‘Zoals een arend zijn nest opwekt, boven zijn jongen zweeft, zijn vleugels uitspreidt, ze pakt en ze draagt op zijn vlerken, zo heeft alleen de HEERE hem geleid, er was geen vreemde god bij hem’ (Deut. 32:11-12 HSV).

Vraag

Ik wil graag een antwoord vinden op wat in Deuteronomium 32:11 staat vermeld. Zelf heb ik al heel wat gezocht zonder resultaat. Wat van de arend hier verteld wordt, lijkt niet te kloppen. Geen enkele arend vangt zijn jong op tijdens zijn eerste vlucht. Er zijn over dit vers heel wat leuke dingen verteld, maar dat zou dan niet stroken met de werkelijkheid. Ik wil niet twijfelen aan wat de Bijbel zegt, maar wil wel graag duidelijkheid. Zelf heb ik al gedacht dat het hier over een uitgestorven soort zou kunnen gaan, maar ook dat is dan weer een veronderstelling. Kan hierover wat meer gezegd worden?

Antwoord

In het algemeen geldt dat we niet te snel moeten denken dat een bepaalde Schriftplaats niet klopt. Soms blijkt pas na jaren dat een bepaalde waarneming die achter een bepaalde Schriftplaats zit, toch inderdaad kan worden gedaan. Dat geldt bijvoorbeeld voor het ‘herkauwen’ van konijn en haas. Een ander voorbeeld is Spreuken 6:6-8. De mieren hier genoemd kennen wij in Nederland niet: dit slaat op bepaalde mieren uit het Midden-Oosten. Ook van die tekst werd gedacht dat die niet zou kloppen… Wat betreft de arend uit Deuteronomium 32:11 lijkt de zaak niet zo simpel te zijn. De informatie die ik kan vinden, is wat tegenstrijdig.

1. Op de website ‘Zoo and Torah’ las ik echter dat er inderdaad verslagen zijn van arenden die hun jongen op de rug dragen. Een vogelkenner schrijft als volgt:

‘Many ornithologists have thought that the Bible picture of an eagle carrying her young was merely figurative, but in recent years certain reliable observers have actually seen a parent bird let its young rest for a moment on the feathered back – especially when there was no other roosting place in sight. When an eagle nests on the ledge of a sheer-walled canyon, many feet above the earth, with no jutting tree or protruding rock to break the fall, the quick movement of a mother bird to offer her own back to a frightened fledgling may be the only way to let it live to try its wings again’. (V.C. Holmgren, Bird Walk Through The Bible [New York: Dover Publications 1988] p. 98)
One report of this behaviour is as follows: ‘Our guide was one of the small company who have seen the golden eagle teaching the young to fly. He could support the belief that the parent birds, after urging and sometimes shoving the youngster into the air, will swoop underneath and rest the struggler for a moment on their wings and back. (…) Our guide, when questioned, said that every phrase of the verse [Deut. xxxii, II] (which was new to him) was accurate, save the first; he had seen it all except the stirring up of the nest’. (W.B. Thomas, Yeoman’s England [1934], pp. 135-6) Another report concerning the golden eagle comes from Arthur Cleveland Bent, one of America’s greatest ornithologists, on the authority of Dr. L. Miller: ‘The mother started from the nest in the crags and, roughly handling the youngster, she allowed him to drop, I should say, about ninety feet; then she would swoop down under him, wings spread, and he would alight on her back. She would soar to the top of the range with him and repeat the process. Once perhaps she waited fifteen minutes between flights. I should say the farthest she let him fall was a hundred and fifty feet. My father and I watched him, spellbound, for over an hour’. (A. C. Bent, Bulletin of the Smithsonian Institution CLXVII [1937], 302) (Note to the reader: I would be indebted to anyone who can obtain a copy of this article for me, or who knows of any other reliable reports of such behaviour.)

Uit bovenstaande citaten blijkt in elk geval dat het niet gaat om ’dragen op de vleugels’, maar ’uitspreiden van de vleugels om onder het jong te komen en het op de rug op te vangen’. Het is niet makkelijk na te gaan in hoeverre deze informatie klopt, maar het is niet de eerste keer dat ik zoiets heb gelezen.

2. Er wordt soms in andere zin over geschreven: bijvoorbeeld dat de ouder-vogel het jong haar eigen bewegingen laat nadoen (dat dan dus de vleugels van het jong het jong gaan dragen). Meestal is het ook niet nodig om het jong op te vangen: in het nest oefent het immers de vleugelspieren en op het moment dat het jong het nest uitspringt en de vleugels uitslaat, zal het door die vleugels gedragen worden.

3. De tekst van Deuteronomium 32:11 lijkt toch te duiden op Gods zorg voor Zijn volk – vgl. het ‘onder u zijn eeuwige armen’ van Deuteronomium 33:27 en het ‘op arendsvleugels gedragen worden’ van Exodus 19:4.

In een passage van een masterscriptie vinden we een volgende conclusie:

‘Deuteronomium 32:10-12 laat dus geen God zien die Zijn volk ‘vlieglessen’ geeft om een zelfstandig leven te leiden. Het tegendeel is waar. Waar volgens de klassieke uitleg van de tekst Israël het uiteindelijk zelf zal moeten doen en het ideale beeld is dat zij de ondersteuning van hun God niet meer nodig zullen hebben – hoewel God hen op zal vangen wanneer dat wel nodig is – spreekt de tekst juist van Gods voortdurende bescherming (v. 10, 11a) en leiding (v. 11b, 12). Israël hoeft het niet alleen te doen, er is een God die hen beschermt en draagt.’

Belangrijk ook is de vraag hoe de tekst precies vertaald moet worden. Conclusie: geen sluitend antwoord!

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Rechtstreeks. De volledige bronvermelding luidt: Fieggen, K., 2018, Draagt de arend het jong?, Rechtstreeks 15 (7/8): 3 en 12 (PDF).

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Ir. K. Fieggen studeerde in Wageningen en geeft alweer zo’n veertig les in biologie, science en algemene natuurwetenschappen. Voor die vakken heeft hij lesmateriaal geschreven, o.a. de methodes Antwoord en Kepler voor algemene natuurwetenschappen. Recent schreef hij een boek over wetenschap, oorsprong en de Bijbel met als titel: "In de voetsporen van Kepler" en vorig jaar is van zijn hand een commentaar op het Bijbelboek Hebreeën verschenen. Hij geeft lezingen over Bijbelse onderwerpen en over de relatie wetenschap en de Bijbel.