Tom Bethell was redacteur bij enkele gerenommeerde Amerikaanse tijdschriften en is bekend om zijn publicaties op de terreinen van politiek en wetenschap. In Darwins kaartenhuis doet hij verslag over het evolutiedebat en dat vooral aan de hand van ontmoetingen met leidende wetenschappers en denkers. Hij laat zien dat het empirisch bewijsmateriaal voor evolutie vaak flinterdun is en meer dan eens geheel ontbreekt. De theorie is in belangrijke mate gebaseerd op de open gaten en leemten in het bewijsmateriaal.

Hij geeft aan dat de wetenschapsfilosoof Karl Popper zich afvroeg of de evolutieleer wel een wetenschappelijke theorie is. Kenmerkend voor een wetenschappelijke theorie is dat hij in principe gefalsificeerd kan worden. Is dat niet het geval dan is er sprake van een metafysisch uitgangpunt dat aan wetenschap voorafgaat. Volgens Popper is bij de evolutieleer dat laatste het geval. Onder zeer zware druk heeft hij deze bewering min of meer teruggetrokken, maar de kracht ervan blijft staan.
Bethell vraagt aandacht voor de nog steeds groeiende beweging van Intelligent Design. Nu zou je kunnen zeggen dat ook dit een metafysisch uitgangspunt is. Iets wat Bethell feitelijk nalaat aan te geven. Dan nog blijft staan dat het wel een uitgangspunt is dat meerdere empirische gegevens beter kan plaatsen dan de evolutieleer. Onder andere het fossielarchief, natuurlijke selectie, gemeenschappelijke afstamming en informatietheorie passeren de revue.

Ten onrechte werd in het onlangs verschenen boek En God zag dat het goed was door bijna alle medewerkers de indruk gewekt dat de evolutieleer onweerlegbaar is. Echter de evolutieleer is geen feit, maar een interpretatie van de feiten. We moeten ook goed beseffen dat dat de meeste Nederlandse theologen uit de gereformeerde gezindte op wereldniveau eerder tot de liberale linkervleugel van de evangelicals kunnen worden gerekend dan dat zij als confessing evangelicals kunnen worden getypeerd. Dat betreft niet alleen de visie op evolutie maar ook andere centrale thema’s uit de gereformeerde belijdenis. Dat komt terug in de bundel En God zag dat het goed was.

Zeker is dat de evolutieleer niet kan verklaren waarom de werkelijkheid hoe dan ook bestaat. Evenmin is zij bij machte de oorsprong van het leven te verklaren. Evolutie gaat namelijk al van het ontstaan van leven uit. De afstand tussen het hoogst ontwikkelde dier blijft bij alle uiterlijke overeenkomsten en ook die op het DNA-niveau voor de evolutieleer een mysterie. We moeten dan het denkvermogen en de taalvaardigheid van de mens noemen.

Bethell heeft tal van wetenschappers gesproken. Dat maakt wel duidelijk, dat er ook niet-christelijke wetenschappers zijn die zwakten en leemten in de evolutieleer onderkennen. Jammer vond ik dat ik de naam van James Tour niet tegenkwam. Deze geseculariseerde Jood kwam als jongeman tot de overtuiging dat Jezus de Christus en de Zoon van God is. Hij behoort nu tot de top van wetenschappers met wereldfaam, maar aanvaardt niet de evolutieleer. Wie zijn naam op internet intikt, komt op het spoor van boeiende interviews en bijdragen van een topwetenschapper die zich niet schaamt voor Christus. Het kan een mooie aanvulling zijn op het boek van Bethell.

Dit boek wordt ook in onze webshop te koop aangeboden.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website van dr. De Vries. Het originele artikel is hier te vinden.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. P. de Vries werd op 23 april 1956 geboren te Kinderdijk (gemeente Nieuw-Lekkerland) in de Alblas­serwaard. Van 1974 tot 1981 studeerde hij the­ologie en Semitische talen aan de Rijks­universi­teit van Utrecht. Het kerkelijk exa­men werd in 1980 afgelegd en het doctoraal examen (oude stijl) in 1981 met als hoofdvak gereformeerde theolo­gie en als bijvakken Oude Testament en Nieuwe Testament. In 1999 promoveerde hij aan de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken te Apeldoorn. De titel van zijn dissertatie luidde Die mij heeft liefgehad. De gemeenschap met Christus in de theologie van John Owen (1616-1683). In 2010 promoveerde hij voor de tweede maal aan de Universiteit van Amsterdam op een dissertatie met als titel De heerlijkheid van JHWH in het Oude Testament en wel in het bijzonder in het boek Ezechiël. Daarnaast verschenen van zijn hand meerdere boeken. Twee daarvan gaan over de apologetische betekenis van Cornelius van Til en Alvin Plantinga. Sinds september 2005 is hij docent bijbelse theologie en hermeneutiek aan het Hersteld Hervormd Seminarium verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Van 2005 tot 2009 gaf hij daar ook apologetiek. Vanaf november 2011 is hij daarnaast parttime predikant van de Hersteld Hervormde Gemeente te Boven-Hardinxveld.