Spreker en schrijver Gert-Jan van Heugten is samen met student Johannes Kalkman dino’s aan het opgraven in Amerika. Deze reis werd mede mogelijk gemaakt door Logos Instituut. Hieronder het zevende deel van zijn dagboek.

Dag 22 – zondag 24 juni

“We werden wakker in een onweersstorm.”
De toets zelf was best leuk om te doen. Veel had ik kunnen leren, maar ik moest ook een paar antwoorden gokken. De eerste pagina bevatte wat dinosaurustermen waarvan we de eigenschappen moesten noemen. De volgende had meerkeuzevragen, de derde opdracht was om de goede namen bij foto’s van botten te schrijven, de vierde om de geologische kolom te benoemen met de fossielen erin, toen kwam een essayopdracht over een lezing naar keuze, een opdracht om de argumenten voor de schepping en voor evolutie te benoemen, en tot slot moesten we beschrijven wat de procedure was om een halswervel uit de grond te halen. Al met al best goed te doen. Ik ben benieuwd naar mijn cijfer. Hoewel ik niet bij de groep hoor die hier studiepunten voor krijgt, is het voor mij nog steeds goede bijscholing.
Dag 23 – maandag 25 juni

Botjes leren…
Omdat het bot waarmee ik bezig was gisteren al is uitgegraven, ging ik vandaag op een andere plek aan de gang. Zodoende zat ik met Tyler en Evelynn aan een heuveltje te graven waar men al jaren mee bezig is. Mijn stuk leverde vandaag niet zo veel op (een paar botfragmenten, iets wat leek op een tand, en twee tandfragmenten), maar Tyler vond een Nanotyrannus-tand. De grond in deze heuvel zit nogal aan elkaar gecementeerd. Vooral het stuk waar Evelynn aan het graven was, was verschrikkelijk. Er lagen allerlei botfragmenten over elkaar, en als je ze wilde verwijderen, zat er weer een ander bot onder (en aan vast). Daarmee zijn we morgen nog wel even bezig.
We hebben ook besloten om de namen van onze kerngroep in het zandsteen te kerven (een idee dat we hebben ‘geleend’ van Taylor en Micah, die vorig jaar daar groeven en nu weer mee zijn).

Heidi maakt ‘mijn’ bot schoon.
Dag 24 – dinsdag 26 juni
De laatste graafdag is aangebroken. We gingen direct op onze plek aan de slag. Gelukkig had ik mijn bot van gisteren er vrij snel uitgewurmd (het ging niet al te diep de grond in). Geen idee wat het was, maar het was lang en plat en behoorlijk gefragmenteerd. Ik heb het met een paar stukken grond eraan ingepakt, zodat het in elk geval stabiel blijft. En, bijkomend voordeel: omdat de grond op die plek zo hard is, kunnen ze dat beter in het lab met een luchtdrukhamertje losbikken dan wij hier met tandartsgereedschap.

De grote botten zijn ingepakt voor vervoer.
Deze ochtend, bij het ontbijt, had ik een ‘cadeautje’ voor een van de mensen hier. Stephan Gray wilde graag mijn klompen hebben, die ik had meegenomen voor het werk in de groeves (mocht dat nodig zijn). Ik heb ze een paar keer meegenomen om te kijken hoe het liep (woordgrap intentioneel), maar eigenlijk waren ze niet nodig. Stephans vrouw Danella kwam me ’s avonds nog wat lekkers brengen als bedankje.
In de middag was het een beetje de tijd uitzitten voor Tyler, Evelynn en mij. We hadden geen botten meer uit te graven, en we wilden niet riskeren om nieuwe botten bloot te leggen. We gingen de spullen opruimen, inclusief de wc-box (en het gat dichten), en moe maar voldaan terug naar het kamp en een welverdiende douche.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website Waarom Schepping. Het originele artikel is hier te vinden.