Spreker en schrijver Gert-Jan van Heugten is samen met student Johannes Kalkman dino’s aan het opgraven in Amerika. Deze reis werd mede mogelijk gemaakt door Logos Instituut. Hieronder het zevende deel van zijn dagboek.

Dag 19 – zondag 17 juni

Iedereen heeft zin in de lezingen…

Vandaag is het Vaderdag, dat betekent dat er een open dag is en dat mensen de groeves kunnen komen bezoeken. Maar vandaag regende het ook de hele dag. Als gevolg daarvan bleven de vaders (en andere bezoekers) thuis. Dat kwam ergens wel goed uit, want we konden ook niet naar de groeves toe. Vanmorgen deden we het daarom wat rustiger aan, in de hoop dat het nog op zou klaren, maar toen bleek dat dat niet ging gebeuren, vulden we de dag met twee lezingen (eentje over fossiele stroomrichtingen die wat aangeven over waterstromen tijdens de zondvloed, de andere over Sauropodomorfa, de langnekdino’s) en wat filmpjes. Vanaf ongeveer 2 uur waren we vrij. Een paar dappere zielen gingen nog een wandelingetje maken, maar de meeste mensen bleven binnen om te lezen, spelletjes te doen, of films te kijken. Al met al was het wel prettig om een relaxte, vrije middag te hebben. Het normale procedé wanneer het regent is om een excursie te doen, maar omdat er vandaag gasten konden komen (en er waren er ook een paar, maar niet veel) bleven we in het kamp.

Dag 20 – maandag 18 juni

Gar Ridge. Ik werk onder de linkse blauwe partytent.

De eerste helft van de dag bleef het regenen. Wij hadden ontbijtdienst, en vanwege de regen begonnen we een uur later. Soort van uitslapen dus, mijn wekker ging om half 7. Na de aanbidding gingen we terug naar binnen (jup, we zaten buiten onder de tent in de kou en de regen). Tegen de middag werd het droog, en moest iedereen naar de groeve.

Tyler en ik liepen vast vooruit naar Gar, en omdat we daar als eerste waren gingen we met scheppen aan de slag om de modder en de waterplassen te lijf te gaan. Keith Snyder, een van de grote bazen hier, gaf ons de opdracht om lager te graven. In Gar hebben we een laag met microfossielen (die ik de afgelopen dagen heb beschreven) maar onder die laag liggen grotere botten. Vorige jaren zijn de meesten gestopt bij de laag microfossielen, dus nu gaan we de vloer van de groeve afgraven om grotere botten te vinden.

De manier van afgraven is met een schep, maar wel voorzichtig, dus vrij plat en dan laagje voor laagje tot je hoort of je iets raakt. We hadden niet veel tijd, omdat we ook vanavond weer moesten koken. Toch vond ik nog een uit elkaar gevallen Raptortand, en toen we bijna gingen raakte mijn schep een groter bot. Een snelle inspectie liet zien dat het inderdaad om een bot ging. Snel wat superlijm op een van de scheuren, aluminiumfolie erover en naar het kamp. Er stond een busje dat we mee mochten nemen, maar vanwege de modder zat die helemaal vast. Uiteindelijk zijn we maar te voet teruggegaan.

Team Gar. V.l.n.r.: Tyler, Hiep, Rebekah en ik op de voorgrond.

Behalve quarry leader Erin waren we vandaag met z’n vieren: Rebekah, Hiep, Tyler en ik. Rebekah en Hiep gingen al vrij snel op blote voeten, en zelfs de hele weg terug naar het kamp (over een met keien opgevulde zandweg). Best een prestatie voor mensen die dat niet gewend zijn. De leiders hadden vanavond een overleg met het bestuur van het Hanson Research Station (dat is waar de letters ‘HRS’ op de botten voor staan, ‘Hanson’ is de naam van de rancheigenaars en de ranch zelf). Daarom hadden we geen college ’s avonds. Meer vrije tijd!

Dag 21 – dinsdag 19 juni

Meer regen. Het onweerde toen mijn wekker ging (eigenlijk al daarvoor), dus probeerde ik opstaan zo lang mogelijk uit te stellen. Even met Inge gebeld, en na het ontbijt moest onze groep schoonmaken. Vanwege de regen kunnen we niet naar de groeves, maar ook een excursie is uitgesloten omdat de wegen nogal modderig zijn. Daarom hebben we vandaag weer een kampdag. Ik heb de eerste tijd besteed aan het uitlezen van het boek voor de cursus, en Jared heeft z’n VR-opstelling weer neergezet. Sommige mensen zitten binnen, maar anderen hebben een plekje gevonden in hun tent. Het lijkt erop dat het de hele dag blijft regenen.

De pickup geeft een hint van hoe modderig de wegen zijn.

Voor het vinden van fossielen is dat zowel een vloek als een zegen. De regen spoelt zand weg, waardoor fossielen zichtbaar worden. Maar al blootgelegde fossielen kunnen ook door zand bedekt worden of beschadigd raken. Volgens de gangbare geologie is de laag waarin we graven (Lance-formatie) een meer-afzetting. We vinden hier veel dode planteneters, maar niet veel dode vleeseters. Wel hun tanden. Dino’s verliezen gedurende hun hele leven tanden, dus de tanden van vleeseters komen we regelmatig tegen (ik vond er gisteren nog een).

Zoals de laag is opgebouwd vermoedt Chadwick dat de dino’s die we hier vinden op een andere plek massaal zijn doodgegaan, daar even (niet lang) hebben gelegen en zijn aangevreten, en vervolgens met modder en al zijn opgepikt en hier afgezet. De voornaamste stroomrichting is west-naar-oost, met hier en daar wat draaikolkjes (zoals bij Gar Ridge waarschijnlijk het geval is, want daar heeft allerlei klein spul zich verzameld).

Triceratops Hill

In de middag klaarde het wat op. Na het bekijken van een docu over Sue de T. rex (die werd gevonden door Peter Larson, de eigenaar van het Black Hills Institute Museum dat we op onze eerste excursie bezochten), gingen we met z’n vieren een wandelingetje maken: Tyler, Rebekah, Evelyn en ik. Het oorspronkelijke plan was om naar Gar te wandelen (gewoon om de stormschade te bekijken) maar uiteindelijk gingen we naar Triceratops Hill, een heuvel die we vanaf het kamp kunnen zien liggen waar een aantal jaren terug een Triceratops-hoorn uitstak. Vanwege de regen lagen er verschillende fragmenten.

Mijn grote vondst was een Thescelosaurus-klauw. Ik herkende in eerste instantie niet wat ik had, tot Johannes ’m voor me identificeerde. Uiteraard moest ik die inleveren (maar ik mocht de rest houden). ’s Avonds hadden we een lezing van Jared over de theropoden (tweepotige vleeseters) waarin hij nog even terug refereerde naar mijn Thescelosaurus-klauw.

Dag 22 – woensdag 20 juni

Thescelasaurus-klauw

Vandaag kregen we een nieuw teamlid erbij in Gar, Evelyn uit Californië. Het eerste deel van de ochtend bestond uit het ontwateren van onze groeves. Aan de linkerkant had Zuri vorige week een kuil gegraven om te zien hoe diep de bottenlaag reikte. Die kuil was volgelopen, en moest met behulp van een geul leeglopen. Ik ging na wat schepwerk (vooral om de natte modder af te schrapen) verder met het bot dat ik zondag ontdekte. Het bleek een fragment te zijn van een groter bot, niet compleet helaas. Toen die (en twee andere fragmenten) in kaart gebracht en opgeborgen waren, het was ondertussen al na de lunch, gingen we met hetzelfde groepje van gisteren (Tyler, Evelyn, Rebekah en ik) een klein ‘uitstapje’ maken naar North. Over de radio hoorden we dat North en South de moddersituatie onwerkbaar vonden en terug naar het kamp gingen. Tyler beschreef het treffend alsof er een oorlog gaande was: verslagen, met modder besmeurde gezichten kwamen ons tegemoet. North was inderdaad een modderpoel. South viel wel mee, maar de quarry leader vertrouwde het weer niet. De mensen van Triceratops keerden eerder terug omdat ze moesten koken. Dat betekende dat er maar drie groeves openbleven: Neufield, Ivarrest en Gar (zie onder). Ivarrest is vergelijkbaar met onze groeve: er is veel klein spul te vinden.

Groot stuk schildpad.

’s Middags ging ik op een ander plekje graven (Hiep kwam steeds verder naar links, en Rebekah en Evelyn ontfermden zich over de botten van Raul en Zuri die links van mij zaten). Vanwege de regen lagen er verschillende botfragmenten direct aan de oppervlakte, waaronder een hele mooie grote schildpad-osteoderm. Toen ik een van de botfragmenten verwijderde zag ik dat er nog een ander bot onder zat. Maar dat is voor morgen.
Vanavond ging de lezing over de Thyreophora, de groep vierpotige planteneters waartoe Stegosaurus en Ankylosaurus worden gerekend, de bepantserde dino’s.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website Waarom Schepping. Het originele artikel is hier te vinden.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Gert-Jan van Heugten

Written by

Gert-Jan van Heugten is ir. in de scheikundige technologie en schrijft en spreekt regelmatig over schepping en evolutie. Lees meer van en over hem op zijn eigen site: waaromschepping.nl Gert-Jan is in 2006 tot geloof gekomen omdat hij overtuigende argumenten te zien kreeg vóór het Bijbelse scheppingsverhaal, en tegen het evolutieverhaal. Sindsdien is hij er van overtuigd dat de Bijbel van kaft tot kaft een betrouwbaar beeld van de geschiedenis weergeeft. Vier jaar en een hele hoop boeken, DVD's, lezingen en discussies later is hij begonnen met het verzorgen van presentaties over schepping en evolutie. In 2011 ben is hij als vrijwilliger bij Weet Magazine terecht gekomen, waar hij sinds 2012 met veel plezier in de redactie zit. Na het behalen van zijn ir./M.Sc. titel in 2013 heeft hij het Naventure trainingsjaar gevolgd bij de Navigators. In de zomer van 2014 heeft hij besloten voor zichzelf te beginnen en Waarom Schepping naar een hoger niveau te tillen. Gert-Jan gaat meestal naar een PKN gemeente in Eindhoven, maar beschouwt zichzelf als 'non-denominational'. Hij kan zich helemaal vinden in de uitspraak van Kees Kraayenoord: "Ik ben eigenlijk een gereherformeerde evanpinksterbaptoliek."