Het is het jaar 879 na Christus. Op een vlakte in het huidige bisdom Keulen (Pont) is een open terrein. Hier leeft een groot en verschrikkelijk dier dat veel materiële schade aanricht. Het brult angstaanjagend en roept de woorden „Gelre, Gelre, Gelre.”

Elke avond heeft de heer van Pont in zijn landgoed last van het dier. Ook de bewoners van dit gebied durven zich niet meer op straat te begeven. De heer van Pont is het zat. Hij besluit actie te ondernemen en roept zijn twee zoons bij zich. In opdracht van hun vader sluipen ze ’s nachts naar het dier en doden het. Het volk haalt opgelucht adem en draagt de heer van Pont voortaan op handen. Op de plaats waar het dier verslagen is stichten de vader en zijn zoons een nieuwe stad en noemen die Gelre (later Geldern). Ook het bekende vorstendom Gelre wordt naar dit dier vernoemd.

Wereldwijd zijn er talloze van dit soort drakenverhalen. Dat deze draken tot de verbeelding spreken blijkt wel als je het recent verschenen boek Draken leest, dat geschreven is onder redactie van Peter Nissen en Sanne Verdonck. Hierin staan verschillende, voor het grootste deel Europese, drakenverhalen en beschrijvingen van drakenkunst. Het Nederlandse woord ‘draak’ is terug te voeren tot het Griekse drakon, wat ‘grote slang’ betekent. In de verhalen gaat het dan veelal om een groot dier dat zelfs in staat is olifanten te doden. De auteurs nemen aan dat het in deze verhalen niet om echte dieren gaat, maar om fabeldieren die vooral in de middeleeuwen de duivel en het kwaad symboliseerden. Ook in het hoofdstuk over ‘de draak in de Bijbel’ wordt aangegeven dat het om symbolische taal gaat. Is er volgens de auteurs dan geen enkel aanknopingspunt met de realiteit? Zou de draak niet naar een echt dier kunnen verwijzen? Toch wel.

In het eerste hoofdstuk worden levende ‘draken’ in de natuur beschreven (zoals de komodovaraan) en de auteurs geven aan dat verschillende verhalen mogelijk van dergelijke dieren zijn afgeleid. Helaas wordt er in het boek niet ingegaan op de creationistische uitleg van drakenverhalen. Veel creationisten stellen namelijk dat drakenverhalen historische gebeurtenis
sen beschrijven maar uiteraard ook veel mythische fantasieën bevatten. Deze verhalen moet je dus niet letterlijk nemen maar er zit wel een kern van waarheid in. En die kern is dat de drakenverhalen afkomstig zijn uit een tijd dat de mens samen met de dino’s op aarde rondliep. Vleesetende dino’s maakten de streek onveilig. Als iemand zo’n dino doodde moest dat wel een dappere held zijn. Zo ontstonden drakenverhalen.

Dat deze creationistische uitleg niet in het boek wordt genoemd komt wellicht doordat de auteurs uitgaan van de vooronderstelling dat de dinosauriërs al ruim 60 miljoen jaar voor de komst van de mens zijn uitgestorven. Dino en mens kunnen dus nooit met elkaar in contact zijn gekomen. Dat de creationistische uitleg niet in dit verder lezenswaardige boek aan de orde komt, is een groot gemis.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Weet Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Meerten, J.W. van, 2016, Drakenverhalen, Weet 41: 15.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.