Spreker en schrijver Gert-Jan van Heugten is samen met student Johannes Kalkman dino’s aan het opgraven in Amerika. Deze reis werd mede mogelijk gemaakt door Logos Instituut. Hieronder het elfde deel van zijn dagboek. Dit slotdeel was wat in de vergetelheid geraakt, maar we willen het hier alsnog aanbieden.

Dag 25 – woensdag 27 juni

De laatste dag in Wyoming. Vanmorgen ging de bel voor het ontbijt weer om 7 uur, maar in plaats van naar de groeves, gingen we na de aanbidding opruimen. Als eerste alles in de keet, en daarna onze tenten. Toen moest alles in de aanhanger geladen worden. De botten werden in de achterkant van de pickup getild en als laatste de grote witte tent afgebroken.

De volgestouwde aanhanger

Zelf stond ik ’s morgens bij onze afvalverwerkingsinstallatie om alle rotzooi te verbranden. En er kwam best veel zo’n laatste dag. Een aantal mensen gingen weg, waaronder de dochter Art Chadwick met haar kinderen (maar niet voordat Shasta van 6 een flesje water in mijn nek had leeggegoten). ’s Morgens namen we afscheid van Hiep, Stephan en Danella, en Ivan en Keith Snyder. Tegen de avond liet Hazel een uitgebreide fotocollage zien, en daarna werd Tyler opgehaald door zijn ouders. Gezien Rebekah morgenvroeg met het eerste busje vertrekt (dat via Rapid City gaat om haar en Kathryn op het vliegtuig te zetten) blijft er van onze Gar-groep maar weinig over: alleen Evelynn en ik. En na morgen valt ook de rest van de groep uiteen…

Dag 26 en 27 – donderdag 28 en vrijdag 29 juni

We vertrokken met twee busjes en de pickup met aanhanger vanuit Wyoming. Een busje ging al om half 7. Die bracht Rebekah en Kathryn naar Rapid City, vanwaar ze naar huis vlogen (Californië en Tennessee, respectievelijk). Zelf zat ik in het tweede busje. Aan ons was de taak om het veldstation helemaal opgeruimd achter te laten en daarna zelf te vertrekken. Net voor achten zagen we het Hanson Research Station in de achteruitkijkspiegel verdwijnen.

Bye bye, Wyoming!

Onze reis bracht ons via South Dakota naar Nebraska. Daar voegde het tweede busje zich bij onze colonne en hadden we de tijd om even wat te lunchen. Omdat ik van Stephan en Danella als bedankje voor de klompen wat etenswaar had meegekregen, had ik nog voldoende om de middag mee door te komen. Vandaar dat ik van de vrije tijd gebruikmaakte om even de Wal-Mart binnen te kuieren. Qua grootte en voorraad is zo’n winkel een beetje vergelijkbaar met een Makro, alleen kun je hier als particulier inslaan en ben je niet gebonden aan bulkverpakkingen.
Na Nebraska voerde de reis door Colorado, toen opnieuw Nebraska, Kansas (ondertussen was het al donker), Oklahoma en toen we bijna in Texas waren begon het weer licht te worden.

Omdat we woensdag de tenten al hadden opgeruimd, moesten we in de nacht van woensdag op donderdag een alternatieve slaapplek vinden. Alleen de chauffeurs mochten hun tent laten staan. Johannes en ik hadden het idee om buiten te slapen, maar later hoorde ik van Nacho dat dat niet de bedoeling was, omdat de spullen dan niet droog waren tegen de tijd dat we vertrokken. Klonk logisch, maar tegen die tijd waren alle slaapplekken op de vloer al bezet. Daarom besloten Nacho en ik in een van de busjes te overnachten. Johannes bivakkeerde wel in het open veld (en werd door de muggen opgegeten). Diezelfde behandeling kreeg ik toen ik ’s morgens Cellphone Hill opklom om Inge te bellen. De internetontvanger in het veldstation was de vorige dag al uitgeschakeld, maar dat gaf ons wel mooi de gelegenheid om vanaf Cellphone Hill de zonsondergang te fotograferen (en ’s morgens de zonsopkomst).

Al met al had ik dus niet bijster goed geslapen in de nacht van woensdag op donderdag. Geeft niks, want ik hoef toch niet te rijden. Volgepropt in het twaalfpersoonsbusje (met elke stoel bezet en ieder met zijn persoonlijke bagage) gingen we op reis. Een beetje slapen, een beetje lezen, wat naar buiten kijken, af en toe een foto maken, waar mogelijk wat wifi proberen af te tappen bij een benzinepomp om even contact met het thuisfront te hebben… de reis verliep voorspoedig.

Tussenstop om de pickup af te dekken (er leek een storm aan te komen).

Tot onze laatste stop. In de nacht hadden we elk uur wel even pauze om de chauffeurs wakker te houden. Dus echt lekker doorslapen zat er voor mij niet in, maar ja, ik hoefde toch niet te rijden… Maar na de laatste stop werd een van onze vrienden uit Mexico tot chauffeur gebombardeerd. Toen hij zeven verkeersfouten maakte in twee minuten, waaronder geen gas geven op de snelweg om in te voegen, vond iedereen het tijd om van chauffeur te wisselen. Taylor bood zich aan, maar die had al eerder gereden, dus overtuigde ik haar om mij maar achter het stuur te laten kruipen. Even snel wisselen van plek (we stonden op de vluchtstrook), en binnen een paar minuten vervolgden we onze reis. Het was wel even wennen, zo’n busje. Ik had maar één keer eerder erin gereden (en dat was de GMC, wij hadden de Ford), dus wist ik totaal niet waar alles zat. Dat de pickup ondertussen gewoon doorreed maakte het niet minder stressvol, maar binnen de kortste keren had ik de bediening door en zoefden we met 70 mijl per uur (110 km/u) over de interstate van Oklahoma naar Texas. Rond 7.30 kwamen we daar zonder brokstukken aan.

We parkeerden voor het dinomuseum waar we de aanhanger uitlaadden. En toen was het tijd om afscheid te nemen van de meeste Amerikanen, al hebben Johannes en ik nog wel een paar afspraken staan om niet helemaal in een gat te vallen.

Na een bezoekje aan de Wal-Mart in Cleburn (naast Keene) keerden we terug naar de campus om even bij te komen. ’s Avonds waren we uitgenodigd bij Jared en zijn vrouw voor een etentje met alle buitenlandse gasten en een paar van de Amerikanen. De Woods hadden een Mexicaanse maaltijd bereid/besteld, en we kregen uitgebreid de tijd om het enorme huis (voor Nederlandse standaarden, dan) te bekijken en met Jareds elektrische gitaren te spelen.

Toen we ’s avonds weer terug waren op de campus was iedereen behoorlijk uitgeput. Door een kleine miscalculatie hadden we geen appartement met 8 bedden, maar met 6. We zitten er wel met z’n achten, dus dat betekende dat twee mensen op de banken moesten slapen. Maar ja, na een maand kamperen in Wyoming had ik daar niet al te veel problemen mee.

Dag 28 – zaterdag 30 juni

Johannes en ik sloten de dinoreis in stijl af. Eerst gingen we naar de ZDA-kerk op de campus. Bijna alle mensen die met de busjes waren meegereisd vanaf Wyoming waren daar. Na de kerkdienst was er eten geregeld bij vrienden van Wellington en Danielle, een vader en dochter uit Brazilië. Zelf ging ik mee met Micah en Sofia, die hier vlakbij wonen, en hun oudere zus Sabrina die dit jaar niet mee kon. Zij hebben een Mexicaanse achtergrond, dus hadden we geheel in stijl quesadilla’s.

Dinosporen onder water (achter mijn rechterschouder).

Daarna gingen we met de hele groep naar Glen Rose, een plaatsje op een uur rijden van Keene waar dinosporen zijn gevonden. Eerst ging een groep het park in om de sporen in de Paluxy-rivier te zoeken (jup, diezelfde die ik ook in mijn boek noem). De rivier zelf stond laag en het water was warm (de hoogste temperatuur die ik in de auto voorbij heb zien komen was 102 °F; 39 °C). Samen met Daniel uit Tennessee, McKenzie uit Georgia en Lizbeth uit Brazilië ging ik naar een plek buiten het National Park om nog even te zwemmen. Micah, Sofia en Sabrina waren daar al, samen met Evelynn en Mikey. We speelden wat met een volleybal in het water, totdat Micah een schelp in zijn voet kreeg en het tijd was om van een aantal mensen definitief afscheid te nemen. We reden terug naar het park om de rest op te halen, en toen terug naar Keene.

’s Avonds gingen we naar Jurassic World. Dat was ook nog een hele onderneming. Eigenlijk wilden we de film van 10 uur in Cleburne nemen, maar een aantal van de Zuid-Amerikanen was nog de hort op (ondanks dat Johannes ze op het hart had gedrukt tijdig terug te zijn). Gelukkig was er nog een andere bioscoop waar de film om 11 uur draaide (in Mansfield, op een half uur afstand). Met z’n zessen gingen we die kant op: Johannes, Nacho, Lizbeth en Mateo uit Colombia met zijn vriendin Brenda uit Argentinië. Die hadden elkaar in januari op een internationale conferentie ontmoet, verkering gekregen en elkaar bij DinoDig pas voor de tweede keer ontmoet. Zij gingen samen eten om de reis af te sluiten, en de overige vier gingen naar de bios. Voor een bioscoop in een klein plaatsje was deze best groot, met zeker zo’n 15 zalen. En de stoelen alleen al waren de prijs van het kaartje waard: met een knopje in de leuning kon je het voetenbankje omhoog doen, terwijl de rugleuning een beetje onderuitzakte. Daar kunnen ze in Nederland nog wat van leren! En de film? Daar ga ik niks over weggeven. Die moet je zelf maar gaan kijken…

Dag 29 – zondag 1 juli

Nou, dat was het dan. De koffer is weer gepakt, we staan klaar om naar het vliegtuig te gaan en de Texaanse hitte achter ons te laten. Met Jared gaan we nog even naar de schietbaan voordat we vertrekken, dus een leuke, typisch Amerikaanse afsluiting van deze maand. Al met al was het een geweldige ervaring. Als je ooit de kans hebt om naar DinoDig te gaan, zeker doen! Maar ik ben ook wel weer blij dat de maand voorbij is, en dat ik ein-de-lijk mijn vrouw weer in mijn armen kan sluiten. Deze laatste alinea wil ik graag gebruiken om wat mensen te bedanken. Allereerst is dat het Logos Instituut, dat deze reis mede mogelijk heeft gemaakt. En natuurlijk de mensen thuis, vooral Inge, die mij hebben gesteund en mij een maand hebben moeten missen. En ten slotte jou, lezer, omdat je hebt meegeleefd via deze blogs!

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website WaaromSchepping. Het originele artikel is hier te vinden.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Gert-Jan van Heugten

Written by

Gert-Jan van Heugten is ir. in de scheikundige technologie en schrijft en spreekt regelmatig over schepping en evolutie. Lees meer van en over hem op zijn eigen site: waaromschepping.nl Gert-Jan is in 2006 tot geloof gekomen omdat hij overtuigende argumenten te zien kreeg vóór het Bijbelse scheppingsverhaal, en tegen het evolutieverhaal. Sindsdien is hij er van overtuigd dat de Bijbel van kaft tot kaft een betrouwbaar beeld van de geschiedenis weergeeft. Vier jaar en een hele hoop boeken, DVD's, lezingen en discussies later is hij begonnen met het verzorgen van presentaties over schepping en evolutie. In 2011 ben is hij als vrijwilliger bij Weet Magazine terecht gekomen, waar hij sinds 2012 met veel plezier in de redactie zit. Na het behalen van zijn ir./M.Sc. titel in 2013 heeft hij het Naventure trainingsjaar gevolgd bij de Navigators. In de zomer van 2014 heeft hij besloten voor zichzelf te beginnen en Waarom Schepping naar een hoger niveau te tillen. Gert-Jan gaat meestal naar een PKN gemeente in Eindhoven, maar beschouwt zichzelf als 'non-denominational'. Hij kan zich helemaal vinden in de uitspraak van Kees Kraayenoord: "Ik ben eigenlijk een gereherformeerde evanpinksterbaptoliek."