Christenen kijken er al bijna 2000 jaar naar uit: de Nieuwe Aarde. In Zijn openbaring aan de apostel Johannes belooft Jezus dat, als Hij is teruggekomen, er een Nieuwe Hemel en Nieuwe Aarde zullen komen. Maar niet alleen christenen verwachten een nieuwe aarde. Ook medewerkers van NASA zijn op zoek naar een nieuwe aarde. Vorige week verscheen er nog een bericht in de media over een aardachtige exoplaneet.1 Hoe zit dat nu? Bestaat er echt een tweede ‘aarde’, ergens ver weg in de ruimte? Laten we eerst eens naar de feiten kijken.

Exoplaneet

De nieuwe planeet heet Kepler-452b. Het is de eerst ontdekte planeet (b) die om de 452e ster draait waaromheen de Kepler telescoop een planeet heeft gevonden. Volg je ‘m nog? De term exoplaneet komt van extrasolar planet en duidt een planeet aan die om een andere ster draait dan onze zon. Sinds de ontdekking van de eerste exoplaneet in 1995 zijn er al heel wat gevonden.

SETI

Exoplaneten zijn vooral in trek bij een spin-off van NASA: SETI, the Search for ExtraTerrestrial Intelligence (de zoektocht naar buitenaards intelligent leven; om de een of andere reden klinkt SETI toch beter dan ZBAL, dus laat ik de Engelse term gewoon staan). Dat komt omdat SETI hoopt dat er op andere planeten, ver bij ons vandaan, ook leven is ontstaan en geëvolueerd. Dat leven niet vanzelf kan ontstaan2 maakt voor de SETI-medewerkers blijkbaar niet uit. Maar hoe weten ze nu of er een planeet om een ster draait? Sommige sterren zijn zelfs met een gewone telescoop amper te zien. En sterren stralen licht uit, planeten niet.

Dimmer

800px-planetary_transit-svg

De lichtintensiteit van de ster neemt af als de planeet ervoor schuift. Afbeelding door Nicola Smolenski, Creative Commons

De planeten in ons zonnestelsel draaien allemaal in hetzelfde vlak om de zon heen. Als je vanaf een afstandje naar de zon zou kijken, en je zou in hetzelfde vlak staan als de planeten, dan zullen de planeten zich op een gegeven moment tussen jou en de zon bevinden. Een gedeelte van het zonlicht wordt tegengehouden door de planeet. Daardoor neemt de intensiteit van het zonlicht ietsjes af, alsof iemand de dimmer van een lamp even wat lager draait en dan weer terug zet. Die lichtintensiteit kun je meten, ook bij verafgelegen sterren. Wanneer die lichtintensiteit dus wat afneemt, kun je – op basis van hoe lang dat duurt, met hoeveel procent de lichtintensiteit afneemt en wat de periode is tussen twee opeenvolgende afnames, om maar een paar factoren te noemen – berekeningen maken over hoe groot de planeet is en hoe dicht deze bij zijn ster staat. Dat is een lastig proces, want er zijn ook andere factoren die een rol kunnen spelen. Lang niet alle sterren zijn zo stabiel als onze zon. Als de lichtintensiteit van een ster afneemt, kan dat zijn omdat de ster zelf minder licht uit gaat zenden. Sommige sterren zijn ook dubbelsterren, dat betekent dat er twee sterren om elkaar heen draaien, vaak van verschillende lichtintensiteit. En dan kan het ook nog eens zijn – kleine kans, dat wel – dat er een object in ons zonnestelsel voor de telescoop langs vliegt die een ster dimt. Al die factoren moeten er uit gefilterd worden.

Goudlokje

452b_system_comparison

De bewoonbare zone (groen). Van boven naar beneden: Kepler-186, Kepler-452, onze zon. Afbeelding van NASA/JPL-CalTech/T. Pyle

Wat dus wordt gemeten is dat het licht van een ster even dimt en dan weer helderder wordt. Het is nogal een grote stap tussen het dimmen van een ster en zeggen dat het komt door een tweede aarde. De planeet die voor een ster langs suist moet de goede grootte hebben (als het een hele grote planeet is, is het waarschijnlijk een gasreus) en in het goede gebied zitten: de bewoonbare zone (Engels: habitable zone). Dat is een zone tussen twee denkbeeldige cirkels om de ster heen, waar vloeibaar water kan zijn. Dichterbij is het te warm en verdampt al het water, verder weg bevriest het. Net als met het sprookje van Goudlokje: de ene kom pap (planeet) was te warm, de andere te koud, en weer een andere was precies goed. Dit wordt in de wetenschap(!) ook wel het Goudlokje-principe genoemd.

Tweede Aarde

kepler-4521

“Hoewel er op de artistieke impressie (…) wolken en water te zien zijn op het oppervlak van de exoplaneet, is de aanwezigheid hiervan nog niet bevestigd door wetenschappers.” Afbeelding van NASA/JPL-CalTech/R. Hunt

Op basis van de berekeningen kon men dus vaststellen dat het in het geval van Kepler-452b om een rotsachtige planeet moet gaan die in de bewoonbare zone van zijn ster is. En dat er dus mogelijk vloeibaar water aanwezig is. En water is een belangrijk ingrediënt voor leven. Je zult in dit soort berichtgeving altijd zien dat water gelijk wordt gesteld aan leven. Water op Mars = leven op Mars. Water onder het ijs van Jupiters maan Europa = leven op Europa. Mogelijk water op Kepler-452b = leven op Kepler-452b. Daar springen de media natuurlijk bovenop. Dat kun je ook zien aan de artists impressions die er gemaakt worden. Scientias.nl schrijft er over: “Hoewel er op de artistieke impressie (…) wolken en water te zien zijn op het oppervlak van de exoplaneet, is de aanwezigheid hiervan nog niet bevestigd door wetenschappers.”3 Waar ligt de grens tussen voorspellingen en wishful thinking? Tussen artistieke vrijheid en misleiding? De werkelijkheid is altijd minder rooskleurig en minder eenvoudig dan wetenschappelijke modellen en voorspellingen – ook modellen en voorspellingen gebaseerd op de Bijbel.

Buitenaards leven

Het lijkt wel alsof de seculiere media er een sport van maken om de Bijbel zo veel mogelijk onderuit te halen. Want van Kepler-452b wordt gezegd dat deze planeet al 6 miljard jaar om z’n ster zou draaien. En dat betekent dat leven daar dus langer de tijd heeft gehad om zich te ontwikkelen dan op aarde. Over buitenaardse intelligentie zal ik in de toekomst nog wel eens wat schrijven. Voor nu volstaat het om te verwijzen naar de oorsprong van het leven. Want als elders in het heelal leven wordt ontdekt, dan zijn er nu twee plekken waarvan we weten dat leven daar niet vanzelf kan zijn ontstaan. En dat maakt het probleem voor evolutie en abiogenesis alleen maar groter. We zullen het mogelijk nooit zeker weten, of er water en leven is op Kepler-452b. De planeet ligt namelijk op zo’n 1400 lichtjaar van de aarde. Niet echt bij de deur, dus.

Shalom,

-GJ

Voetnoten

  1. http://www.nu.nl/wetenschap/4093996/nasa-ontdekt-planeet-buiten-zonnestelsel-lijkt-aarde.html
  2. Zie mijn eerdere artikel over het ontstaan van het leven
  3. http://www.scientias.nl/aardachtige-exoplaneet-gevonden-die-om-zonachtige-ster-draait

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Gert-Jan van Heugten

Written by

Gert-Jan van Heugten is ir. in de scheikundige technologie en schrijft en spreekt regelmatig over schepping en evolutie. Lees meer van en over hem op zijn eigen site: waaromschepping.nl Gert-Jan is in 2006 tot geloof gekomen omdat hij overtuigende argumenten te zien kreeg vóór het Bijbelse scheppingsverhaal, en tegen het evolutieverhaal. Sindsdien is hij er van overtuigd dat de Bijbel van kaft tot kaft een betrouwbaar beeld van de geschiedenis weergeeft. Vier jaar en een hele hoop boeken, DVD's, lezingen en discussies later is hij begonnen met het verzorgen van presentaties over schepping en evolutie. In 2011 ben is hij als vrijwilliger bij Weet Magazine terecht gekomen, waar hij sinds 2012 met veel plezier in de redactie zit. Na het behalen van zijn ir./M.Sc. titel in 2013 heeft hij het Naventure trainingsjaar gevolgd bij de Navigators. In de zomer van 2014 heeft hij besloten voor zichzelf te beginnen en Waarom Schepping naar een hoger niveau te tillen. Gert-Jan gaat meestal naar een PKN gemeente in Eindhoven, maar beschouwt zichzelf als 'non-denominational'. Hij kan zich helemaal vinden in de uitspraak van Kees Kraayenoord: "Ik ben eigenlijk een gereherformeerde evanpinksterbaptoliek."

24 Comments

Wilco Oelen

Ik ben het eens met Jeroen Lansink. In een andere reactie op het artikel over het ontstaan van het leven ga ik daar al uitgebreider op in. Het al dan niet geloofwaardig zijn van de evolutietheorie en de vraag of leven wel of niet spontaan kan ontstaan zijn losstaande vragen.

Voor mij zou het zo zijn, dat als er leven wordt ontdekt op een exoplaneet, dat het dan blijkbaar toch niet zo heel bijzonder is dat er leven is. Als we het ergens anders in het “nabije” heelal zouden ontdekken dan zou dat een sterke aanwijzing zijn voor abiogenese. Het zal echter niet veel zeggen over de evolutietheorie, want daarvoor zitten wij simpelweg te ver weg, we zullen niet kunnen waarnemen hoe dat leven er uit ziet, we kunnen hoogstens de “vingerafdruk” van dat leven op zijn planeet waarnemen (ook dat kan nu nog niet, wellicht wel in de nabije toekomst met nieuwe instrumenten).

Ik ben het wel eens met Gert-Jan dat de media veel te pretentieus omgaan met dit soort berichten. Toen ik dat bericht las op nu.nl over dat een tweede aarde was ontdekt vond ik dat vreselijk slechte berichtgeving. Het enige wat we met redelijke zekerheid kunnen zeggen is dat de planeet niet supergroot is en op een afstand draait om zijn zon zodat vloeibaar water mogelijk kan zijn. Maar ook een planeet binnen de zgn. habitable zone kan levenloos zijn (zonder water of zelfs helemaal zonder atmosfeer, of juist compleet runaway broeikaseffect à la Venus). Dus, persoonlijk trek ik me niet te veel van dit soort berichten aan. Leuk dat men deze planeet heeft ontdekt, maar ook niet meer dan dat. Pas als men echt een planeet heeft gevonden waarvan onomstotelijk is vastgesteld dat die water heeft en lucht met wolken gaat mijn hart pas iets sneller kloppen 😉

Reply
Gert-Jan van Heugten

Het enkel ontdekken van leven ergens is geen aanwijzing voor abiogenesis. Dat je ergens leven hebt ontdekt wil niet zeggen dat je weet hoe het daar gekomen is. Daarbij: abiogenesis is al in de 17e eeuw onderuit gehaald, dus waarom blijft men zo’n achterhaalde theorie aanhangen?

Wilco Oelen

Het meest logische is toch om aan te nemen dat het daar ontstaan is. Grote afstanden in het heelal maken transfer van het ene zonnestelsel naar het andere zeer ondenkbaar. Panspermia zie ik ook niet echt als een oplossing, het is alleen verschuiven van het vraagstuk.

Ik geloof dat God het heelal zo geschapen heeft dat d.m.v. de natuurwetten uiteindelijk de mens kon ontstaan. Het zou mij niet verbazen als die zelfde natuurwetten ook op andere werelden geleid hebben tot leven. Als er dus leven elders wordt gevonden, dan blijft eigenlijk alleen abiogenese als verklaring voor het leven over, tenzij je gelooft dat God middels een bijzonder ingrijpen dat leven daar geplant heeft (dus toch een vorm van panspermia, maar dan gestuurd).

Dat abiogenese in de 17e eeuw onderuit gehaald zou zijn klopt niet. Zie mijn reacties op het artikel “Het onstaan van het leven”. Hieraan kan ik nog toevoegen dat je het ouderwetse idee van “spontane generatie” nu verwart met abiogenese. Spontane generatie is in de 17e eeuw wel ontkracht (bijv. muizen ontstaan niet spontaan in graan, wormen ontstaan niet spontaan in grond). Abiogenese zegt iets over het eerste leven, het leven waaruit alle andere levensvormen die ooit hebben bestaan en nog bestaan is voortgekomen. Op dit moment is abiogenese niet bewezen, maar ook niet ontkracht. We weten het gewoon (nog) niet.

Reply
Gert-Jan van Heugten

Of dat het leven daar geschapen is. Leven ontstaat niet vanzelf :-). Zullen we, tot er een mechanisme bekend is waardoor het anders kan, aannemen dat leven niet vanzelf ontstaat omdat alle waarnemingen daar op wijzen?

Wilco Oelen

Quote: “[…]Zullen we, tot er een mechanisme bekend is waardoor het anders kan, aannemen dat leven niet vanzelf ontstaat omdat alle waarnemingen daar op wijzen?”
Wetenschappelijk gezien màg dit simpelweg niet. We mogen niet uitsluiten dat leven spontaan kan ontstaan. Waarom niet? Omdat er veel te weinig waarnemingen zijn waarop we deze uitspraak kunnen baseren. Sterker nog, we hebben eigenlijk helemaal nog geen relevante waarnemingen. Het zou dus kunnen zijn dat het niet kan, maar het zou ook kunnen zijn dat het wel kan. Zolang deze vraag niet beantwoord is mag je niet aannemen dat het niet kan en je mag net zo min aannemen dat het wel kan. We weten het (nog) niet. Meer onderzoek is nodig om uitsluitsel te geven en ik kan nu al wel zeggen dat dat geen eenvoudig onderzoek zal zijn.

Puur wetenschappelijk gezien kun je de vraag of leven spontaan kan ontstaan slechts op twee manieren beantwoorden:
1) Eén enkele waarneming die onomstotelijk aantoont dat leven spontaan ontstaat leidt tot een bevestigend antwoord: het kan.
2) Als er vele vele relevante (=op grote tijdschaal, planetair, dus geen pak voedingswaren) waarnemingen zijn gedaan en ze zijn allemaal negatief, dan kunnen we hooguit stellen dat het zeer waarschijnlijk niet kan. Hoe meer relevante waarnemingen, hoe waarschijnlijker. Deze stelling beschouwen we dan als waarheid, maar slechts één waarneming dat het wel kan gooit deze ‘waarheid’ dan omver.

Reply
Gert-Jan van Heugten

2 kun je nooit doen. Er zijn geen wetenschappelijke experimenten die langer duren dan enkele decennia, tot nu toe. En gezien je geen jonge ster/planeet in de buurt hebt, kun je dit ook niet testen. Je moet dus met (computer)modellen gaan werken, en met modellen kun je nooit iets bewijzen, omdat elk model een versimpelde weergave van de werkelijkheid is.
Maar je kunt wel kijken naar wat er nodig is voor leven om te ontstaan uit niet-leven.

De simpelste cel die ons bekend is heeft ongeveer 480.000 baseparen. Je hebt dus 480.000 DNA nucleotiden nodig die in de goede volgorde zitten. En dan de enorme serie eiwitten die er voor zorgen dat dat DNA gekopieerd en hersteld kan worden. En de celwand, celkern, organellen… Als één van die dingen ontbreekt lukt het niet. Het is net als met de energie: al deze onderdelen moeten in de juiste hoeveelheid op de juiste plek op de juiste tijd aanwezig zijn. Ontbreekt er eentje, dan is het helaas, einde cel. Geen leven. U bent de zwakste schakel. Tot ziens.

Met kansberekening kun je een poging doen te schatten hoe groot de kans is dat dit gebeurt. En dan blijkt dat zelfs voor de kans om één klein goed functionerend eiwit te vormen uit aminozuren dat die kans al zo ontzettend klein is dat dit nooit gaat gebeuren. Het spontaan ontstaan van leven uit niet-leven is daarmee zó onwaarschijnlijk dat, zelfs al zou je een triljard jaar de tijd nemen, en dit een triljard keer per seconde proberen, je nog niet in de buurt komt van het ontstaan van een simpele cel.

Je kunt hieruit met zekerheid concluderen dat leven niet vanzelf ontstaat zonder ingrijpen van intelligentie (=leven). Naturalistische evolutie kan dus al niet werken, omdat het eerste leven niet vanzelf kan zijn ontstaan.

Je mag geloven dat dat wel zo is, dat moet je helemaal zelf weten. Maar ik vraag me af: waarom dat krampachtig vasthouden aan deze theorie? Waarom wil je zo graag dat leven vanzelf kan ontstaan?

Wilco Oelen

In jouw betoog ga je er van uit dat in 1 keer alle 480000 nucleotiden in de juiste volgorde moeten zitten. Dat is inderdaad uitermate onwaarschijnlijk en daar geloof ik ook niet in. Wat wel zou kunnen, zeker als je rekening houdt met zelforganisatie en emergentie, is een geleidelijke opbouw van complexiteit in de loop der aeonen tot een punt van zelf-replicatie, gevolgd door iets dat ik nu maar voor het gemak “proto-leven” noem tot werkelijk leven. Leven zou dan een vorm van emergentie zijn uit complexe organsiche chemische structuren. Ook hier zeg ik niet dat het zo gegaan is, maar het zou wel zo gegaan kunnen zijn.

Wat betreft optie (2) die je nooit kunt doen, inderdaad niet rechtstreeks, we hebben geen planeet met jonge ster in ons lab. Maar we zouden misschien wel m.b.v. computers en wie weet misschien ook m.b.v. chemie wel iets kunnen construeren dat aannemelijk maakt dat leven kan ontstaan. Stel dat dit zou lukken, dan is dat geen bewijs, maar het zou abiogenese wel aannemelijk kunnen maken. Zo werkt het vaak in de wetenschap. Op die manier is evolutie voor mij ook aannemelijk. Het is niet keihard bewezen, maar ondertussen is er wel heel veel aangedragen dat het aannemelijk maakt. Misschien gaat dat in de toekomst ook wel gebeuren met abiogenese. op dit moment hebben we echter geen goede theorie daarover en of het wel of niet kan (aannemelijk is) laat ik nu dus open, ik neem niet aan dat het niet kan, ik neem ook niet aan dat het wel kan, beide opties laat ik open totdat er meer informatie/onderzoeksresultaten komen. Dan kan de balans (geleidelijk) doorslaan naar de ene of naar de andere kant.

Reply
Gert-Jan van Heugten

De degradatiesnelheid van eiwitten is hoger dan de vormingssnelheid. Je hebt eiwitten nodig om eiwitten te maken, en DNA omdat daar de blauwdruk van eiwitten op staan. Het een kan niet zonder het ander. Als je een situatie van proto-leven wilt, trek dan eens een pot pindakaas open. Allemaal stukjes cellen, stukjes DNA, stukjes eiwitten. Maar daar zal nooit leven uit ontstaan.

Ik geef je aan waarom leven niet vanzelf kan ontstaan. Je laat de balans helemaal niet doorslaan naar de ene of de andere kant. Dat zou ondertussen toch moeten gebeuren. Ik daag je uit om de evolutietheorie eens goed onder de loep te leggen. Wat zijn nu de aannames? Waar zijn die op gebaseerd? Wat zijn de voorspellingen die vanuit de theorie worden en werden gedaan (beginnende bij Darwin), en zijn die uitgekomen?

Evolutie lijkt oppervlakkig gezien een mooi passend plaatje, maar als je dieper gaat graven zul je er achter komen dat er inhoudelijk niets van klopt.

Ed Vaessen

Wilco schrijft in antwoord op Gert-Jan:

“In jouw betoog ga je er van uit dat in 1 keer alle 480000 nucleotiden in de juiste volgorde moeten zitten. Dat is inderdaad uitermate onwaarschijnlijk en daar geloof ik ook niet in.

Dat is een terechte opmerking. Gert-Jan zal moeten aantonen dat zijn berekening iets uit heeft te staan met de werkelijkheid.

Gert-Jan van Heugten

Zie daarvoor de DVD Achilleshiel van Evolutie. Mogelijk hoeven inderdaad niet alle nucleotiden op de juiste volgorde te zitten (of, anders gezegd, er zijn meerdere juiste volgordes). Maar dat aantal juiste volgordes is natuurlijk niet onbeperkt. En wat daarbij ook nog komt kijken is dat je wel al die 480.000 nucleotiden moet hebben. En een hele serie eiwitten die die nucleotiden kunnen aflezen, kopiëren, repareren, etc. En ‘machientjes’ die zorgen voor de energie huishouding die nodig is voor deze processen. En een celkern en celwand om het geheel bij elkaar te houden. En dat moet allemaal op dezelfde plek en op dezelfde tijd bij elkaar zijn om te kunnen werken. Zo niet dan heb je geen leven, en is er niets voor evolutie om uit te selecteren.

Hetty

Over abiogenese zijn alleen hypothesen.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Abiogenese

Op zich interessant. Maar hoe dat heeft plaatsgevonden weten we gewoon niet. Wel weten we heel zeker dat evolutie heeft plaatsgevonden. Familieverbanden zijn aantoonbaar middels DNA. en dat de kameel afstamt van een lama achtige is ook duidelijk. En dat een ijsbeer aantoonbaar afstamt van een grizzly is ook duidelijk. Dat is evolutie.

Gert-Jan van Heugten

De voorbeelden die je aangeeft zijn allemaal ‘variatie binnen het basystype’. Niemand ontkent dat. Maar dat is bij dit artikel ook niet aan de orde, want hier gaat het over het spontaan ontstaan van het leven (wat onmogelijk is).

Overigens is het onjuist te zeggen dat een kameel afstamt van een lama en een ijsbeer van een grizzly. Je kunt wel stellen dat ze een gemeenschappelijke voorouder hebben. Maar het is nog een ontzettend grote ‘leap of faith’ om tot de conclusie van Darwin te komen dat daarom álles een gemeenschappelijke voorouder heeft. De ijsberen en grizzly’s stammen af van een berenpaar dat 4.500 jaar geleden de ark van Noach verliet. De lama’s en kamelen van een kamelenpaar. Paarden, ezels en zebra’s van een paardenpaar. Leeuwen, tijgers, poema’s, luipaarden, en huiskatten van een kattenpaar. Ik kan zo nog wel even doorgaan. Dan blijkt dat er hooguit enkele duizenden basistypen mee moesten op de ark. Daar zijn inderdaad aanwijzingen voor. Maar er zijn geen aanwijzingen dat bijvoorbeeld kameelachtigen en beerachtigen een gemeenschappelijke voorouder hebben.

Hetty

Ik kan het ook anders stellen en dan als vraag, aangezien ik hier geen vragenrubriek kan ontdekken. Hoe zien jullie nu precies de verwantschap tussen dierensoorten onderling? De oorsprong van de lama’s ligt in Amerika. En ook onze kameel komt daar vandaan, en heeft in de tussentijd bulten gekregen, dus totaal nieuwe structuren. Hetzelfde verhaal geldt eigenlijk voor de ijsbeer. Die heeft talloze aanpassingen die een grizzly echt niet heeft.
Wat betreft de jonge aarde zou ik vragen willen stellen over geologische processen, zoals koraaleilanden op 3000 meter hoogte in de dolomieten en bijv. het ontstaan van Hawaii.

Met dank alvast voor de antwoorden. groetjes, Hetty.

Reply
Gert-Jan van Heugten

Je vraag over kamelen en ijsberen heb ik hopelijk voldoende uitgelegd.

Het koraal in de Dolomieten is daar gekomen als gevolg van de catastrofale plaattektoniek tijdens de zondvloed. Hierdoor zijn de continentale platen tegen elkaar aan geschoven, niet met een snelheid van centimeters per jaar zoals men dat in het oude aardemodel beweert, maar met een snelheid van meters per seconde. De vaak nog natte sedimenten die voorheen onder water zaten vouwden en werden opgestuwd, waardoor fossielen van zeeorganismen ineens hoog in de bergen konden komen.
In diezelfde tijd is Hawaii ontstaan, niet doordat de platen daar op elkaar botsten, maar omdat ze daar juist uit elkaar getrokken werden. De vulkanen van Hawaii zijn de laatste uitlopers van een keten van vulkanen die helemaal doorloopt via de Midway Islands tot aan de Beringzee. Die vulkanen vormden aan de rand van de oceanische plaat die nu onder Japan duikt en daar voor aardbevingen zorgt. Door de beweging van de platen werden ze meegevoerd, verder weg en dieper de zee in, tot de plek waar ze nu liggen.
Die platen bewegen nu nog steeds, zoals gezegd met enkele cm/jaar. Maar ze hebben vroeger veel sneller bewogen. Het voert te ver om alle argumenten daarvoor hier nu uiteen te zetten, dat verdient een artikel op zichzelf.

Hetty

Hoi Gert-Jan, bedankt voor je reactie.
Je zei:
De voorbeelden die je aangeeft zijn allemaal ‘variatie binnen het basystype’. Niemand ontkent dat. Maar dat is bij dit artikel ook niet aan de orde, want hier gaat het over het spontaan ontstaan van het leven (wat onmogelijk is).
Dat weten we niet.

Verder zou ik heel graag willen weten hoe er nieuwe structuren hebben kunnen ontstaan. Zoals de de bulten van de kameel, de holle haren van de ijsbeer, z’n poten, met een soort zwemvlies, de grootte van het dier, het vetgehalte… Die nieuwe structuren intrigeren me nogal.

Je zei.
Overigens is het onjuist te zeggen dat een kameel afstamt van een lama en een ijsbeer van een grizzly. Je kunt wel stellen dat ze een gemeenschappelijke voorouder hebben. Maar het is nog een ontzettend grote ‘leap of faith’ om tot de conclusie van Darwin te komen dat daarom álles een gemeenschappelijke voorouder heeft. De ijsberen en grizzly’s stammen af van een berenpaar dat 4.500 jaar geleden de ark van Noach verliet.

Dat waag ik toch te betwijfelen. Zeker als je alle berensoorten in acht neemt. dat kan gewoon niet binnen een paar honderd jaar. In feite moet daar een soort van super explosie van evolutie hebben plaatsgevonden.

Je zei:
De lama’s en kamelen van een kamelenpaar.

Uit Amerika, waar nog steeds de Lama’s huishouden en vanwaar de kameel richting Azië is getrokken. Of er zijn een paar dieren direct na de zondvloed richting Amerika gegaan?

http://www.alpacahof.nl/camelidae.html

Je schreef:
Paarden, ezels en zebra’s van een paardenpaar. Leeuwen, tijgers, poema’s, luipaarden, en huiskatten van een kattenpaar. Ik kan zo nog wel even doorgaan. Dan blijkt dat er hooguit enkele duizenden basistypen mee moesten op de ark. Daar zijn inderdaad aanwijzingen voor.

Welke aanwijzingen? Als ik zie dat ezels al in Genesis genoemd worden, en geen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen met paarden, (dus een aparte soort zijn) dan denk ik: superevolutie in een paar honderd jaar? Hoe stel je je dat voor?

Er was een nest met katten en plotsklaps had de één stippen en de ander strepen? Ik begrijp het gewoon niet zo goed.

Maar er zijn geen aanwijzingen dat bijvoorbeeld kameelachtigen en beerachtigen een gemeenschappelijke voorouder hebben.

Van honden, beren en katten zijn wel degelijk fossielen gevonden die de gezamenlijke afstamming van roofdieren veronderstellen. (zoogdieren)
Wie googled op creodonta kan zelf van alles vinden over de evolutie van de roofdieren, waar kamelen uiteraard buiten vallen.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Creodonta

We hebben het dan over beren, katten, honden, marters enzovoorts.

Reply
Gert-Jan van Heugten

Hoi Hetty,

Er ontstaan geen nieuwe structuren. De DNA codering voor die structuren is al in het genoom van de basistypen aanwezig. Door speciatie en adaptatie zit die genetische code wel in sommige nakomelingen (of komt in sommige nakomelingen wel tot expressie) maar niet in andere.

Soortvorming kan heel snel gaan. Een mooi voorbeeld is hondenrassen. Wanneer je honden van verschillende rassen met elkaar laat kruisen (bijvoorbeeld een poedel en een wolf) krijg je in de eerste generatie een uniform mengsel van eigenschappen. Maar in de tweede generatie (wanneer je dus de broers en zussen uit de eerste generatie weer kruist) vertoont een hele keur aan eigenschappen. Zie bijvoorbeeld onderaan http://goldendoodles.com/faqs/generations.htm waar je fotootjes hebt van de eerste generatie (4 honden die sterk op elkaar lijken) en de 2e generatie (4 honden die sterk verschillen van elkaar). Van twee beren met gemengde eigenschappen kun je binnen een paar generaties dus verschillende soorten krijgen, zeker wanneer deze beren naar verschillende gebieden trekken en geografisch van elkaar gescheiden zijn.
Dit is ook precies hetzelfde als wat je zegt over een nest met katten, de een met stippen en de ander met strepen. De genetische informatie voor zowel stippen als strepen was bij de ouders en grootouders aanwezig. Misschien ben je bekend met een Punnett vierkant? Dat is een tool om genetische eigenschappen uit te drukken. Ik hoop dat dit werkt in deze reactie. Het gen voor strepen noemen we S en het gen voor stippen s. Als je twee ouders hebt, die allebei beide genen hebben, is hun genotype dus Ss. Wanneer je die laat kruisen krijg je de volgende mogelijkheden:

S s

S SS Ss

s sS ss

Je ziet dat 1/4 van de nakomelingen stippen heeft, 1/4 strepen en 1/2 een mengsel. Wanneer nu de katten zich verspreiden, en in de ene populatie meer stippen zitten en in de andere meer strepen, dan kun je uiteindelijk katten krijgen die enkel stippen of enkel strepen hebben.

En dat is een mooi bruggetje naar je volgende vraag. Na de zondvloed was het Gods bedoeling dat de aarde weer bevolkt zou worden. Hij geeft die opdracht ook aan Noach in Genesis 9:1. Maar de mens bleef op één plek wonen. Gezien God de dieren voor de vloed bij Noach bracht is het niet onlogisch te veronderstellen dat Hij ze na de vloed ook weer verspreid heeft naar de verschillende nieuwe habitats. Na de zondvloed had je een unieke situatie: door vulkanische activiteit waren de zeeën relatief warm (schattingen lopen op tot een gemiddelde watertemperatuur van 30 C vergeleken met 4 C nu), waardoor je veel verdamping had. Het land was relatief koel, en vulkanisme zorgde voor aswolken waardoor zonlicht de aarde minder goed kon bereiken. Hierdoor kreeg je de ijstijd: het zeewater verdampte en bleef in de vorm van sneeuw en ijs op het land achter, waardoor de zeespiegel daalde. Daardoor kwamen landbruggen bloot te liggen die nu onder water zijn, zoals bijvoorbeeld tussen Rusland en Alaska in de Beringzee en tussen Frankrijk en Engeland. Er zijn tal van geologische structuren onder water die daarnaar verwijzen, zoals druipsteengrotten of rivierbodems. Mede dankzij die landbruggen konden de dieren dus vanaf de strandplaats van de ark zo’n beetje overal komen. En deze ijstijd heeft volgens de creationistische experts toch wel enkele honderden jaren geduurd. Tijd genoeg dus voor de verspreiding.

Over de verschillende soorten (het laatste stukje van je reactie): de aanwijzingen zijn dat ze kunnen kruisen en nakomelingen kunnen krijgen, al dan niet vruchtbaar. De vuistregel is dat wanneer soorten kunnen kruisen ze tot hetzelfde baramin behoren (baramin = geschapen soort). Dus: paarden, ezels, zebra’s, pony’s, etc. behoren tot hetzelfde basistype, want ze kunnen allemaal onderling kruisen. Wist je overigens dat in ongeveer 10% van de gevallen muilezels en muildieren (kruising paard met ezel) wél vruchtbaar zijn? Het zelfde geldt voor de katachtigen, de hondachtigen, geiten en schapen, etc.

Van de fossielen die tot de orde van de creodonten horen kun je niet zeggen of dit voorouders zijn geweest van moderne carnivoren. Je kunt dat nooit controleren, want je kunt ze niet met moderne carnivoren laten kruisen. Sterker nog: de verschillende fossielen die tot die orde worden gerekend kun je ook niet met elkaar laten kruisen om te zien wat de basistypen zijn. Een andere, even valide mogelijkheid op basis van de gevonden fossielen is dat het hier om aparte, uitgestorven dieren gaat die niet met elkaar verwant zijn. Natuurlijk kunnen daar wel voorouders tussen zitten van moderne dieren, zoals bijvoorbeeld de hyaenodon. Het is goed mogelijk dat dit een voorouder of uitgestorven neef is van moderne hondachtigen (waar hyena’s ook onder vallen). Als dat zo is, dan is deze orde gewoon een serie voorbeelden van variatie binnen het basistype.

Ik kan je aanraden om eens het boek Evolution, the grand experiment te lezen van Carl Werner. Daar is een bijbehorende DVD bij die in 3 delen op Youtube staat (deel 1, deel 2, deel 3). Er is ook nog een tweede boek/dvd, dat heet Living Fossils, en is even interessant.
Maar waar het me om gaat: kijk eens naar deel 1, zelfs als je weinig tijd hebt, en skip dan eens naar 25:40. Je ziet daar een evolutionaire dinostamboom (inclusief vogels, zucht), waar ze de aantallen gevonden fossielen over de stamboom heen leggen. Zeer de moeite waard.

Hetty

Hoi Gert-Jan,

Je schreef:
Het koraal in de Dolomieten is daar gekomen als gevolg van de catastrofale plaattektoniek tijdens de zondvloed. Hierdoor zijn de continentale platen tegen elkaar aan geschoven, niet met een snelheid van centimeters per jaar zoals men dat in het oude aardemodel beweert, maar met een snelheid van meters per seconde. De vaak nog natte sedimenten die voorheen onder water zaten vouwden en werden opgestuwd, waardoor fossielen van zeeorganismen ineens hoog in de bergen konden komen.

De Dolomieten is een gebergte met grote koraaleilanden waar ook veel lava op gevonden wordt en andere sedimenten. Ik zou je willen vragen uit te leggen hoe al deze processen binnen enkele weken konden gebeuren en ook hoe de ark zoveel tektoniek kon ondergaan zonder dat er iemand overleed. Verder lijkt het me nogal onbijbels om te veronderstellen dat er meer rampen waren dan alleen veel regen. Alleen het fossiliseren van de eilanden lijkt me veel langer te duren.
http://www.jvdv.demon.nl/dolomieten/dolomiet.htm

In diezelfde tijd is Hawaii ontstaan, niet doordat de platen daar op elkaar botsten, maar omdat ze daar juist uit elkaar getrokken werden. De vulkanen van Hawaii zijn de laatste uitlopers van een keten van vulkanen die helemaal doorloopt via de Midway Islands tot aan de Beringzee. Die vulkanen vormden aan de rand van de oceanische plaat die nu onder Japan duikt en daar voor aardbevingen zorgt.

Ik heb altijd geleerd dat Hawaii ontstaan is door een hotspot in de aarde die langzaam verschuift. Hawaii ligt midden in de Indische oceaan en heeft verder niets te maken met de keten van vulkanen aan de rand van de oceanische plaat, voor zover ik weet. bij mijn weten wordt er alweer een nieuw vulkanisch eiland aangemaakt op de zeebodem ten oosten van de bekende eilanden. Verder bestaan de eilanden uit schildvulkanen, dat zijn toch de traagst groeiende vulkanen?

Je schreef:
Die platen bewegen nu nog steeds, zoals gezegd met enkele cm/jaar. Maar ze hebben vroeger veel sneller bewogen. Het voert te ver om alle argumenten daarvoor hier nu uiteen te zetten, dat verdient een artikel op zichzelf.

Interessant. Ik kijk ernaar uit.

Reply
Gert-Jan van Heugten

Hoi Hetty,

In Genesis 7:11 stond dat de ‘fonteinen van de diepte’ openbraken. Nu weten we natuurlijk niet precies wat dat geweest is, maar de meeste creationisten gaan er van uit dat het hier gaat om het openscheuren van de aardkorst, wat dan ook gepaard gaat met aardbevingen en vulkanisme. De vloed is een veel heftigere ramp geweest dat jij je voorstelt. Niet verwonderlijk, er zijn nogal wat misvattingen rondom de zondvloed en de ‘badkuiparkjes’ uit de kinderboekjes helpen niet mee om dat beeld recht te zetten.
Verder moet je voorzichtig zijn met je gebruik van het woord ‘onbijbels’. Er zijn heel veel dingen die niet in de Bijbel staan, maar die niet onbijbels zijn. Katten bijvoorbeeld, staan niet in de Bijbel. Is het daarom onbijbels om een kat te hebben? Ik stel voor dat je dat woord alleen maar gebruikt voor dingen die in tegenspraak zijn met de Bijbel (zoals bijvoorbeeld het idee van miljoenen jaren of pre-adamieten).
Dat er fossielen in de Dolomieten te vinden zijn duidt juist op een snel proces! Wanneer organismen niet snel en luchtdicht worden afgedekt zullen ze niet fossiliseren. Dan komen er aaseters en treden natuurlijke rottingsprocessen op. Dat je in een laag fossielen vindt geeft juist aan dat catastrofale processen een rol hebben gespeeld.

Wat Hawaii betreft: ik refereerde ook niet naar de keten van vulkanen die aan de rand van de oceanische plaat ligt. Ik heb het over de keten van vulkanen, eilanden en atollen die, als je bijvoorbeeld op Google Maps kijkt, vanaf de hoofdeilanden van Hawaii doorlopen naar het noordwesten (Hawaiian Ridge genoemd, de eilanden zijn bij elkaar de Northwestern Hawaiian Islands). Dan maakt deze keten, als je ‘m volgt vanaf Hawaii, een knik richting het noorden en wordt het de Emperor Seamounts genoemd.
Al die bergen zijn bij dezelfde hotspot ontstaan, precies zoals jij ook aangeeft. Maar dat heeft geen miljoenen jaren geduurd, omdat de platen vroeger sneller bewogen. Schildvulkanen hoeven niet perse langzaam te vormen, ze hebben gewoon lava met een hogere viscositeit waardoor het langzamer stroomt. Als je redelijk veel uitbarstingen binnen korte tijd hebt kun je nog steeds snel een schildvulkaan vormen. En in het zondvloedmodel was de aarde tijdens en vlak na de vloed (zeg in de 1000 jaar erna) een stuk instabieler dan nu. Zware stormen, grote aardbevingen, lokale overstromingen, etc. Eigenlijk hetzelfde als wat je nu ziet aan natuurrampen, maar dan frequenter en groter.

Kun je hier wat mee?

Hetty

Hoi Gert-Jan
Er ontstaan geen nieuwe structuren. De DNA codering voor die structuren is al in het genoom van de basistypen aanwezig. Door speciatie en adaptatie zit die genetische code wel in sommige nakomelingen (of komt in sommige nakomelingen wel tot expressie) maar niet in andere.
Soortvorming kan heel snel gaan. Een mooi voorbeeld is hondenrassen. Wanneer je honden van verschillende rassen met elkaar laat kruisen (bijvoorbeeld een poedel en een wolf) krijg je in de eerste generatie een uniform mengsel van eigenschappen. Maar in de tweede generatie (wanneer je dus de broers en zussen uit de eerste generatie weer kruist) vertoont een hele keur aan eigenschappen. Zie bijvoorbeeld onderaan http://goldendoodles.com/faqs/generations.htm waar je fotootjes hebt van de eerste generatie (4 honden die sterk op elkaar lijken) en de 2e generatie (4 honden die sterk verschillen van elkaar). Van twee beren met gemengde eigenschappen kun je binnen een paar generaties dus verschillende soorten krijgen, zeker wanneer deze beren naar verschillende gebieden trekken en geografisch van elkaar gescheiden zijn.
Ik denk toch dat we het beste voorbeelden uit het wild kunnen nemen, kunstmatige selectie is echt heel iets anders dan wat er in het wild gebeurd. Als de mens niet had bestaan, zouden er sowieso geen honden zijn. Fokkers selecteren op eigenschappen die hen goed uitkomen. Je hebt honden die timide zijn of goed luisteren, of juist koppig zijn, die goed kunnen jagen, of juist niet jagen. Die krullen hebben of juist geen haar. Al die eigenschappen, zoals kleur karakter etc kunnen in mijn ogen nooit allemaal in de grijze wolf, genetisch gezien, aanwezig zijn geweest.
Daarbij heb je allerlei hondachtigen die niet met een hond kunnen kruisen, zoals een jakhals. Wat moet je daar dan mee?

Dit is ook precies hetzelfde als wat je zegt over een nest met katten, de een met stippen en de ander met strepen. De genetische informatie voor zowel stippen als strepen was bij de ouders en grootouders aanwezig. Misschien ben je bekend met een Punnett vierkant? Dat is een tool om genetische eigenschappen uit te drukken. Ik hoop dat dit werkt in deze reactie. Het gen voor strepen noemen we S en het gen voor stippen s. Als je twee ouders hebt, die allebei beide genen hebben, is hun genotype dus Ss. Wanneer je die laat kruisen krijg je de volgende mogelijkheden:
S s
S SS Ss
s sS ss
Je ziet dat 1/4 van de nakomelingen stippen heeft, 1/4 strepen en 1/2 een mengsel. Wanneer nu de katten zich verspreiden, en in de ene populatie meer stippen zitten en in de andere meer strepen, dan kun je uiteindelijk katten krijgen die enkel stippen of enkel strepen hebben.
Sorry. Ik kan daar weinig mee in dit verband. Dat Punnet vierkant gaat uit van de ouders, en niet van ‘basistypen’ met oneindige genetische variatie. Je moet nagaan dat zowel de chinezen, de negroïde mensen als de Aboriginals in rap tempo van Noach afstamden. Was Noach dan ook een basistype? Waarin zowel een blak ras als zwarte mansen genetisch aanwezig waren? De zijderoute bestond al voor het jaar 0. De pygmeeën waren al bekend bij de oude Egyptenaren. Ik heb toch de indruk dat het zondvloedmodel veel meer vragen oproept dan beantwoordt.

En dat is een mooi bruggetje naar je volgende vraag. Na de zondvloed was het Gods bedoeling dat de aarde weer bevolkt zou worden. Hij geeft die opdracht ook aan Noach in Genesis 9:1. Maar de mens bleef op één plek wonen. Gezien God de dieren voor de vloed bij Noach bracht is het niet onlogisch te veronderstellen dat Hij ze na de vloed ook weer verspreid heeft naar de verschillende nieuwe habitats.
Ik lees nergens in de bijbel dat God de beesten bij Noach bracht. Noach krijgt de opdracht dieren mee te nemen.

Na de zondvloed had je een unieke situatie: door vulkanische activiteit waren de zeeën relatief warm (schattingen lopen op tot een gemiddelde watertemperatuur van 30 C vergeleken met 4 C nu), waardoor je veel verdamping had. Het land was relatief koel, en vulkanisme zorgde voor aswolken waardoor zonlicht de aarde minder goed kon bereiken. Hierdoor kreeg je de ijstijd: het zeewater verdampte en bleef in de vorm van sneeuw en ijs op het land achter, waardoor de zeespiegel daalde. Daardoor kwamen landbruggen bloot te liggen die nu onder water zijn, zoals bijvoorbeeld tussen Rusland en Alaska in de Beringzee en tussen Frankrijk en Engeland. Er zijn tal van geologische structuren onder water die daarnaar verwijzen, zoals druipsteengrotten of rivierbodems. Mede dankzij die landbruggen konden de dieren dus vanaf de strandplaats van de ark zo’n beetje overal komen. En deze ijstijd heeft volgens de creationistische experts toch wel enkele honderden jaren geduurd. Tijd genoeg dus voor de verspreiding.

Ik vind het toch frappant dat diersoorten een habitat hebben uitgekozen die uniek is in de wereld. Als kangoeroes (of het basistype ervan) alleen in Australië voorkomen, moeten ze toch met z’n tweeën regelrecht naar Australië gerend zijn en nergens anders geweest zijn. En dat in een wereld zonder voedsel. Dus het is toch wel voorstelbaar, voor veel mensen, dat sommige diergroepen in een bepaald gebied zijn ontstaan, lijkt mij. Olifanten lopen niet rond in het midden oosten. Waarom niet? Ze zouden het daar prima naar hun zin hebben. Toch zijn ze alleen te zien in Afrika en Azië.
Wat betreft druipsteengrotten denk ik sowieso: waar komen die vandaan.
Wat me ook bezighoudt is dat er bewijs is voor meerdere ijstijden.
Over de verschillende soorten (het laatste stukje van je reactie): de aanwijzingen zijn dat ze kunnen kruisen en nakomelingen kunnen krijgen, al dan niet vruchtbaar. De vuistregel is dat wanneer soorten kunnen kruisen ze tot hetzelfde baramin behoren (baramin = geschapen soort). Dus: paarden, ezels, zebra’s, pony’s, etc. behoren tot hetzelfde basistype, want ze kunnen allemaal onderling kruisen. Wist je overigens dat in ongeveer 10% van de gevallen muilezels en muildieren (kruising paard met ezel) wél vruchtbaar zijn? Het zelfde geldt voor de katachtigen, de hondachtigen, geiten en schapen, etc.
Van de fossielen die tot de orde van de creodonten horen kun je niet zeggen of dit voorouders zijn geweest van moderne carnivoren. Je kunt dat nooit controleren, want je kunt ze niet met moderne carnivoren laten kruisen. Sterker nog: de verschillende fossielen die tot die orde worden gerekend kun je ook niet met elkaar laten kruisen om te zien wat de basistypen zijn.
Even heel voorzichtig… sommige mensen geloven niet in basistypen. In feite alle biologen en gelogen ter wereld. En nee, het zijn uitgestorven soorten. Die kun je inderdaad nergens mee kruisen. Fossielen kun je niet kruisen. Maar voor zover ik weet passen alle uitgestorven en nu levende soorten niet op de wereld. Het zijn er teveel. C
Voor zover ik weet zijn 99% van alle diersoorten uitgestorven.

Een andere, even valide mogelijkheid op basis van de gevonden fossielen is dat het hier om aparte, uitgestorven dieren gaat die niet met elkaar verwant zijn. Natuurlijk kunnen daar wel voorouders tussen zitten van moderne dieren, zoals bijvoorbeeld de hyaenodon. Het is goed mogelijk dat dit een voorouder of uitgestorven neef is van moderne hondachtigen (waar hyena’s ook onder vallen). Als dat zo is, dan is deze orde gewoon een serie voorbeelden van variatie binnen het basistype.

HET heeft zich al afgespeeld. Dat is het punt. Dat kan gewoon echt niet binnen 10.000 jaar tijd.
Een schaap en een geit kunnen kruisen. Dan krijg je een scheit, geloof ik. Dus hoe kan Abel schaapherder zijn geweest? Als schaapjes pas na de zondvloed ontstonden?
Een hyena is meer verwant aan de katachtige
Toch was Abel al schapenhoeder. Hoe kan zoiets? Als er voor de zondvloed alleen basistypen waren.
Ik kan je aanraden om eens het boek Evolution, the grand experiment te lezen van Carl Werner. Daar is een bijbehorende DVD bij die in 3 delen op Youtube staat (deel 1, deel 2, deel 3). Er is ook nog een tweede boek/dvd, dat heet Living Fossils, en is even interessant.
Maar waar het me om gaat: kijk eens naar deel 1, zelfs als je weinig tijd hebt, en skip dan eens naar 25:40. Je ziet daar een evolutionaire dinostamboom (inclusief vogels, zucht), waar ze de aantallen gevonden fossielen over de stamboom heen leggen. Zeer de moeite waard.

Bedankt voor de tip! Ik zou zeggen: volg het blog van René Fransen. Een gelovige.

Reply
Gert-Jan van Heugten

Hoi Hetty,

Dank voor je reactie. Zou je misschien de volgende keer de stukken tekst die je van mij citeert tussen aanhalingstekens willen zetten? Of nog beter, laten we een nummering aanbrengen.

1. Het ontstaan van nieuwe structuren/hondenrassen
Waar zitten volgens jou dan de verschillen tussen kunstmatige en natuurlijke selectie? Het principe is hetzelfde: er wordt geselecteerd uit bestaande eigenschappen. Het verschil is alleen welke van die eigenschappen uitgekozen worden. Je hebt gelijk dat die eigenschappen niet allemaal in de grijze wolf passen. Dat komt omdat de grijze wolf ook geen basistype is. Het is een wolf, een nakomeling van het basistype. Een jakhals en een hond kunnen gewoon kruisen: https://en.wikipedia.org/wiki/Jackal-wolf_hybrid.

2. Punnett vierkant/katachtigen
Sorry voor de onduidelijkheid. In het vierkant heb ik ook ouders neergezet, twee individuen van het basistype. Wanneer je de f1 (eerste serie nakomelingen, dus 1/4 SS, 1/4 ss en 1/2 Ss) vervolgens met elkaar laat kruisen krijg je ook daar weer onderling speciatie. Als nu deze groepen naar verschillende gebieden gaan, of in verschillende klimaten terecht komen, kun je op die manier snel soortvorming krijgen. Zeker na een genetische bottleneck zoals de zondvloed. Het voert te ver om hier uitgebreid op in te gaan, maar ik meen me te herinneren dat daar in ieder geval in het boek van Peter Scheele (Degeneratie) wat aandacht aan besteed wordt.

3. Bracht God de dieren bij Noach?
Zie Genesis 7:7-8: “Van de reine dieren, van de dieren die niet rein waren, van de vogels en van alles wat over de aardbodem kruipt, kwamen er twee aan twee naar Noach in de ark, mannelijk en vrouwelijk, zoals God aan Noach geboden had.” De dieren kwamen naar Noach toe. Noach hoefde ze alleen maar mee te nemen in de ark.

4. Diersoorten en hun habitat
Je hebt een verkeerd beeld van de wereld na de vloed. Het was geen wereld zonder voedsel. Nadat de ark was vastgelopen duurde het 7 maanden en 10 dagen voor Noach van God groen licht kreeg om de deuren open te doen. In 7 maanden kunnen heel wat zaden uitschieten die de vloed overleefd hebben (getuige ook het olijftakje van de duif). De kangoeroes hoefden ook niet rechtstreeks naar Australië te gaan, maar zijn daar gewoon uiteindelijk terecht gekomen. Ook zijn niet alle milieus van nu hetzelfde als dat ze 4.500 jaar geleden waren. Er zijn sporen van begroeiing en bewoning in de Sahara van rond die tijd, wat er op duidt dat het toen nog geen woestijn was zoals nu. Het was Gods bedoeling met de ark om de aarde weer te bevolken. Logisch dat de dieren dan over de aarde verspreid zijn. De mensen weigerden dat in eerste instantie, vandaar de spraakverwarring.

5. Druipsteengrotten
Druipsteen vormt wanneer kalk en andere mineralen die opgelost zitten in water achter blijven wanneer het water verdampt aan het plafond van een grot. Je krijgt dan stalactieten. Wanneer vanaf zo’n stalactiet de druppels naar beneden vallen krijg je daaronder een stalagmiet. Mij werd vroeger altijd geleerd dat dit proces heel langzaam ging en duizenden jaren duurde. Maar er zijn tal van aanwijzingen dat dit snel gaat, bijvoorbeeld meterslange stalactieten in een mijn die een halve eeuw afgesloten is geweest, of stalactieten van tientallen centimeters onder een brug die recent is gebouwd. Deze structuren kunnen alleen maar aan de lucht vormen. Wanneer je ze dus op de zeebodem tegenkomt weet je dat die grot ooit boven water moet hebben gelegen.

6. Bewijs voor meerdere ijstijden
Er is geen bewijs voor meerdere ijstijden. Er is een interpretatie van feiten die leidt tot de theorie dat er meerdere ijstijden geweest zouden zijn. Die feiten zijn dat er laagjes die door gletsjers gedeponeerd zijn worden afgewisseld met andere laagjes. Men interpreteerde dit als ijstijden en ‘interglacialen’ (perioden tussen ijstijden in), maar dit valt ook prima te verklaren met het periodiek aangroeien en terugtrekken van het ijs, bijvoorbeeld door zomer/winter temperatuurvariaties.

7. Abel de schaapherder
In Genesis 4:2 wordt het Hebreeuwse woord tsoon gebruikt. Dat betekent kleinvee, en is een verzamelnaam voor zowel schapen als geiten. Abel was dus niet zozeer een schaapherder, maar een hoeder van kleinvee, letterlijk vertaald. Dat kleinvee was waarschijnlijk het schaap/geit basistype.

8. Hyena
Je hebt gelijk, hyena’s horen niet bij de honden thuis (ook niet bij de katten overigens), ze zijn een aparte groep. Mijn excuses. Het is onjuist om heel stellig te zeggen dat ze meer verwant zijn aan de katachtigen. Je kunt beter zeggen: “volgens het evolutiemodel staan ze dichter bij de katachtigen.” Misschien is dat zeuren over definities, en misschien de wetenschapper in mij die geleerd heeft niet dogmatisch te zijn, maar ik denk dat het goed is om daar in de toekomst rekening mee te houden.

9. Fransen
Ik ken René Fransen en zijn blog. Hij is (nog) een gelovige, maar begint steeds meer aan zijn geloof te twijfelen, zover ik heb begrepen. Ik zie hem nog afglijden. En dat is eerlijk gezegd ook niet verwonderlijk, hij is al jarenlang een gelovige aanhanger van het neodarwinisme. En het neodarwinisme en de Bijbel gaan niet samen. Haal je Genesis weg, dan is er ook geen reden meer om nog in Jezus te geloven. Veel theïstisch evolutionisten ontkennen dat, maar theologisch gezien (en wetenschappelijk gezien) hebben ze geen poot om op te staan.

Jeroen Lansink

“en misschien de wetenschapper in mij die geleerd heeft niet dogmatisch te zijn”

Ik dacht even dat dit een grap was van Gert-Jan maar ik vrees dat je hier toch heel serieus was.
Vooralsnog is het de wetenschapper in jou nog niet gelukt het dogma los te laten dat Genesis het letterlijke woord van God is.

Reply
Gert-Jan van Heugten

Laat me dat verduidelijken Jeroen. Ik ben niet dogmatisch over creationistische modellen. Ik zal niet zeggen: deze lagen horen bij de vloed, en deze niet; of, dit model bevat de waarheid; of, hyena’s staan dichter bij katten dan bij honden. Dat zijn allemaal modellen.

Mijn huidige wereldbeeld is, zoals ik je al vaker heb gezegd, dat ik de Bijbel als Gods onfeilbare woord zie. Dat is niet altijd zo geweest, ik ben na lang onderzoek op die conclusie uitgekomen. Dat is mijn paradigma. Geen dogma.

De definitie van een dogma is ‘een leerstelling die als onbetwistbaar wordt beschouwd’. Volgens die definitie ben ik zelfs niet dogmatisch wat de Bijbel betreft. Dat is ook niet wat God van ons verlangt. Hij verlangt van ons te geloven met een kinderlijk geloof, maar niet met een blind geloof. Paulus schrijft in 1 Thessalonicenzen 5:21: “onderzoek alles, behoud het goede.” We mogen (moeten!) dus alles onderzoeken. Daar valt de Bijbel ook onder. Mijn methode daarvoor is simpel: als de Bijbel dit-en-dit zegt, dan zou ik zus-en-zo verwachten. Meestal klopt dat. Soms is er geen data. En soms kloppen mijn voorspellingen niet. Dat is dan voor mij geen reden om de Bijbel af te wijzen, maar om daar meer onderzoek naar te doen. Op dezelfde manier behandel ik het neodarwinisme. Meestal kloppen die voorspellingen niet. Omdat die theorie keer op keer de plank misslaat heb ik haar verworpen.

Ik hoop dat jij op eenzelfde manier tegen je eigen dogma’s en paradigma’s aan durft te kijken als ik dat doe. Ik voorspel je dat je dan tot dezelfde conclusies zult komen, namelijk dat het neodarwinisme een zinkend schip is, en het Woord van God een vaste rots.

Jeroen Lansink

Gert-Jan, de voorspelling in je laatste alinea zal nooit uitkomen. Ik geloof niet in geopenbaarde kennis en ik een heilig vertrouwen in de wetenschappelijke aanpak voor het verwerven van kennis.

De basis voor wetenschap is twijfel. Een wetenschapper zal zijn uitgangspunten en conclusies steeds onderzoeken en zo nodig bijstellen. Daarvoor gebruikt hij de wetenschappelijke methode. Volgens Rupert Sheldrake, en veel creationisten denken precies zo, zijn er echter personen die zodanig in het huidige paradigma geloven, dat verworvenheden van de wetenschap als onbetwistbare waarheden worden ervaren. Collega-wetenschappers reageerden dat ze juist graag deze paradigma’s falsificeren — aangezien dat ongetwijfeld een Nobelprijs zou opleveren — maar dat dat gewoonweg nog niet gelukt is.

Reply
Gert-Jan van Heugten

Dus je gelooft dat wetenschappers onfeilbaar zijn?

Als twijfel de basis van de wetenschap is, waarom mag de evolutietheorie dan niet betwijfeld worden?

Grappig dat jij een groter geloof in de wetenschap hebt dan ik in de Bijbel :-).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over