Dino’s zijn populair. Films, boeken en tentoonstellingen hebben ervoor gezorgd dat de hele wereld met deze dieren bekend is geworden. Dat is te danken aan wetenschappers als Richard Owen en de Franse baron George Cuvier, pioniers op het gebied van de fossielenleer. Maar een van de grootste dino-ontdekkers is daarbij in de vergetelheid geraakt: Gideon Mantell. Zijn collega zette hem een hak. Hoe kon het ooit zover komen?

DINER IN EEN IGUANODON – PUBLICITEITSSTUNT OP NIEUWJAARSAVOND 1853

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Crystal Palace, het prachtige glazen gebouw in Londen dat helaas helemaal door brand is verwoest, was vroeger voor de wetenschappelijke elite dé plek om naartoe te gaan. Richard Owen heeft hier een geniale publiciteitsstunt uitgehaald. Hij nodigde een paar wetenschappers uit voor een etentje in een Iguanodon. Owen had een reconstructie van zo’n Iguanodon laten openzagen en voorzien van een tafel en bankjes, zodat er in de dino kon worden gedineerd. Voordat de ruimte met fossielen en dinoreconstructies officieel werd geopend, gaf Owen dus alvast een voorproefje aan wat belangrijke mensen. In diezelfde ruimte kreeg Gideon Mantell overigens maar één verwijzing op een muurbordje, terwijl hij toch de meeste tentoongestelde fossielen had gevonden.

Gideon Mantell werd in 1790 geboren in Engeland. Hij was de zoon van een schoenmaker, ging studeren, werd huisarts en begon een eigen praktijk in Sussex, waar hij arme mensen vaak gratis behandelde. Hoewel hij erg van het doktersbestaan hield, lag zijn passie ergens anders: het zoeken naar fossielen. Deze passie deelde hij met zijn vrouw. Ze besteedden er veel van hun vrije tijd aan en zochten vlak bij zee of in de bosachtige omgeving van The Weald in Sussex. Geïnspireerd door de Franse paleontoloog George Cuvier, die toentertijd bijzondere fossielen vond, ging Mantell aan de slag. Hij verzamelde alles wat hij op dat gebied maar kon vinden. In de jaren 20 van de negentiende eeuw deed hij zijn eerste bijzondere vondst. Hij – of zijn vrouw, daar is wat onduidelijkheid over – ontdekte namelijk tanden die zo groot waren dat ze van een enorm wezen afkomstig moesten zijn. Het wezen wilde hij in eerste instantie Iguanosaurus (leguaanhagedis) noemen, maar op advies van de plaatselijke predikant gaf hij het toch maar de naam Iguanodon (leguaantand); om aan te geven dat het dier wel erg veel leek op hedendaagse leguanen. Mantell stuurde algauw tekeningen naar George Cuvier. Hoewel Cuvier eerst dacht dat Mantell geen fossiele tanden had gevonden, gaf hij al snel publiekelijk toe dat hij fout zat en dat Mantell inderdaad een bijzondere ontdekking had gedaan. Gideon Mantell publiceerde erover – moest daar trouwens flink voor in de buidel tasten – en hij werd gekozen als lid van de Royal Society. Daar werd hij omhelsd door de wetenschappelijke Londense elite.

Steun voor ideeën

Mantell werd in die periode erg bekend door de discussie over de grootte van de Iguanodon. Hij beargumenteerde namelijk dat deze wezens wel tien keer groter konden zijn geweest dan tegenwoordige leguanen. Dit werd bevestigd toen William Buckland – die hoog aangeschreven stond op het gebied van geologie en fossielenleer – zijn vondst van de Megalosaurus (grote hagedis) bekendmaakte. Deze ontdekking stelde Mantell, die toen nog amateur-paleontoloog was, in staat om zijn argumenten kracht bij te zetten en uiteindelijk ook zijn gelijk te halen. Binnen tien jaar zou Mantell nog een grote vondst doen: de ontdekking van de Hylaeosaurus armatus (gewapende woudhagedis). Hoewel hij dit fossiel aanvankelijk in een artikel wilde beschrijven, gebeurde dat in een boek. Tijdens deze periode ontmoette hij ook de jonge wetenschapper Richard Owen, die toen net een standaardwerk over inktvissen had gepubliceerd.

IRONIE VAN DE HISTORIE
Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel. Dat geldt ook voor de geschiedenis van Richard Owen. Hij probeerde dan wel ten koste van Mantell alle eer te krijgen, toch is hem dat niet helemaal gelukt.

Wetenschapshistoricus Nicolaas Rupke beschrijft Richard Owen als de man die door darwinisten ‘systematisch uit de geschiedenis werd verwijderd’. Owen werd later bewust genegeerd of zonder naam geciteerd. Hij nam het vaak op tegen de aanhangers van Darwin en heeft meerdere debatten met hen gevoerd. Als ‘straf’ daarop werd Owens hele wetenschappelijke werk vergeten. Hem werd verweten dat hij een leugenaar was vanwege de manier waarop hij met Gideon Mantell omging en omdat hij het tegen Charles Darwin opnam.

Financieel debacle

Gideon Mantell besloot samen met de gemeenteraad van Brighton een museum op te zetten waar hij al zijn fossielen kon tentoonstellen. Daar was zijn vrouw blij mee. Intussen was haar passie voor fossielen enigszins geweken, wat heel goed te maken kan hebben gehad met het feit dat haar hele huis met oude botten was bezaaid… De animo voor het nieuwe museum was groot. Toch waren er geen inkomsten. Mantell was geen zakenman. Hij vroeg geen toegangsgeld en zijn boeken verkochten niet. In 1838 kwam het zover dat het museum verplicht moest worden gesloten. Mantell verkocht de hele boel voor 4000 pond. Dat was in die tijd een hele hoop geld – grofweg 20 jaarsalarissen – maar Mantell had er bijna het dubbele in gestoken. Commercieel gezien was zijn onderneming dus een grote flop. Voor zijn vrouw was dit, naast alle dingen die thuis fout gingen, de druppel die de spreekwoordelijke emmer deed overlopen. Een jaar later scheidde ze van Mantell. Die was radeloos en wist niet goed wat hij moest doen. Toen in het jaar erna ook zijn dochter overleed, stortte zijn leven in.

Ups en downs

Toch zat niet alles tegen. Ironisch genoeg werd Mantell door zijn boek Wonders of Geology (de wonderen van de geologie) in dat jaar wereldberoemd. Mantell begon Richard Owen te helpen met het verzamelen van fossielen. Met Owen wilde de Britse elite wereldwijd meer bekendheid krijgen. Helaas werd Mantell slachtoffer in een verkeersongeluk waardoor een ruggenwervel zo erg beschadigde dat hij lange tijd niet meer kon lopen. Mantell kreeg toen spijt van de samenwerking met Owen. In 1841 verscheen er namelijk een werk waarin hij door Owen belachelijk werd gemaakt om het bedenken van de term Iguanodon. Doordat Owen nieuwe technieken gebruikte, zoals de microscoop, constateerde hij dat de tand van de Iguanodon veel meer leek op de tand van een zoogdier dan van een reptiel. Daarom zou de tand dus niet van een leguaan afkomstig kunnen zijn. Owen had nog meer op- en aanmerkingen op het werk van Mantell. Sommige van die dingen had Mantell al erkend en sommige dingen had hij destijds niet kunnen weten. Toch werd hij door het slijk gehaald. De wetenschappelijke elite keek overigens raar op van Owens commentaar, aangezien hij ondertussen wél gebruikmaakte van al het wetenschappelijke onderzoek dat Mantell voor hem deed… De vernedering was compleet toen Owen de wetenschappelijke naam van de diergroep bekendmaakte. Hij noemde Iguanodon, Megalosaurus en Hylaeosaurus samen ‘Dinosauria’. Daarmee streek hij met de eer en zou hij de geschiedenis in gaan als de grote ontdekker van de dinosaurussen, terwijl Gideon Mantell twee van de drie dieren had ontdekt en beschreven! Mantell zelf schreef op dat moment dat het hem niet dwars zat. Hij was te ziek om zich er druk over te maken…

Tragisch einde

Later, toen Mantell weer wat kon lopen, bood de directie van het Crystal Palace – een gebouw in Londen waar meerdere wereldtentoonstellingen zijn gehouden – aan om hem een sectie over fossielen te laten beheren. Dit was de grootste eer die hij nog kon krijgen, aangezien het Crystal Palace wereldberoemd was. Maar Mantell wees dit af omdat hij het niet meer kon opbrengen vanwege zijn zwakke gezondheid. Hierdoor viel ook deze functie toe aan Owen en steeg zijn bekendheid doordat hij zich kon toeleggen op de reconstructie van dino’s. Hoewel later erkend werd dat Mantells reconstructies beter waren dan die van Owen, is het Richard Owen geweest die op dat gebied alle roem ontving. Het liep uiteindelijk treurig af met Gideon Mantell. Hij stierf aan een overdosis pijnstillers. En ook na zijn dood is geprobeerd om zijn naam te besmeuren. Het lijkt erop dat Owen het verleden nog niet helemaal met rust kon laten. Omdat hij graag alle eer wilde krijgen schreef hij naar alle waarschijnlijkheid een anoniem pamflet waarin Mantell (zonder diens naam te gebruiken, overigens) nogmaals werd verweten dat hij tal van fouten maakte. En natuurlijk werd daarin ook subtiel genoemd dat Owen die fouten gelukkig had gecorrigeerd. Wetenschappers zijn wat dat betreft net mensen…

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Weet Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Giessen, M.M. van de, 2017, Dinojagers in gevecht. Hoe alle eer voor Gideon Mantells neus werd weggekaapt, Weet 44: 20-23 (PDF).

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.