Informatie speelt in de biologie een belangrijke rol. Biologische processen binnen en tussen levende organismen kenmerken zich door informatie overdracht. Erfelijke informatie is voor een groot deel opgeslagen in het DNA. DNA bestaat uit lange dubbele ketens baseparen die zich laten lezen als een codering. Er zijn vier verschillende basen: Adenine, guanine, cytosine en thymine. Deze baseparen zijn lineair gekoppeld zodat er lange ketens met deze baseparen aanwezig zijn. De volgorde van deze baseparen wordt afgelezen en op grond daarvan worden eiwitten gemaakt of vinden ander regulatieprocessen plaats, en dat zit verrassend complex (en mooi!) in elkaar.

Sequences

De afgelopen jaren is het sequencen van DNA, ofwel het bepalen van de basepaarvolgorde van grote stukken DNA, extreem goedkoper geworden dan het vroeger was. Om deze reden is het mogelijk om van allerlei levende wezens het DNA te sequencen. Als de volgorde van het DNA bepaald is, heeft men ellenlange volgordes aan baseparen vastgesteld. De volgende stap is de analyse van de gegevens. Dit is op dit moment een beperkende factor. Het analyseren van genomen vergt veel rekencapaciteit. Het komt herhaaldelijk voor dat krachtige machines met grote rekencapaciteit nachten aan het rekenen gezet moeten worden om de data te analyseren. Dit is dus informatie die puur opgesloten zit in de basepaarvolgorde. Er zijn veel verschillende analysemethoden en er zijn discussies tussen bio-informatici over de betekenis van de resultaten van de analyses, aangezien verschillende analysemethoden kunnen leiden tot verschillende resultaten. Toch komt door de analyse van de basepaarvolgorde zeer veel waardevolle wetenschappelijke informatie beschikbaar, die ook internationaal gepubliceerd wordt. De informatie die in het DNA ligt opgeslagen, kent een complexiteit die op dit moment nog niet volledig kan worden gehanteerd. Tot voor enkele jaren geleden werd de wetenschap begrensd door het vermogen om de informatie vanuit het DNA te verzamelen. Op dit moment wordt de wetenschap nog steeds niet begrensd door de hoeveelheid informatie die in het DNA aanwezig is (zo van: we weten het allemaal wel zo’n beetje), maar door de capaciteiten van onze analysemethoden. Het DNA blijkt keer op keer complexer, verrassender en rijker te zijn dan gedacht.

Dat de basepaarvolgorde van het DNA informatie bevat, komt tot uitdrukking in de woorden die door wetenschappers gebruikt worden om de processen die spelen rond de opslag en het gebruik van deze informatie in DNA te beschrijven. Ik heb zomaar wat woorden op een rijtje gezet. Voorbeelden zijn: coding, reading, translation, transcription, non-coding, translation initiation, codon, targeting, replication, cloning, copy number (variants), copy choice, recombination, genome coding, expression, genome coding strategies, gene expression control, genome integration sites, genome plasticity, positive sense, genome organization, transcriptional control, posttranscriptional control, DNA repair genes, genetic switches, genome packaging, nucleotide sequences, genetic code, multipartite genomes, transcription control, genome coding strategies, intergenic complementation, intron expression control, transcripts, transposon, non-nucleoside reverse transcriptase inhibitors, transcription factors, open reading frames, origin of assembly sequence, genome arrangement, reverse transcription, signal transducer and activator of transcription, transcription factor, transcription map, translation map, reads, expression, etc. etc.

Geïnteresseerden kunnen bij Wikipedia onder het item desoxyribonucleinezuur (de Nederlandse naam van DNA) meer lezen over de informatie in het DNA. DNA wordt afgelezen, overgeschreven, gekopieerd, vertaald en gerepareerd. Het bevat gedeeltes die ergens voor coderen en gedeeltes die reguleren. Dit zijn stuk voor stuk kenmerken van informatie.

Dat DNA informatie bevat, blijkt onder andere uit het feit dat het op dezelfde wijze geanalyseerd kan worden als humane talen. Het bevat dus bepaalde talige kenmerken. Het opvallende is dat dit juist gezien is voor niet-eiwit-coderende delen, die tot voor kort aangezien werden voor junk ofwel rommel-DNA. Vanzelfsprekend is de opbouw van het DNA niet geheel gelijk aan die van humane talen. Dat is bij humane talen onderling ook niet altijd zo, en humane talen verschillen ook van diertalen.

Dat DNA informatie bevat, blijkt ook uit het feit dat het op wiskundige wijze geanalyseerd kan worden met behulp van algoritmen. Voorbeelden van analysemethoden zijn Shannon en Kolmogorov.

Dat DNA zeer geschikt is om informatie te bevatten, te bewaren en over te dragen, blijkt uit het feit dat het voor ons mensen mogelijk is om willekeurig welk bericht (mits niet te lang) te vertalen in een DNA-streng en deze boodschap als DNA in het DNA van een bacterie te plakken. Als deze bacterie vervolgens gaat delen, kan dit DNA van generatie op generatie overgedragen worden. Onze kleinkinderen kunnen vervolgens dit bericht uit het genoom van het DNA uitlezen en de boodschap ontvangen.

Om kort te zijn: datgene wat in DNA opgesloten zit, ziet eruit als informatie, ruikt naar informatie, klinkt als informatie, smaakt als informatie en als je het analyseert, dan gedraagt het zich als informatie.

Dat DNA en dus de biologie vol informatie zit, is belangrijk, want we kennen geen natuurlijk mechanisme dat leidt tot toename van informatie behalve intelligentie. In een gesloten systeem neemt de hoeveelheid informatie niet toe. Informatie verzamelen kan door natuurlijke, niet-intelligente systemen, informatie compact maken gebeurt, informatie modificeren vindt plaats. Informatie genereren kan alleen een intelligent wezen. De observatie dat het DNA van levende wezens grote hoeveelheden informatie bevat, is daarom voor naturalisten zoals theïstisch evolutionisten een groot probleem. Deze informatie kan niet zonder toevoeging van buitenaf, bijvoorbeeld door een intelligent Wezen, zijn ontstaan. Gelukkig voor theïstisch evolutionisten is er echter een scala aan tactieken om de impact van deze waarneming te verminderen. Van een aantal van deze tactieken wordt in discussies veelvuldig gebruikgemaakt. Hieronder staat een aantal weergegeven zoals ik die de laatste tijd tegenkwam.

Discussietactieken rond informatie

Tactiek 1. Negeer de aanwezigheid van informatie.

In boeken van evolutionisten komt het woord informatie soms niet voor. Als je de index van het boek ‘En de aarde bracht voort’ van Van den Brink erop naslaat, dan tref je dat woord niet aan. Hetzelfde is het geval met het boek ‘De zelfzuchtige genen’ van Dawkins. Het kan natuurlijk zo zijn dat deze auteurs in aangename onwetendheid zijn van de aanwezigheid van informatie in de biologie, maar het zou ook kunnen zijn dat dit aspect vanwege de ingewikkeldheid van de problematiek maar even genegeerd wordt. Aangezien Dawkins bioloog is, denk ik dat de eerste optie voor hem niet waarschijnlijk is.

Tactiek 2. Maak het gebruik van het woord informatie verdacht.

Volgens bepaalde mensen is informatie die niet wiskundig kan worden beschreven, niet meer dan een metafoor. Nu blijkt dat informatie in DNA wel wiskundig te beschrijven is. Het label ‘metafoor’ gaat dus voor DNA niet op. Daarnaast gaat deze visie eraan voorbij dat veel communicatie moeizaam wiskundig beschreven wordt, terwijl we het wel als overdracht van informatie ervaren.

Argumenten die door evolutionisten worden aangedragen, zijn vaak daarop gebaseerd dat men stelt dat informatie maar een vaag en niet-toetsbaar begrip is. Moeilijk te kwantificeren. Daarmee suggereert men dat een ID’er in troebel water vist en opzettelijk vaag is om de onhoudbaarheid van het eigen standpunt te verhullen. Wat men dan niet onderkent, is dat de complexiteit van het verschijnsel de aanwezigheid ervan niet weerspreekt.
Informatie is inderdaad een moeilijk te definiëren begrip dat meerdere kanten heeft, net als het verschijnsel leven. Dat is geen toeval. Volgens prof. Van Bemmel kent informatie de volgende facetten: Informatie kent syntaxis en semantiek en heeft een praktische uitwerking. Er is een stoffelijke component: de drager. En er is een betekenis en een actie die eruit voortvloeit. De aanwezigheid van deze drie facetten is voor DNA eenvoudig vast te stellen en wetenschappelijk geaccepteerd.

Tactiek 3. Stel informatie gelijk aan structuur.

Op de website van ForumC wordt reclame gemaakt voor theïstische evolutie. Dr. Fransen is een voorvechter van deze gedachte. Hij is zowel actief bij ForumC als op zijn eigen webpagina. Op de webpagina van zijn hand getiteld: ‘Kan nieuwe informatie langs natuurlijke weg ontstaan?’, worden beelden getoond van sneeuwvlokken. Deze ijskristallen bevatten een wonderschone structuur. Elk kristal is uniek en prachtig samengesteld. Zoals we weten, worden sneeuwvlokken dagelijks in grote aantallen gemaakt en verdwijnen ze weer. Fransen doet voorkomen alsof die structuur van sneeuwvlokken informatie bevat. Hij stelt gestructureerdheid gelijk aan informatie. Dat is appels met peren vergelijken. Een voorbeeld: Deze tekst is niet erg gestructureerd, maar bevat informatie. Als deze bladzijden gevuld zouden zijn met zinnen als abababababab of abcdcbabcdcba, bevat de tekst veel meer structuur, maar veel minder informatie. Daarnaast is het zo dat met heel weinig informatie bijzonder ingewikkelde structuren tot stand gebracht worden, zoals aangetoond wordt met fractalen.

De sterkste opmerking op de webpagina van ForumC is: het beschrijven van zo’n sneeuwvlok vraagt veel meer ruimte dan het beschrijven van een watermolecuul. Toch bestaan alle sneeuwvlokken uit watermoleculen. Een sneeuwvlok is samengesteld uit miljarden keer miljarden watermoleculen. Vanzelfsprekend vereist een exacte beschrijving van een miljard keer miljard moleculen meer informatie dan van één molecuul. Het beschrijven van de exacte positie van dezelfde aantallen moleculen in een waterdruppel zou nog veel meer informatie moeten bevatten dan van een sneeuwvlok, zeker als er een tijdscomponent in betrokken wordt, aangezien de moleculen in een vloeistof bewegen.

Tactiek 4. Stel kortweg dat informatie zoals aanwezig in DNA anders is en geen betekenis heeft.

Deze strategie komen we tegen op de website van BioLogos, een website van een organisatie in de VS die zich hard maakt voor het verspreiden van theïstisch evolutionair gedachtegoed. Dr. Fransen en ForumC zijn van dit instituut geporteerd. Zonder enige argumentatie stelt men dat informatie zoals aanwezig is in het DNA verschilt van informatie zoals we die waarnemen in communicatie met elkaar en vanuit de omgeving. Normale informatie heeft betekenis, maar informatie in DNA niet: That “meaning” is the information, in this sense of the word. It is fair to question whether natural process can generate this kind of information. But that is not the kind of information in DNA. Men heeft er geen argumenten voor nodig om te stellen dat deze informatie anders is.

Tactiek 5. Maak een eigen definitie van informatie, die alleen geldig is voor DNA.

Dit is een strategie zoals op BioLogos wordt gehanteerd. Nadat gesteld werd dat informatie in DNA anders is dan ‘normale’ informatie, wordt een eigen definitie verzonnen. Deze definitie luidt: In DNA, information means the specific physical states of biomolecules that determine how living organisms function. Als men op internet in wetenschappelijke of niet-wetenschappelijke literatuur naar deze definitie zoekt, dan vindt men die nergens verder terug. Deze definitie is een ad-hoc-construct. Dat deze definitie verder niet gehanteerd wordt, is verklaarbaar. De definitie is wel een geldige uitspraak, maar de beschrijving van het begrip ‘informatie’ is dermate uitgehold dat ze niet functioneel is. Ze mist de meaning.

Tactiek 6. Maak de definitie puur materieel.

Het is opmerkelijk dat een christelijk instituut als BioLogos, dat zegt wetenschap en geloof te willen verbinden, zo veel moeite doet om een definitie te construeren in strikt materiële termen. Ondanks deze moeite is dat in mijn ogen niet geheel gelukt. De niet-fysieke component zit verhuld in het woord ‘determine’. Dit woord kan op twee verschillende manieren worden uitgelegd: als een oorzaak-gevolg-proces of als een opdracht-gehoorzamen-proces. De eerste optie is puur natuurlijk en wetmatig, de tweede bevat een zekere meaning, betekenis of doelgerichtheid. Voor evolutionisten, of ze zich theïstisch noemen of niet, is dat laatste geen optie. Het probleem met deze materialistische definitie is niet alleen dat deze onbruikbaar is; ze zet er ook de deur voor open om andere informatie in de biologie in materiële termen te beschrijven.

Als we stellen: In DNA, information means the specific physical states of biomolecules that determine how living organisms function, hoe geldt dat dan voor de informatie die onze ogen bereikt en daar leidt tot actiepotentialen die vervolgens door onze oogzenuw naar onze hersenen worden geleid? Zijn dat dan ook niet maar ‘physical states of biomolecules that determine which cells in our brain are stimulated’?

Hoe zit het dan met onze hersenen? Zijn wij dan toch ons brein, zoals dr. Swaab stelt? De informatie in ons hoofd ligt tenslotte ook ergens op een of andere manier vast in biomoleculen? Welke reden is er om niet te zeggen: ‘In our brain, information means the specific physical states of biomolecules that determine how we react’?

Is dan ook al onze kennis van God niet meer dan ‘the specific physical states of biomolecules that determine how we react upon God’? Is godservaring een illusie? Kortom: als informatie in DNA geheel materieel wordt gedefinieerd, is er geen reden om informatie in relatie tot andere processen in levende wezens als immaterieel te beschouwen, en dreigen ons wereldbeeld, mensbeeld en dus ook Godsbeeld puur materieel te worden.

Tactiek 7. Stel informatie gelijk aan de fysieke drager ervan.

In de biologie wordt DNA niet zelf als informatie gezien, maar als de drager ervan. Net zoals een boek zelf geen informatie is, maar de drager ervan. Evolutionisten doen het echter voorkomen alsof ID’ers denken dat DNA zelf informatie is, en gaan dat vervolgens ontkrachten. Dr. Fransen heeft daar een mooi voorbeeld van. Hij stelt: “Het praten over DNA in termen van ‘informatie’ is overigens niet geheel terecht. DNA is geen ‘informatie’, maar een biologisch molecuul dat in een specifieke context bepaalde processen in gang kan zetten. Het volgt de wetten van de biochemie en niet die van de informatiewetenschap. Buiten de biologische context is DNA gewoon een snotterig molecuul.” De zinnen zijn op zichzelf correct. DNA IS geen informatie. Maar met betrekking tot de vraag of DNA informatie bevat, is wat Fransen hier zegt, van a tot z incorrect. Met de laatste zin: “Buiten de biologische context is DNA gewoon een snotterig molecuul”, wil Fransen wellicht suggereren dat iets wat snotterig is geen informatie kan bevatten. Ik weet niet of hij ooit hersens in zijn handen gehad heeft. Ik kan hem verzekeren: Buiten de biologische context zijn hersenen gewoon een snotterige substantie. Toch is er geen enkele twijfel dat die snotterige substantie een schat aan informatie kan bevatten.

Tactiek 8. Ontken dat er zoiets bestaat als een genetische code.

Het is al tientallen jaren onder biologen gemeengoed om over de genetische code te spreken. De inhoud van een groot deel van de genetische code is algemeen bekend. Evolutionisten schermen in discussies met creationisten met het bestaan van een universal genetic code, dat een bewijs van gemeenschappelijke afstamming zou zijn. Loren Haarsma van BioLogos negeert deze feiten en beweert: “DNA is not a symbolic code like a language or even a computer code. It is not composed of symbols that mean something else—the As, Ts, Gs, and Cs are the symbols we use to describe its molecular structure.” Mooi. Het laatste deel van de bijzin is correct, maar irrelevant voor de hoofdzin.

Tactiek 9. Doe alsof informatie synoniem is met complex en maak handig gebruik van de dubbelzinnigheid die in het woord ‘complex’ ligt opgesloten.

In onze taal en ook in het Engels, kan het woord complex op meerdere manieren worden opgevat. Complex kan betekenen dat iets ingewikkeld is. Zo spreekt men van een complex probleem, als het een probleem is dat moeilijk oplosbaar is. Intuïtief heeft men de associatie met informatie. Iets wat complex is, heeft of vereist informatie. In de chemie en biologie is er echter ook een andere definitie van een complex. Een complex is daar het geheel van twee moleculen die zich aan elkaar hebben gebonden. Veel moleculen kunnen aan andere moleculen binden en zo complexen vormen. Als dit grootschalig gebeurt, kan dit leiden tot zeer lange strengen of grote netwerken van moleculen. Er worden woorden gebruikt als assemblage of zelf-assemblage om een dergelijk proces te beschrijven. Dit heeft niet met informatie te maken. Een voorbeeld: Zoals hierboven beschreven, is ‘snotterigheid’ voor Fransen een argument tegen informatie. Hersenen zijn van zichzelf snotterig. Hier is wel wat aan te doen. Als hersenen gefixeerd worden in formaline (op sterk water gezet worden), dan wordt het materiaal stevig. Dit komt doordat de formaline ervoor zorgt dat er dwarsverbindingen tussen de eiwitten in de hersenen ontstaan. Complexvorming dus. Daarbij wordt geen informatie toegevoegd. Erger nog, er gaat informatie verloren doordat de oorspronkelijke structuur van de eiwitten (conformatie) verstoord wordt.

Tactiek 10. Beweer dat een toegenomen functie hetzelfde is als toename van informatie.

Dennis Venema van BioLogos stelt bij de beschrijving van een experiment met E. coli-bacteriën eenvoudigweg: In order to confirm that the new variants indeed represented increases in function (and thus, an increase in “information”) the evolved variants were tested head-to-head against their revivified ancestors. Zie eens aan, als een nakomeling door mutatie en selectie beter aangepast is aan de omgeving, dan is er sprake van toename van informatie? Een zwarte berkenspanner bevat meer informatie dan een zwart-wit gevlekte berkenspanner? Het ‘and thus’ is incorrect.

Tactiek 11. Doe alsof zelflerende systemen op natuurlijke wijze ontstaan kunnen zijn en doe alsof lerende systemen informatie genereren.

Wij mensen zijn in staat om zelflerende systemen te maken. Dit vindt vaak plaats bij kunstmatige intelligentie en kan worden toegepast in robots. Als zo’n systeem met informatie wordt gevoed, is het systeem in staat om zich daaraan aan te passen. Onderzoekers suggereren dat in de natuur systemen aanwezig zijn die kenmerken vertonen van zelflerende systemen. Nu beweert men bij BioLogos alsof er geen intelligentie voor nodig is om een zelflerend systeem te creëren en gaat men vervolgens zeggen dat zo’n systeem informatie genereert. Men negeert even dat in een gesloten systeem de informatie niet kan toenemen en dat een zelflerend systeem met informatie moet worden gevoed en dus een open systeem moet zijn.

Tactiek 12. Beweer dat randomisatie informatie genereert.

Loren Haarsma beschrijft dat hij zich tijdens zijn studie vermaakte met een screensaverprogramma dat verschillende symbolen, die atomen verbeeldden, random tevoorschijn liet komen en steeds enkele stapjes liet verschuiven. Dit deed hij gedurende meerdere dagen. Aan het eind van een dag werd de actuele stand van zaken vastgelegd en gebruikt als uitgangspunt voor de volgende dag. Zijn stelling was: Random events can accumulate to turn simple, uniform environments into highly variable environments requiring a lot of information to describe. Deze bewering is glibberig. Haarsma zegt namelijk niet dat de hoeveelheid informatie toeneemt. Hij zegt dat de hoeveelheid informatie die nodig is om de situatie te beschrijven, toeneemt. Dat is een groot verschil. Het beschrijven van een informatieloze, willekeurige getallenreeks vergt namelijk meer informatie dan het beschrijven van een informatievolle boodschap. Daarnaast kan in zijn simulatie de hoeveelheid informatie die nodig is om de situatie te beschrijven, alleen maar toenemen als in eerste instantie de situatie zeer eenvoudig beschreven kon worden. Haarsma begon met een leeg scherm en liet geleidelijk steeds meer symbolen in het veld verschijnen. Dat zorgt voor een gevarieerde omgeving. Haarsma suggereert dat random processen informatie genereren. Dat is evident onwaar. Als een volleerd goochelaar haalt Haarsma opzichtig het konijn uit de hoge hoed, dat hij er zelf ingestopt heeft.

Tactiek 13. Beweer dat verandering van informatie hetzelfde is als het creëren van informatie.

Honden zijn genetisch verschillend van de wolf, waar ze van afstammen. In de loop van de tijd heeft de mens door gebruik te maken van bestaande variatie bij de wolf, maar ook van variatie als gevolg van veranderingen in genetisch materiaal (mutaties) en door kunstmatig te selecteren, het brede scala aan huidige hondenrassen laten ontstaan. Dat DNA aan verandering onderhevig is, wordt bij zeer veel soorten waargenomen. Evolutionisten beweren nog wel eens dat verandering van informatie hetzelfde is als toename van informatie.

Tactiek 14. Beweer dat afname van informatie hetzelfde is als toename van informatie.

Dit gaat verder dan de vorige strategie. Less is more. Dennis Venema weet aanstekelijk te verhalen hoe in het genoom van de slang te zien is dat de voorouders van dit dier vroeger vier poten hadden, maar dat de slang genetische informatie verloren is, waardoor hij geen poten meer vormt. Om twee redenen is dit voorbeeld opmerkelijk. Ten eerste is het opmerkelijk dat een medechristen kennelijk zo ver van de eenvoudige kennis van de Bijbel verwijderd is, dat hij niet de overeenstemming ziet met het lot van de slang in Genesis 3. Ten tweede vereist het wel duidelijk een bepaalde vooringenomenheid en lenigheid van geest om uit verlies van informatie, bewijs voor toename van informatie af te leiden.

Tactiek 15. Beweer dat overdracht van informatie leidt tot toename van informatie.

Overdracht van informatie is belangrijk voor het behoud van informatie. Geen enkele drager van informatie in de natuurlijke wereld, ook DNA niet, is onsterfelijk. Bij het vergaan van de drager, zou ook de informatie zelf verloren gaan als die niet overgedragen wordt. Dit vindt plaats door overdracht op het nageslacht. Er is echter ook sprake van horizontale overdracht. Bacteriën kunnen relatief eenvoudig informatie overdragen van de ene bacterie naar de andere, zelfs als die van een andere soort is. Daarbij neemt de informatie niet toe, maar wordt ze slechts verspreid. Toch wordt dit door evolutionisten wel als argument voor toename van informatie gebruikt.

Tactiek 16. Beweer dat genduplicatie en -modificatie leidt tot het ontstaan van informatie.

Dr. Fransen doet een aantal opmerkelijke uitspraken. Hij zegt: Er ontstaat geen ‘nieuwe genetische informatie’. Evolutie laat geen genen uit het niets verschijnen, maar bouwt altijd voort op wat er al is. Maar er zijn verschillende mechanismen voor het verdubbelen van genen. Zo’n extra kopie van een gen kan zonder problemen muteren. Het mooie van zijn uitspraken is: hij heeft volkomen gelijk. Dat is de reden dat er dus geen evolutie is geweest van slijmerig eencellig diertje naar de mens. Toch denkt Fransen wel dat al het leven afkomstig is uit een soort van oercel die op natuurlijke wijze voortgebracht werd in een borrelende oerzee. Hij denkt namelijk dat nieuwe genen met nieuwe informatie gevormd worden doordat een gen kopieert en dat de kopie extra informatie gaat bevatten en een andere functie krijgt. Een functie die er voor die tijd nog niet was.

Op de website van het Logos Instituut reageerde ik in het artikel ‘Zijn genduplicaties de motor van innovatie?’1 op commentaar van dr. Gerdien de Jong en heb ik laten zien dat er geen bewijs is dat kopiëren van genen en het daaropvolgend muteren van het gen, genen met nieuwe functies genereert. Wel gebeurt het dat gemuteerde duplicaten een ietwat gemodificeerde functie uitoefenen ten opzichte van het oorspronkelijke gen. De kans dat uit kapotmuterende genen goedwerkende genen met een andere functie ontstaan, benadert de nul. Er is zowel empirisch als rationeel geen reden aan te nemen dat alle genen voor alle functies van alle levende wezens door duplicatie en modificatie zijn ontstaan uit een enkel oergen, wat de bewering van Fransen impliceert.

Als men evolutionist wil zijn, heeft men hier zestien tactieken om de eigen visie te ondersteunen. Men heeft dan de Bijbel niet mee, men heeft de wetenschap niet mee, men heeft zijn of haar logisch denkvermogen niet mee. Toch denk ik dat deze zestien technieken nog gebruikt zullen worden, totdat de tijd daar is dat Christus terugkomt. Hij Die zegt: ‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw.’ Daar zien we naar uit. Toch?

Voetnoten

  1. https://logos.nl/genduplicaties-motor-innovatie/.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Informatie speelt in de biologie een belangrijke rol. Biologische processen binnen en tussen levende organismen kenmerken zich door informatie overdracht. Erfelijke informatie is voor een groot deel opgeslagen in het DNA. DNA bestaat uit lange dubbele ketens baseparen die zich laten lezen als een codering. Er zijn vier verschillende basen: Adenine,

...
Read more