvallend is in dat hoofdstuk van zijn verklaring is dat Tjarko structureel geen enkel overtuigend argument of zelfs helemaal geen bewijs noemt voor zijn claims over de verschillende profetieën. Dat geeft zijn verklaring een beetje een welles-nietes gehalte. En dat blijkt bijvoorbeeld als we kijken naar wat hij schrijft over de profetie in Jesaja 7:14.

In Jesaja 7:14 staat “Daarom zal de Heere Zelf u een teken geven: Zie, de maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven.” Hij schrijft dat dit vers door Mattheüs wordt genoemd als een profetie over de geboorte van Jezus (zie Mattheüs 1:18-25), terwijl dat volgens hem onmogelijk is. Want: “De tekst in Jesaja 7 is echter helemaal geen Messiaanse profetie.

Hij geeft twee argumenten ter onderbouwing van zijn claim. Beide argumenten zijn echter feitelijk onjuist en getuigen van grote gebreken in zijn kennis, onderzoek en schrijven. We zullen beide argumenten noemen, ontleden en weerleggen.

Argument 1: de profetie gaat niet over Jezus, maar over Hizkia

Tjarko schetst kort de achtergrond van de profetie in Jesaja 7:14 en noemt dat die profetie door de profeet Jesaja wordt uitgesproken tegen koning Achaz, de koning van Juda. De profetie zou volgens hem dan ook betrekking hebben op de geboorte van de zoon van Achaz (Hizkia) en niet op de geboorte van Jezus: “de rest van Jesaja 7 laat zien dat het niets te maken heeft met een Messias die honderden jaren later zou opstaan, maar met een persoon in Jesaja’s tijd.

Het probleem met dit argument is dat het een klassieke drogreden is. Hoewel het waar is dat de profetie van Jesaja directe betrekking had op de geboorte van Hizkia, betekent dat op geen enkele manier dat de profetie niet óók over de geboorte van Jezus zou kunnen gaan.1 Tjarko doet alsof dat twee tegenstrijdige opties zijn, terwijl ze in werkelijkheid allebei tegelijkertijd waar kunnen zijn en elkaar zelfs verrijken!

Bovendien zijn er zelfs twee goede redenen om te geloven dat de profetie van Jesaja wel degelijk over de geboorte van Jezus gaat. Ten eerste lezen we in de tekst van Jesaja een duidelijke indicatie dat zijn profetie over meer gaat dan alleen de geboorte van Hizkia. In vers 13 lezen we namelijk de aankondiging van deze profetie. En daar staat: “Luister toch, huis van David…” Deze profetie is niet alleen direct gericht tegen koning Achaz, maar óók tegen het hele huis van David! Jesaja suggereert zo zelf dat deze profetie breder geïnterpreteerd moet worden dan volgens Tjarko mogelijk is. Dit bewijst maar weer eens hoe belangrijk het is om oog te hebben voor de context bij het interpreteren van een Bijbeltekst. Ten tweede is een van de basisprincipes van oudtestamentische profetieën dat die juist heel vaak een dubbele betekenis hebben. En die dubbele betekenis is een verrijking in plaats van een tegenstrijdigheid. Denk bijvoorbeeld aan de profetie van Mozes in Deuteronomium 18:15, die zowel op Jozua als op Jezus slaat.2

Het is dus overduidelijk dat de profetie uit Jesaja 7:14 niet alleen over Hizkia, maar ook over Jezus gaat. En daarmee is het feitelijk onjuist dat de directe vervulling van Jesaja’s profetie door de geboorte van Hizkia (en de bevrijding van de Assyriërs tijdens zijn koningschap) zou betekenen dat Mattheüs een fout maakt door deze profetie ook op Jezus te betrekken. Laat staan dat dat zou beteken dat de Bijbel niet betrouwbaar is. Sterker nog, het tegenovergestelde is eerder waar. Het feit dat deze profetie van Jesaja niet 1, maar zelfs 2 keer is vervuld is eerder een bewijs dat de Bijbel dus dubbel betrouwbaar is! Eerst geeft God het volk Israël door Hizkia fysieke bevrijding van een fysieke vijand en daarna geeft God alle volken door Jezus geestelijke bevrijding van de zonde en de dood en daarmee een nog diepere vervulling van deze profetie.

Argument 2: in het Hebreeuws staat het woord ‘maagd’ er niet

Tjarko voert nog een tweede argument aan waarom Mattheüs volgens hem een fout maakt door de profetie van Jesaja 7:14 te betrekken op de geboorte van Jezus. Hij zegt: “de tekst in Jesaja spreekt helemaal niet over een maagd, maar over een jonge vrouw (Hebreeuws: ‘almah’). In de Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament, is dit woord echter verkeerd vertaald als ‘parthenos’, wat wél maagd betekent.

Kort samengevat hebben de Griekse vertalers van het Hebreeuwse Oude Testament volgens Tjarko dus een fout gemaakt. Hij geeft, verbazingwekkend genoeg, echter geen enkele onderbouwing voor zijn claim dat het Hebreeuwse עַלְמָה (‘almah’) hier alleen maar ‘jonge vrouw’ betekent. Maar dat is helemaal niet waar. Er zijn namelijk vier overduidelijke redenen waarom het Hebreeuwse ‘almah’ hier in Jesaja 7:14 wel degelijk het best vertaald kan worden met ‘maagd’.

Ten eerste betreft het woord ‘almah’ in het Oude Testament altijd een ‘ongetrouwde vrouw’. En ongetrouwde vrouwen werden geacht maagd te zijn. Dus het gebruik van ‘almah’ impliceert sowieso dat de betreffende vrouw maagd was.3 Daarmee is op zich al een vertaling van ‘maagd’ hier in Jesaja 7:14 te rechtvaardigen.4 Maar er zijn nog drie goede redenen waarom dat zo is. Ten tweede kan het woord ‘almah’ namelijk ook volgens de Hebreeuwse woordenboeken gewoon ‘maagd’ betekenen.5 Ten derde is er geen ander woord in het Hebreeuws dat ontegenzeggelijk ‘maagd’ betekent.

Het enige alternatieve Hebreeuwse woord dat Jesaja had kunnen gebruiken voor ‘maagd’ is בְּתוּלָה (‘betulah’). Maar ook dat woord betekent niet altijd ‘maagd’, zoals we zien in Joël 1:8. Er zijn dus twee Hebreeuwse woorden die Jesaja had kunnen gebruiken voor ‘maagd’, maar bij beide woorden kunnen mensen met een eigen agenda claimen dat het woord dat Jesaja kiest niet ‘maagd’ betekent maar bijvoorbeeld ‘jonge vrouw’. Jesaja had dus geen alternatief voor handen waar geen onduidelijkheid over gecreëerd zou kunnen worden. Dus is het te verklaren dat Jesaja in deze tekst ‘almah’ kiest om daarmee een maagd aan te duiden. En ten vierde moeten we (alweer) oog hebben voor de context. Tjarko verzaakt dat ook bij dit argument te doen. Jesaja spreekt deze profetie namelijk uit in de context van het koninklijk hof gericht aan de koning. En we weten uit Hooglied 6:8 dat er aan het hof onderscheid werd gemaakt tussen drie soorten vrouwen van de koning:
1. Koninginnen
2. Bijvrouwen
3. Meisjes (‘alamot’)
In dit kader zijn de ‘alamot’ (meervoudsvorm) jonge vrouwen in de harem van de koning die nog geen seksuele omgang met de koning hebben gehad. Met andere woorden: maagden.

Juist met deze wetenschap en met het oog op de context van Jesaja 7:14 is de beste vertaling van ‘almah’ in deze tekst gewoon ‘maagd’. Dat betekent dat ook dit tweede argument van Tjarko incorrect is. Het zijn dus niet de Griekse vertalers van de Septuaginta die een fout gemaakt hebben, maar het is Tjarko (die zelf het Hebreeuws niet machtig lijkt te zijn) die hier overduidelijk de figuurlijke plank misslaat.

Conclusie

Beide argumenten van Tjarko waardoor hij is gaan geloven dat Jesaja 7:14 niet over Jezus gaat of kan gaan zijn dus overduidelijk onjuist. Hij ondersteunt zijn argumenten niet met solide bewijs en hij heeft overduidelijk geen grondig onderzoek naar deze kwestie gedaan.

Met andere woorden: Mattheüs heeft volkomen gelijk als hij Jesaja 7:14 citeert als profetie over Jezus en ‘almah’ vertaalt als ‘maagd’!

Het artikel is hier ook in pdf te downloaden.

Voetnoten

  1. Voor een bijzondere archeologische vondst van zijn zegel zie: https://logos.nl/zegelafdruk-van-hizkia-gevonden.
  2. Deuteronomium 18:15: “Een Profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik, zal de HEERE, uw God, voor u doen opstaan; naar Hem moet u luisteren…” Dit heeft directe betrekking op Jozua, de opvolger van Mozes maar ook op Jezus als de ultieme Profeet (zie Johannes 1:46).
  3. “There is no instance where it can be proved that ‘almâ designates a young woman who is not a virgin. The fact of virginity is obvious in Gen 24:43 where ‘almâ is used of one who was being sought as a bride for Isaac.” (R. Laird Harris, et al. Theological Wordbook of the Old Testament, p. 672.).
  4. De andere plaatsen in het Oude Testament waar ‘almah’ voorkomt zijn: Gen. 24:43, Ex. 2:8, Ps. 68:25, Spr. 30:19, Hgl. 1:3 en Hgl. 6:8.
  5. Zie bijvoorbeeld de New American Standard Hebrew-Aramaic and Greek Dictionaries: Updated Edition. En ook de Lexicon in Veteris Testamienti Libros (Koehler-Baumgartner) noemt de vertaling van ‘parthenos’ in de Septuagint in Jesaja 7:14 zonder daar negatieve kritiek op te leveren.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Tjarko Everboer, schrijver van De Wereldwijde Vloed, heeft tot verrassing van velen op zijn eigen website verklaard dat hij het christelijk geloof verlaten heeft. Tot voor kort was hij een voorvechter van de historische betrouwbaarheid van onder andere de Bijbelse zondvloed en nu heeft hij het christelijk geloof verlaten.

...
Read more

1 Comment

Comments are closed.