Vraag

Ik heb een vraag over de zonen van God en de reuzen uit Genesis 6. Ik heb gezien dat alle vertalingen de uitdrukking bevatten: ‘en ook daarna’; deze woorden in vers 4 waren mij nog nooit eerder opgevallen. De vraag is natuurlijk wat ermee wordt bedoeld. Betekent het alleen dat er ook na de zondvloed reuzen voorkwamen? Dat was zeker het geval, denk aan de Enakieten, Goliat etc. Maar kunnen we hieruit opmaken dat de ‘zonen van God’, gevallen engelen dus, ook na de zondvloed zijn doorgegaan met hun kwalijke praktijken. Dan zou de aanwezigheid van reuzen na de vloed ook door de invloed van engelen zijn veroorzaakt. Tijdens de zondvloed waren immers alle reuzen omgekomen.

Antwoord

In Judas vers 6 en 2 Petrus 2:4 worden deze engelen ook genoemd en het blijkt dat dit kwaad zo verschrikkelijk was in de ogen van de Here God, dat ze op een speciale plaats (de afgrond, Gr. tartarus) worden bewaard tot het toekomstige oordeel. Deze kwalijke praktijken zouden mede de oorzaak van de zondvloed kunnen zijn geweest. Ik zeg hier ‘mede’, omdat in Genesis 6 uitdrukkelijk de boosheid van de mens en niet die van de ‘zonen van God’ wordt vermeld.

De vraag is dan: Had het kwaad dat deze engelen bedreven niet een zodanig serieus karakter, dat God dit daarna niet meer heeft willen toestaan. Dat houdt in dat de zondige praktijken van deze engelen zich hebben beperkt tot de periode vóór de zondvloed. Daarna hebben ze de gelegenheid niet meer gekregen, en de engelen die reeds hadden gezondigd worden met eeuwige boeien bewaard tot het oordeel van de grote dag. Maar het is wel zo dat de praktijken van Sodom en Gomorra in de brief van Judas ook worden vergeleken met die van de genoemde engelen. Vandaar het ‘evenzo’ van Judas vers 8.

De uitdrukking ‘en ook daarna’ kan betekenen: niet slechts aan het begin van de periode van honderdtwintig jaar die wordt genoemd in Genesis 6:3, maar ook later in die periode, dus tot op de tijd dat de zondvloed aan het bestaan van deze geweldige reuzen een einde maakte. Als dit zo is, dan moeten de reuzen van na de zondvloed een andere oorsprong hebben gehad dan die van vóór de vloed. Een natuurlijke wellicht? Zoals je witte, zwarte, grote en kleine mensen hebt, zo zijn er meer variaties mogelijk.

Genesis 6:4 beperkt de aanwezigheid van de reuzen bovendien tot ‘de voortijd’ (NBG-vertaling), d.i. de tijd vóór de vloed. Numeri 13:33 beperkt de reuzen in de tijd na de vloed vooral tot het geslacht van de Enakieten, mogelijk gaat het dan om natuurlijke mutaties. Kortom, het lijkt erop dat het oordeel over de engelen, die zo zwaar hadden gezondigd dat ze hun oorspronkelijke staat hadden verlaten, eenmalig en definitief is geweest.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Rechtstreeks. De volledige bronvermelding luidt: Bouter, H., 2018, De zonen van God en de reuzen, Rechtstreeks 15 (6): 9 (PDF).

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Vraag

Ik heb een vraag over de zonen van God en de reuzen uit Genesis 6. Ik heb gezien dat alle vertalingen de uitdrukking bevatten: ‘en ook daarna’; deze woorden in vers 4 waren mij nog nooit eerder opgevallen. De vraag is natuurlijk wat ermee wordt bedoeld.

...
Read more