Duitstalig verscheen dit boek voor het eerst in 1998. Sindsdien verschenen diverse geheel herziene uitgaven om aan te sluiten bij de actualiteit. Voor het eerst is dit grandioze werk nu ook in het Nederlands vertaald, vanuit de Duitse 6e druk. Een gebonden boek op A4-formaat, uitermate rijk en fraai geïllustreerd met veel verhelderende schema’s. De biologen Junker en Scherer staan als bijbelgetrouwe wetenschappers kritisch ten opzichte van het neodarwinisme, maar hun toonzetting is die van de professionele wetenschapper.

Evolutie_het_nieuwe_studieboek.dow

“Evolutie – Het nieuwe studieboek is een leerzaam en zorgvuldig geschreven standaardwerk dat op geen boekenplank mag ontbreken bij hen die geïnteresseerd zijn in de vragen rond schepping en/of evolutie.”

De stijl van hun boek is aangenaam qua toonzetting; de wetenschappelijke beschouwing voert de boventoon. De analyses zijn scherp en educatief van hoog niveau. Een boek primair geschreven voor VWO-, HBO- en academisch niveau, maar dat is zeker niet de enige doelgroep, want het is helder geschreven. Het boek is ingedeeld in zeven delen: de wetenschapstheoretische basis, basisbegrippen van evolutie- en basistypenbiologie, evolutie op organismeniveau, moleculaire evolutie, vergelijkende biologie en interpretatie van fossielen; in het slotdeel ‘grensoverschrijdingen’ komen onder meer schepping als vooronderstelling en Intelligent Design aan de orde.

In deel IV wordt ook de oorsprong van het leven, de abiogenese besproken. Zakelijk, bijna nederig en tegelijk grondig en vlijmscherp schetsen de auteurs daarvan de actuele stand van wetenschap. De wetenschappelijke resultaten blijken in strijd met alle tot nu toe voorgestelde modellen voor abiogenese. Ik concludeer dan dat de wetenschap tot op heden feitelijk geen notie heeft van het ontstaan van het leven. Maar Junker en Scherer formuleren anders: respectvol en met distantie; het siert hen.

Experimenteel biologisch onderzoek heeft aangetoond dat het vermogen om micro-evolutionair te veranderen een basiseigenschap van het leven is. De vraag is echter of daarmee ook macro-evolutie (de hypothese dat complexe structuren en basisbouwplannen van het leven uit simpele voorlopers ontstaan) een feit is. Welke micro-evolutionaire processen zijn er? Waar liggen de grenzen? Is er een mechanisme voor macro-evolutie? Uit alle relevante disciplines worden in dit boek biologische gegevens systematisch, zakelijk en helder weergegeven. De conclusie is, dat een antwoord niet mogelijk is zonder wereldbeschouwelijke grensoverschrijding. Beoordeling van ontstaansmodellen vereist dus helder onderscheid tussen ‘objectieve’ gegevens, theoriegeleide interpretaties en wereldbeschouwelijke keuzes. De auteurs kiezen voor een alternatieve verklaring van biologische gegevens binnen een ‘bijbels ontstaansmodel’. Daarbij beseffen zij (p. 318) dat natuurwetenschappelijk bewijs van ontwerpsignalen van de Schepper aan zijn schepselen nooit geleverd kan worden. En toch: als natuurwetenschapper zie ik die bewijzen van ontwerp door een Ontwerper toch volop om mij heen!

De subtitel is terecht Het nieuwe studieboek; het is een boek waaruit zeer veel is te leren. Naast dr. Junker en prof. Scherer werkten nog twaalf andere wetenschappers aan de totstandkoming van dit boek mee. Het bevat boeiende hoofdstukken over o.a. de vragen rond het ontstaan van complexe moleculaire machines en over de stamboom van de mensheid. Hopelijk zullen de auteurs in een volgende druk ook grondig ingaan op de beschouwingen en de theorie van Francis S. Collins.

Evolutie – Het nieuwe studieboek is een leerzaam en zorgvuldig geschreven standaardwerk dat op geen boekenplank mag ontbreken bij hen die geïnteresseerd zijn in de vragen rond schepping en/of evolutie. Gelet op het A4-formaat en de volkleurendruk is het boek heel vriendelijk geprijsd.

Het boek wordt hier in onze webshop te koop aangeboden.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Ellips. De volledige bronvermelding luidt: Bos, H., 2010, ‘Evolutie – Het nieuwe studieboek’, Ellips 35 (300): 31.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. H. Bos is organisch chemicus en oud-directeur van de Evangelische Hogeschool te Amersfoort.

2 Comments

Peter

Duitse zesde druk, 2006, blz 285, figuur 15.33. Waar Homo erectus, midden-Pleistocene vormen en Homo sapiens allemaal uit het Midden-Oosten komen en vandaar naar Afrika migreren, in plaats van uit Afrika naar de rest van de wereld. De tekst verwart de gegevens zoveel mogelijk. Kenyantropus, orrorin, Sahelantropus, Ardipithecus zijn geen concurrenten van Australopithecus als voorvader van de mens, maar kandidaten om de voorvader van Australopithecus te zijn. Neanderthaler / sapiens / erectus worden blz. 287 als naastgerangschikt behandelt, in plaats van erectus als voorouder van de beide anderen – waar ook in 2006 iedereen het over eens was. Als ‘mittelpleistozäne Formen Merkmale aller drei Formen aufweisen’ is het volledig duidelijk dat het om een afstamming gaat. Nou ja, één klein onderdeel? Alle onderdelen!

Reply
Jan van Meerten

Geachte Peter, Figuur 15.33 geeft verschillende migratiegolven weer, de eerste was de ergaster/erectus-lijn. Dat de auteurs de genoemde vormen “als naastgerangschikt behandelt” is hiermee aantoonbaar onjuist. Overigens is dat ook niet af te leiden uit figuur 15.35 daar worden namelijk de variaties binnen het geslacht Homo weergegeven en de overlappende gegevens van die geslachten. Als u zou willen aantonen dat deze niet in het Midden-Oosten ontstond moet u dit aantonen met bronnen. Zonder inhoudelijke onderbouwing blijft de bewoording “de tekst verwart de gegevens zoveel mogelijk” een beschuldiging. Ik hoop dat u dit ook zou willen staven met bronnen. Waar verwart de tekst de gegevens? En wat was volgens u de juiste benadering in 2006 rond deze soorten? Dit kleine onderdeel als onjuist weergegeven is niet te rechtvaardigen met bovenstaande reactie, laat staan alle onderdelen.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over