Spreker en schrijver Gert-Jan van Heugten is samen met student Johannes Kalkman dino’s aan het opgraven in Amerika. Deze reis werd mede mogelijk gemaakt door Logos Instituut. Hieronder het vierde deel van zijn dagboek.

Dag 9 – donderdag 7 juni

Mijn werkplek en gereedschap. Van links naar rechts: waterflesje, secondelijm, tandartsgereedschap, fossielen die klaarliggen om te gps’sen, kwastje en spatel. In de achterwand steken schroevendraaiers om aan te geven waar nog meer fossielen zitten (zodat ik ze niet per ongeluk beschadig). Het voorste kaartje ligt bij het halswervelfragment, de achterste bij de chevron en de rechtse bij een pees. Links en onder de chevron zijn nog andere pezen die klaarliggen om opgegraven te worden.

Vandaag hadden wij kookdienst. We moesten om 6 uur acte de présence geven, dus stond ik iets eerder op om nog een kort telefoongesprekje te kunnen houden. Alweer één week voorbij…

Na het eten en de aanbidding begon ik naar de groeve te wandelen. Een paar anderen waren al vertrokken. De wandeling is ongeveer anderhalve kilometer. Ik was nog niet heel ver en toen werd ik ingehaald door een auto met een hele lege achterbank. Nou ja, als ze een lift aanbieden, zeg ik geen nee. Zodoende was ik van ons team de eerste bij de groeve, en met behulp van een schep had ik mijn partytent in mijn eentje opgezet. De routine is om aan het eind van de dag het tentzeil naar beneden te halen, over de opgraving te leggen en te verzekeren met stenen, emmers zand, kruiwagens en net wat er maar voorhanden is.

Ik had erg zin om aan de slag te gaan, want ik was zo’n beetje door de fossielloze bovenlaag heen. Het duurde niet lang of ik ving bot (in dit geval in de positieve zin van het woord). Een stuk pees dat lang genoeg was voor de gps. Daarna stuitte ik op een mooie, brede pees. Die lag scheef naar rechtsonder, dus begon ik die kant op te graven. Maar toen vond ik een ander stukje, en moest ik daarmee verdergaan. En toen weer een ander, en dat zo een keer of vijf. Aan het eind van de dag had ik een paar stukjes pees, een minuscuul fragmentje dat van een tand zou kunnen zijn (aldus de ene quarry leader, maar volgens de andere had ik het niet hoeven opmeten) en twee botten. De ene was heel fragiel, als je er iets te hard overheen veegde met een borstel braken er al stukjes af. De truc is dan om veel secondelijm te gebruiken.

De Y-vormige chevron (op z’n kop vergeleken met hoe het bot onder de wervels hing).

Verschillende mensen kwamen kijken om mijn mystery-bot te identificeren. Mijn quarry leader stelde voor dat het om een pantserbot van een Nodosaurus ging, maar uiteindelijk heb ik ’m als ‘wervelfragment’ opgegeven. Toen ik dat bot uit de weg had (of in elk geval: vrijstaand had gemaakt, want we moesten een poos wachten omdat het gps-apparaat geen geheugen meer had), kon ik aan een ander bot beginnen. Dat bleek een ‘chevron’ te zijn, een Y-vormig bot dat onder de staartwervel van een Hadrosaurus zat.

Zenuwen en ander leidingwerk liepen door het gat dat werd gevormd tussen de twee armen van de Y en de onderkant van de wervel. Mijn chevron was alleen niet compleet (dat gebeurt wel vaker), de onderkant van de Y was weg, dus ik moest genoegen nemen met een V. Maar nog steeds een mooi bot om te vinden. Tussen de middag eten we onze lunch bij de groeve. Die moet je dan ’s morgens maken (er is brood, kaas, vlees en vegetarisch ‘vlees’, en wat groenvoer, en dan nog zakjes chips, fruit en lolly’s). Een mooi plekje om te lunchen is net voorbij de zuidelijke groeve. Daar is een hudu die voor schaduw zorgt, en omdat je op een heuvel zit heb je een prachtig uitzicht over de ranch. Het college ’s avonds ging over fossielen en de geschiedenis van het ontdekken en verzamelen van dinobotten.

Dag 10 – vrijdag 8 juni

Het uitzicht vanaf onze lunchplek. Rechts achter het bosje is een schuurtje en dat blauwe is de wc, een oud mobiel toilet gepositioneerd boven een gat in de grond.

In de nacht heeft het flink geonweerd en geregend. Op zich zie je hier over de hoogvlakten heen wel vaker onweerswolken ontstaan, maar tot nu toe is ons kamp op een klein buitje na gespaard gebleven. Om half 2 werd ik wakker van de donder. Ik moest plassen (dat krijg je, als je wordt aangeraden om veel te drinken, dan moet je er elke nacht wel een keer uit), maar toen ik de regen op de tent hoorde kletteren vond ik dat ik het nog wel even op kon houden. De donder die ik deze nacht hoorde rolde door de lucht. Het leek alsof hij van de ene kant aankwam en naar de andere kant wegstierf. Nu begrijp ik waar de legendes van Donar/Thor vandaan komen, de Noord-Europese god van de donder, die met zijn paard over de wolken zou rijden.

Gisteren kregen we te horen dat het normale programma voor vandaag was vervangen door een excursie. De bedoeling van de vrijdag is om de halve dag te graven, en dan ’s middags de stad in te gaan om kleren te wassen. In plaats daarvan vertrokken we na het ontbijt en de dagopening naar Hot Springs in South Dakota. Daar hebben ze een mooie formatie gevonden tjokvol goed gearticuleerde mammoetskeletten. Gearticuleerd houdt in dat de botten naast elkaar liggen op dezelfde manier als dat ze in het levende dier zaten, in tegenstelling tot onze dinogroeve waar de skeletten bijna volledig gedisarticuleerd zijn. Niet onaardig om te bezoeken, maar als je letterlijk gisteren met dezelfde werktuigen hebt zitten zoeken naar botten, is het op afstand bekijken van een dergelijke groeve het toch net niet helemaal. Ja, ik weet het, ik ben verwend…

Mount Rushmore, met de bekende presidentsgezichten links naast mijn hoed. Zoals gezegd: kleiner dan verwacht.

In Hot Springs zochten we ook een wasserette op. Dat was ook een belevenis, want de kleine laundromat was niet berekend op een dertigtal mensen met was voor een week. Enkele wasmachines waren out of order en zodoende waren we zeker anderhalf uur bezig voor iedereen zijn spul gewassen en gedroogd had.

Na de wasserette was het door naar een van de bekendste monumenten van de VS: Mount Rushmore, een berg in South Dakota waarin de gezichten van presidenten Washington, Jefferson, Roosevelt en Lincoln zijn uitgehakt. Eerlijk gezegd (vond iedereen) zag zo’n groots monument er toch wat kleintjes uit. We hadden er meer van verwacht, maar desalniettemin was het toch een mooie plek om te bezoeken.

Op aanraden van Jared Wood zijn we daarna naar een meer in de buurt gegaan, Sylvan Lake. Dit meer is door mensen aangelegd en ligt deels ingesloten door steile rotsen. Een erg indrukwekkende plek om te bezoeken. We volgden een pad om het meer, en volgens Jared waren we het aan onszelf verschuldigd om op het verste punt een zijweggetje te nemen die een beekje volgde dat uit het meer stroomde. Dit pad was op sommige punten voorzien van leuningen, en dat was maar goed ook. Het was een geklauter over rotsen, soms dwars door het stroompje. Maar zeer de moeite waard. Na het beekje een poos te zijn gevolgd keerden we weer terug (sommigen dapper genoeg om niet over het pad, maar over de rotsen te gaan). Daarna vervolgden we onze weg om het meer, met een zijspoor naar elke beklimbare rots die we konden vinden om foto’s van het meer te maken.

We sloten de dag bij het meer af met een korte samenkomst waarin iedereen zijn favoriete Bijbeltekst deelde (als begin van de sabbat). Daarna zochten we een pizzatent op in Custer, alvorens we terugkeerden naar Wyoming. Om even een beeld te geven van de afstanden hier: het pad over de onverharde wegen dat ik op dag 3 beschreef duurde in het donker ruim een half uur – en in het licht is dat niet veel korter. Een half uur om bij de snelweg te komen, en dan nog een half uur voordat je in de dichtstbijzijnde stad zit. Volgens Google Maps hebben we vandaag met ons rondje ruim 200 mijl afgelegd – meer dan 320 kilometer in ‘normale’ maten.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website WaaromSchepping. Het originele artikel is hier te vinden.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Gert-Jan van Heugten

Written by

Gert-Jan van Heugten is ir. in de scheikundige technologie en schrijft en spreekt regelmatig over schepping en evolutie. Lees meer van en over hem op zijn eigen site: waaromschepping.nl Gert-Jan is in 2006 tot geloof gekomen omdat hij overtuigende argumenten te zien kreeg vóór het Bijbelse scheppingsverhaal, en tegen het evolutieverhaal. Sindsdien is hij er van overtuigd dat de Bijbel van kaft tot kaft een betrouwbaar beeld van de geschiedenis weergeeft. Vier jaar en een hele hoop boeken, DVD's, lezingen en discussies later is hij begonnen met het verzorgen van presentaties over schepping en evolutie. In 2011 ben is hij als vrijwilliger bij Weet Magazine terecht gekomen, waar hij sinds 2012 met veel plezier in de redactie zit. Na het behalen van zijn ir./M.Sc. titel in 2013 heeft hij het Naventure trainingsjaar gevolgd bij de Navigators. In de zomer van 2014 heeft hij besloten voor zichzelf te beginnen en Waarom Schepping naar een hoger niveau te tillen. Gert-Jan gaat meestal naar een PKN gemeente in Eindhoven, maar beschouwt zichzelf als 'non-denominational'. Hij kan zich helemaal vinden in de uitspraak van Kees Kraayenoord: "Ik ben eigenlijk een gereherformeerde evanpinksterbaptoliek."