Vraag

Ik ben een student geneeskunde en we hebben op dit moment vrij veel les over evolutie. Ik geloof niet in de evolutie maar in de schepping, voornamelijk om theologische redenen. Ik heb alleen een paar vragen over de evolutie/schepping.

De eerste vraag is: waarom zijn er rudimentaire organen in mensen en dieren?
De tweede vraag is: waarom zijn er fossielen van andere menssoorten gevonden?
De derde vraag is: waarom zijn er oude aardlagen met fossielen er in gevonden van uitgestorven dieren, terwijl er in die lagen geen huidige dieren voorkomen?
De laatste vraag is: waarom zijn soms dingen in de mens veel complexer dan logisch is? Bijvoorbeeld de nervus laryngeus recurrens, dat is een vertakking van de nervus vagus die eerst langs het strotteklepje gaat om vervolgens bij de aortaboog weer omhoog te gaan. De docent zei dat dit eigenlijk de schepping zou ontkrachten omdat het zo onlogisch is. En hij gaf vervolgens een verklaring volgens de evolutietheorie.

Antwoord

Voordat ik inga op je vier vragen, wil ik eerst de volgende punten markeren:

  1. Evolutie (= geleidelijke verandering) is géén robuust wetenschappelijk concept, omdat er twee totaal verschillende soorten verandering bestaan: ‘Variatie’ (= de verandering van een (biologisch) systeem in zijn parameters) en ‘Innovatie’ (= de verandering van een (biologisch) systeem in zijn dimensies). Variatie is wiskundig voor te stellen als: (a1, b1) → (a2, b2) en innovatie als (a1, b1) → (a2, b2, c2). De wiskundige representatie laat zien dat miljarden variaties van een (biologisch) systeem, gedurende miljarden jaren, niet kunnen leiden tot innovatie ervan.
  2. Evolutie in de betekenis van variatie bestaat. Het mechanisme in de levende natuur voor het tot stand brengen van variaties (= de variatie-motor) bestaat uit: genregulatie en -recombinatie van genvarianten en selectie. De lengte van het DNA neemt hierbij niet toe, en de mutatiereparatie mechanismen die in elke cel aanwezig zijn hoeven niet in actie te komen. Door de variatiemotor past de levende natuur zich voortdurend aan wijzigende omstandigheden aan. Een voorbeeld van de resultaten van de variatie-motor is de verandering van de snavels van vinken. Het veronderstelde mechanisme voor het tot stand brengen van innovaties (= de innovatie motor) bestaat uit de opeenstapeling van niet-repareerbare, overerfbare, direct-voordelige, code-uitbreidende mutaties.1
  3. Elke theorie waarin twee totaal verschillende mechanismen een rol spelen, wordt vroeg of laat nauwkeuriger geformuleerd door het van elkaar onderscheiden van deze mechanismen en de ermee verbonden empirische fenomenen. Dit zal ook met de evolutietheorie gebeuren.
  4. Variaties mogen niet geëxtrapoleerd worden tot innovaties.

Ad. Vraag 1: waarom zijn er rudimentaire organen in mensen en dieren?

De blinde darm, het stuitje, of het junk-DNA worden door de huidige evolutietheorie beschouwd als functieloze elementen van het lichaam. Ze zouden het resultaat zijn van de opeenstapeling gedurende miljarden jaren van voordelige, overerfbare, code-uitbreidende mutaties van het DNA, die op een gegeven moment overbodig zijn geworden. Ten eerste bestaat dit mechanisme alleen in theorie, maar niet in werkelijkheid omdat het tegengewerkt wordt door mutatie reparatiesystemen in elke cel (Nobelprijs Chemie, 2015).2 Ten tweede blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat deze onderdelen van het lichaam wel degelijk een functie hebben.3 Ook blijkt uit het moderne DNA onderzoek dat het junk-DNA (90% van het DNA) helemaal geen junk is, maar vastlegt HOE de eiwitten gebruikt moeten worden die door het coderende DNA (10%) beschreven worden.4 Iets wat je niet begrijpt bestempelen als functieloos of als rommel en vervolgens niet nader onderzoeken is onwetenschappelijk en belemmert de voortgang van de wetenschap.

Ad. Vraag 2: Waarom zijn er fossielen van oudere mensen soorten gevonden?

Allereerst: fossielen kunnen slechts ontstaan onder catastrofale omstandigheden, waarbij een organisme in een oogwenk luchtdicht overdekt wordt door lagen aarde, waardoor de normale snelle, natuurlijke ontbinding door micro-organismen voorkomen wordt. Ten tweede: de schedels, kiezen en botten van organismen, en dus ook van mensen, kunnen sterk variëren in vorm en grootte. Ga maar eens kijken in de vertrekhal van Schiphol en doe met je medereizigers het spel “Zoek de Neanderthaler”. Er lopen altijd wel een paar reusachtige reizigers rond die een grote schedel hebben met een schuin aflopend voorhoofd dat eindigt op een forse wenkbrauwboog. Vaak zijn die kenmerken gekoppeld aan stevige kaken en fijn, roodachtig haar. De fossielen van verschillende mensensoorten, waaronder de Neanderthaler, zijn gewoon variaties binnen de genenpool van de mens.

Wetenschappers staan altijd klaar met kritische vragen over een theorie en de bewijzen ervoor. Die kritische houding moet ook gelden voor theorieën over veronderstelde voorlopers van de mens. Deze zijn over het algemeen slechts gebaseerd op een paar tanden of kiezen, een paar botten en een paar stukjes schedeldak, die meestal op grote afstand van elkaar gevonden zijn, liggend aan het aardoppervlak waar ze miljoenen jaren in weer en wind gelegen zouden hebben, onkwetsbaar voor de normale, natuurlijke erosie.

Ad. Vraag 3: Waarom bevatten oude aardlagen fossielen van uitgestorven dieren en geen fossielen van nu levende dieren?

Allereerst is de datering van aardlagen met fossielen en de datering van fossielen met aardlagen een cirkelredenering. Ten tweede kunnen fossielen alleen ontstaan onder catastrofale omstandigheden (zie punt 1 van mijn antwoord bij vraag 2). Dit wordt bevestigd door fossiele boomstammen en wormgaten die aardlagen doorsnijden die honderden miljoenen jaar in ouderdom van elkaar zouden verschillen. Het algehele beeld van de fossielen in de verschillende lagen afzettingsgesteente, is dat hun uiterlijk slechts een variatie is van het uiterlijk van de thans levende organismen (evolutie in de betekenis van variatie bestaat!), en dat een aantal organismen door klimaatverandering is uitgestorven.

Ad. Vraag 4: Waarom zijn sommige dingen in de mens veel complexer dan logisch zou zijn?

Inderdaad is het menselijk lichaam buitengewoon complex. Elke cel is feitelijk een volledig geautomatiseerde biochemische nano-fabriek, die aangestuurd wordt door een programma van enkele gigabytes groot. Darwin dacht dat cellen lijken op bakstenen, waarmee steeds grotere organismen gebouwd kunnen worden. Wetenschappers weten inmiddels dat cellen niet lijken op bakstenen, maar op buitengewoon complexe nano-computers. De complexiteit van cellen en van organismen is van een orde waar ingenieurs nooit aan zullen kunnen tippen. Vergelijk bijvoorbeeld een drone met een kolibrie op de punten van: vliegvermogen, wendbaarheid, energievoorziening, zelfreparatie, navigatie, flexibiliteit, reproductie en bescherming tegen invloeden van buiten. Toch menen sommigen dat in organismen ontwerpfouten zijn aan te wijzen. Deze zouden bewijzen dat een kolibrie het resultaat is van een miljarden jaren durend proces van opeenstapeling van code uitbreidende, voordelige overerfbare mutaties van het DNA. Ten eerste kan dat mechanisme niet bestaan omdat het tegengewerkt wordt mutatiereparatiesystemen (Nobelprijs Chemie, 2015); deze voorkomen dat het DNA binnen één levenscyclus van een organisme in totale chaos verandert.5 Ten tweede is de conclusie dat bepaalde structuren in een organisme een ontwerpfout zijn, gebaseerd op onkunde. Inderdaad maakt een aftakking van een van de hersenzenuwen die naar de lager gelegen organen leidt, een bocht onder de aorta door en gaat daarna weer omhoog naar het strottenhoofd. Maar deze ‘nervus laryngeus recurrens’ doet op weg naar dit eindstation ook diverse tussenstations aan in de borstholte waar ze zowel prikkels afgeeft als opneemt.6 Daardoor kan ‘de schrik om je hart slaan’ en ‘de angst je naar de keel vliegen’ en kan een hees geworden stem een aanwijzing zijn voor een dokter dat er iets mis is in de borstholte.

Wetenschappers zijn gedreven om wat ze niet begrijpen te onderzoeken en om weerlegbare en dus toetsbare theorieën te formuleren. Bij het bestempelen van de ‘nervus laryngeus recurrens’ als een ontwerpfout, is sprake van een onwetenschappelijke houding: wat niet wordt begrepen wordt niet nader onderzocht en niet toetsbare (= onwetenschappelijke), mythische verhalen worden met grote stelligheid als verklaring opgedist. In de studie geneeskunde moeten studenten leren hoe het lichaam in elkaar zit en hoe de onderdelen ervan werken en met elkaar in verband staan. Aan mythische verhalen over hoe de verschillende onderdelen van het menselijk lichaam ontstaan zouden zijn, hebben toekomstige dokters en hun toekomstige patiënten niets.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website RefoWeb. Het originele artikel is hier te vinden.

Voetnoten

  1. Zie verder: De Jong & Degens (2011) “The evolutionary dynamics of digital and nucleotide codes”, in: The Open Evolution Journal, 5 1-4.
  2. https://www.refoweb.nl/data/upload/documents/advanced-chemistryprize2015.pdf.
  3. https://mens-en-samenleving.infonu.nl/religie/100542-nutteloze-lichaamsdelen-over-evolutie-en-ontwerp.html.
  4. https://www.encodeproject.org/.
  5. https://www.refoweb.nl/data/upload/documents/advanced-chemistryprize2015.pdf.
  6. https://wetenschap.infonu.nl/anatomie/162085-nervus-laryngeus-recurrens-geen-bewijs-van-slecht-ontwerp.html.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Wim De Jong

Written by

Dr. Ir. W.M. de Jong studeerde toegepaste Wiskunde aan de TU-Delft (1980) en promoveerde aan de Rijks Universiteit Groningen (1994) op een, op praktijkervaring reflecterend, proefschrift over het management van informatisering. Sinds 1999 werkt hij als onderzoeker en adviseur van verandering en innovatie bij INI-Research, respectievelijk INI-Consult. Hij is initiator van de Evoskepsis Association, een werkverband van kritische wetenschappers en praktijkmensen die skeptisch zijn over de empirische onderbouwing van de evolutietheorie. In 2011 publiceerde hij met dr. ir. H. Degens in het peer-reviewed Open Evolution Journal, het artikel The Evolutionary Dynamics of Digital and Nucleotide Codes: A Mutation Protection perspective.