In het ‘Dinosaur National Monument’ in Utah (VS) steekt een kluwen botten uit een berg van zandsteen boordevol fossielen van dinosaurussen. De zandsteen maakt deel uit van de Morrison-formatie, een laag sedimentair gesteente die zich uitstrekt van New Mexico in het zuiden tot Saskatchewan in het noorden en die in totaal meer dan 1 miljoen vierkante kilometer van de westelijke VS en Canada bedekt. De resten van elf verschillende soorten dinosauriërs zijn in het Dinosaur National Monument opgegraven, waaronder een van de grootste en meest complete skeletten van een gigantische Apatosaurus die ooit is gevonden.

De botten van de dinosaurussen liggen geconcentreerd in een uitgestrekt lensvormig rotsbed en vormen een uitstekend voorbeeld van een afgezet massagraf. Het Dinosaur National Monument wordt gezien als de grootste dinosaurusvindplaats die ooit is ontdekt, de beste vindplaats van dinosaurusfossielen in Noord-Amerika. Decennia lang kregen bezoekers van deze spectaculaire plek te horen dat de fossielen, generaties dinosaurussen vertegenwoordigen die leefden en stierven in een vredige moerasomgeving zo’n 150 miljoen jaar geleden. Maar geologen realiseren zich nu dat deze restanten hier niet op die manier terecht konden komen. Hoe kwamen de botten daar dan wel en wat hebben ze ons te ‘vertellen’?

De langzame en geleidelijke verklaring

De gangbare aanname onder seculiere geologen is dat de geologische processen die we tegenwoordig in de natuur waarnemen, op dezelfde manier, ook verantwoordelijk zijn voor veel van de geologische formaties die we in de aardlagen zien. Dit wordt uniformitarianisme genoemd, oftewel ‘het heden is de sleutel tot het verleden’. Deze overtuiging resulteert in de opvatting dat, op grond van de huidige langzame en geleidelijke bezinkingsnelheden, je mag verwachten dat miljoenen jaren zijn verstreken waar in een stabiele omgeving de waargenomen sedimentlagen zich langzaam ophoopten. De uniformitaristen veronderstelden langzame en geleidelijke geologische processen, als concequentie van hun filosofie, die vanaf het begin bedoeld was om ‘de wetenschap van Mozes te bevrijden’.

Na een vredige verklaring voor het Dinosaur National Monument te hebben verlaten, maar toch gemotiveerd om de historische Bijbelse zondvloed te verwerpen, bleven uniformitaristische geologen trouw aan hun wereldbeeld en hielden ze vast aan een interpretatie die miljoenen jaren lang trage afzetting vereiste. Ze stellen nu dat de dinosaurussen overrompeld en begraven zijn door een reeks van overstromingen. Niet door de wereldwijde zondvloed van Noach, maar door veel kleinere lokale overstromingen, met daartussen lange perioden. Ze geloven dat telkens wanneer een gebied onder water kwam, de overblijfselen van de dinosauriërs op dezelfde locatie werden afgezet en dat op die manier langzaam de verzameling restanten werd opgebouwd. Als alternatief speculeren sommige wetenschappers dat de ophoping van fossiele resten te wijten is aan grote droogtes, waarbij de dinosauriërs samenkwamen en stierven rond steeds kleiner wordende waterpoelen. Maar dit scenario vereist ook overstromingen om de daaropvolgende snelle begrafenis te verklaren.

Vulkanische activiteit samengaand met een snelle waterbegrafenis

Op het eerste gezicht lijkt het idee van vele lokale overstromingen een mogelijkheid. Een opmerkelijk kenmerk van de door water afgezette zandsteen waarin de dinosaurusbotten zijn begraven, maakt het plaatje voor uniformitaristen lastiger. Dit gesteente bevat namelijk veel stukjes materiaal dat ‘tufsteen’ wordt genoemd. Tufsteen ontstaat door stolling van door vulkanen uitgestote hete as. Dit, en lagen van vulkanische as elders in de formatie, geeft aan dat er een explosieve vulkaanuitbarsting plaatsvond op het moment dat alle overblijfselen van de dinosauriërs werden begraven middels overstroming. Er is geen vulkaan bekend in de buurt van de afzetting. Geologen hebben de dichtstbijzijnde bron van tufsteen getraceert in Zuid-Californië of Nevada. Aswolken die zich over dergelijke grote afstanden afzetten wijzen op een buitengewoon catastrofale vulkanische gebeurtenis.

Het op vele momenten en over enorme tijdsperioden steeds samenvallen van overstromingen en vulkanische uitbarstingen tart de geloofwaardigheid van het uniformistische adhocverhaal. Als de miljoenen jaren inderdaad zouden hebben plaatsgevonden, zoals de uniformisten beweren, dan zou de geomorfologie of ‘gedaante’ van het landoppervlak in al die tijd moeten zijn veranderd. We weten dat rivieren hun plaats en vorm in de loop van de eeuwen kunnen veranderen, omdat hun oevers worden aangetast en sedimenten worden afgezet. Om de scenario’s met meerdere overstromingen en/of meervoudige droogtes waar te laten zijn, zouden we moeten aannemen dat het stroomprofiel over een zeer breed gebied gedurende eeuwen onveranderd is gebleven, zodat dierlijke resten steeds weer op exact dezelfde locatie konden worden gedeponeerd. Dit is onwaarschijnlijk.

Daar komt bij dat het feit dat er fossilisatie heeft plaatsgevonden er al op wijst dat de dieren snel werden begraven in grote hoeveelheden sediment dat rijk was aan mineraalrijke vloeistoffen, hetzij tijdens overlijden of niet lang daarna. De lichamen van dinosaurussen die zouden zijn verdronken in lokale overstromingen zouden worden opgegeten en verrotten, met botten en al, lang voordat voldoende sediment hen zou hebben bedekt. Immers, we vinden tegenwoordig nooit opgehoopte beenderen van kuddedieren, zoals vee, die langzaam fossiliseren onder modder van rivieroevers en overstromingsgebieden die door plaatselijke overstromingen zijn ontstaan. We vinden zelfs geen kleine dieren die fossiliseren. Huidige fossilisatie is een zeldzame gebeurtenis, waarvoor speciale voorwaarden zijn vereist.

Complete skeletten vermengt met losse delen

Het gegevens worden zelfs nog problematischer voor uniformitaristen. Sommige fossielen in het Dinosaur National Monument worden gevonden als bijna complete skeletten, volledig gearticuleerd (botten in de natuurlijke onderlinge posities) en nog steeds in de ‘opisthotonus’, oftewel doodshouding. Andere worden aangetroffen in een gedisarticuleerde, onsamenhangende staat. De aanwezigheid van bijna perfecte complete overblijfselen doet verder afbreuk aan de theorie van meervoudige vloedgolven, gedurende lange tijd, omdat de kans extreem klein is dat niet-gefossiliseerde dinosaurusskeletten in gearticuleerde toestand eeuwenlang intact blijven, voordat ze onder de grond bedolven raken. Zacht bindweefsel dat bot met elkaar verbindt, breekt snel af zodra het karkas begint te vergaan.

Het alternatieve scenario van langetermijn droogteperioden impliceert per definitie ook lange perioden tussen deze gebeurtenissen. Het beeld van door droogte vergane dierlijke skeletten die in de zon liggen te bakken is iedereen bekend. Het mag duidelijk zijn dat afbraak van het karkas al enkele dagen na de dood begint, omdat aaseters, microben en volledige blootstelling aan de hitte en de elementen hun tol eisen. De verzameling van aangetaste skeletresten zouden door opvolgende overstromingen ook nog eens verder door elkaar worden gegooid. En daarbij, net als bij de meervoudige overstromingsinterpretatie, zien we in onze dagen geen droogtes die fossielen doen ontstaan.

De waarnemingen laten zien dat de overblijfselen van de dinosauriërs snel en diep werden begraven in sedimenten afgezet door water. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat het meervoudige overstromings- of het meervoudige droogte-model ertoe zou leiden dat dinosaurussen gefossiliseerd worden in gesteente zoals we ze aantreffen in het Dinosaur National Monument. Aan de andere kant is een overstroming op wereldschaal, zoals de zondvloed van Noach in het boek Genesis, met de bijbehorende vulkanische activiteit, een meer waarschijnlijke kandidaat. Maar hoe kunnen in dit scenario de uiteengereten resten, vermengd met complete, gearticuleerde skeletten worden uitgelegd?

Waarschijnlijk het effect van één, enorme vloed

De zondvloed van Noach begon waarschijnlijk op veel plaatsen met een reeks krachtige, chaotische tsunami’s die over het vaste land raasden, op veel grotere schaal dan de tsunami’s vandaag. Hoewel veel dieren onmiddellijk omkwamen, zouden enkele dieren op de hogere heuvels het allereerste begin van de zondvloed hebben kunnen overleven. Dinosaurussen in lagere gebieden die het op de een of andere manier lukten om de eerste overstromingsgolven te overleven, zouden rondzwemmen tot ze hun toevlucht konden nemen op tijdelijk afgezetten zandbanken en hopen aangespoeld materiaal. Tectonische opheffing en opstuwing van aardlagen kunnen ook tijdelijk hogere gebieden hebben laten ontstaan. Daarbij zouden poelen met ondiep water en zelfs droog land tijdelijk zijn gevormd uit nieuw aangevoerde sedimenten.

De tijd tussen de steeds grotere overstromingen kan in sommige gebieden langer zijn geweest, tot vele dagen of weken, afhankelijk van lokale tektonische factoren. Genoeg tijd om dieren die stierven tijdens de eerste vloedgolven weg te laten rotten. De overblijfselen kunnen vervolgens zijn herbegraven en geërodeerd, mogelijk meerdere keren. Tijdens dat proces raakten de resten afgesleten en ze werden door elkaar gegooid. Ook ontwortelde bomen kunnen karkassen hebben verbrijzeld. De overlevende dinosaurussen zouden uiteindelijk bezwijken onder de steeds hogere vloedgolven. Volledig overweldigd door de watermassa’s die zelfs de hoogste gebieden bereikten, werden uiteengerukte, rottende karkassen en hele dinosaurussen meegevoerd in sterke stromingen en begraven onder sediment. Grote hoeveelheden bewegend water zouden een krachtig sorteereffect hebben op de verschillende soorten en afmetingen van restanten.

In feite komt het Genesisverhaal goed overeen met wat er in het Dinosaur National Monument te zien is. De botten van de dinosaurussen worden gevonden samen met andere fossielen, waaronder houten stammen, die lijken te zijn gesorteerd door water. Een paar van de dinosaurussen lijken ter plekke begraven, nadat ze zijn verdronken, terwijl veel van de uiteengescheurde resten eruit zien alsof ze door elkaar zijn gegooid. De textuur van de zandsteen ‘matrix’ (de omringende rots) waarin de dinosaurusbotten zijn gevonden, suggereert het type catastrofale overstromingen en modderstromen die op veel kleinere schaal werden waargenomen tijdens de uitbarsting van Mount St. Helens in mei 1980. Er is tevens sprake van een opmerkelijke afwezigheid van fossiele planten en fossiele aarde in de afzettingen. Al deze gegevens suggereren dat de overblijfselen op grote schaal zijn opgehoopt en getransporteerd en gesorteerd door water.

Mozes had toch gelijk

De nieuwe uniformitaristische opvattingen dwingen ons te geloven in vele plaatselijke overstromingen die steeds dezelfde dieren op dezelfde locatie hebben afgezet, met identieke vulkaanuitbarstingen van uitzonderlijk gewelddadige omvang die spontaan plaatsvonden, telkens wanneer de fossiele overblijfselen werden gedeponeerd. Ze vereisen ook het geloof dat dieren zijn gefossiliseerd in situaties waarin ze heden ten dage niet fossiliseren. Een complicerende factor bij dergelijke interpretaties wordt gevormd door de aanwezigheid van hele, gearticuleerde skeletten. Een meer logische en elegante interpretatie, die alle waarnemingen recht doet, is dat de dieren bij het Nationale Dinosaur Monument werden gedood en begraven door massaal watergeweld dat zich als een enkele gebeurtenis in meerdere fasen heeft gemanifesteerd.

Een onbevooroordeelde lezing van het boek Genesis maakt duidelijk dat de dinosauriërs werden geschapen naast de mens (Genesis 1: 24-31), en dat degenen die niet aan boord van de Ark waren, werden vernietigd in een ramp die de wereld overspoelde (Genesis 7: 21-23). De zondvloed die een jaar duurde, begon toen de “fonteinen van de grote diepte” werden geopend, en ging dus waarschijnlijk gepaard met vulkanische activiteit. De Morrison-formatie, die verschillende staten van Noord-Amerika omvat, en waarvan het Dinosaur National Monument deel uitmaakt, bestaat uit een enorme hoeveelheid waterafzettingen. Het toont gewoon opnieuw een stukje in de geologische puzzel, dat samen met vele anderen over de hele wereld dezelfde boodschap verkondigt, namelijk een wereldwijde zondvloed.

https://creation.com/dinosaur-disarray

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

J. O'Brien (B.App.Sc) heeft een graad in Geoscience van Queensland University of Technology in Australië. Hij heeft gewerkt als exploratie geoloog, laboratorium assistent en leraar. Momenteel is hij parttime verbonden aan Creation Ministries International (Australia).