Dinosauriërs in het Bijbelboek Job

by | okt 30, 2023 | Bijbel, Bijbelvast, Dinosauriërs, Logos Basics

Dinosauriërs in het Bijbelboek Job

Regelmatig komen in gesprekken over schepping of evolutie dinosauriërs ter sprake. Komen dinosauriërs in de Bijbel voor en hoe worden deze dieren dan genoemd? In dit artikel bespreken we de ‘behemoth’ en de ‘leviathan’ in het Bijbelboek Job. 

Eerst iets over het woord ‘dinosauriër’. Deze term is in de negentiende eeuw bedacht en is afgeleid van twee Griekse woorden: ‘deinós’ dat betekent ‘verschrikkelijk, angstaanjagend, imposant groot’ en het woord ‘sauros’ dat betekent ‘reptiel’. Samen duiden deze twee woorden op een immens, reusachtig, indrukwekkend groot reptielachtig dier, de dinosauriër. ‘Dinosauriër’ is dus geen bijbels woord. Komt in de Bijbel zo’n immense dinosauriër dan helemaal niet voor? Hebben deze kolossale dieren samen met de mens geleefd? Deze vragen brengen ons bij het Bijbelboek Job.

In het boek Job heeft de schepping een belangrijke plaats en wordt er vaak naar verwezen. Aan het einde van dit poëtische boek vinden we Gods redevoeringen (Job 38 t/m 41). Hierin neemt de Here God Job mee door Zijn prachtige schepping, vanaf het begin toen Hij de aarde grondvestte (Job 38:4). Hij toont hem hoe Hij het schitterende universum, het oneindige heelal, de rijke dierenwereld schiep, en stelt uiteindelijk twee uiterst indrukwekkende reuzendieren aan hem voor: Behemoth en Leviathan. 

‘Behemoth’, Job 40:10-19

Dit gedicht beschrijft in een sfeer van grootsheid een indrukwekkend superdier als het ‘meesterwerk van Gods wegen’ (vs. 14a). Het woord ‘behemoth’ is een meervoudsvorm van het Hebreeuwse woord ‘behema’ dat als enkelvoud meestal gebruikt wordt in algemene zin: vee, dieren, beesten, gedierte, dierenwereld (zoals in Gen. 3:14; Spr. 30:30). Dit woord duidt op werkelijke, bestaande dieren.

De ‘behemoth’ wordt beschreven als een rustige graseter die verblijft in de schaduw van rivierplanten, vs. 16-17. Heel wat anders dan de roofzuchtige en angstaanjagende dieren die in allerlei scheppingsmythen naar voren komen. Zijn lendenen en buikspieren zijn zeer sterk, zijn staart is krachtig als een ceder. Zijn dijspieren of -pezen vormen bundels op zijn lijf, zijn botten zijn als bronzen staven, zijn ledematen als ijzeren stangen. Hij is het voornaamste van Gods werken! Hij vindt voedsel in de bergen, slaapt onder bomen, ligt ook in water tussen riet. Hij beweegt zich dus op land, in water en bergen. Niemand durft hem te vangen.

Op grond van kenmerken als gewicht, omvang en kracht wordt dit dier vaak beschouwd als een nijlpaard. Echter, het nijlpaard heeft geen zichtbare spierbundels, het kleine nijlpaardstaartje is zeker niet te vergelijken met een ceder(tak) en op het dier werd gejaagd.1

Vertalingen als ‘nijlpaard’ of ‘olifant’ passen dan ook niet bij de beschrijving van ‘behemoth’. We kunnen deze aanduiding beter onvertaald laten. De eigenschappen van ‘behemoth’ tonen echter wel treffende overeenkomsten met die van verschillende plantenetende dinosauriërs, zoals de Apatosaurus, Brachiosaurus, Ultrasaurus en Nigersaurus. Het betreft kenmerken als: uiterst sterk, grote zichtbare spierbundels, hoogte ca. 18 m. en lengte ca. 30 m., gewicht 30 tot 130 ton, meterslange brede staart. Daarom kan men bij ‘behemoth’ heel goed aan een dinosauriër denken. 

‘Leviathan’, Job 40:20-41:25

Hier wordt waarschijnlijk een zeer groot zeedier bedoeld. Uit deze uitvoerige beschrijving blijkt dat het om een werkelijk, in Jobs tijd bestaand groots dier ging. Mogelijk een dinosaurusachtige zeereptiel2? Het dier kan niet worden gevangen, zijn kaak valt niet te doorsteken, huid en kop zijn ondoordringbaar. Hij is niet te benaderen en uiterst sterk, zijn huid valt niet te villen en het dubbele pantser is ook ondoordringbaar. Zijn tanden zijn afschrikwekkend en op zijn rug zijn er dicht aaneengesloten schilden. Brandende fakkels, vonken en vlammen komen uit zijn bek, zijn neus rookt. Hij is met geen wapen te benaderen. Aan zijn onderzijde zitten scherpe scherven, hij doet de zee kolken. Hij is onvergelijkbaar, zonder angst en kijkt neer op alles wat hoog is (vgl. Ps. 104:26). 

‘Leviathan’ wordt vaak geïdentificeerd als een krokodil, maar daar valt veel op af te dingen: in de oudheid werd op krokodillen gejaagd, ze werden getemd, krokodilschubben zijn doordringbaar, en ze produceren geen vlammen of rook. Dieren die juist wel aan de beschrijving van ‘Leviathan’ voldoen kunnen we mogelijk vinden onder de uitgestorven dinoachtige reptielen, zoals de Kronosaurusen en vooral de Sarcosuchus imperator.3

Conclusie

We concluderen dat de beschrijvingen van ‘behemoth’ en ‘Leviathan’ in het Bijbelboek Job het meest overeenkomen met wat nu bekend is over de uitgestorven dinosauriërs. Job behoort tot de oudste Bijbelboeken, hoogstwaarschijnlijk te dateren in de vroege aartsvaderstijd. Dat betekent dat we hier het verslag horen van iemand die gelijktijdig met de dinosauriërs kan hebben geleefd.4

Over de auteur: Annechiena Vrolijk is Hebraïste en oudtestamentica en werkzaam als auteur, docent, spreker. Zij is medeauteur van de 12bandige Studiebijbel van het Oude Testament.

Bijbelvast
Dit artikel ‘Dinosauriërs in het Bijbelboek Job’ is eerder verschenen in nr. 4 van ons magazine Bijbelvast. Wil je hier meer over weten of je aanmelden voor een gratis abonnement? Bezoek www.logos.nl/bijbelvast.

 

Voetnoten

  1.  Got Questions Ministries. (2002–2013). Got Questions? Bible Questions Answered. Bellingham, WA: Logos Bible Software.https://www.gotquestions.org/dinosaurs-Bible.html, geraadpleegd op 21 juni 2021.
  2. Wetenschappelijk gezien zijn grote uitgestorven zwemmende reptielen (zoals de kronosaurus) en vliegende reptielen (zoals de pterosauriërs) geen dinosauriërs. Omdat ze in de volksmond (en door kinderen) vaak wel tot de dinosauriërs gerekend worden, nemen we ze in deze Bijbelvast mee in onze bespreking van dinosauriërs. 
  3. Een immens dier, gehuld in grote pantserplaten, dat tot 10 ton kon wegen en 12 m. lang kon zijn.
  4. Argumenten voor datering in de aartsvaderstijd zijn o.m.: Job werd minstens 200 jaar oud, vergelijkbaar met de tijd van Terah (Gen. 11:32); hij offerde zelf duidt op pre-Mozaïsche tijd. Zie SBOT 6, p. 385-385; J.P. van de Giessen, ‘de binnenkameren van het Zuiden’; M.J.Paul, Struikelblokken, p. 20 e.v. Zie ook het Logoscongres, 27 febr. 2021.

Abonneer je op onze maandelijkse nieuwsbrief!